30 JAAR NVMP, GEZONDHEIDSZORG EN VREDESVRAAGSTUKKEN

 

Voorwoord

Wat heeft u aan het boek dat voor u ligt?

Geschiedenis, verleden, het is voorbij. Of toch niet?

‘l Histoire se repŤte. En dat is meteen onze bestaansreden.

Bij lezing van de verschillende voordrachten zult u zien dat in de loop der jaren steeds weerkerende strategieŽn door nieuwe besturen worden opgepakt.

Uit de recente geschiedenis zoals die door de media tot ons komt zien wij ook welke noodzaak er is voor ontspanning. Rusland en Amerika zijn weer verder van elkaar dan vlak na het einde van de Koude Oorlog. Er zijn nieuwe kernmachten bijgekomen.

Onze taak is om, samen met andere organisaties, te trachten die spanning te reduceren met al onze energie en via al onze netwerken. Hoe kunnen wij dat concreet doen?

Natuurlijk door actief in onze vereniging te zijn, doch ook door, na lezing van deze bundel, de onderwerpen in bredere kring ter discussie te stellen. In uw directe omgeving.

In het besef dat een ieder die zich bewust wordt van de omvang van de problematiek en de oplosbaarheid, zich zal inzetten deze wereld in deze eeuw een betere te laten worden.

In het besef daar zelf een bijdrage aan te kunnen leveren.

Ik wens u veel inzicht na het lezen van deze bundel.

Herman Spanjaard, voorzitter.

 

LERING UIT DERTIG JAAR NVMP (1-2-2000 woorden 17 617)

Duurzame vrede in de 21ste eeuw

Verslag van het Jubileumsymposium van de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie, gehouden op 11 december 1999 in de SociŽteit ‘de Vereeniging’ te Utrecht.

Inleiding

De Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie; Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken bestond in 1999 dertig jaar. Zo’n jubileum is een heugelijk feit, dat zich bij uitstek leent voor een terugblik. Terugkijken heeft vooral zin als dat aanknopingspunten geeft voor de toekomst.

Als opzet voor het jubileumsymposium werd ervoor gekozen vijf oud-voorzitters aan het woord te laten. Beter dan wie ook konden zij als direct betrokkenen aangeven welke problemen in het bijzonder tijdens hun bestuursperiode speelden en hoe de vereniging daarop heeft ingespeeld. Elk van de vijf voorzitters had zo zijn eigen hoop en verwachting. Wat is er bereikt en op welke wijze? En komt het overeen met wat de vereniging wilde bereiken? Laten de bijdragen in dit jubileumboek zien dat de NVMP in de loop der jaren is veranderd? Zo ja, waardoor en in welke richting?

Het druk bezochte en mede daardoor geslaagde symposium werd afgesloten door de huidige voorzitter Herman Spanjaard en de studentenvertegenwoordiger in het bestuur, Elske Hoornenborg. In de hoofdstukken zes en zeven geven zij een beeld van de huidige NVMP en een aanzet tot een toekomstbeeld. Hans van Iterson wil ik bedanken voor de bijlagen. De eerste heeft betrekking op de gevoerde discussie en de tweede geeft een overzicht van de NVMP-jaartallen. Namens de NVMP wens ik u veel lees- en kijkplezier.

Jannes H. Mulder

symposiumvoorzitter en eindredacteur

 

Inhoud

Voorwoord

1: Inleiding

2: De eerste jaren 1969-1982

Emiel Wennen, ťťn van de voorzitters van de NVMP tijdens de beginjaren

3: De periode van de koude oorlog; 1982-1989

Wil Verheggen, voorzitter van de NVMP van 1982-1989

4: De Muur valt; de jaren 1989-1991

Jos Weerts, voorzitter van de NVMP van 1989-1991

5: De periode van verbreding 1991-1995

Wout Klein Haneveld, voorzitter van de NVMP van 1991-1995

6: De jaren van consolidatie

Auke van der Heide, voorzitter van de NVMP van 1995-1999

7: Toekomstbeelden

Elske Hoornenborg, studentenvertegenwoordiger en bestuurslid NVMP

8: NVMP in 2000 en verder!

Herman Spanjaard, voorzitter van de NVMP 1999-

Bijlage 1: Verslag forumdiscussie

Bijlage 2: NVMP-jaartallen

Bijlage 3: NVMP-publikaties

Bijlage 4: Dankwoorden, felicitaties

 

 

2: De eerste periode 1969-1982

Emiel Wennen

De periode waarvan ik als eerste oud-voorzitter het meeste zou behoren te weten loopt van 1969, het jaar van de oprichting van de NVMP, tot 1981, een half jaar na de grote advertentiecampagne in de dagbladen over de medische gevolgen van een hypothetische atoombom op Rotterdam (oudjaar 1980). Aan het jaar 1969 ging het een en ander vooraf. Daarover nu eerst.

Voor 1969

Een voorloper van de NVMP in Nederland was de KNMG-commissie inzake oorlogsprofylaxis van 1930 met een brief aan staatslieden in de wereld. In Frankrijk was overigens al in 1905 een Association contre la Guerre opgericht. De KNMG-commissie stelde zich verder apolitiek op en verdween toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog begon, maar leverde wel een paar kernleden op voor het effectieve Nederlandse Artsenverzet, Medisch Contact genaamd, wat later de naam werd van het bekende weekblad van de KNMG.

Na de oorlog waren de Engelsen de eersten, die in 1950 hun Medical Association for the Prevention of War (MAPW) oprichtten, in 1963 gevolgd door de Amerikanen met hun Physicians for Social Responsibilty (PSR). Zij begonnen meteen met een publicatie in het toonaangevende The New Engeland Journal of Medicine over de medische gevolgen van een atoombom op de stad Boston, een publicatie die toen nog weinig aandacht kreeg.

In 1965 publiceerde de Groningse hoogleraar polemologie RŲling in het toenmalige protestants- christelijke artsenblad Soteria een stuk waarin hij zich afvroeg, waar toch de stem van de artsen bleef in de discussie over oorlog en vrede, leven en dood. Dat was uiteindelijk niet aan dovemansoren gezegd. Een kleine groep vond elkaar: de bevlogen huisarts Eppo Meursing uit Dordrecht, Lucy Groeneveld - evenals Meursing al vůůr de oorlog betrokken bij de eerdergenoemde commissie -, de vroegere zendingsarts Jo Verdoorn - eerder actief voor de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging, maar toen bezig met zijn boek Arts en Oorlog -, mijn vrouw en ik - net terug uit Afrika -, en last but not least de buurman van Verdoorn uit Amsterdam, medisch student Jitze Verhoeff, redacteur van het toenmalige Nederlands Tijdschrift voor Medische Studenten, onlangs veel te vroeg overleden.

Biafra en de oorlog in Vietnam

Het was natuurlijk niet alleen de oproep van RŲling, maar ook de tijd van de oorlog in Biafra en vooral die in Vietnam waar we ons bij betrokken voelden. Er was die eerste jaren behoorlijk wat activiteit: twee of drie maal per jaar een studiedag, meestal in een steeds andere medische faculteit. Praktisch gratis collegezalen en relatief veel nieuwe student-leden ook door Jitzeīs redacteurschap. Waar ging het over? Artseneed en officierseed in Nijmegen, agressie en opvoeding in Groningen, een weekend in Amersfoort over wat de medische polemologie kon doen, verder studiedagen over de problematiek van de keuring voor de militaire dienstplicht die er toen nog was (S5!), over de kunst van voorlichting, over biologische wapens enzovoort. Ondanks het rapport over de bom op Boston van de Amerikaanse zustervereniging, ging het bij ons die eerste jaren nog niet over kernwapens - gek genoeg.

De grote advertentie

Na vier of vijf jaar, Jitze was intussen voorzitter geworden, leidde de vereniging een paar jaar een slapend bestaan omdat er zich geen opvolger voor het bestuur aandiende. Maar Jo Verdoorn ging door met zijn lezingen voor dienstplichtige artsen in opleiding. Met een groepje jonge collega's van de VVDM (Vereniging Voor Dienstplichtige Militairen) en een Werkgroep Artsen-Gewetensbezwaarden werd pas weer in 1978 een eerste grote bijeenkomst in Amsterdam gehouden over het thema Arts en geweld. Intussen begon in Nederland de atoomkwestie meer belangstelling te krijgen, mede dankzij de beweging Stop de Neutronenbom. Ook de NVMP organiseerde in 1979 een bijeenkomst in Utrecht over het neutronenwapen; geen schade, wel doden.

In het begin van 1980 besloot de eerdergenoemde Amerikaanse zustervereniging PSR een grote advertentie in de New York Times te plaatsen over de medische gevolgen van een atoombom op Boston, het onderwerp waarover ze in 1962 al gepubliceerd hadden. De boodschap sloeg nu wel aan, tot in Nederland toe. Een groepje van vijftien tot twintig NVMP-leden, met onder anderen de psychosomaticus prof. J. Groen, dat intussen regelmatig bij collega Harry Jaspers in het Willem Arntsz Huis te Utrecht bij elkaar kwam, besloot er iets mee te gaan doen. Via Medisch Contact hadden we vrij gauw 150.000 gulden bij elkaar om daarmee aan het eind van datzelfde jaar ook een grote advertentiecampagne te gaan voeren, nu over de medische gevolgen van zo'n atoombom op Rotterdam. De advertentie werd ondertekend door zo'n achthonderd artsen onder wie bijna alle hoogleraren van twee vakken, u raadt het al, huisartsengeneeskunde en psychiatrie. De tekst verscheen in een oplage van een tot twee miljoen, paginagroot, in vrijwel alle landelijke dagbladen en een aantal regionale bladen. De opstekende hollanditis kreeg een duw in de rug uit de medische hoek. Het kleine clubje kreeg er opeens meer dan duizend leden bij en voorzitter Jo Verdoorn was blij dat zich een enthousiaste opvolger aandiende: de Tilburgse huisarts Wil Verheggen.

Ter afsluiting

Tenslotte heb ik mij enkele vragen ter beantwoording gesteld, die ik graag onder uw aandacht wil brengen.

1. Wat was het meest de moeite waard in deze dertig jaar NVMP?

Antwoord: onze bijdrage aan het zogenaamde World Court Project samen met de Juristen voor de Vrede met als uitspraak van het Internationale Gerechtshof dat zowel het dreigen met als het gebruik van kernwapens praktisch illegaal is.

2. Wat hoop ik voor de NVMP als vereniging?

Antwoord: dat het zal lukken meer actuele en eventueel ook controversiŽle thema's aan de orde te stellen via studiedagen en symposia, en dat het onderwerp 'oorlog en vrede' bij meer faculteiten en opleidingen in de gezondheidszorg aan de orde komt.

3. Wat is het grootste obstakel voor een toekomst zonder oorlog?

Antwoord: de toenemende kloof tussen arm en rijk, en de onwil om er iets aan te doen. De grootste schending van de mensenrechten, niet ver weg maar heel dicht bij. Ik realiseer me dat deze visie niet goed strookt met de uitslag van onze ledenenquÍte van vorig jaar: slechts 20 procent van de meer dan vijfhonderd respondenten vond de oplossing van het schuldenvraagstuk een belangrijk probleem voor de NVMP.

4. Wat is het meest acute probleem voor de NVMP?

Antwoord: zonder enige twijfel de actie tegen de kernwapens. In het begin van de jaren tachtig waren we er vol van. Volgens de zojuist genoemde enquÍte vinden nu veel leden bijvoorbeeld de landmijnen veel belangrijker. Daar kan ik het dus helemaal niet mee eens zijn.

 

3: De periode van de koude oorlog; 1982-1989

Wil J. E. Verheggen

Eind jaren zeventig verbreedde de discussie over de plaatsing van de kruisraketten zich tot een publiek debat. Voor- en tegenstanders profileerden zich. Deze discussie ging niet ongemerkt aan mij voorbij. Ik kon me er niet aan onttrekken en probeerde zoveel mogelijk opiniŽrende artikelen en tv-programma's te volgen. Een bizar beeld van de kernwapenwedloop ontvouwde zich.

Een wapensysteem werd vanaf de tekentafel gepromoot, slechts enkele proeven zouden met succes zijn gehouden. Een tien jaar eerder ontwikkeld wapensysteem moest, zonder politieke discussie, nu aan de man worden gebracht. Er waren toen reeds meer kernwapens dan militaire doelen. Welke meerwaarde hebben dan preciezere kleinere kernwapens? Het besluit tot productie en plaatsing van de kruisraket is geen rationeel besluit, maar is gebaseerd op de systematiek van de angstspiraal.

Eind 1980 kwam de oproep om als artsen met een paginagrote advertentie in de landelijke pers te waarschuwen voor de gevolgen van een atoomoorlog. Ik vond dat ik me daar niet aan mocht onttrekken en zette mijn handtekening. Mijn ondertekening leidde tot een interview in de lokale pers. Zo heb ik de NVMP van naam leren kennen. Toen er een uitnodiging op de mat viel voor een vergadering, vond ik dat ik maar eens moest gaan kijken. In een klein zaaltje in het Utrechtse Jaarbeursgebouw vond ik een groepje van ongeveer vijftien collegae. Daarbij dienen genoemd te worden Jo Verdoorn, Emiel en Tineke Wennen en Juda Groen die als ťminences grises van hun aanwezigheid blijk gaven. Op de een of andere manier sloeg de vonk over.

Amerikanen en Russen

Emiel stond in zijn voordracht reeds stil bij de landelijk advertentie naar het Amerikaanse voorbeeld. Toen men daar van onze actie hoorde, kwam de uitnodiging voor een internationale bijeenkomst in Arlie House bij Washington (20-25 maart 1981). Met Emiel Wennen ben ik er namens de NVMP heengegaan. Het werd het eerste congres van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), met 62 aanwezigen: een grote groep Amerikanen en Russen en kleinere delegaties uit nog eens tien landen. Was voor mij tot aan dit congres de atoombom een vernietigende abstractie, door de informatie van de eminente sprekers en de discussies in de wandelgangen werd de atoombom een afschuwelijke realiteit - temeer omdat het gebruik van deze bom niet langer ondenkbaar was. Informatie werd over onze hoofden uitgegooid over de kosten van de wapenwedloop, de 8000 gr. TNT nucleaire explosiekracht per wereldbewoner, de fouten bij nucleaire alarmen, de misleiding van overheden betreffende de civiele verdediging - het was bijna te veel om op te noemen. Maar het was genoeg stof om emotioneel bijna van je stoel te vallen!

De laatste dag gingen we naar Washington, eerst naar de politieke lobby in het House of Representatives en het Congress. Daarna de persconferentie. De belangstelling was groot. Ik had een kwartier durende direct uitgezonden radio-interview met de VPRO, en samen met Emiel een interview met een grote Nederlandse perscombinatie. Dat interview werd paginagroot afgedrukt. Duidelijk werd, dat wij als artsen veel konden betekenen bij de voorlichting van de bevolking over de gevolgen van een kernoorlog. De NVMP was daar het geŽigende podium voor, en de volgende beleidslijnen werden uitgezet:

Het was allereerst nodig dat meer artsen zich betrokken gingen voelen bij de NVMP, want de macht van het getal is nog steeds van belang, bovendien zou het de vereniging een gezonde financiŽle basis geven. De paginagrote advertentie was ook opgemerkt door gelijkgezinde groepen medici in Europa, en er werden contacten gelegd. Als vereniging voor medische polemologie zouden we door voorlichting de publieke opinie kunnen beÔnvloeden. Hiervoor zouden leden op grote schaal in het land lezingen moeten houden voor geÔnteresseerde groepen. Dus werd er voorlichtingsmateriaal ontwikkeld, er werden sprekerstrainingen georganiseerd, brochures en dia's over het effect van atoomwapens gemaakt en transparanten met atoombomeffecten - te gebruiken bij landkaarten - gedrukt. De vraag naar sprekers nam toe. De politiek moest direct worden beÔnvloed, en vanuit het bestuur kwam een lobby richting parlement en regering op gang.

De vereniging groeit

Deze drie elementen kregen de jaren nadien voortdurend aandacht. Met een bescheiden groei van het aantal aangesloten artsen kregen we een groter aantal actieve leden. De paginagrote advertentie kreeg hier en daar in de regionale pers dubbelgangers. Hierbij moet Dora van Albada genoemd worden, die ervoor zorgde dat bijna alle Friese huisartsen een paginagrote advertentie in de Leeuwarder Courant ondertekenden. Sinds die tijd bleef Dora het boegbeeld van de Friese afdeling. Ook andere afdelingen ontstonden, die met hun activiteiten - de een meer dan de ander - de steunpilaren van de vereniging werden. Janny Lips, afkomstig uit de groep Vrouwen voor Vrede, heeft vanaf die tijd geijverd voor betrokkenheid van verpleegkundigen bij de NVMP. De vereniging bruiste van ideeŽn en activiteiten. Het aantal leden groeide in een jaar tijd naar duizend!

De NVMP liet Cahiers verschijnen onder redactie van Dolf Algra, literatuurlijsten werden verspreid, en een wachtkamerposter Pokken bestaan niet meer … maar … werd in tweeduizend exemplaren gedrukt en was snel uitgegeven. Ook volgde actieve deelname aan de Vredesweek in september 1981. Een kleine NVMP-delegatie woonde een bijeenkomst bij van geestverwante collegae in Hamburg. Daar waren 1600 deelnemers voor een tweedaags congres van het Hamburger Arzteinitiative gegen Atomenergie bijeen. Het congres was uitsluitend gewijd aan de atoomwapens. Ik was een van de sprekers die de plenaire bijeenkomst mochten toespreken. Mijn bijdrage ging over de situatie in Nederland. Ik had mijn lezing in het Duits laten vertalen door een Nederlands sprekende Duitse theoloog, met het juiste gevoel voor de context van zo'n verhaal. Met enig kippenvel betrad ik het podium. Het verhaal kwam goed uit de verf, diverse keren moest ik pauzeren voor het applaus! De waardering van zo’n massa mensen geeft toch een vreemd en onbekend gevoel. Voor de vereniging en sommige leden was deze Vredesweek een drukke periode. De voornaamste activiteiten bestonden uit het houden van spreekbeurten. Naar schatting werden er meer dan honderd spreekbeurten gegeven en sommige sprekers traden die week vijf tot zes keer op. Vermeldenswaard was het initiatief een kernwapenspreekuur te houden.

Het aantal leden bleef groeien, dat hadden we ook hard nodig, en er ontstond behoefte aan een eigen ondersteunend bureau. Leon Wecke, hoofd van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, bood ruimte aan in zijn centrum. Daar maakten we dankbaar gebruik van. De parttime medewerker op het bureau ontlastte het bestuur van veel werk. In het land kwamen afdelingen van de grond, die ook gebruik konden maken van ondersteuning door het bureau.

Een begin werd gemaakt met een documentatiecentrum, de NVMP had een gezicht en was bereikbaar. Bureaukrachten als Marjolein Quenť , Frans Jongen en Albert Grit zetten zich vol enthousiasme in. Het bestaan van een bureau was in deze fase belangrijk. De aansturing was wel eens een probleem. Het bestuur vergaderde in Utrecht en ik denk dat we persoonlijk te weinig in Nijmegen kwamen. Wat dat betreft was de latere verhuizing naar Utrecht een verbetering.

Pers en publiciteit

Het belang van contacten met de media was al gauw duidelijk. Dit punt kreeg snel structurele aandacht. Er werden contacten gelegd en onderhouden met de tv en de pers. In het PR-beleid zochten we voortdurend naar gelegenheden om enerzijds op actuele kwesties in te gaan, terwijl we anderzijds via symposia aandacht vroegen voor problemen waarmee de vereniging zich bezighield. Als voorzitter werd je nogal eens gevraagd een artikel te schrijven. Daarnaast kon ik het niet laten om ongevraagd artikelen aan te leveren voor onder meer Medisch Contact, het NTvG, Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde, en The Lancet. Ook kon ik het niet nalaten via de opiniepagina's van de dagbladen te reageren op de actualiteit. Dat gebeurde meestal onder tijdsdruk. Mijn arme doktersassistente had eronder te lijden. In een tijd zonder computers voor tekstverwerking was zij aangewezen op de elektrische typemachine. Na de eerste versie moest de gecorrigeerde versie opnieuw uitgetypt worden, gevolgd door de derde en laatste versie die weer getypt werd en waarbij ook stukken tekst geplakt werden. Dat deed ze tussen haar patiŽntenwerk door. Het is nu niet meer voor te stellen dat je op die manier artikelen moet schrijven. Het praktijkwerk dreigde soms wel eens in de knel te komen.

Na het IPPNW-congres in Nederland (1983) kreeg een PR-commissie bestaande uit Jeanne van Ommeren en Bora van Ulden de opdracht zich met public relations bezig te houden. Zij zochten actief naar onderwerpen waarop de NVMP publiekelijk moest reageren. Leden binnen de NVMP waren bereid de reacties inhoudelijk vorm te geven.

Symposia

Het eerste symposium vond plaats te Arnhem op 25 april 1981, het thema was Bescherming van de bevolking bij een atoomaanval. Tien maanden later, in februari 1982, volgde het symposium Angst op recept. De titel werd ontleend aan een uitspraak van de brigadegeneraal van de Koninklijke Landmacht, G. Berkhof. Deze verweet ons door onze activiteiten angst op recept te verstrekken. Het sierde hem dat hij op dit symposium als spreker wilde optreden. De Noodwet Geneeskundigen stuitte op verzet. Deze Noodwet voorzag in een registratie van alle geneeskundigen in het kader van medische hulpverlening in tijden van ‘buitengewone omstandigheden’, lees oorlog. Ongeveer tweeduizend aangeschrevenen hadden niet gereageerd. In Medisch Contact was de discussie middels ingezonden brieven zeer langdurig en heftig. In juni 1982 volgde een symposium Noodwet Geneeskundigen, waaraan van de zijde van het Ministerie van Volksgezondheid werd deelgenomen. De discussie was soms heftig, maar wel duidelijk. Aan het eind kon de geneeskundig hoofdinspecteur toezeggen dat bij een volgende registratie meer informatie zou worden verstrekt en dat er een regeling voor gewetensbezwaarden zou komen.

Bij volgende enquÍtes ten behoeve van de registratie haalde de Inspectie voor de Volksgezondheid in een toelichting het NVMP-symposium over de Noodwet aan. Tevens vermeldde men, dat toepassing van de Noodwet in een oorlogstoestand alleen zinvol is indien de situatie niet van dusdanige aard is dat medische hulp een illusie is. Een regeling voor gewetensbezwaarden bleef echter achterwege.

Het werd druk bij de NVMP. Het besluit was genomen om het derde internationale congres van de IPPNW in 1983 in Nederland te houden. In de daartoe ingestelde congrescommissie zaten Fred Bol, Jos Weerts, Chiel Janse en ikzelf. Dit congres werd een groot succes. Bij de registratie kreeg iedere deelnemer een exemplaar van Medical Opinions on Nuclear War and its Prevention, dat tot stand was gekomen onder redactie van Ben Ike en ondergetekende. Een groep Amsterdamse medische studenten had uit de medische wereldliteratuur alle relevante artikelen over de kernbewapening en het kernwapengebruik bijeengebracht. Deze artikelen werden gebundeld en aan iedere deelnemer uitgereikt. Een aantal van deze medische studenten bleef in de vereniging nog jarenlang actief. Het congresprogramma sloeg enorm aan. Met een plenaire sessie in de aula van de VU te Amsterdam, een ontvangst in de Nachtwachtzaal van het Rijksmuseum door burgemeester Ed van Tijn van Amsterdam, gevolgd door een candlelight rondvaarttour door de Amsterdamse grachten, werd het een evenement waar men jaren later tijdens IPPNW-congressen nog over sprak. Tijdens de plenaire sessie trad een keur van internationale sprekers aan, onder wie Olav Palme, toenmalig premier van Zweden. Voor de deelnemers was het hard werken geblazen in werkgroepen.

Het congres heeft de betrokkenheid van IPPNW-afdelingen op elkaar sterk beÔnvloed. In die zin had het binnen IPPNW een belangrijk stimulerend effect. Tijdens de congresvoorbereiding was ik niet altijd even goed aanspreekbaar voor de NVMP. Maar Jan-Peter Eusman, toen secretaris van het bestuur, wist me zo nodig vriendelijk maar beslist op bepaalde zaken te wijzen. Een prima secretaris dus! Tot 1989 werden er nog drie symposia gehouden: Op zoek naar de vijand in 1984, Niet-nucleaire oorlog, een alternatief? en Wat leert Tsjernobyl ons?, beide laatstgenoemde in 1986.

Actie of studie en tegen kernenergie?

Regelmatig werd er gediscussieerd over de vraag of de NVMP zich meer met actie moest bezig houden of met studie. Tot een keuze voor het een of het ander hebben we ons nooit laten verleiden, onze keuze lag ergens in het midden. De discussie resulteerde wel in een Commissie Wetenschap. Mede door deze commissie werd in de VU een keuzevak Medische Polemologie ingevoerd. Daarnaast gaven leden van de vereniging te Groningen en Nijmegen colleges medische polemologie. Kernongevallen en lekkages bij nucleaire industrieŽn zorgden ervoor dat de discussie over de vraag of we aan kernenergie niet meer aandacht moesten geven, steeds weer oplaaide. Toen de kernreactor van Tsjernobyl een melt down nabij was werd dit onderwerp wel erg actueel. Omdat de interesse voor het onderwerp kernenergie binnen de vereniging groot was, konden we goed op die actualiteit inspelen. De vereniging heeft zich echter nooit uitgesproken tegen kernenergie. Zo'n uitspraak zou mijn inziens strategisch onjuist zijn voor de NVMP. Wel werd er nogal eens gewezen op de relatie kernwapens en kernenergie, en op het gevaar van straling.

De politieke lobby

Regelmatig hadden we contact met Tweede Kamerleden, zonder politieke voorkeur. Maar we kwamen er ons NVMP-lid Frouwke Laning tegen, en ook met enige regelmaat Ria Beckers van de toenmalige PPR. De Werkgroep Noodwet Geneeskundigen heeft begin 1981 een ontmoeting gehad met de minister Gardeniers van Volksgezondheid. Wat later volgde een gesprek op het ministerie met minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken, die werd vergezeld door zijn directeur-generaal. Het gesprek ging over de plaatsing van kruisraketten en de noodzaak van een ontwapeningsproces. De heer Van den Broek wees op de verdragen die er al waren, maar iedereen aan tafel wist dat die nooit hebben geleid tot effectieve vermindering van kernbewapening. Toen opgemerkt werd, dat hij zoiets aan deze tafel niet moest zeggen, werd hij beleefd boos en kreeg zelfs een kleur. Het gesprek eindigde toch plezierig en de leden van de Werkgroep boden de minister een EHBO-koffer aan met daarin een pleister, als symbool van de onmogelijkheid medische zorg te verlenen bij een atoomaanval.

In 1984 voerden we een gesprek met minister Rietkerk van Binnenlandse Zaken, onder wiens verantwoordelijkheid de civiele verdediging viel. Het probleem van de civiele verdediging was politiek actueel wegens een reorganisatie, en daarom pakte onze vereniging dit onderwerp dankbaar aan. In de contacten voorafgaand aan dit gesprek, tastten we voorzichtig af hoe onze delegatie eruit moest zien. Het werd een delegatie met onder anderen Robert Kreis -brandwondenchirurg en NVMP-lid -, en Fred Bol - oud-hoofdredacteur van Medisch Contact en later bestuurslid. Dat had als gevolg dat de ministeriŽle delegatie was opgetuigd met hoge ambtenaren.

Gesprekken op dit niveau gaan meestal als volgt: je wordt uitgenodigd om te zeggen wat je te zeggen hebt, daarop reageert de bewindsman, en voordat er een discussie kan ontstaan is hij verdwenen. Zo begon het bij ons dus ook. Toen de minister het woord nam, hebben we hem na enige tijd met stelligheid geÔnterrumpeerd. Daarbij raakten we de juiste snaar en het gesprek liep een uur uit, hoewel de bewindsman dringend een gesprek moest voeren met een afvaardiging van de politie, die toentertijd in staking was. De gesprekken over civiele verdediging werden later op ambtelijk niveau voortgezet. Toen deze beŽindigd werden, kreeg ik een uitnodiging plaats te nemen in de redactie van Alert, het tijdschrift voor civiele verdediging.

Op 10 december 1985 ontving de IPPNW de Nobelprijs voor de Vrede. Iets later in december organiseerde Bulkboeken, uitgever van schoolboeken, te Maastricht een bijeenkomst voor Nobelprijswinnaars. De NVMP werkte aan de organisatie hiervan mee. Namens de kersverse laureaat voor de Nobelprijs van de Vrede namen deel de Zweedse vice-president van de IPPNW, Jos Weerts en ondergetekende. Daarnaast waren drie Nobelprijslaureaten aanwezig. De bijeenkomst kreeg veel aandacht in de media, en culinair werd het gezelschap prima verzorgd. Aan het eind was minister-president Lubbers bereid de delegatie van de IPPNW vanwege de toegekende Nobelprijs te ontvangen. Na een formele ontmoeting in de kleine vergaderzaal van ‘het torentje’ nodigde hij ons uit in zijn werkkamer. Tijdens het gesprek schonk hij zelf de Corenwijn (een echt Nederlands product) in. Na een uur stonden we weer buiten. Het was mij in het gesprek opgevallen dat voor Lubbers de kernwapens politieke begrippen waren, waarbij de concrete medische consequenties nauwelijks in beeld waren. Ieder zijn vak, zullen we maar zeggen.

IPPNW

Ik beschouw het als een voorrecht bij het eerste congres van de IPPNW aanwezig geweest te zijn. Het was een speciale ervaring om vijf dagen lang bijeen te zijn op een oude tabaksplantage. Ik kwam er voor het eerst Russen tegen. Die vertoonden in het begin een enigszins vreemd groepsgedrag. 's Avonds ruim voor bedtijd braken de Russen elk gesprek af, waarna ze collectief vertrokken. Een paar dagen later was het ijs gebroken en werd de communicatie veel beter. Het slotdiner was een waar feest, waarbij de Russen met hun geheime wapen op de proppen kwamen: wodka.

In ieder geval bleken de contacten die daar zijn gelegd jarenlang vruchtbaar te zijn.

Het tweede congres te Cambridge (UK) gaf weer een uitbreiding te zien van het aantal deelnemers. Aan het eind werd een persconferentie belegd waar bijna niemand kwam opdagen: de Falklandcrisis was diezelfde ochtend uitgebroken! Met grote interesse en enorme verbazing heb ik kunnen vaststellen dat een heel volk acuut en kritiekloos de politiek van Thatcher volgde en oorlogszuchtige taal uitsloeg. Andere geluiden heb ik toen niet gehoord. Een jaar later was het congres in Amsterdam / Noordwijkerhout, waarover hierboven reeds is geschreven. Jaarlijks volgde een internationaal congres en daarnaast werden Europese bijeenkomsten gehouden. Het gevoel ontstond dat er bij de grote congressen te weinig oog was voor de Europese belangen. Het voert te ver om van ieder congres iets te zeggen. Maar wat ik wel wil opmerken is, dat het erg plezierig was om er met een groep actieve NVMP-leden een paar dagen helemaal uit te zijn, contacten te leggen en materiaal te verzamelen.

Ik wil nog even het congres in 1987 in Moskou noemen. Met een klein clubje hadden we in het restaurant op de bovenste verdieping van ons hotel Rossia aan de Kremlinzijde een tafel besproken. We hadden voor die kant gekozen omdat het Kremlin in de avond feeŽriek wordt verlicht, wat ons een prachtig uitzicht zou geven. Toen iemand van ons gezelschap een blik wierp op de Rode Plein, werden we opmerkzaam gemaakt op het vliegtuigje van Matthias Rast, die uit Duitsland was komen vliegen en op het Rode Plein geland was. We maakten er wat grapjes over en liepen 's avonds nog even langs het vliegtuigje. Pas toen 's nachts de Trosradio mij op mijn kamer belde, hoorde ik dat we getuige waren geweest van wereldnieuws.

Tenslotte

Het was een voorrecht in mijn bestuursperiode aan het roer van de NVMP te hebben gestaan. Het ging goed met de club. Daarbij dient wel gezegd te worden dat we maatschappelijk de wind ook mee hadden. Maar ondanks dat gebeurde er niets vanzelf, er moest hard gewerkt worden. Samenwerking met actieve bestuursleden en afdelingen was een noodzaak, maar door de grote motivatie van velen was dat geen probleem. Als voorzitter kun je pas goed functioneren met steun van de vele leden. Die heb ik met mijn bestuur toch bijna altijd mogen ervaren. NVMP: gelukgewenst, nog vele jaren. Er is nog veel te doen!

 

 

4: De Muur valt; de jaren 1989-1991

Jos Weerts

Tijdens mijn voorzitterschap van de NVMP kregen drie thema’s vooral de aandacht: de plaats, de functie en de strategie van de NVMP, de veranderingen in Oost- en Midden-Europa en de gevolgen daarvan voor de NVMP, en als laatste de interne organisatie van de NVMP. Ik begin met het laatste aspect.

De interne organisatie

Het voorzitterschap heb ik nooit geambieerd. Wel sloot dit aan bij mijn eerdere bestuurlijke werkzaamheden als lid van het Dagelijks Bestuur, belast met de buitenlandse betrekkingen en de vertegenwoordiging van de NVMP in de International Council van de IPPNW. Bovendien was er in het voorjaar van 1989 door de bestuurlijke crisis sprake van een bijzondere situatie. Ik voelde mij mede verantwoordelijk voor die situatie en wilde mij dan ook actief inzetten om de NVMP opnieuw te voorzien van een degelijke organisatorische basis.

In 1981, na de advertentiecampagne over de gevolgen van een atoomaanval op een grote Nederlandse stad, werd ik lid. Ik was toen net klaar met mijn opleiding en wilde mijn binding met wat toen de Vredesbeweging heette, voortzetten in een medisch kader, waarbij met medische en wetenschappelijke inzichten gepoogd wordt bij te dragen aan de preventie van oorlog. Er volgde een buitengewoon boeiende en intense tijd. Hoogtepunten waren onder andere het derde internationale congres van de IPPNW in Amsterdam en Noordwijkerhout (1983), de toekenning van de Nobelprijs in1985, de contacten met Oost- en Midden-Europa en het symposium op de Rijn -vier dagen varend van Bazel naar Rotterdam, met een emotionele slotbijeenkomst in de Laurenskerk.

De jarenlange groei van de vereniging moest vroeg of laat ook doorwerken op haar structuur en organisatie. Het begon in 1989 te kraken en er ontstond een conflict in het bestuur van de NVMP, beter gezegd tussen het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. Ik wil nu niet ingaan op oorzaak en verloop van dat conflict. Persoonlijk had ik het moeilijk met mijn loyaliteit aan het Dagelijks Bestuur waarvan ik deel uitmaakte, en met het standpunt van het Algemeen Bestuur, waar ik achter stond. Ik heb toen gekozen voor het Algemeen Bestuur, omdat in een vereniging, en zeker in een vereniging als de onze, de verhouding tussen bestuur en leden het ultieme criterium voor de kwaliteit van het bestuurlijk handelen is.

Het nieuw gekozen bestuur ging voortvarend aan de slag. Daarbij ging de aandacht in eerste instantie uit naar de contacten met de afdelingen en naar de interne organisatie. In die dagen organiseerde men met een bewonderenswaardige inzet huiskamerbijeenkomsten over een recent verschenen boek of over een actueel onderwerp. In twaalf maanden tijd ben ik op die manier te gast geweest bij vier afdelingen (er waren er meer in die dagen, zie de Nieuwsbrief). Eenmaal per half jaar kwamen deze afdelingen bijeen in de zogenaamde Afdelingsraad om met het bestuur van gedachten te wisselen over inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen. Bij de ledenvergadering van 1 juni 1989 werkte de vereniging voor het eerst in haar geschiedenis met een postersessie. Deze posters waren door leden voorbereid en vormden het fysieke kristallisatiepunt waaromheen een groep van geÔnteresseerden met elkaar in discussie ging over het onderwerp van de poster. Het bestuur had hiervoor gekozen om zo de actieve inbreng van leden te bevorderen. Uiteindelijk leidde dit tot de instelling van een vijftal werkgroepen die in de daaropvolgende jaren op evenzoveel deelterreinen met een zeker mandaat en een budget aan de slag gingen. Ik noem in dit verband de Werkgroep Conflictoplossing, de Werkgroep Onderwijs, de Werkgroep Milieu- en gezondheidsschade door kerntechnologie en de Werkgroep Kernstopverdrag. Hiertoe werd besloten op de beleidsdiscussiedag in het najaar van 1989. Door middel van de afdelingsraad, de werkgroepen en de invulling van de Algemene Ledenvergadering probeerde het bestuur het contact tussen leden en bestuur te bevorderen en de organisatorische basis van de vereniging te verstevigen. Dat het lukte was voor een groot deel te danken aan de loyaliteit van de leden en aan de inzet van nieuwe mensen, ook in de jaren die volgden.

De val van de Muur

Het tweede aspect, de veranderingen in Oost- en Midden-Europa, heeft mij steeds na aan het hart gelegen. De onlangs gevierde tiende verjaardag van de val van de Muur was dan ook een bijzonder moment. Naar aanleiding daarvan gaven enkele oude bekenden van de NVMP tijdens de plechtigheid voor de Brandenburger Tor hun visie op de ontwikkelingen. In de begintijd dat ik de NVMP vertegenwoordigde in de International Council van de IPPNW was er een kliek artsen uit Midden- en Oost-Europa die strikt langs de partijlijn en met partijdiscipline IPPNW-zaken in hun eigen land behartigden. Kort samengevat gebeurde dat meestal op een deprimerende en weinig constructieve manier. Zo was er de voorzitter van IPPNW-Duitsland, die in 1983 binnen twee dagen 60.000 handtekeningen van artsen in de DDR onder een petitie tegen de kruisvluchtwapens aan het DDR-staatshoofd aanbood. Hoe? Door als CoŲrdinerende Raad van IPPNW-DDR in hun functie als voorzitters van de organisaties van artsen, apothekers enzovoort namens hun leden collectief hun instemming te betuigen. De partij bepaalde ook wie aan een congres mocht deelnemen. Een doorsnee-arts in de DDR had geen informatie over de IPPNW en geen zeggenschap over het handelen van de IPPNW-raad. Via de International Council van de IPPNW drong men aan op wederkerigheid: de beweging IPPNW kon alleen geloofwaardig en effectief optreden als de deelorganisaties in hun eigen land een onafhankelijke positie innamen. Een van de momenten die mij veel voldoening gaven was, toen in 1986 een resolutie werd aangenomen die de nationale lidorganisatie van de IPPNW verplichtte om te werken op basis van een individueel lidmaatschap en om het bestuur te laten kiezen door de leden. Daarmee kregen zevenduizend belangstellende artsen in de DDR de mogelijkheid om zich in de IPPNW te organiseren. Deze resolutie was in de drie voorgaande jaren voorbereid door IPPNW-vertegenwoordigers uit vier landen. Namens deze groep heb ik in die jaren deze resolutie in de IPPNW-Council verwoord en verdedigd.

Later, in 1988 en 1989, volgden enkele aangrijpende bijeenkomsten in Oost-Duitsland, onder meer de bijeenkomst in de Evangelische Akademie in Berlijn, in juni 1989. De discussie ging daar over het recht van artsen om zich in te zetten voor een onafhankelijke vredespolitiek en voor sociale verantwoordelijkheid. Dat de oude DDR-bestuursleden mij toen apart namen en mij ronduit bedreigden en intimideerden om zo te voorkomen dat het sluimerende vuur werd aangewakkerd, vond ik niet belangrijk. Ik was hoogstens verbijsterd, maar vooral toch gefascineerd door wat er te gebeuren stond.

Ik wist echter niet dat deze nieuwe IPPNW in de DDR het platform was van waaruit de oorspronkelijke aanzet tot de democratiseringsbeweging zich aan het formeren was. (Niemand wist dat, behalve enkele vertrouwelingen in West Berlijn.) Met ontroering en verbazing zag ik in november 1989 dat het juist deze onafhankelijke IPPNW-vrienden waren die als leiders van Neues Forum naar buiten traden. Voor de NVMP was het dan ook een grote eer om ter gelegenheid van het jubileum in 1989 als eerste organisatie in Nederland een officiŽle delegatie van Neues Forum te ontvangen.

De vereniging professionaliseert

Dat brengt mij bij mijn laatste thema, het eerste van de drie die ik in mijn introductie noemde: de plaats, functie en strategie van de NVMP. In de jaren tachtig heeft de NVMP een grote vlucht genomen. Het ledenaantal groeide spectaculair na de advertentiecampagne eind 1980. De Vredesbeweging speelde een prominente rol in het maatschappelijke debat, en de NVMP leverde daarin een duidelijk aandeel. Deze ontwikkeling culmineerde in de discussie rond de plaatsing van kruisvluchtwapens in Nederland. NVMP-leden en bestuur voerden in dit kader een diepgaande discussie, waarbij het ging om de volgende vragen en thema’s:

- is de NVMP een actiegroep, onderdeel van de Vredesbeweging, of is de NVMP een wetenschappelijke vereniging die (uiteraard) zijn inzichten publiceert en ook op andere manieren overdraagt aan de maatschappij en aan de politiek?

- is de NVMP een vereniging van artsen of ook van andere disciplines en beroepen in de gezondheidszorg?

- richt de NVMP zich vooral op de kernwapens, als grootste bedreiging voor de gezondheid en de gezondheidszorg, of gaat het om de preventie van oorlog als zodanig?

- houdt de NVMP zich bezig met vraagstukken van oorlog en vrede in engere zin, of vallen daar - in ruimere zin - ook vraagstukken onder van armoede in de wereld, kernenergie en mensenrechten?

In de Nieuwsbrief van die jaren is een interessante samenvatting te vinden van deze discussie. Ik beperk mij in deze bijdrage tot drie slotopmerkingen.

De vraagstelling van de afgrenzing van het eigen vakgebied en de verhouding tot aanverwante groepen en organisaties kan de NVMP het beste oplossen door middel van overleg en samenwerking, en niet door de eigen doelstelling op te rekken en uit te breiden. In mijn dagen als voorzitter waren dat vooral de Johannes Wierstichting, Amnesty International, IALANA en een samenwerkingsverband als de Pacific-werkgroep. Nu, in een terugblik, moet ik constateren dat het niet ontbreekt aan intenties tot samenwerking en dat deze ook in concrete situaties tot stand komt. Het blijft echter beperkt tot incidentele situaties. Zeker in deze tijd is structurele samenwerking goed mogelijk door elkaar op regelmatige basis te consulteren en door onderling informatie uit te wisselen.

Wat betreft de positie en de strategie van de NVMP nam dr. Jo Verdoorn in de Nieuwsbrief stelling tegen de opvatting van de Leidse polemoloog Everts. Deze laatste vond dat de dokters zich moesten opstellen als ‘dokters tegen oorlog’ en dat men de status van een medisch-wetenschappelijke vereniging die met objectieve, wetenschappelijk gefundeerde inzichten werkt moest opgeven. Eigenlijk vond hij dat artsen in de NVMP misbruik maakten van de maatschappelijke status die het beroep toen (nog) had. Voor Verdoorn zat de essentie van de NVMP nou net in de wetenschappelijke bijdrage die de vereniging kan leveren aan de wetenschap van oorlog en vrede. Daarin onderscheidt de NVMP zich van de Vredesbeweging die gebaseerd is op levensbeschouwelijke, politieke of religieuze overtuiging. In mijn eigen bijdrage aan het jubileumsymposium op 25 november 1989 heb ik benadrukt, dat juist de combinatie van de twee disciplines die in de naam zijn verwoord de NVMP bestaansrecht verleent: medisch en polemologisch. Dit betekent dat de NVMP een vereniging is die als doel heeft het leveren van een bijdrage aan de preventie van oorlog door middel van medisch-wetenschappelijke inzichten en daarop gebaseerde voorlichting. Met dit strategische uitgangspunt werd in 1989 dan ook het contact met de KNMG hersteld. Dit leidde niet alleen tot overleg, maar ook tot berichten in Medisch Contact en tot concrete samenwerking bij het symposium over Tsjernobyl in april 1991.

Juist rond dit symposium werd de NVMP getroffen door het verlies van Jo Verdoorn, hij overleed op 27 april in Doetinchem.

Dit uitgangspunt bleek ook voldoende houvast te bieden om de NVMP inhoudelijk en in de media door de Golfcrisis te loodsen. Hier werd het dilemma tussen wetenschap en politiek, waarover vaak in studeerkamers werd nagedacht, geconfronteerd met de harde realiteit van een heuse oorlog. De Irakese invasie van Koeweit werd afgekeurd, maar instemming met de militaire en politieke reactie tegen Irak was evenmin mogelijk. Uiteraard kon de NVMP niet zwijgen, maar ik zal niet ontkennen dat dit ook voor mij persoonlijk was. Voor de schermen werd dit standpunt voor het NOS-journaal toegelicht door mijn opvolger als voorzitter, achter de schermen werd in het weekend voordat de oorlog daadwerkelijk begon, in de hervormde kerken een brief van de synode voorgelezen, die rechtstreeks op de NVMP-analyse was gebaseerd.

Het waren hectische jaren met vallende muren en oorlogen, die werden gevoerd op een wijze zoals we nog niet eerder hadden meegemaakt. Het is ons gelukt de vereniging in deze periode op koers te houden.

 

5: De periode van verbreding 1991-1995

Wout Klein Haneveld

In de vorm van een persoonlijke terugblik, met aandacht voor wat goed ging en wat mislukte, zal ik de activiteiten van de NVMP tijdens mijn voorzitterschap van 1991 tot 1995 beschrijven. Maar ik begin eerder in de tijd en sta kort stil bij mijn persoonlijke betrokkenheid bij de NVMP. Ik sluit af met enkele opmerkingen ter overdenking. Bij dit alles heb ik gezocht naar een compromis tussen enerzijds mijn drang tot volledigheid en mijn wens om iedereen recht te doen die in die jaren actief was, en anderzijds de opdracht mijn verhaal niet te lang te maken.

Wat eraan vooraf ging

Mijn persoonlijke geschiedenis met de NVMP begint in 1975 met een studiedag over De arts in dienst. Het ging over mogelijke morele spanningen tussen de artseneed en de officierseed in het leger; over ethische problemen waarin de officier-arts verzeild kan raken, enzovoort. Voor mij was dit van belang omdat ik op dat moment nog dienstplichtig was en er erg tegen opzag om deel uit te maken van een apparaat dat erop was gericht om geweld uit te oefenen. De NVMP trok mij duidelijk aan.

In 1979-‘80 werkte ik in vluchtelingenkampen in Cambodja, vlak over de grens van Thailand. Ik zag angst en onrecht en de medische gevolgen van militair geweld. Mijn bamboeziekenhuis werd meermalen beschoten en platgebrand en landmijnen ontploften rondom. Ik zag met eigen ogen hoezeer de machthebbers de situatie van vluchtelingen voor hun eigen doelstellingen misbruikten: de lokale machthebbers verkochten voedsel dat voor vluchtelingen was bedoeld om wapens te kopen waarmee ze hun eigen macht uitbreidden. Ik raakte er ook van overtuigd dat de oorzaak van veel ellende in de Derde Wereld bepaald werd door machten uit het Westen (of dat nu personen, instituties of economische verhoudingen zijn).

Enkele weken na mijn terugkeer in Nederland in 1980 kwam de advertentiecampagne van de NVMP. In het hoofdstuk van Emiel Wennen staat daar meer over. Mijn vriend Aart Huurnink was hierbij betrokken en op zijn kamer zie ik nog lange lijsten liggen van ondertekenaars. Ik geloof dat mijn naam niet vermeld staat omdat er geen ruimte meer was op de pagina.

De jaren daarna bezocht ik met enige regelmaat de afdeling Zwolle. De activiteiten tegen kernwapens, zowel van de NVMP als van de massale Vredesbeweging, ervoer ik als terecht, maar ook als slechts een gedeeltelijke invulling van mijn kritiek op de toestand in de wereld. De NVMP-symposia, en het publieke deel van het derde IPPNW-congres woonde ik bij. Na een IKV-thema-avond in 1984 richtten we in Lelystad een werkgroep vanuit de gezondheidszorg op. We meldden ons aan als NVMP-afdeling, en ik werd als vertegenwoordiger van de afdeling lid van het bestuur van de NVMP.

In 1988-89 ontstond er een meningsverschil tussen het Dagelijks Bestuur (DB) en het Algemeen Bestuur (AB), wat met veel gekrakeel uitliep op een conflict. Dit is door Jos Weerts al enigszins toegelicht. Het was een kritiek moment in de geschiedenis van de NVMP: er was veel onrust in de vereniging, de energie ging naar conflicten in plaats van naar doelen, en uiteindelijk werd de NVMP bestuurlijk onthoofd. Voor mij had dit tot gevolg dat ik onbedoeld en uit verantwoordelijkheidsgevoel voor de vereniging, secretaris werd.

Tegelijk veranderde de wereld. De in 1999 te vroeg overleden Jitze Verhoeff beschreef op het jubileum van 1989 hoe het ontstaan van de NVMP paste in de sociale ontwikkeling van de jaren zestig. Ruim tien jaar geleden viel de Muur, het communisme als geheel tuimelde om, leek het - en wat hebben we er, denkend aan onze Midden-Europese vrienden, trouwens intensief van genoten. Maar met de koude oorlog leek ook een basis van de NVMP - het protest tegen het koude-oorlogsdenken - weg te vallen.

Internationaal kwam de IPPNW in een overgangsperiode: de inkomsten liepen flink terug omdat fondsenwerving door de politieke veranderingen minder makkelijk bleek, en daarbij kwam dat Bernard Lown ging aftreden waardoor de IPPNW van een centraal geleide organisatie in een multinationale democratie moest worden omgezet.

We werden op een voor ons nieuwe, heel directe manier geconfronteerd met oorlog: bij de tweede Golfoorlog zaten we urenlang voor de televisie, de oorlog in JoegoslaviŽ vulde jarenlang de journaals, maar kwam nog dichter bij ons hart door de vluchtelingen die bij ons kwamen wonen. Vladan Ilic heeft ons op heel persoonlijke wijze, ook op bijeenkomsten van de NVMP, de oorlog en de machinaties van machthebbers en media laten voelen. Max van der Stoel noemde in de Cleveringa-oratie in december 1999 het afgelopen decennium het meest bloedige uit deze eeuw, afgezien van de Tweede Wereldoorlog. Wij hebben het allemaal gezien op de televisie, en dat heeft ons vast veranderd. Al deze veranderingen maakten, dat ook de NVMP moest veranderen.

Vanaf 1989 - het begin van mijn DB tijd - stond het streven om de vereniging te laten overleven voorop. Het nieuwe bestuur werd geconfronteerd met teruglopende inkomsten, forse schulden uit het verleden en een afkalvend ledenaantal. Veel netwerken uit het verleden liepen niet meer goed na de onthoofding van de vereniging. Het bestuur heeft toen veel geprofiteerd van de ervaring van Jos Weerts. De commissies waren nauwelijks actief en eisten dus extra aandacht, terwijl veel van de regionale afdelingen uit de jaren tachtig stopten met activiteiten.

Om te overleven had de vereniging een sterk geraamte nodig die haar voldoende draagkracht zou geven. Met Willem Hubregtse als deskundig penningmeester begonnen we regelmatig NVMP-bulletins aan de leden te sturen om hen regelmatiger te informeren, maar ook om hen met de ingesloten acceptgiro te verleiden tot financiŽle steun. Dit had succes. Hoewel het Algemeen Bestuur er eerst wat moeite mee had, gingen de richtlijnen voor contributie omhoog, en introduceerden we de actie om leden aan te sporen tot automatische machtiging voor contributiebetalingen met een notariŽle acte voor de fiscale aftrekbaarheid. Ik heb de indruk dat deze financiŽle ruggengraat een belangrijke oorzaak is voor het opmerkelijke verschijnsel dat de NVMP haar 30-jarig jubileum zo kan vieren, terwijl de meeste organisaties die in de jaren tachtig vanwege de kernwapens groot werden, nu geminimaliseerd zijn.

Ik probeerde steun te vinden bij de farmaceutische industrie: als bestuur hebben we zodoende een prachtige bestuursdag gehad op een skŻtsje in Friesland (waar ook Dora van Albada nog bij kon zijn). Astra en Glaxo ondersteunden trouwens het 25-jarig jubileum en de heruitgave van Arts en Oorlog. Carol de Jong van Lier zorgde er op eigen wijze voor dat de VVAA als sponsor verbonden werd aan het NVMP-briefpapier, en buitte zijn relatie met een kloosterorde in de buurt uit.

Het gezicht van de NVMP werd bepaald door kernwapens en de term medische polemologie, waarbij ook de beroepsgroep in die gepolariseerde maatschappij van de jaren tachtig in twee kampen verdeeld was. Hoe moest dat in de jaren negentig verder? Met wie moesten we samenwerken en wat moesten onze thema's zijn?

Het was voor mij een prioriteit om de relaties met de artsenorganisaties te verbeteren. In 1989 hoorden Jos Weerts en ik in een gesprek met KNMG-voorzitter Cense, dat de houding van de NVMP in de jaren tachtig voor de KNMG te oppositioneel was, en zelfs voor sommigen binnen de KNMG erg pijnlijk was geweest. De KNMG bleek open te staan voor constructieve samenwerking. Zo lukte het om samen met de KNMG in 1991 het symposium 5 Jaar na Tsjernobyl - de medische gevolgen te organiseren. De houding van de KNMG is sindsdien altijd heel positief geweest: de KNMG ondersteunde bijvoorbeeld de motie in de World Medical Association voor het World Court Project. Dat zou vůůr 1989 ondenkbaar zijn geweest. Een officiŽle relatie met de KNMG zoals Amnesty International heeft de NVMP niet aangevraagd, en in Medisch Contact schreven we (te) weinig. Wel probeerden we beroepsgroepen op een bepaald thema aan te spreken: het lukte niet om de brochure Kernongevallen en de huisarts door de industrie te laten aanbieden aan de huisartsen en internisten in Nederland, maar de oogartsen werden door Jan Gevers wel met succes aangeschreven voor een actie tegen laserwapens. Pas na mijn tijd werd deze methode verder toegepast (bijvoorbeeld de orthopeden en revalidatieartsen in verband met landmijnen).

Aanzet tot verbreding

Wij begonnen te zoeken naar coalities om het draagvlak van de vereniging te verbreden. De relaties met andere beroepsgroepen en met de vredesorganisaties verliepen via het Platform Beroepsgroepen voor de Vrede (Hans Bottema) de Pacific-werkgroep (An Mercx en Marjolein Quene) en bijvoorbeeld het Landelijk Beraad Vredesorganisaties (LVBO) en de Nederlandse Kernstop Coalitie. Bij het LBVO voelden wij ons niet thuis (zo ondervond Henk MŁlder), maar met de beroepsgroepen werden de banden aangehaald: Hans ging in ons bureau een lezingencyclus organiseren, en in 1995 werd het eerste gezamenlijke symposium met de Economen en Juristen voor de Vrede georganiseerd.

De NVMP stond veelal bekend als ‘de Nederlandse vereniging met de moeilijke naam' - medische polemologie is een kreet die bij buitenstaanders niet snel associaties oproept. Wat waren onze thema's en welke naam paste ons? En deed de NVMP nog wel meer dan alleen ‘tegen de bom’ of ‘voor de vrede’? Er is een gesprek geweest met milieuartsen die samen met de NVMP een vereniging voor zowel vrede als milieu wilden oprichten. Of konden we dan ook samengaan met de Johannes Wier Stichting voor mensenrechten? Even werd gezamenlijke huisvesting in Den Haag besproken met onder meer Johannes Wier, de NVVN (en VJV?) in Den Haag. De naam van onze Britse zusterorganisatie sprak mij aan. MEDACT, een organisatie die inderdaad op al deze vlakken wel actief was. Helaas kon ik in het Nederlands geen vergelijkbare kreet bedenken. De NVMP besloot alleen te blijven maar wel de naam anders te presenteren: NVMP- vereniging voor Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken. Het woord polemologie werd iets verstopt, evenals het woord medisch. Hierdoor werd het gemakkelijker voor onze ledenverpleegkundigen om de naam in eigen gelederen te gebruiken. We maakten een nieuwe ledenfolder en een nieuwe informatiebrochure (Michael Parunovac, Konnie Hebeda en anderen). In die tijd lukte het mij nog niet om al een comitť van aanbeveling te krijgen.

Het bureau naar Utrecht

Belangrijk voor de vereniging was de stap om het bureau vanuit het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken in Nijmegen naar een eigen ruimte in Utrecht te laten verhuizen.

Het gaf de vereniging een hart, een eigen plek. Het had gevolgen voor de menskracht: in de laatste jaren in Nijmegen waren, al dan niet via subsidieconstructies, veel bureaumedewerkers actief: Andries van der Broek, Tonnie van der Broek, Leoni Sipkes, Petra Peeters, Heleen Smulders, Nelleke de Koning, Ad van Rijckevorsel, Loes Buurman-van der Weg, Maayke van Bijsterveld, Annemiek Bootsma, Hester Dijk. Dat bracht naast werkkracht ook veel zorgen voor de opeenvolgende secretarissen (na mij waren dat Henk en Carol). In Utrecht gaf Hans van Iterson ons bureau een gezicht. Hij was er altijd en zorgde voor continuÔteit. Hans is dit jaar ook jubilaris: hij begon in zomer 1989 en zorgt nu al die jaren met grote stabiliteit dat de vereniging blijft draaien. Ik meen dat de NVMP zich heel gelukkig mag weten met de inzet en het uithoudingsvermogen van Hans.

Deskundige informatie moet de basis vormen voor NVMP-activiteiten, en we probeerden de documentatie goed voor het voetlicht te brengen. Barthold Hengeveld besteedde honderden uren aan het op orde brengen van alle archiefdozen in Nijmegen en later in Utrecht om het archief toegankelijk te maken voor geÔnteresseerden. We probeerden een brochurereeks met herkenbaar uiterlijk te produceren: de lay-out van de NVMP-folder werd ook de basis voor de lay-out van de brochures Biologische wapens en Kernongevallen en de huisarts, van het jaarverslag, de studie van Hans van Iterson over onderwijs en de studie van Ferry Zoutenbier. Jan Gevers werkte hard aan de bekendmaking van de IPPNW-publicaties.

De stem van de NVMP is de Nieuwsbrief: al sinds 1981 een toonbeeld van betrouwbare regelmaat, degelijkheid en kwaliteit. De redactie moderniseert het productieproces en de lay-out regelmatig. Han Moll was tot zijn plotselinge overlijden in 1995 een sterke stuwende persoonlijkheid. Ben Ike, Hans van der Dennen, Akke Botzen, Margreet Bakker en Konnie Hebeda en later Louwrens Hessels wisten het toch te continueren - hoewel ze zich ook moesten redden zonder Piet Rot, die zich na vele jaren van grote inzet terugtrok.

In 1993 werd nog op een andere manier eenstemmig geluid gemaakt: de NVMP organiseerde drie benefietconcerten: een concert tijdens het Europees IPPNW-studentencongres en prachtige concerten rond Hiroshima-dag in Utrecht en Edam, dankzij de inspanningen van met name Christien Mudde.

Vele handen en voeten

Toen de meeste afdelingen na 1990 stopten, organiseerden we het NVMP-werk rond werkgroepen, die handen en voeten gaven aan de doelen van de NVMP.

De Werkgroep Kerntechnologie (met onder anderen Jan Gevers Leuven, Margreet Bakker en Johan Havinga) produceerde Kernongevallen en de huisarts, en stimuleerde de IPPNW-publicaties Plutonium - Deadly gold of the nuclear age, Radioactive Heaven and Earth en Nuclear Wastelands. Jan Gevers schreef met Akke Botzen, op geheel eigen wijze in bijzonder heldere en pakkende stijl de brochure Plutonium voor iedereen - u weet hoe goed Jan in staat is dergelijke materie tastbaar en voelbaar te presenteren.

Er kwam een actieve Werkgroep Studenten: Juliette Parlevliet, Redmer van Leeuwen, Johannes van der Heide, Petra van Paasen, Vladan Ilic, Barbara van Leeuwen, Kitty Geeling en anderen. Na in Spanje aan een Europees studentencongres geroken te hebben, organiseerden ze een jaar later in 1993 het Europees IPPNW-studentencongres in Maastricht. Juliette en Redmer waren verschillende jaren lid van het bestuur. Kitty Geeling zorgde voor een groot wandkleed over vrede, dat vijf jaar in Belgrado in een medische academiezaal heeft gehangen. De studenten hielpen met de organisatie van het volgende Europese studentencongres in Poznan, en ze verkochten vredesnieuwjaarskaarten om de kosten te dekken. De ervaringen met de Albanese studenten maakten zo’n grote indruk dat we probeerden iets voor AlbaniŽ te doen (en Carol reisde er dus heen).

Met Fernando Lopes da Silva en Henk Groenewegen, Jitze Verhoeff en Emiel Wennen probeerde de Werkgroep Onderwijs te bereiken dat in het medisch onderwijs aandacht zou worden gegeven aan vraagstukken van oorlog en vrede. Henk begon in Amsterdam met een prachtig breed programma, Joost en Betty Meyboom hielden al jaren met veel persoonlijke inzet een keuzeproject in Groningen in stand. Later moest dit na reorganisatie van het curriculum helaas stoppen. In 1994 droegen ze wel hun steentje bij aan de organisatie van het groots opgezet congres Arts en Oorlog, georganiseerd door de Medische Faculteitsvereniging Panacea.

In Rotterdam kreeg de NVMP van Paul van der Maas gelegenheid een aantal colleges te vullen (Jan Gevers en Jos Weerts). Uitbreiding naar universiteiten in Utrecht, Nijmegen of Maastricht lukte niet. Hans van Iterson rondde een onderzoek af naar de wenselijkheid en invulling van universitair onderwijs in gezondheidszorg en vredesvraagstukken. Hij concludeerde dat er een basis was voor meer aandacht voor vredesvraagstukken in het medisch curriculum, maar het lukte ons in de Werkgroep Wetenschap (met aanvankelijk onder anderen Han Moll, Barthold Hengeveld, Jos Weerts, Wirtjo Lawant en Henk Groenewegen) tot mijn grote spijt helaas niet om een bijzonder hoogleraar te krijgen, ondanks voorzichtige pogingen in Groningen en Amsterdam. Wel werden uiteindelijk tot mijn grote voldoening de banden met de Stichting Studiefonds Medische Polemologie aangehaald. En ook is mijn wens uitgevoerd: een bewerkte herdruk van Arts en Oorlog - het boek van Verdoorn dat voor velen de basis voor de NVMP legde (en dat ik maar nergens kon krijgen). Dat dit gelukt is, beschouw ik als een van mijn hoogtepunten binnen de NVMP, evenals het feit dat ik het boek mocht aanbieden aan Frouwke Laning-Boersma.

Erg gelukkig was ik met de start van een Werkgroep Verpleegkunde en Vredesvraagstukken.

Mans van Zandbergen, Lineke Schakenbos en Ferry Zoutenbier werkten gedreven en deskundig om zo concreet mogelijk hun basisvisies over geweld en vrede te relateren aan de opleidingen in hun vak. Ze probeerden internationaal een netwerk op te bouwen. Ferry schreef een prachtige studie naar de plaats in de verpleegkundige theorieŽn van preventie in het algemeen en de preventie van oorlog in het bijzonder. In 1994 organiseerden ze speciaal voor verpleegkundigen met groot succes het eerste deel van het NVMP-25-jarig jubileum.

De Werkgroep Conflictoplossingen veranderde de eigen naam gelukkig al snel in de realistischer naam Conflicthantering. Emily Pangalila, Mimi Tyssen, Michael Parunovac, Tom Hanrath, Joost Meyboom, Carol de Jong van Lier en anderen deden studie, brachten werkbezoeken aan Noord-Ierland en Duitsland, maar werden voor mij met name waardevol door hun rollenspel bij het onderwijs aan studenten: hoe moet je omgaan met conflicterende partijen? Het begrip mediation en de principes ervan was in Nederland misschien wel het eerst in de NVMP bekend. Daarom is het opmerkelijk dat de NVMP niet betrokken is geweest bij de oprichting van een Nederlands Mediation Instituut, noch bij de mediators die nu overal in de medische praktijk en in het management actief zijn. Zijn we te veel op het buitenland georiŽnteerd en letten we te weinig op onze eigen omgeving? Of is er een te groot verschil tussen het micro-, meso- en globale niveau? Wel ging Charles Tauber naar ex-JoegoslaviŽ. Als Europees IPPNW-vice-president heb ik meegewerkt aan verschillende ontmoetingen tussen artsen uit al de verschillende republieken uit voormalig JoegoslaviŽ, en heb ik ervaren hoe moeilijk mediation is in een concrete oorlogssituatie. Ik heb daardoor overigens ook extra veel respect gekregen voor de problemen waarmee ‘onze' soldaten bij missies in gebieden als BosniŽ en Kosovo geconfronteerd worden. En nadat ik mensen als prof. Milan Popovic en Vuk Stanbolovic uit Belgrado had leren kennen, was het voor mij voorgoed onmogelijk om ondanks mijn walging van Milosevics politiek een hekel te krijgen aan de ServiŽrs als volk.

Ik had de eer om enkele jaren coŲrdinator van de Europese IPPNW te zijn, en later ook vice-president van de IPPNW namens Europa. De internationale activiteiten van de IPPNW in deze jaren zouden veel ruimer aan bod moeten komen, maar dat valt buiten het onderwerp van dit jubileumsymposium. Wel genoemd mag worden dat de NVMP met groot succes in 1992 de European Representatives Meeting organiseerde in Noordwijkerhout. In deze jaren was de eerste concrete samenwerking met onze Vlaamse collegae een feit: ter ondersteuning van mijn Europese werk had ik een tijdlang Jan van de Putte in dienst, dankzij een ingewikkelde constructie via penningmeester Marc Vandeweerdt. Carol en Auke haalden actief de relaties met Bulgarije, AlbaniŽ en Duitsland aan.

World Court Project en Abolition 2000

Graag zet ik het World Court Project in de schijnwerpers. Vele leiders van de IPPNW hielden de verwezenlijking van het idee van de onvergetelijke Erich Geiringer aanvankelijk niet voor mogelijk. Maar het lukte toch om vanuit de medische achtergrond via de WHO het Internationaal Gerechtshof in Den Haag tot een uitspraak te brengen over de rechtmatigheid van kernwapens. Heel velen hebben hieraan meegewerkt, met name noem ik Henk MŁlder en Ton van Asseldonk. Voor mij persoonlijk was het een historisch moment om met een vrachtwagen vol documenten met - naar zeggen - 100 miljoen handtekeningen, in het Vredespaleis ontvangen te worden.

De IPPNW publiceerde Abolition 2000, een handboek voor lobbywerk op basis van een heldere analyse van de feiten, gericht op contacten met decision-makers. Het doel was om in het jaar 2000 een wereldwijd verdrag te hebben met een vastgelegd tijdschema voor totale afschaffing van kernwapens. Dit doel is niet gehaald, ik ben bang dat we er nog decennia aan moeten blijven werken.

Oorlog en vrede zijn mensenwerk - en ook de geschiedenis van de NVMP gaat over mensen die het vlees en bloed van de vereniging vormen. Er is in de loop der jaren heel erg veel gedaan door een kleine groep mensen. Ik noem daarom veel namen, omdat het opmerkelijk is hoe velen van u zolang en intens actief blijven. Onderling praten we wellicht niet zo snel over onze drijfveren en inspiratie - want waar halen u en ik die vandaan? Ieder van u zal vast in de eigen levensgeschiedenis ervaringen hebben die de energie leveren om door te zetten. Voor mij waren dat enerzijds de woede tegenover machthebbers die wapens in plaats van brood kochten, en het verantwoordelijkheidsgevoel voor de vereniging. Daarnaast zijn voor mij zeker ook de mensen die we leerden kennen een bron van inspiratie. De internationale contacten via de IPPNW maakten het mogelijk betrokkenheid te voelen bij vele gebeurtenissen in de wereld, en het waren toch ook vaak prachtige mensen. Ik noemde al Erich Geiringer, die luidkeels in Lelystad met mijn tuinman Zolang de lepel in de breipot staat ging zingen; ook Ulrich Gottstein, Michi Roelen en Barbara Hoevener, Tibor Varga en Zita Makoi, Milan Popovic, Ron McCoy, Bernard Lown en Victor Sidel - aan laatstgenoemde is gelukkig de Verdoornprijs 1999 uitgereikt - en tientallen anderen uit tientallen landen.

Op de lange duur kon ik de inspanningen voor de NVMP en de IPPNW niet meer combineren met de toenemende belasting van mijn vak en mijn wens om meer tijd te besteden aan familie en gezin. De spanning tussen wetenschappelijke beroepsvereniging en vredesactivisme vond ik soms een moeilijke spagaat. Dus heb ik het stokje met genoegen overgegeven aan Auke van der Heide die na vele jaren bestuurslidmaatschap mijn functie met grote vanzelfsprekendheid kon overnemen. Toch wil ik van de gelegenheid gebruik maken om, net als Emiel in zijn hoofdstuk heeft gedaan, de lezer enkele punten ter overweging mee te geven. Tijdens het jubileum hebben we hierover kort van gedachten gewisseld - te kort mijns inziens. Vandaar ter afsluiting nog enkele punten.

Slot

De bedreigingen van oorlog en geweld zijn anders, maar waarschijnlijk groter dan tien jaar geleden. Wat de positie van de NVMP, en van mijzelf als persoon moet zijn, is mij niet steeds duidelijk. Een aantal onderwerpen die mij het afgelopen jaar hebben geraakt geven mijn dilemma's weer:

1. In 1989 en 1994 werd de relatie met militaire artsen als nauwelijks of niet relevant voor de NVMP gezien. Nu blijkt dat we de contacten met militaire artsen wellicht te minimaal hebben gelaten, gezien de inzet en taak van ons leger en situaties als Srebenica, medical neutrality en dergelijke. Hadden we onze stem moeten laten horen?

2. Wat betreft ‘principes versus vuile handen': Bolkestein ging in op de rol van personen die situaties in de voormalige Sovjet-Unie ondersteunden. Hoe kijken wij terug op de IPPNW-relatie met Chazov en anderen? Cleveringa zei in 1940 dat zwijgen soms halve medeplichtigheid kan betekenen. Hebben we ooit binnen de NVMP stilgestaan bij de vraag of we naÔef waren ten aanzien van ‘de Russen’?

3. Het lijden van het volk van Irak is ons uitgebreid bekend: de kinderen, de Koerden, de sjiieten. De leider van IPPNW-Irak werd vermoord, waarschijnlijk op last van de regering. Max van der Stoel noemt het Irakese regiem een van de meest onderdrukkende die er zijn. En wij protesteerden wel tegen de Golfoorlog en de boycot, maar we ontketenden geen actie om Saddam te beÔnvloeden. Ik ben er niet uit.

4. Kosovo: Albanese collega's vroegen de IPPNW in de periode dat ik IPPNW-Europees VicePresident was (1993-1995), er meer aan te doen dat Kosovo de eigen rechten terugkreeg. Joshka Fischer vroeg in 1999 na afloop van de oorlog om Kosovo op indrukwekkende wijze aan zijn achterban of deze vond dat Milosevic de Nobelprijs voor de Vrede moest krijgen - in onze gelederen was het moeilijk een mening te vinden. In 1999 protesteerde de IPPNW wel tegen de inzet van militair geweld, maar voerde in de jaren ervoor en erna geen actie om Milosevic te beÔnvloeden. Voor mij verwarrend en onvoldoende besproken binnen de vereniging.

5. VN-rapport over Srebenica en ik citeer: ‘De kardinale les van Srebenica is dat een bewuste en systematische poging tot terroriseren, verdrijven en uitmoorden van een heel volk moet worden geconfronteerd met alle noodzakelijke middelen en met de politieke wil dat beleid tot zijn logische conclusie door te voeren’. De houding van onpartijdigheid in BosniŽ was desastreus. Had de NVMP daar een visie op?

NVMP-vrienden, het was mij een genoegen terug te blikken. Ik eindigde met de beschrijving van enkele dilemma’s. Van harte hoop ik dat de NVMP een bijdrage zal leveren aan een begin van een oplossing van sommige van die dilemma’s!

 

6: De jaren van consolidatie

Auke van der Heide

Geachte lezers, beste collegae, ik aarzel hoe ik u zal aanspreken. Collega klinkt te neutraal, lezer zo afstandelijk. Medestrijder verwijst te veel naar de negentiende eeuw, en om te beginnen met lotgenoten is mij te fatalistisch. Vrienden, dat is toch het beste woord, want zo voel ik toch de kleine gemeenschap waarmee we in de medische wereld een soort Gideonsbende vormen, een groep die telkens weer op een bescheiden wijze de aandacht vraagt voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken. Gezondheidszorg en vredesvraagstukken, de nieuwe ondertiteling bij de NVMP waar mijn voorganger Wout Klein Haneveld, de man die altijd vol zat met ideeŽn over de koers die de NVMP zou moeten inslaan, voor gezorgd heeft.

Toen ik als voorzitter in 1995 begon, leek het er soms op alsof de zin van de vereniging achterhaald was. Immers, de Koude Oorlog was voorbij, ‘gewonnen’ door het Westen zoals ons steeds triomfantelijk werd voorgehouden en er zou een nieuwe wereldorde komen met een politiek systeem dat in de westelijke wereld was ontwikkeld en dat door alle wereldburgers werd omarmd, behalve door een paar zielige mensen die in een dictatuur leefden - maar dat zou ook over niet al te lange tijd wel goed komen. Het einde van de geschiedenis was toch aangebroken? Het Non Proliferatie Verdrag was gesloten, het Comprehensive Test Ban Treaty was ook getekend. Een paar kleinigheden als een verdrag tegen landmijnen moesten er nog komen en we moesten nog wat tegen kleine wapens doen, maar dat was meer iets voor de eigen regeringen, want in Nederland waren al deze zaken toch prima geregeld!

Wanneer je met werkers in de gezondheidszorg sprak of met mensen daarbuiten, vroeg men zich altijd vol verbazing af wat wij nog voor bijzonders wilden, want wat wij wilden was toch de wens van iedereen? Kortom, zou het niet veel verstandiger zijn onze energie te richten op nuttiger en urgenter zaken? Soms bekroop je wel eens het gevoel dat de mensen die dit zeiden misschien wel eens gelijk zouden kunnen hebben en dat het misschien wel zinloos was wat je deed. Had de Vredesbeweging, hadden de mensen die zich jaren ingezet hadden voor betere verhoudingen in de wereld, dat allemaal niet voor niets gedaan? Werd de loop der gebeurtenissen niet veel meer gestuurd en zelfs bepaald door economische- en machtsfactoren waar wij helemaal geen enkele invloed op hadden, tenminste als wij de tot nu toe daarvoor gebruikte methoden bleven toepassen?

Communicatie en vreedzame coŽxistentie

Vragen, alsmaar vragen, en geen antwoorden. Dus moesten en moeten we zelf de antwoorden op de vragen geven. Deze antwoorden kunnen we alleen maar geven wanneer we terugkijken en naar de geschiedenis luisteren en erachter proberen te komen hoe het allemaal gegaan is.

In Friesland heersten in de Middeleeuwen moord en doodslag. De heren van Galama uit Koudum trokken op tegen Irnsum, kortom iedereen vocht tegen iedereen. In de vorige eeuw was er een oorlog tussen BelgiŽ en Nederland en zelfs in deze eeuw wilde BelgiŽ nog een stukje Nederland annexeren. Ook vochten de volkeren van Europa en hun nazaten in de nieuwe wereld als zogenaamde erfvijanden twee wereldoorlogen uit. Hoe komt het dat dit soort conflicten in onze streken nu niet meer voorkomen? Sterker nog, hoe komt het dat deze conflicten hier praktisch ondenkbaar zijn? Ik denk dat een aantal factoren hierbij een rol speelt, waarvan ik er een zal noemen. Door de toegenomen communicatiemogelijkheden is het net alsof we elkaar heel goed hebben leren kennen. Ook door vakanties die we doorbrengen in veel landen waar onze voorouders nooit geweest zijn, en door allerlei internationale gebeurtenissen kennen wij elkaars lot.

Ik weet dat dit niet altijd positief uitwerkt. Denk aan de voetbalrellen, niet alleen nationaal maar ook internationaal. Toch werkt communicatie vaak heel positief, schijnbaar paradoxaal, juist bij negatieve gebeurtenissen als natuurrampen, denk bijvoorbeeld aan de recente aardbevingen in Turkije en Griekenland. Hoewel ik mijn ogen niet sluit voor de misdaden in BosniŽ en Kosovo en ik weet dat zelfs buren elkaar daar te lijf gingen, denk ik toch dat de positieve effecten van de verbeterde communicatie de overhand hebben. Fundamentalistische groepen zoeken hun kracht in het isolement. Waarheid is het eerste slachtoffer in een oorlog. Het is dan ook niet verwonderlijk dat tegenwoordig bij conflicten, ook in de westelijke wereld met zijn zogenaamde vrije pers, het nieuws zo sterk gemanipuleerd wordt. Open communicatie is duidelijk een levensvoorwaarde voor een vreedzame coŽxistentie. In het verlengde hiervan wil ik onze voortreffelijke Nieuwsbrief noemen. Naar mijn inzicht is communicatie via ons blad van het grootste belang voor de vereniging. Louwrens Hessel was tijdelijk hoofdredacteur van de Nieuwsbrief. Hij verving Han Moll die onverwacht was overleden. Hessel heeft deze moeilijke functie op voortreffelijke wijze ingevuld.

Contacten verstevigen

Open communicatie had ik ook op het oog toen ik bij mijn aantreden als voorzitter stelde, dat de banden met Duitsland en BelgiŽ aangehaald zouden moeten worden. Met BelgiŽ is dat het beste gelukt. Dit samen-op-weg proces dat op 6 maart 1996 begon, heeft geen twintig jaar nodig gehad om tot resultaten te leiden. De vernieuwde Nieuwsbrief verscheen in mei 1998. Dat ook een gemeenschappelijke taal niet alle misverstanden uit de weg ruimt, heb ik van Mark Vandeweerdt geleerd. Heeft in de Nederlandse taal het woord kostelijk de betekenis van grappig, in BelgiŽ is het woord kostelijk het equivalent voor kostbaar, van grote waarde. En wij onszelf maar grappig vinden, terwijl de Belgen voortdurend denken dat wij Nederlanders het weer over geld hebben! Ook het gemeenschappelijke congres over het veiligheidsdenken in Europa was het resultaat van beider inspanning. Met Duitsland zijn de contacten in het grensgebied van belang. Ons erelid Carol de Jong van Lier heeft deze band versterkt.

Ik denk dat de belangrijkste gebeurtenis voor de NVMP tussen 1995 en 1999 de volgende uitspraak van het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag op 8 juli 1996 was: ‘The threat or use of nuclear weapons would generally be contrary to the rules of international law applicable in armed conflicts and in particular the principles and rules of humanitarian law’. Naar mijn overtuiging vormde deze uitspraak een mijlpaal in de naoorlogse geschiedenis.

Hague Appeal for Peace

De grote internationale bijeenkomst met duizenden deelnemers, de Hague Appeal for Peace, was voor velen van ons een onvergetelijke gebeurtenis. Het begon klein met de feestelijke opening op 4 mei 1998, toen bisschop Tutu in Nieuwspoort het officiŽle startsein gaf. Het eindigde in een grandioze happening met achtduizend deelnemers in mei 1999. De NVMP was betrokken bij drie workshops: Nuclear dangers in the Kola peninsula, Revisiting Dutch-Indonesian relationship en Lessons from Belgium regarding co-existence of plural communities. De voorbereiding voor deze workshops was langdurig en niet gemakkelijk. De organisatie van een dergelijk mega-evenement is gecompliceerd. In de aanlooptijd was er ook vaak onduidelijkheid over de vraag of sommige workshops wel of niet zouden doorgaan. Dankzij de vasthoudendheid van een aantal leden is het toch gelukt.

Toch weer kernproeven

Naast hoogtepunten waren er ook dieptepunten. In deze zin waren de Franse kernproeven op Mururoa op te vatten als een dieptepunt. De NVMP sprak met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en liet haar protest ook in Frankrijk horen. China had eveneens zijn proeven en Pakistan en India voegden zich bij deze treurige rij van landen met inzetbare kernwapens. Telkens liet de NVMP zijn stem horen. Misschien hebben deze reacties, ook al omdat de daders de proeven zo gemakkelijk kunnen voorkomen, op den duur toch een effect. De NVMP liet een duidelijke waarschuwing horen tegen de lancering van de Cassiniraket op 15 oktober 1997. De NASA haalde hiermee een gevaarlijke stunt uit, die gelukkig tot nu toe goed afgelopen is, maar die voor de zoveelste maal bewijst dat het van groot belang is deze enthousiaste technici in de gaten te houden en op tijd voor hun onverantwoord handelen te waarschuwen.

Internationaal waren er de bekende congressen. Georganiseerd door de IPPNW in Worcester Massachusetts met als thema Peace Through Health, verder de Abolition 2000 en een congres in Melbourne met als thema Healing the world of violence, towards a sustainable peace. De deelnemers hebben deze congressen als bijzonder stimulerend ervaren: je weer opgeladen voelen, er weer tegenaan willen gaan, je laten inspireren door zo’n grote groep enthousiaste medecongresgangers. De verpleegkundigen hadden hun congres in Vancouver in 1997, georganiseerd door de International Council of Nurses.

De jaarlijkse NVMP-congressen

De NVMP organiseerde zelf ook, zoals het hoort, haar jaarlijkse congressen. In 1996 ging het over Hoe bouwen we vrede op? Hovens, Stelling, Nachtigaal en Opdam leverden daartoe materiaal aan. In 1997 luidde de titel: Door recht naar vrede. De Waart, De Gaay Fortman en Post zorgden voor inspirerende voordrachten. Op dit congres werd tevens het echtpaar Wennen tot erelid van de vereniging benoemd. Op 21 augustus 1997 overleed erelid Tineke Wennen, die tot het eind van haar leven grote belangstelling heeft getoond voor het wel en wee van de NVMP. In 1998 stond in het congres een actueel onderwerp centraal: Er zijn geen grenzen meer. De Milliano, Rima en Willems waren de sprekers. In 1999: Rusland een staat in verval. Oversloot en Scharrenborg zorgden voor de inhoud. Dit congres leverde veel stress op omdat op het allerlaatste moment twee van de sprekers niet konden komen. De Russische spreker moest verstek laten gaan vanwege de ongepaste tegenwerking van de visaverstrekkers. Al deze congressen zijn steeds samen met de Economen en de Juristen voor Vrede georganiseerd. Deze samenwerking is voor de vereniging van vitaal belang en is het waard om gekoesterd te worden

NVMP-studenten

De studenten zijn in toenemende mate actief en laten steeds vaker van zich horen. Wij stimuleren deze ontwikkeling van harte. Zij organiseerden congressen in Bilbao en in 1998 was er het European Student Congress. Ook het Genesis project in Banja Luka wil ik noemen. De Studentencommissie, opgericht in 1998, is bijzonder actief. Deze nieuwe generatie stimuleert de wat oudere leden. Hun enthousiaste aanpak en de uitstraling zijn vruchtbaar voor de hele vereniging. De Cleveringa-Leerstoel aan de Leidse Universiteit werd in 1999 bezet door Vic Sidel. Hij maakte grote indruk met zijn inaugurele rede. Hij bleek veel te weten van de Nederlandse geschiedenis. Sidel sprak de studenten direct aan, voor hen gaf hij enthousiasmerende colleges.

Ter afsluiting

In mijn voorzitterstijd heeft een revolutie plaatsgevonden in de communicatie. Tot dan toe werd voornamelijk de telefoon gebruikt in de onderlinge verbindingen. Er werd tamelijk veel telefonisch vergaderd, en ook de fax werd gebruikt. In de tweede helft van mijn voorzitterschap werd de E-mail ontdekt als een onmisbaar middel in het overleg. Het kantoor onder de voortreffelijke regie van Hans van Iterson liet de berichten heen en weer flitsen. De NVMP heeft zelfs een homepage gekregen. Hierop zijn alle belangrijke NVMP-gebeurtenissen te volgen. De fakkel is nu doorgegeven aan een aanzienlijk jonger bestuur. Lang leve de NVMP!!

7: Toekomstbeelden

Elske Hoornenborg

Als actief student lid en lid van het bestuur van de NVMP wil ik graag brainstormen over wat de toekomst zal brengen, voor ons, voor de NVMP. De studentengeneratie die ik vertegenwoordig is erg actief en betrokken bij onderwerpen als nucleaire wapens, mensenrechtenschendingen en de rol van de arts. Door de jaren heen zijn er natuurlijk verschillende studentengeneraties geweest die zich ook hiermee bezig hielden. En zoals dat gaat met studenten, ze komen en gaan, verdwijnen uit het gezichtsveld, gaan naar het buitenland, blijven wel of niet betrokken. Dat studenten vaak betrokken zijn in hun studententijd heeft, denk ik, verschillende oorzaken: we hebben tijd naast onze studie, denken na over bepaalde problemen en definiŽren onze eigen rol daarin, maar het belangrijkste argument is dat we jong zijn, en dat de toekomst - wat die ook mag zijn - de onze is! Hoe de toekomstige wereld er uit ziet is van het grootste belang, want het is de wereld waarin wij zullen leven en werken. Studenten en jongeren hebben daarom alle recht om zich uit te spreken over, en invloed uit te oefenen op de toekomst.

Huidige gevaren en problemen

Er is in deze tijd nogal wat om ons druk over te maken. Om eens wat te noemen: het gevaar op een accidentele, per ongeluk ontketende kernoorlog, de steeds voortdurende proliferatie van kernwapens, de - binnen afzienbare tijd - realiseerbare etnobom die effect heeft op mensen van een bepaald etnisch ras, de verwerping van de Comprehensive Test Ban Treaty door de Amerikaanse Senaat, de wapens in de ruimte, toenemende etnische conflicten en de slecht geregelde gezondheidszorg voor illegalen in Nederland.

Hoe kunnen wij invloed uitoefenen op deze en andere problemen? Wat dit punt betreft kunnen de studenten veel leren van de artsen die op deze gebieden actief zijn. Daarom ook organiseren we trainingen voor onszelf en voor andere studenten, we bezoeken lezingen en organiseren lezingen met sprekers van wie we willen leren, en we organiseren onderwijs op faculteiten. We leren lobbyen en netwerken en proberen zoveel mogelijk mensen te leren kennen van wie we kunnen leren. De kennis die we zo vergaren, geven we door aan nieuwe studenten die actief willen worden. We proberen hen te betrekken bij wat we doen.

Onderwijs

We willen zoveel mogelijk studenten bewust maken van de bovengenoemde problemen, en met name van de rol die een arts hierin kan spelen. Dit kan zowel een positieve rol zijn, als - onbewust - een negatieve. In de geschiedenis zijn genoeg voorbeelden te vinden van artsen die hebben meegewerkt aan zaken als het ontwikkelen van effectieve wapens en het folteren van mensen. We willen studenten hierover laten nadenken, en hen ervan bewustmaken dat artsen een zekere verantwoordelijkheid hebben - niet alleen in de spreekkamer, maar ook ten aanzien van de maatschappelijke en politieke context van ziekte en gezondheid van mensen. Om dit te bereiken lobbyen we intensief om onderwijs op de verschillende faculteiten te mogen verzorgen, hetzij facultatief, hetzij in het vaste curriculum. Dit begint langzamerhand aardig te lukken, natuurlijk in samenwerking met dokters en andere organisaties. In de toekomst willen we bereiken dat studenten op alle faculteiten onderwijs over de verantwoordelijkheid van de arts krijgen aangeboden.

Samenwerken

Iets anders wat we belangrijk vinden, is samenwerking. We doen er dan ook hard ons best voor en werken samen met onder andere de Johannes Wier Stichting en de International Federation for Medical Students’ Associations, organisaties die voor een groot deel dezelfde doelen hebben, met soms een andere insteek. Allemaal werken we immers toch voor een ‘healthier tomorrow’? Door samen projecten te ontwikkelen en uit te voeren sta je vaak sterker. Ik denk dat wij als studenten hier extra voor open staan omdat we relatief nieuw zijn in de organisaties, we hebben nieuwe ideeŽn en willen verder kijken dan de bestaande lopende projecten. In de toekomst hopen we veel samen te werken en elkaar te versterken in de doelen die we ons stellen.

Acties

Om zoveel mogelijk mensen duidelijk te maken wat bijvoorbeeld het gevaar is van een nucleaire oorlog, organiseren we acties. Tentoonstellingen houden of de straat op gaan is altijd typisch iets voor studenten geweest, dus dat zullen we in de toekomst blijven doen.

Het kost veel tijd en energie om bovengenoemde doelen te bereiken, daar loopt iedereen steeds weer tegenaan. Een van onze manieren om daarmee om te gaan is teambuilding, een echt modeverschijnsel, dat wel. Maar op de internationale studentenbijeenkomsten voel je de kracht van het delen van dezelfde idealen, van het bezig zijn met dezelfde thema’s. De inspiratie die daaruit kan voortvloeien, is erg groot. Dat proberen we vast te houden. In Nederland hebben we een groep van heel geÔnspireerde mensen. Betrokken zijn bij elkaar, leuke dingen met elkaar doen, complimenten uitdelen - als iedereen dat doet heb je een team dat heel wat aankan, het werk nog leuk vindt bovendien, en daardoor nog meer geÔnspireerd wordt!

Dertig jaar NVMP

Ik denk dat je de dingen moet doen die je na aan het hart liggen. Ik geloof dat de onderwerpen die ik heb genoemd veel leden van de NVMP ter harte gaan. Ik ben sinds een jaar of drie actief in de NVMP, maar sommigen hier zijn misschien al dertig jaar actief, en dat zegt een heleboel. Mijn hart ligt bij de toekomst. Met veel anderen hoop ik een steentje bij te dragen aan een gezondere en minder gewelddadige toekomst, en natuurlijk aan de toekomst van de NVMP. Hoewel, misschien dat de NVMP zich ooit nog eens overbodig maakt, dat lijkt me het ultieme doel!

Ik sluit deze bijdrage af met het volgende citaat:

When we dream alone, it is only a dream, but when we dream together, it is the beginning of a new reality!

 

7: NVMP in 2000 en verder!

Herman Spanjaard

Dromend zat hij in zijn stoel bij de open haard. Zijn lange werkdag zat er op. Mijmerend over zijn werk van die dag: het overschrijven van een incunabel. Hij dommelde in. Een visioen openbaarde zich aan hem. Op een dag zouden mensen achter kistjes zitten, daar tegenaan praten en uit weer andere kistjes rolden dan blaadjes beschreven papier. Hij zou geen RSI-klachten meer hebben!

Gutenberg vond de boekdrukkunst uit. Die boekdrukkunst zorgde voor veel werkgelegenheid maar ook voor de verdwijning van de bedrijfstak beroepskopieerders.

Ook in deze eeuw vonden ingrijpende veranderingen in bedrijfstakken plaats. De scheepvaartindustrie met de machtige havenbaronnen slonk: transatlantische en wereldomspannende vaarroutes werden na de Tweede Wereldoorlog door luchtvaartroutes vervangen. Ik vraag u deze ontwikkeling in gedachten te houden.

Een stukje persoonlijke geschiedenis

De rode draad in mijn leven lijkt te zijn het vergaren van kennis, het verwerken van die kennis, het ontwikkelen van nieuw materiaal en het doorgeven daarvan door middel van publicaties en onderwijs, alsmede het bijeenbrengen van mensen vanuit de verschillende netwerken. Toen ik als bedrijfsarts voor de Hoge Colleges van Staat werkte was ik in staat Russische IPPNW-artsen en IPPNW-studenten die Nederland bezochten in het Russisch te laten toespreken door de griffier van de Tweede Kamer. Hun verbazing over de voor mij vanzelfsprekende fysieke toegankelijkheid van onze democratie heeft mij lang beziggehouden. Toen de Muur in Berlijn viel en ik er toevallig was omdat ik stage liep bij verschillende instellingen van de bedrijfsgezondheidszorg, werd ik opnieuw geconfronteerd met het feit dat het een enorme luxe is om in vrijheid op te groeien.

Men achtte mij enige jaren geleden capabel genoeg om de op orde gebrachte financiŽn te beheren en werkend in die bestuursfunctie deed men wederom een beroep op mij, nu om de voorzittershamer over te nemen - een functie waaraan ik nu invulling tracht te geven.

Hague Appeal for Peace als motor

De NVMP heeft een essentiŽle bijdrage geleverd aan de succesvolle vredesconferentie de Hague Appeal for Peace in mei 1999, samen met enkele andere Civil Society organisaties (vroeger NGO’s genoemd). Meer dan tienduizend mensen kwamen bij elkaar. Het was een zware opgave voor het organiserend comitť om de verschillende groepen mensen in balans te houden terwijl wij in een oorlog verwikkeld waren. Er werd gelobbyd door groepen die harde acties wilden organiseren om de oorlog in Kosovo aan te pakken. Bevolkingsgroepen in Afrika en de Tsjetsjenen hadden andere prioriteiten. Het is gelukt om ieders stem te laten horen in deze Global Conference. De contacten hebben onze basis verbreed. Onder deze contacten waren vele humoristische mensen die een groot relativeringsvermogen paarden aan doorzettingsvermogen. Voor mij was het mede organiseren van de conferentie de Hague Appeal for Peace een kennismaking met een team mensen die ruim twee jaar lang altijd voor elkaar klaar stonden, zonder negatief commentaar - een buitengewone ervaring. En dat uit verschillende organisaties gevoede team gaat door!

Was het een eenmalige conferentie? Nee, er is een organisatie uit voortgevloeid die springlevend is. Vic Sidel en ik vertegenwoordigen de IPPNW in de International Board. De Hague Agenda for Peace and Justice for the 21st Century is een agenda met vijftig concrete punten die tot officieel UN document geworden is. De IPPNW-campagnes maken er deel van uit: onder andere landmijnen, nuclear abolition en small arms. Vredeseducatie in alle opleidingen: basisscholen, middelbare scholen en beroepsopleidingen. Duidelijke programma’s waar kinderen en volwassenen direct mee aan de slag kunnen.

Afgelopen zomer kon ik tijdens de vakantie de contacten met andere organisaties en de Franse en Zwitserse zusterorganisatie aanhalen. Voorbereidingen werden getroffen voor het volgende IPPNW-wereldcongres te Parijs, waar u uiteraard allen aan gaat deelnemen.

Inmiddels is er een gevarieerd conceptprogramma dat vernieuwend belooft te zijn. De kritiek was, dat de congressen tot nu toe erg intern georiŽnteerd waren. Het is niet alleen belangrijk om voor overtuigden te spreken, maar om juist naar buiten te treden en anderen bewust te maken. Communicatie en PR zullen een prominent onderdeel vormen.

Landelijke en internationale initiatieven

Voor de volgende eeuw zijn er op nationaal niveau spannende ontwikkelingen. Wij hebben een vernieuwd Comitť van Aanbeveling waarvan enkele leden tijdens ons 30-jarig jubileum in Utrecht in de zaal zaten. We zijn dankbaar voor hun bijdrage aan onze vereniging die vaak niet alleen ceremonieel doch ook inhoudelijk is, en - als het aan mij ligt - zal zijn.

Door publicaties proberen wij binnen en buiten de beroepsgroepen voorlichting te geven over zaken die binnen ons mandaat vallen, concreter: nucleaire ontwapening en in het algemeen ontwapening, conflictbeheersing en conflictresolutie. De contacten met Medisch Contact, zijn weer aangehaald. Ik was erg blij dat Ben Crul, hoofdredacteur van Medisch Contact, aanwezig kon zijn bij een minisymposium dat wij konden organiseren bij the Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons, een symposium dat Wout Klein Haneveld in zijn hoofdstuk al aanhaalde en waarbij Vic Sidel de Verdoornprijs kreeg uitgereikt.

Het samen met de studenten werken aan concrete projecten wordt van beide zijden als constructief ervaren en er staan ook op dat gebied nog veel zaken op stapel. Ik noem wat voorbeelden: het vergelijken van de verschillende curricula op medisch polemologisch gebied (nationaal en internationaal) en het zoeken naar uitwisselingsprogramma’s voor studenten, waar naast een klinisch co-schap een mogelijkheid bestaat op sociaal geneeskundig gebied een keuzestage te doen op ons specifieke vakgebied. De werkgroepen zijn wisselend actief. Laat ik zeggen dat dit een dynamisch proces is, dat afhankelijk van de enthousiaste inbreng van de participanten meer of minder resultaat oplevert. In 1999 kreeg Artsen zonder Grenzen de Nobelprijs voor de Vrede. Veertien jaar geleden was het de International Physicians for the Prevention of Nuclear War, de IPPNW. En onze vereniging, de NVMP bestaat dertig jaar! En er zijn mensen onder ons die dit allemaal hebben meegemaakt. Zegt dat iets over motivatie?

Internationale delegaties die regeringsleiders, vertegenwoordigers en parlementariŽrs bezoeken in verschillende landen over de gehele wereld maken inhoudelijk aan hun gesprekspartners duidelijk waarom bepaald stemgedrag ten aanzien van bepaalde verdragen gewenst is. Is dit zinvol? Wellicht. In ieder geval is het zo dat we als groep op een steeds hoger niveau gesprekspartners hebben die onze argumenten niet alleen aanhoren, maar ook op basis van deze argumenten een serieuze dialoog met ons voeren. In oktober maakte ik deel uit van een delegatie die zowel het Foreign Office als het Matignon bezocht. Voor het wereldcongres zullen wij, naar het zich nu laat aanzien, in ieder geval twee ministers hebben die onze zaak zijn toegedaan (en dat mag opmerkelijk heten in een land als Frankrijk waar slechts tweehonderd artsen lid zijn van de lokale zusterorganisatie en waar de publieke opinie erg positief staat tegenover kernenergie en kernwapens).

Ook vanuit het thuisfront kunnen wij deze delegaties ondersteunen als wij niet in de gelegenheid zijn zelf actief deel te nemen. Als voorbeeld noem ik de faxen die wij op de ochtend van de stemming voor het Comprehensive Test Ban Treaty stuurden naar Amerikaanse senatoren die hun stemrichting nog niet bepaald hadden. De contacten met de Nederlandse ministers en parlementariŽrs zijn er wel, maar nog reactief en niet pro-actief. Daar kunnen relaties verbeterd worden.

Tijdens een boardmeeting in Boston in oktober werd nagegaan of wij als affiliates op dezelfde koers liggen en waar wij elkaar en het Central Office kunnen versterken - zowel qua inhoud als qua performance. Voor mij was het zeer inzichtelijk te ontdekken dat de financiŽn voor het Central Office voor 93 procent worden opgebracht door Foundations en Grants. Onlangs had ik contact met Michael Christ, de executive director van de IPPNW. We gaan proberen op het gebied van small arms een subsidie van Buitenlandse Zaken te verwerven om samen met een Afrikaanse affiliate en het Central Office een project op te zetten waarin Afrikaanse dokters onderzoek doen op het gebied van de effecten van small arms en wij onderzoek doen naar de handel in small arms. De rol van het Central Office is dus initiŽren en ondersteunen. De sterkte van onze organisatie ligt bij individuele gezondheidswerkers: artsen, verpleegkundigen en de local affiliates. Wout Klein Haneveld wees in zijn hoofdstuk ook al op deze transitie van de IPPNW naar een transnationale democratische organisatie.

Onze maandelijkse DB vergaderingen en onze AB vergaderingen die ieder kwartaal plaatsvinden, zijn telkens inspirerend omdat wij van elkaar horen waar wij mee bezig zijn. Is het dan allemaal ‘halleluja’?

Gaat het meetbaar beter in de wereld en kunnen wij dus onze activiteiten evidence-based evalueren en vaststellen dat wij resultaatgericht zinvol bezig zijn? Bij lange na niet en natuurlijk zijn er momenten dat ieder van ons zich afvraagt: waarom doe ik dit eigenlijk? Ik kan u niet uitleggen waarom ik het doe. Ik kan u alleen zeggen dat ik, waar ik ook ben, telkens weer inspirerende mensen ontmoet die gewoon aanpakken en niet naar elkaar kijken met een blik van ‘waarom is dat nou nog niet gedaan’?

Vooruitblikken

Dromend zat hij in zijn stoel bij de open haard. Zijn lange werkdag zat er op. Langzaam dommelde hij weg. Hij had een droom. Hij zag het journaal voor zich. In 3-D. De wereld om hem heen was kalm en vredig. De items van vanavond lagen op het gebied van vredeseducatie, herstelde relaties in families, nationaal en internationaal, en de daaruit voortvloeiende projecten, en verslagen van beroepsgroepen - zoals iedere avond in dit tweede kwart van de 21ste eeuw.

Hoe anders was het vroeger, toen redacties nog dachten dat mensen geÔnteresseerd waren in sensatie, oorlog en conflict, toen er nog acties van NGO’s waren om geld in te zamelen voor wederopbouw. Wat was de wereld veranderd in die 25 jaar.

Op basis van de Hague Agenda for Peace and Justice in the 21st century, een uitvloeisel van de succesvolle conferentie in 1999, waren Civil Societies (de oude NGO’s), de UN en landelijke en regionale regeringen bij elkaar gaan zitten en in de loop van het decennium volgend op het Decade for International Humanitarian Law ontstond geleidelijk de politieke wil om middels een gemoderniseerde WTO samen de goed draaiende economieŽn om te vormen en meer te richten op de veranderde behoeften van een vergrijzende bevolking in het Westen en een toenemende bevolking in het Zuiden en Oosten. De schuldenlast werd op verantwoorde wijze afgebouwd met gedeelde verantwoordelijkheid en concrete afspraken over ontwapening, middels bestaande en nieuwe ontwapeningsverdragen die daadwerkelijk geÔmplementeerd en gecontroleerd werden.

Een wereldomspannend onderzoek dat was gericht op de verschillen tussen mensen en de daaruit voortvloeiende angsten, toonde aan dat, waar eeuwenlang de nadruk had gelegen op winst door gebruik te maken van die verschillen (onder andere door de wapenindustrie), door vredeseducatie en multiculturele programma’s verschillen overbrugbaar en uitdagend bleken te zijn. Daar zijn de media toen op ingesprongen en dat bracht de verandering teweeg die de 21ste eeuw tot zo’n interessante maakte.

Dromend zat hij in zijn stoel bij de open haard en plotseling schrok hij wakker. Dromen was mooi maar hij moest wat DOEN! Wat kan ik vandaag nog doen om dichter bij mijn doelen te komen? Hij schreef nog een stuk op zijn computer en ging slapen, want zijn tekst voor het 30-jarige jubileum van de NVMP moest er nog uit. Hij sloot af en eindigde met: Beste mensen, gefeliciteerd en goede arbeid!

 

Bijlage 1: impressie van forumdiscussie NVMP-jubileum 11 december 1999

RODE DRAAD (Jannes Mulder, dagvoorzitter)

Als ik de sprekers mag samenvatten zou ik zeggen, dat bij het verhaal van Emiel de kernwoorden Biafra en Vietnam waren. Ik zou dat de periode van de 'sociale verontwaardiging' willen noemen.

De periode van Wil - van 1981 tot 1989 - was de periode van Russen en Amerikanen, de Koude Oorlog en de Nobelprijs voor de IPPNW. Die periode zou ik de 'onstuimige groei' willen noemen, maar ook een groei die de zaken in haar voegen deed kraken.

De periode van Jos kenmerkte zich door de val van de Muur, het ontstaan van de NVMP-werkgroepen en de aandacht voor preventie. Ik zou dat de periode van 'professionalisering' willen noemen, na onstuimige groei.

Wouts periode kenmerkte zich door het kantelen van Oost-Europa, de herleving van de studentenactiviteiten, de nieuwe brochures en de naamswijziging - kortom de periode van 'verbreding'.

Auke’s periode met oorlogen in Afrika en in BosniŽ, de Franse kernproeven en samenwerking met de Belgen laat zich typeren als de periode van 'consolidering'.

Elske heeft een heel enthousiast verhaal gehouden en de concrete vraag gesteld hoe wij de studenten kunnen bijstaan, en tenslotte heeft Herman als huidige voorzitter een visie op de toekomst gegeven. Laten we daar in de discussie samen verder over praten. Met name de aanwezige leden van het Comitť van Aanbeveling (CvA) nodig ik daartoe uit.

DISCUSSIE

Vraag gesteld door Leon Wecke (Studiecentrum voor Vredesvraagstukken Nijmegen, lid CvA):

  • Er is een groot probleem ontstaan voor de NAVO en de krijgsmacht en ook voor de Vredesbeweging doordat de Muur is gevallen, er geen koude oorlog meer is, en de kernwapens niet meer zo dreigend zijn. Tegenwoordig heb je burgeroorlogen, genociden en vredesoperaties. De rol van de medici is inzicht te krijgen in de oorzaken en gevolgen van oorlogsgeweld en de voorwaarden voor vrede. Uiteraard moet je daarmee doorgaan. Maar mijn vraag is hoe het met de actiegerichtheid van de NVMP zit en dan met name de politieke actie. In de ogen van burger en de politicus hebben kernwapens afgedaan, en objectief gezien is de dreiging veel minder dan in de periode van de kruisraketten. Hoe gaat de NVMP met dat 'probleem' om?
  • Emiel: betwijfelt of de dreiging van kernwapens zoveel minder is. Kernwapens verspreiden zich steeds meer, een toenemend aantal landen heeft deze wapens. Daarnaast nemen verschillen tussen arm en rijk toe en daar ligt juist de bron van vele conflicten. Er bestaat veel dreiging, weinig reden tot gerustheid dus.

    Wout: de vijf kernwapenmachten, aangevuld met India en Pakistan, houden erg graag vast aan het machtige kernwapen. Frankrijk is trots op zijn arsenaal. Natuurlijk, men vindt ze niet meer echt nodig maar de aantrekkingskracht van kernwapens is groot. Met de handhaving van kernwapens blijft de dreiging bestaan. Kijk naar de millenniumdreiging en de situatie in Rusland, om maar iets te noemen.

    Elske: politiek kunnen kernwapens dan wel geen issue meer zijn, maar het gevaar blijft onverminderd bestaan. We moeten het daarom weer tot een issue maken. Een kernoorlog 'per ongeluk' wordt steeds waarschijnlijker. Kijk naar de 'Doomsday klok' die de dreiging van een kernoorlog weergeeft in een aantal minuten voor 12 uur. In de jaren tachtig stond deze op vijf minuten voor 12, in de jaren negentig op kwart voor 12, de laatste jaren is hij echter weer op negen minuten voor 12 gezet. De dreiging van een kernoorlog neemt dus toe!

    Herman (presenteert een overheadsheet): Op deze sheet valt te zien dat er wereldwijd nog 40.000 kernkoppen zijn en dat daarvan 5.000 koppen op scherp staan, die kunnen elk ogenblik afgevuurd worden, ook per ongeluk of bij een vals alarm. Die situatie moet je blijven aankaarten. Tijdens internationale lobbygesprekken heb ik gemerkt dat buitenlandse experts het met elkaar eens zijn dat de politieke afschrikking van kernwapens onzinnig is en de risico's zo groot zijn dat ze zo snel mogelijk de wereld uit moeten. Het probleem ligt bij de politici die denken dat het afschrikkingeffect wel mogelijk is en gehandhaafd dient te worden. De experts roepen organisaties als de onze op om actie te blijven voeren teneinde de publieke opinie te beÔnvloeden en het publiek te laten weten hoe groot de nucleaire dreiging nog is.

    Auke: refereert aan Bertha von Sutler, de eerste vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Zij profeteerde dat het zojuist uitgevonden dynamiet een geweldige rol zou spelen bij afschrikking, het zou ervoor zorgen dat er nooit meer oorlog zou komen. Dat is dus niet gebeurd. Datzelfde geldt voor andere wapens. Wel is er meer hoop dankzij de verbeterde communicatie. Je gaat per slot van rekening geen mensen te lijf die je goed kent. Het is veel makkelijker een onbekende te lijf te gaan. Daarom is er in het verleden zoveel gedaan aan ontmenselijking van de vijand. Nu communiceren we veel meer, hetgeen mede te danken is aan de pers. Maar dat kan ook verkeerd uitpakken. Neem Kosovo als voorbeeld, wat daar gebeurd is om de oorlog voor het publiek acceptabel te maken. Achteraf is daar heel veel voor afgelogen. De honderdduizend doden waren er 'slechts' enkele duizenden. Een goede onafhankelijke pers is dus heel belangrijk, je moet over de juiste informatie beschikken.

    Vraag van Phil Smith (Pugwash Nederland, lid CvA).

  • Waarom is het zo verkeerd dat Irak kernwapens heeft, of dreigt te krijgen terwijl de Verenigde Staten ze al heeft? Iedereen schrikt bij geruchten dat Irak op weg is naar een eigen kernwapen. Waar ligt dat verschil? Zal Irak ze gebruiken? Tot nu toe heeft alleen de Verenigde Staten daadwerkelijk kernwapens gebruikt. Ik heb de sprekers nog niets horen zeggen over Irak. Wat is de NVMP-visie hierop?
  • Jos: heeft als voorzitter de eerste Golfoorlog meegemaakt en hoe zich die ontwikkelde. De NVMP heeft altijd geprobeerd tot een afgewogen analyse te komen en niet in de valkuil te stappen dat er een goede en een slechte partij is. Dit is een dilemma waar we steeds mee worstelen. Het heeft mij altijd dwars gezeten dat in de jaren tachtig de IPPNW louter gericht was op de kernwapens terwijl er zoveel conflicten in de wereld waren. Zolang het om kernwapens ging was er binnen de IPPNW-afdelingen wel consensus, bij conflicten in zijn algemeenheid stuitte je echter altijd op individuele verschillen. Dat was jammer. Het was een pre van de NVMP dat zij zich altijd gericht heeft op oorlog en vrede in brede zin. Het is de taak van de NVMP een brede kijk, een visie te ontwikkelen op oorzaken en gevolgen van oorlog en geweld en wat je daar als medicus aan kunt doen.

    Wil: het kernwapengevaar is een politiek probleem. Als bijvoorbeeld Irak een land wil destabiliseren, zal men echt niet kiezen voor een kernwapen, maar zich veel meer richten op civiele doelen, bijvoorbeeld plutonium in het drinkwater. Een kernbom voor Irak: niet goed, maar ik lig er niet wakker van.

     

    Vraag van Annemiek Richters (hoogleraar vrouwenhulpverlening, lid CvA):

  • Hoe zit het met jullie boodschap binnen de medische wereld? Wat is de ervaring van de NVMP met de communicatie, het brengen van haar boodschap naar de medische wereld toe en welke reacties ontvangt zij? De NVMP blijft een klein clubje, hoe doet zij haar invloed gelden?
  • Wil: de medische wereld is niet anders dan een andere wereld. Het is al heel wat als je je boodschap kunt bezorgen bij de KNMG. Het feit dat je medisch bent houdt per definitie niet in dat je je kritisch opstelt. Daarom is het al mooi dat er een vereniging als de NVMP bestaat. Al te grote verwachtingen mag je niet hebben, als de KNMG een uitspraak tegen kernwapens doet, dan is dat al heel mooi.

    Auke: het is niet de macht van het getal waar het om gaat. Als je kijkt naar de Tweede Kamer, daar zijn drie leden arts. Kijk je naar de praktijk van alledag, dan is de artsenwereld niet bijster politiek bewust, maar heeft zij toch veel invloed. Je kunt dus wel degelijk als medicus door veel 'lawaai' te maken de nodige invloed uitoefenen. Ik denk dat we meer bewerkstelligd hebben op dat gebied dan we ons realiseren. Michael Gorbatsjov heeft meer dan eens gezegd dat de IPPNW-artsen een grote invloed op zijn denken hebben gehad.

    Vraag van Emiel van der Does (emeritus hoogleraar huisartsengeneeskunde Rotterdam, lid CvA).

  • De oorzaak van vele conflicten is de kloof tussen arm en rijk. Kan de NVMP daar wat meer aan doen? Als je spreekt over preventie? Moet de NVMP zich niet meer richten op acties als Jubilee 2000 (kwijtschelding van de schuldenlast derde wereld)?
  • Emiel Wennen: helemaal mee eens.

    Elske: dat valt onder root causes of war, we besteden er als studenten zeker aandacht aan, dat geldt voor alles wat we ter tafel brengen en waarvoor voldoende enthousiasme bestaat.

    Vraag van de heer Voskuil:

  • Bij de oprichting van de NVMP was er meer aandacht voor zaken als ethische aspecten van oorlog, psychologische gevolgen van oorlog. In feite ging het om de grondoorzaken van oorlog. Dat lijkt nu wat meer op de achtergrond te raken, is dat zo?
  • Jos: Andries van den Broek heeft in een onderzoek eens aangetoond dat het gedachtegoed, de inhoud van de NVMP, de arts in het algemeen wel aansprak maar dat diezelfde arts ervoor terugschrok om lid te worden van de NVMP. Dat ligt dan aan de presentatie, men is toch te bang om die stap te zetten. Als het gaat om de boodschap ben ik ervan overtuigd dat je die zo concreet mogelijk moet maken, je moet bijvoorbeeld in Medisch Contact voor een concrete actie steun vragen, dan trek je mensen over de streep. Blijf je steken in theoretische en hoogdravende adviezen, dan haken mensen af.

     

    Bijlage 2: NVMP-jaartallen

    In 1999 bestond de NVMP dertig jaar. Hieronder een historisch overzicht in vogelvlucht.

    1969

    Oprichting NVMP

    Discussie conflict artseneed-officierseed

    1972

    Publicatie Arts en Oorlog door J.A. Verdoorn

    Begin jaren 70

    Studiedagen aan medische faculteiten; Artseneed en officierseed in Nijmegen, Agressie en opvoeding in Groningen. Problematiek van de keuring voor militaire dienst.

    1978

    Arts en Geweld, bijeenkomst te Amsterdam

    1979

    Symposium over de neutronenbom in Utrecht.

    1980

    30 december

    Waarschuwing voor de consequenties van een oorlog met kernwapens via een advertentie in de Nederlandse dagbladen, 1200 ondertekenaars

    1981

    11 maart

    Eerste nummer NVMP-Nieuwsbrief

    Maart

    Eerste IPPNW-wereldcongres in Airlie, USA.

    25 april

    Symposium Bescherming bevolking bij een atoomaanval, Arnhem.

    Oprichting Werkgroep Noodwet Geneeskundigen (registratie van artsen oproepbaar bij rampen, o.a. bij gebruik van kernwapens)

    21 november

    Massale demonstratie tegen plaatsingsbesluit kruisraketten, Amsterdam

    1982

    6 februari

    Symposium Angst op recept: psychische gevolgen van bewapening en oorlogsvoorbereiding, Amsterdam.

    3-6 april

    Tweede IPPNW-wereldcongres in Cambridge (UK)

    19 juni

    Symposium Noodwet Geneeskundigen, Jaarbeurs Utrecht

    11 september

    Werkconferentie Bang & boos, Meervaart Amsterdam

    Stellingname kernenergie (kennis omtrent kernenergie is kennis omtrent vervaardiging van kernwapens)

    NVMP-bureau in Studiecentrum voor Vredesvraagstukken van Katholieke Universiteit Nijmegen

    1983

    17-22 juni

    Derde IPPNW-wereldcongres in Amsterdam/Noordwijkerhout

    18 juni

    Openbare NVMP-bijeenkomst in de RAI, Amsterdam

    3 oktober

    Verloskundigen bieden petitie aan tegen kruisraketten aan de Minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek

    Discussie plaatsingsbesluit kruisvluchtwapens

     

    1984

    3-8 juni

    Vierde IPPNW-congres in Helsinki

    6 september

    Overleg delegatie NVMP met vaste Tweede Kamercommissie Volksgezondheid

    15 december

    Symposium derde lustrum Op zoek naar de vijand, Jaarbeurs Utrecht.

    Start keuzeonderwijs Medische Polemologie

    Wachtkamerbrochure over de gevolgen van een atoombom

    1985

    29 juni-1 juli

    Vijfde IPPNW-wereldcongres, Boedapest.

    11 oktober

    IPPNW wint Nobelprijs voor de Vrede

    Start overleg beroepsgroepen voor de vrede

    1986

    januari

    Oprichting Stichting Studiefonds Medische Polemologie en instelling Verdoornprijs

    19 april

    Symposium Niet-nucleaire oorlog, een alternatief?, TH Twente

    Toekenning Verdoornprijs aan Jo Verdoorn

    29 mei – 2 juni IPPNW-wereldcongres Keulen, Duitsland.

    13 september

    Symposium Wat leert Tsjernobyl ons?, VU Amsterdam

    Studies chemische en biologische wapens

    1987

    28 mei - 1 juni

    Zevende IPPNW-wereldcongres in Moskou

    23-28 augustus

    International Confederation of Midwives in Den Haag met een stand van NVMP over straling en zwangerschap

    3 oktober

    Conferentie over terrorisme samen met Britse Medical Association for the Prevention of War (MAPW), Londen.

    Literatuurstudie over kernproeven in de Stille Oceaan

    1988

    23 april

    Verdoornprijs 1987 toegekend aan W.J.E. Verheggen, sinds 1980 voorzitter van de NVMP

    2-6 juni

    Achtste IPPNW-wereldcongres, Montrťal.

    NVMP-campagne voor beŽindiging van proeven met kernwapens

    14-18 oktober

    Europese IPPNW-symposium op de Rijn, met bijeenkomsten in Basel, Straatsburg, Bonn en Rotterdam

    1989

    1 juli

    Verdoornprijs 1988 uitgereikt aan Barthold Hengeveld, hoofdredacteur Nieuwsbrief

    7-10 oktober

    Negende IPPNW-wereldcongres, Hiroshima

    25 november

    Vierde NVMP-lustrumcongres, Nijmegen

    Start Satellife programma IPPNW (via satelliet medische informatie beschikbaar in afgelegen gebieden)

     

    1990

    12 mei

    NVMP-symposium Rotterdam, herdenking 650-jarig bestaan van de stad en het bombardement van mei 1940

    14 september

    Verdoornprijs 1990 uitgereikt aan Jeffrey Segall, hoofdredacteur van Medicine & War

    1991

    27 april

    NVMP-symposium Tsjernobyl, de medische gevolgen, Ouwehands Dierenpark Rhenen

    27 april

    Overlijden Jo Verdoorn 20.2.1903-27.4.1991

    27-30 juni

    Tiende IPPNW-wereldcongres, Stockholm

    1992

    1-3 mei

    European Representatives Meeting, georganiseerd door de NVMP, Noordwijkerhout.

    Onderzoek naar attitude bij medische studenten aangaande vraagstukken van oorlog en vrede

    1993

    14-16 april

    IPPNW-studentencongres Regionale conflicten op de Balkan, Maastricht

    6 - 8 augustus

    NVMP-benefietconcerten, Utrecht en Edam

    30 september-3 oktober

    Elfde IPPNW-wereldcongres, Mexico

    W.J. Klein Haneveld benoemd tot vice-voorzitter IPPNW-Europa

    Start World Court Project: Internationaal Gerechtshof dient zich uit te spreken over de illegaliteit/legaliteit van kernwapens

    Eigen NVMP-bureau, Bosschastraat, Utrecht

    Onze naam wordt: NVMP, Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken

    1994

    10 juni

    Aanbieding miljoenen handtekeningen in het kader van het World Court Project, Den Haag

    9 december

    Vijfde lustrum NVMP, Bunnik

    Brochures Plutonium voor iedereen en Huisartsenspreekuur na een kernongeval

    Publicatie Verpleegkunde, preventie en vredesvraagstukken

    1995

    13 mei

    NVMP-EVV-VJV-symposium Economische boycots: een instrument voor vrede? samen met Economen en Juristen voor de Vrede.

    Presentatie eerste exemplaar heruitgave Arts en Oorlog van J.A Verdoorn.

    Verdoornprijs 1994 postuum toegekend aan Han Moll.

    30 augustus

    Medici zeggen 'non' tegen Franse kernproeven. NVMP verzamelt via een oproep in Medisch Contact 3000 handtekeningen tegen hervatting van de Franse kernproeven op Mururoa.

    1996

    26 februari

    NVMP start campagne tegen landmijnen onder orthopedische chirurgen en revalidatieartsen.

    6 maart

    De NVMP en haar Vlaamse zusterorganisatie Artsen voor Vrede beraadslagen over mogelijkheden tot samenwerking, die uitmonden op een op 11 mei ondertekende ‘Verklaring van intentie' waarin afgesproken wordt te streven naar gezamenlijke activiteiten.

    Vanaf 1 augustus wordt het bureau te Utrecht administratief centrum van beide verenigingen.

    11 mei

    NVMP-EVV-VJV-Symposium Hoe bouwen wij vrede op? in Utrecht

    8 juli

    Uitspraak van het Internationaal Gerechtshof inzake kernwapens (World Court Project). Gebruik en dreigen met gebruik van kernwapens is in zijn algemeenheid strijdig met het internationaal recht.

    24-28 juli

    Twaalfde IPPNW-wereldcongres, Worcester USA

    1997

    26 april

    NVMP-AVV-symposium in Antwerpen over Europees Veiligheidsdenken

    7 juni

    NVMP-EVV-VJV-symposium Door recht naar vrede, Utrecht

    21 juni

    NVMP begint haar ondersteuning van de Hague Appeal for Peace 1999, de herdenking van de eerste Haagse Vredesconferentie van 100 jaar geleden met als doel een agenda voor vrede en gerechtigheid voor de 21ste eeuw.

    1998

    De NVMP neemt namens IPPNW deel aan het Coordinating Committee van de Hague Appeal for Peace

    25 maart

    NVMP-ledenenquÍte 1998

    6 juni

    NVMP-EVV-VJV-symposium Er zijn geen grenzen meer, Utrecht

    11-13 september

    NIPO-opinieonderzoek naar kernwapens in opdracht van NVMP en de Werkgroep Eurobom

    26 november

    IPPNW-co-president Prof. Victor Sidel wordt benoemd aan de Cleveringa-Leerstoel van de RU-Leiden.

    4-8 december

    Dertiende IPPNW-wereldcongres, Melbourne.

     

    1999

    11 - 15 mei

    Hague Appeal for Peace vredesconferentie in Den Haag met 10.000 deelnemers uit de hele wereld. Naast talloze workshops is de Hague Agenda for Peace and Justice het eindproduct van de conferentie. In november 1999 wordt deze agenda een officieel VN-document.

    5 juni

    NVMP-AVV-EVV-VJV-symposium Rusland een staat in verval, Utrecht.

    25 november

    Prof.dr. Victor Sidel ontvangt de Verdoornprijs van de SSMP.

    11 december

    NVMP viert haar 30-jarig bestaan met het congres Lering uit 30 jaar NVMP. Duurzame vrede in de 21ste eeuw.

     

    Bijlage 3 NVMP-Publikaties

     

    - Arts en Oorlog, Dr. J.A Verdoorn

    - Bescherming bevolking bij een atoomaanval, (symposiumverslag.)

    - Angst op recept, (symposiumverslag)

     

    - Op zoek naar de vijand, (symposiumverslag)

    - Noodwet Geneeskundigen (symposiumverslag)

     

    - Niet-nucleair oorlog een alternatief? (symposiumverslag)

    - Wat leert Tsjernobyl ons (symposiumverslag)

    - Tsjernobyl, de medische gevolgen (symposiumverslag)

     

    - Medical opinions on nuclear war and its prevention. Ben Ike en Wil Verheggen.

    - Chemische Wapens. Frans Jongen

    - Biologische Wapens. Albert Grit

    - Vrede, een gezondheidszorg? Andries van den Broek

     

    - Medical conseqeunces of nuclear tests in the pacific, a bibliography. Marjolein Quenť

     

    - Universitair onderwijs in gezondheisdzorg en vredesvraagstukken. Hans van Iterson

    - Verpleegkunde, Preventie en Vredesvraagtsukken. Ferry Zoutenbier

    - Plutonium voor iedereen. Jan Gevers Leuven

    - Huisartsenspreekuur na een kernongeval.

    - Health through Peace. A training on conflictprevention, human rights and health.

     

     

     

     

    Bijlage 4 Dankwoorden, felicitaties

     

    10 December 1999

     

    MESSAGE TO NVMP ON THE OCCASION

    OF ITS 30TH ANNIVERSARY

     

    The International Physicians for the Prevention of Nuclear War sends its congratulations to the Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (NVMP) on the occasion of its 30th Anniversary.

    Since its founding in 1969, NVMP has persisted in its efforts to build peace and promote nuclear disarmament, both as an prominent voice in the Dutch peace movement and internationally. NVMP can claim credit for helping to show the Dutch people -- and citizens of Europe and the world-- that the only response to the threat of nuclear war is primary prevention. Indeed, in many ways NVMP was an inspiration to those who founded IPPNW in 1980.

    In more recent times, NVMP was a principal partner in several IPPNW global campaigns, including the World Court Project on the status of nuclear weapons under international law and the Hague Appeal for Peace, which

    mobilized thousands worldwide around the comprehensive Hague Agenda for Peace.

    But our common work is far from over. The singular passion that turned back the deployment of Cruise missiles in Europe must once again be summoned. We must bring as much public pressure as possible on the leaders of the Nuclear Weapons States, both directly and through our own governments. We must push on until nuclear weapons are abolished.

    It is fitting that fourteen years ago today NVMP shared in the honor bestowed on IPPNW when it received the Nobel Peace Prize. On this momentous occasion, we send best wishes and great respect to NVMP as you enjoy a well-deserved celebration.

     

    Michael Christ

    Executive Director

     

    Heartiest congratulations tot the venerable Netherlands affiliate! We Canadians are mere teenagers by comparison. Happy 30th Birthday!

    Joanna Santa Barbara

     

    Our cordial congratulations on the occasion of the 30 years anniversary of your affiliate. On behalf of the Norwegian affiliate. Warm regards,

    Kirsten Osen

     

    I had no idea your group had been avctive so long. I join in all the congratulations sent to you. And I hope your success will continue.

    As a neighbour with the similar problems, I hope we can try to coordinate more closely our dealings with our respective governments. I think we will have more impact on them if they know they receive about the same message at the same time.

    Proficiat

    Henri Firket

    Waalse affiliate

     

    Congratulations to the Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie on the occasion of its 30th anniversary! It has been a privilege and a pleasure working closely with NVMP and with many of its members during 1998 and 1999. I hope that close working relationship will continue into the next century!

    Victor Sidel

     

     

    I had no idea NVMP has been in operation for thirty years! You have a very impressive record! Thank you for your long term commitment.

    Best Wishes,

    Mary -Wynne Ashford

    co-president of IPPNW

     

     

    Dankwoorden

    Vele mensen hebben aan deze uitgave een bijdrage geleverd en om iedereen te bedanken is onmogelijk. Als aanvulling op de in de inleiding door Jannes Mulder genoemde mensen is Jannes zelf de eerste die wij veel dank verschuldigd zijn. Hij heeft zich met veel enthousiasme op zijn taak als dagvoorzitter en eindredacteur gestort.

    Tevens wordt Rita Hulsman bedankt voor het redigeren van de uiteindelijke teksten.

    Daarnaast hebben een aantal mensen voor het benodigde fotomateriaal gezorgd. Ten eerste moet daarbij Michael Parunovac bedankt worden die een groot aantal prachtige foto’s op de 11-e december heeft gemaakt.

    Ook Wil Verheggen verdient speciale dank, een aantal foto’s stamt uit zijn archief.

    Tenslotte hebben Adry en Babette de Jong van communicatie collectief Equipe veel werk verzet voor de totstandkoming van het uiteindelijke boekje.