Generatiedialoog, een terugblik en een blik vooruit

Op verzoek van de Nieuwsbrief-redactie gingen twee NVMP-leden naar aanleiding van het 30-jarig jubileum van de vereniging een dialoog aan: Emiel Wennen (70 + jaar) en Akke van der Bij (24 jaar). Akke (A) is sinds kort studentlid van het algemeen bestuur van de NVMP, Emiel (E) is al lid sinds de oprichting.

A: ’ ... sinds 1969 dus. Toen was ik nog niet eens geboren. En ik kan me heel moeilijk voorstellen hoe het toen zat, met nucleaire wapens bijvoorbeeld. Verhalen over de jaren 80 zijn me wel bijgebleven, met protestmarsen en zo.

E: al in 1930 hebben psychiaters brieven geschreven aan de staatshoofden in de wereld omdat ze vonden dat oorlog uit medisch oogpunt niet zo erg gezond is. Ook een aantal huisartsen voelde zich betrokken. Later, in 1968, had je de studentenrevolutie in Frankrijk. En er was de Vietnamoorlog die ook in Nederland een enorme verontwaardiging teweegbracht. Het Medisch Comité Vietnam is toen opgericht Een paar artsen zeiden: we moeten het niet alleen over Vietnam hebben, maar ook over oorlog in het algemeen, en over oorlogsprofylaxe. Een van hen was Verdoorn, je weet wel, van dat dikke boek ‘Arts en Oorlog’. En Eppo Meursing, die was nog iets ouder dan Jo Verdoorn. Een heel bevlogen arts uit Dordrecht. Hij was al actief in 1930 en later ook in de Vredesbeweging. Lucie Groeneveld, de weduwe van een arts uit de ‘1930-groep’, deed ook mee. Tineke (mijn vrouw, zij is overleden) en ik kwamen toen uit Nigeria. We zijn met zijn vijven bij elkaar gekomen.’

Studenten

E: ‘Gelukkig waren er ook studenten die zich voor het onderwerp interesseerden. Een buurjongen van Jo Verdoorn was Jitze Verhoeff, tot voor kort de Hoofdinspecteur voor de Volksgezondheid, die onlangs is overleden. Hij was door zijn buurman enthousiast gemaakt en werd secretaris van onze groep. Hij schreef ook geregeld stukjes in het Tijdschrift voor Medische Studenten. We hadden 200 à 300 leden, waarvan de helft student.

Akke, hoe kwam jij bij de NVMP?

A: ‘Ik ging een keer naar de jaarvergadering van de IFMSA, International Federation of Medical Students Associations. Toen stond opeens Elske (Hoornenborg, studentlid NVMP-bestuur, red.) daar met een groep Joegoslaven te vertellen over SCORP (Standing Committee on Re-fugees and Peace) en dat ze mensen zochten om dat werk verder op te zetten. De onderwerpen spraken me erg aan: naast ‘vrede’ vooral ook ‘vluchtelingen’ en ‘mensenrechten’. Via SCORP kwam ik in aanraking met de NVMP.

De onderwerpen van de NVMP herken ik als de reden waarom ik arts wil worden. Ik wil me niet alleen met het lichaam bezig houden, maar met alle aspecten van individu en gezondheid. In de eerste plaats voel ik me verantwoordelijk als mens, om oorlog te helpen voorkomen. Maar omdat ik me als mens sociaal bewogen voel, wil ik arts worden. Bij mij speelt ook een beetje het verbeteren van de wereld, al kan dat gewoon niet. Wel eraan bijdragen, er mee bezig zijn.’

E: ‘Je gelooft niet dat het kan.’

A: ‘Ik geloof wel dat het kan, maar niet alleen. Daarom ben ik er gewoon ingesprongen.’

Pakkende onderwerpen

E: ‘Als jij nu iets zou organiseren bij jou in Nijmegen, wat voor onderwerpen zou je dan kiezen om de studenten te pakken?

A: ‘Eerst voor Nederland iets organiseren. Onderwerpen zoals ‘vluchtelingen’, asielzoekerscentra, hoelang ze hier zitten, illegaliteit. Je rol als arts hierin, om mensen te helpen en ze niet van het kastje naar de muur te sturen. Over culturele verschillen ook en tolerantie ten opzichte van andere nationaliteiten. Mensenrechteneducatie zou ook een goed onderwerp zijn. Ik denk dat dit studenten erg aanspreekt. Mij spreekt ook conflictpreventie erg aan, maar het is me nog niet duidelijk wat je rol als arts daarin is, in het signaleren van conflicten, dichtbij en in de wereld, als mediator. Misschien je aanzien als arts gebruiken, de studenten van deze mogelijkheid bewust maken. Bij mensenrechten ligt dat veel eenvoudiger.’

E: ‘Signaleren van conflicten, waar denk je dan aan?

A: ‘Allereerst aan de spreekkamer, bijvoorbeeld een vrouw die geslagen is door haar man. Maar ook over de artsenrol ver weg, bijvoorbeeld in Kosovo. Albanese Kosovaren konden hun beroep van arts niet uitoefenen. En wat was de rol van de Servische artsen daar, wat namen zij waar? Wat brachten zij naar buiten? Ik kan dat nog niet zo goed uitdrukken. Maar waar dan ook, mensen komen toch bij jou, als vertrouwenspersoon. Sommige dingen kun je naar buiten brengen, al zit je misschien wel met privacy-afwegingen.’

E: ‘Je vindt wel dat artsen extra ingangen hebben?

A: ‘Ja, bij mensenrechten heel duidelijk. Artsen worden ingeschakeld bij doodstraf en martelingen.’

Militaire artsen

E: ‘Wij vonden 30 jaar geleden dat artsen zich moesten bezinnen, niet alles als vanzelfsprekend aannemen. Artsen liepen vaak te gemakkelijk mee. Zoals de militair arts. De officierseed wordt niet gedekt door de artseneed.

Betreft zijn loyaliteit nou de Staat of het individu?

A: ‘Ik vind eigenlijk dat hij het individu moet laten voorgaan. Alleen in de praktijk gebeurt dat volgens mij niet. Het zit in het systeem en de orders worden gewoon opgevolgd.’

E: ‘We dachten toen dat het goed was als er ook militaire artsen in onze club zouden zitten. Er zijn er enkele geweest maar dat ging mis wegens een sterk pacifistische instelling van de leden.’

A: ‘Toch wel jammer, je zou het systeem eigenlijk van binnenuit moeten veranderen.’

E: ‘Als we kijken naar het leger nu: wat is er allemaal misgegaan inSrebrenica, afgezien nog van de Servische overmacht? Nederlandse artsen zouden geweigerd hebben een Moslimvrouw te helpen. Er zouden te weinig medicijnen zijn geweest om ook burgers te kunnen helpen. Een aantal militairen zou zich racistisch hebben gedragen. Waarschijnlijk willen wel enkele mensen (artsen?) hun mond opendoen, bijvoorbeeld bij een enquête. Maar er zijn veel doofpotten.’

A: ‘Emiel, wat deden jullie nog meer destijds?

E: ‘30 jaar geleden waren we bezig met oorlog in het algemeen. Nu met nucleaire dreiging en de root causes of war. We schreven toen in Medisch Contact. Eind 1980 hadden we f 150.000 bij elkaar gebedeld. In bijna alle landelijke en een aantal regionale bladen hebben we toen die grote advertentie gezet. Daar stond in wat er zou gebeuren als een atoombom op Rotterdam zou vallen. De meerderheid van de hoogleraren huisartsgeneeskunde en psychiatrie deden mee, in totaal zo’n 800 ondertekenende artsen. Dat heeft wel wat aandacht gekregen.

De eerste keer dat wij ons met nucleaire zaken bezighielden was naar aanleiding van de neutronenbom. Dat was in ‘79, voor de grote demonstraties. Het heeft ongetwijfeld ook bijgedragen aan de grote demonstraties met een 500.000 mensen tegen de kernwapens.’

A: ‘Dat is gek, hè. Toen kreeg je nog zo’n lading mensen op de been en nu, al zou je nog zo’n grote advertentie zetten, het zal niet meer gebeuren dat mensen zo massaal gaan protesteren volgens mij, en ik vraag me af hoe dat komt.’

E: ‘Wat er volgens mij mee te maken had, is dat de Amerikanen die kruisraketten bij ons en andere landen wilden plaatsen. En de Russen hadden de SS 20. Die raketten waren op elkaar gericht en dat vonden we griezelig. Als wij ook mee gingen doen en onze raketten op de Russen zouden richten, dan zouden de Russen hun raketten ook op ons richten.

Die kruisraketten zijn er uiteindelijk niet gekomen (door de acties?), maar het gekke is, wat praktisch niemand toen wist, dat al in de jaren 60 kernkoppen in Volkel lagen. Daar werd niet over gesproken. Dat vind ik achteraf zo krankzinnig, dat we ons toen druk maakten over die kruisraketten en niet over de kernwapens die er al jaren lagen.’

A: ‘Daar maakt nu ook niemand zich druk om. We voelen ons niet persoonlijk bedreigd.’

E: ‘We denken graag dat de kernwapenlanden veel te fatsoenlijk zijn om een kernbom te gooien.’

Massadestructiewapens

E: ‘We hadden destijds ook contact met artsen die werkten voor defensieorganisaties, zoals de medisch-biologische afdeling van TNO (bestaat nog) waar ze chemische wapens maakten. ‘Om kennis te vergaren om ons daartegen te kunnen verdedigen’.’

A: ‘Hetzelfde argument als nu met de nucleaire wapens.’

E: ‘Onder het motto: Peace is our profession.’

Akke vertelt over de expositie van een Japanse fotograaf die de studenten op de Hague Appeal for Peace hebben gekregen om op de medische faculteiten te laten circuleren. Het zijn foto’s van slachtoffers met late gevolgen van Nagasaki en Hiroshima, en van slachtoffers van de kernproeven door Frankrijk en Rusland.

A: ‘Soms ben ik wel eens gedeprimeerd als ik praat met studenten die negatief reageren. Zoiets als: leuk dat je met die dingen bezig bent, maar wat kunnen wij daar nou aan doen? En over acties: dat kost toch alleen maar geld en het komt toch altijd op de verkeerde plaats terecht.’

Grondoorzaken van oorlog

E: ‘Wat denk jij nou dat de grondoorzaken zijn van oorlog?

A: ‘Ik denk macht.’

E: ‘Waarom willen de mensen macht?’

A: ‘Ik weet niet, ik vind macht iets negatiefs, maar dat vindt waarschijnlijk iedereen.’

E: ‘Iedereen is ook tegen oorlog.’

A: ‘Macht gaat meestal om belangen, onder andere van de wapenhandelaren. Bij het conflict Irak/Koeweit ging het om de olie. Daar grepen de geallieerden in. Voor Afghanistan wordt niets gedaan. En voor Oost-Timor wordt niets gedaan. Een heel gecompliceerd iets waar ik me graag meer in wil verdiepen.’

Ontwikkelingssamenzwering

E: ‘Ik denk ook in die richting. Het enorme verschil tussen arm en rijk, als dat er niet was hadden we een hemel op aarde.’

A: ‘Het gaat goed tot de mensen in de Derde Wereld het niet meer pikken. Dan ontstaan er grote problemen, zij zijn ook niet gek. Naar mijn gevoel zit het er al iets aan te komen. Minister Herfkens en Premier Kok zeggen dat het goed gaat in de Derde Wereld: er worden steeds meer mensen ingeënt. Wat stelt het voor, die paar inentingen. Je hebt nog steeds malaria en je hebt HIV. Je hoort mooie zinnen maar het geld gaat nog steeds van Zuid naar Noord. Dat is ook een oorzaak van oorlog, maar niet medisch.’

E: ‘Ik noem het ‘Ontwikkelingssamenzwering’. Die enorme verschillen moeten wel tot een ramp leiden. Daar zouden we de mensen voor moeten interesseren.’

A: ‘Maar het zou niet eenvoudig voor ons zijn als Afrika en Azië op dezelfde levensstandaard zouden komen als wij. Niemand wil iets inleveren.’

E: ‘Toch moet het daar van komen. Anders blijven de spanningen, de wapens. Dan gaan arme landen zich steeds meer bewapenen. Denk aan chemische wapens, de atoombom van de armen. Met de kans op nucleaire reacties van rijkere landen. Eigenlijk een wonder dat er nog geen nucleaire oorlog is losgebarsten, dat snap ik niet.’

A: ‘Ik vrees dat er kernwapens zullen worden gebruikt als het echt losbarst.’

Het World Court Project

A: ‘Emiel, vind je dat die 30 jaar NVMP zin hebben gehad? Wat is er concreet bereikt?’

E: ‘Een van de duidelijkste dingen vind ik dat de artsenorganisaties samen met de juristen en het International Peace Bureau bij de Wereld Gezondheidsorganisatie en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met succes gelobbyd hebben om de kernwapens net zo te doen behandelen als de chemische en biologische wapens: ze buiten de wet stellen.

Een aantal landen wilde een uitspraak en hun verzoek is via de Algemene Vergadering van de VN bij het Internationale Gerechtshof ingediend. De uitspraak van het Hof (kernwapens zijn onwettig, in strijd met het humanitaire oorlogsrecht. Alleen voor uiterste zelfverdediging van een staat onthoudt het Hof zich van een uitspraak) is door dit lobbyen tot stand gekomen. Intussen liggen de kernwapens nog gewoon in Volkel, maar de mensen weten het niet.’

Selectieve angst

E: ‘Het lijkt er op dat die sterke motivatie van de jaren 80 meer berustte op angst voor het eigen hachie dan op principes. Maar waarom zijn de mensen nu niet bang, terwijl er toch allerlei griezelige dingen aan de hand zijn. Er wordt gehandeld in nucleair materiaal. We worden eenzijdig beïnvloed, gerustgesteld. Het Westen gaat heel anders om met de massavernietigingswapens van Irak dan met die van Israël. Onze angst is selectief. Toch heeft Israël zich riskant gedragen in het verleden door een kerncentrale in Irak te bombarderen.’

A: ‘Van Israël wordt veel door de vingers gezien.’

Emiel vertelt Akke over de Israëlische kerngeleerde Vanunu, die een jaar of tien geleden, vanwege zijn geweten, geheime gegevens over het Israëlische kernwapenprogramma naar buiten bracht. Hij zit nog steeds in de gevangenis.

E: ‘Hij heeft gedaan wat nodig was. We zouden het allemaal moeten doen in zo’n situatie, maar hij doet het. Hij had de Nobelprijs moeten krijgen.’

Wat hebben we bereikt en wat willen we nog bereiken?

A: ‘Wat mij betreft: ik meen dat Canada zich nu sterk maakt voor het afschaffen van kernwapens. En Nederland heeft voor het eerst niet voor kernwapens gestemd maar zich onthouden bij de behandeling van de VN-resolutie Towards a nuclear-weaponsfree world, eind 1998 (Middle Powers Initiative). Het is niet veel, maar het is bereikt door lobbyen. Lobbyen is erg belangrijk: een hele sterke achterban en een hele sterke lobby, die heb je nodig om ergens te komen.

Hoe krijg je vandaag enorme mensenmassa’s zoals in de jaren 80 op de been?’

E: ‘30 jaar geleden zijn we begonnen met aan alle medische faculteiten studiedagen te organiseren, ca. 2 x per jaar. Onder meer over ‘Kinderen en Geweld’ en ‘De Artseneed’. In 1979 hielden we een symposium over de neutronenbom: die spaart de gebouwen en vernietigt de mensen.’

A: ‘Dat idee van studiedagen zouden we best weer op kunnen pakken.’

Akke en Emiel filosoferen over de opzet van een lezingencyclus aan de verschillende universiteiten, mogelijke thema’s en de benodigde public relations.

A: ‘We hebben eens in Rotterdam een bijeenkomst gehouden over vluchtelingen onder de titel ‘Nieuwkomers’. Dat trok geen hond, ik weet niet waarom. Misschien een slechte promotie. Ik denk gewoon dat je de mensen weer eens moet schokken. Ik wist het ook allemaal niet een jaar geleden en dacht toen: ik wil wat gaan doen.’

Het idee was een mogelijk confronterende dialoog. Helaas?? zijn de generaties het opvallend eens. De lezers worden uitgenodigd zich (confronterend?) in de discussie te mengen.

Terug naar inhoud nieuwsbrief