Kernenergie, klimaat en de komende energiecrisis

Onze overtuigingen hebben een rangorde: zij liggen als concentrische kringen om elkaar heen. In het centrum ligt een overtuiging die wij in de Westerse wereld vrijwel allemaal delen, namelijk dat je je medemens dient te behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, onafhankelijk van sekse, seksuele geaardheid, ras, of godsdienst.

Naar onze mening is dit een algemeen menselijke plicht; Kant gaf er een strikt rationele onderbouwing aan, en ik denk dat wij er nooit meer van af zullen komen. (Of we de moed hebben er naar te handelen is een andere zaak). In de direct daarop volgende kring komen er echter grote verschillen tussen personen onderling aan het licht. Er zijn pacifisten en er zijn personen met een minstens even nobele inborst die uit naam van de menselijkheid het pacifisme afwijzen.

Aangrijpend is de korte brief die de niet-pacifistische wijsgeer A.N. Whitehead, die in de Eerste Wereldoorlog een zoon verloor, schreef aan Bertrand Russell, die vanwege zijn pacifisme in een Engelse gevangenis zat. Overtuigingen in deze tweede kring kunnen veranderen, maar meestal alleen door een schokeffect, zelden door argumenten. Zie bijvoorbeeld de ommezwaai bij het Interkerkelijk Vredesberaad tengevolge van de gruwelen in Kosovo.

De overtuiging dat kernenergie voor vreedzame doeleinden uit den boze is ligt voor velen in deze tweede kring, zo ook voor Jan Gevers, getuige zijn artikel in ‘Nieuwsbrief, Lente 1999’, pagina 19. De argumenten daarvoor zijn aan de lezers van de Nieuwsbrief bekend: het veiligheidsprobleem, het afvalprobleem, de praktische onomkeerbaarheid van eventuele verontreiniging etc.. Maar hoe ernstig deze problemen ook zijn, het is alleen hun wereldwijde omvang waarin zij zich wezenlijk onderscheiden van problemen met wel geaccepteerde technische mogelijkheden zoals luchtvaart (met de mogelijkheid van bombardementen) of automobielverkeer (met vele duizenden doden per jaar). Het is dit wereldwijde en onomkeerbare karakter waardoor de afwijzing van kernenergie tot hun grondovertuigingen behoort.

Maar degenen die kernenergie als mogelijkheid open willen houden wijzen op andere problemen, die evenzeer van wereldwijde omvang zijn: te hoge, en binnenkort stijgende, energieprijzen voor de Derde Wereld (dit is voor de helft van alle aardbewoners) en een tot nu toe steeds waarschijnlijker wordende versnelde klimaatverandering bij doorgaand ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen. Wat voor hen deze problemen extra schrijnend maakt is dat wij, in het welvarende deel van de wereld, er niet al te veel last van zullen hebben: hogere energierekeningen zijn vervelend, maar geen ramp, en een stijging van de zeespiegel beantwoorden wij door onze dijken te verhogen. Hoe anders is dat in landen als de Filippijnen of Bangla Desh. Dus als ik lees dat kernenergie voor de Derde Wereld (waar de grootste energiebehoefte aan het ontstaan is) niet zo geschikt is omdat kerncentrales elektriciteit produceren terwijl ‘de Derde Wereld vooral behoefte heeft aan energie voor transport en eten koken, oftewel hout (sic!), benzine en petroleum’, dan gaan mijn haren recht overeind staan. Gelukkig ken ik de schrijver te goed om te weten dat hij dat zó niet kan menen. Het is een veel gebruikt, maar zeer discriminerend argument want het betekent dat de Derde Wereld op zijn economische achterstand wordt vastgepind. Het is bovendien in strijd met de feiten. Loop maar door de miljoenensteden van Azië. (De ironie van de situatie is, dat omwille van het milieu en de efficiëntie(!), het gebruik van fossiele brandstof grootschaliger moet worden, terwijl er bij de kernenergie juist een enorme schaalverkleining plaats vindt (mede dankzij de anti-kernenergie beweging - graag toegegeven).

De door mij geciteerde energieprijs van 0.08/kWh (all in) gold voor een heliumgekoelde kernreactor met een vermogen van niet meer dan25 megawatt, geschikt voor kleine industrieën en middelgrote stadswijken en daardoor met goede mogelijkheden voor warmtekracht koppeling.

De meeste overtuigingen in de ‘tweede kring’ deel ik met de lezers van de Nieuwsbrief. Wij demonstreerden tegen kernwapens, niet omdat wij dachten dat het met de dreiging uit het Oosten wel mee zou vallen, maar omdat wij er van overtuigd waren geraakt dat het ziek maken en doden van miljoenen mensen door bommen van een ‘bevriende’ natie nog gruwelijker is dan het zelf omkomen door een ‘vijandelijke’ bom. Over zoiets valt op een bepaald moment niet meer te redetwisten: het is tot onze grondovertuigingen gaan behoren.

Maar de kwestie van kernenergie voor vreedzame doeleinden is van een totaal andere orde, en ik denk dat het goed is deze twee zaken niet aan elkaar te koppelen. Bij bommen gaat het om doden en gedood worden. Bij energieopwekking gaat het om wat de mensheid nodig heeft om te leven. Degenen die bewust demonstreerden tegen de bommen waren bereid zichzelf in de waagschaal te plaatsen; bij onnodig hoge energieprijzen of bij een stijgende zeespiegel zijn vooral anderen de dupe.

Dus vallen wij (val ik) onherroepelijk in de handen van de experts die een en ander voor ons uit moeten zoeken, rekening houdend met veiligheid en prijs. Niet dat hun rekensommen zonder meer geloofd moeten worden of dat hun betrouwbaarheid niet getoetst zou moeten worden. Wij geloven niet alles. Maar die toetsing moet wel op rationele gronden gebeuren. Dat is althans de mening van hen voor wie de afwijzing van kernenergie geen grondovertuiging is. En als de uitspraken van sommige experts strijdig zijn met de diepste overtuigingen van hen die kernenergie afwijzen dan mogen zij die uitspraken wel naast zich neer leggen maar zij mogen die experts niet als samenzweerders buiten spel proberen te zetten. Vandaar mijn wat felle reactie als gesuggereerd wordt dat de aandacht voor het versnelde ‘broeikaseffect’ het gevolg zou zijn van een complot.

Wij moeten ongetwijfeld en zo snel mogelijk onze energie halen uit duurzame bronnen en besparingen; kernenergie is op den duur niet de oplossing. Maar alleen de zon kan ons genoeg leveren en het gebruik van zonne-energie op grote schaal is een kwestie van nog tientallen jaren. (Kernfusie ligt, naar men zegt, nog veel verder weg). Niet dat het technisch niet vlugger zou kunnen, maar onze leidslieden zijn te kortzichtig of krijgen te weinig armslag om het sneller te verwezenlijken, dus daar hebben we voorlopig niets aan.

Dus zegt prof. Kouffeld terecht tegen Greenpeace dat we het vooral moeten hebben van besparing, efficiëntie en duurzame energiebronnen. Daar waren we het al lang over eens. Maar het is bezijden de kwestie waar we het over hebben, namelijk hoe komen we de komende dertig jaar door. En als Greenpeace dan de suggestie probeert te wekken dat hij ook voor deze interim periode kernenergie niet nodig acht dan blijkt Greenpeace niet geheel betrouwbaar. Zijn afscheidsrede spreekt hierover al te duidelijke taal. En als het ‘Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie’ in Delft ondanks herhaald aandringen niet in staat is de studie te overleggen waaruit zou blijken dat kernenergie de op een na ongunstigste optie is om fossiele energie te besparen, dan rijzen bij mij ook daarover twijfels. En dan betreur ik het dat het onderwerp kernenergie vrijwel verdwenen is uit onze gewone universitaire curriculae.

Het kwaad zit niet in de natuur of in de techniek, maar in de netten waarin mensen elkaar gevangen houden, dus vooral in de politieke systemen, zie Tsjernobyl. Te veel mensen, te weinig bruikbaar water, te dure energie. Dat zijn de grote problemen van de 21e eeuw. Het is goed als de NVMP zich er mee blijft bemoeien: er is een ander soort heldhaftigheid voor nodig dan die van Greenpeace.

(a href="nwsbrf.htm">Terug naar inhoud nieuwsbrief