Kosovo, een greep naar de macht?

Op 4 juli jl., na het beëindigen van de bombardementen in Kosovo, vond in het Vredeshuis te Aalst een symposium plaats, georganiseerd door Artsen voor Vrede en het Vredeshuis Aalst. Inleiders tot het debat waren Prof. Dr. Rik Coolsaet, gewezen kabinetschef van de Belgische minister van Defensie en Jef Turf, journalist.

Rik Coolsaet begint met een historisch overzicht. Tot midden 1998 werd Kosovo beschouwd als een van de talrijke probleemgebieden in de Balkan. Niettegenstaande een aantal politici, waaronder de Vlaamse volksvertegenwoordiger Willy Kuypers, die meer vertrouwd waren met de plaatselijke situatie, herhaaldelijk gewezen hadden op de ernst van het Servisch-Kosovaars conflict, bleef de internationale belangstelling voor dit gebied zeer beperkt. Bij de besprekingen die tot het akkoord van Dayton leidden werd het Kosovo-probleem niet aangeraakt.

Rugova, de gematigde vertegenwoordiger van de Albanese Kosovaren, voert met veel geduld, maar met geleidelijk groeiend succes, een geweldloze strijd voor meer autonomie. In de eerste helft van 1998 krijgt hij echter sterke oppositie vanwege meer ongeduldige Kosovaren, die een ondergrondse gewapende verzetsbeweging, het UCK, organiseren. Naast de vreedzame betogingen door de Rugova-meerderheid georganiseerd, begint het UCK geweld te gebruiken. Aanslagen op politieposten, gemeentehuizen, op alles wat de Servische staat vertegenwoordigt, lokken toenemende represailles uit. Het geweld escaleert beiderzijds. In september 1998 stemt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voor een resolutie waarbij beide partijen gevraagd wordt het geweld te stoppen en een dialoog te beginnen. In oktober, bijna onmiddellijk na de stemming over de resolutie, komt de NAVO ertussen, los van de VN, en verklaart tot bombardementen te zullen overgaan als Milosevic niet toegeeft aan de voorwaarden van de NAVO. Gesprekken vangen aan in het kasteel van Rambouillet. Naarmate het gesprek uitzichtloos wordt stopt Milosevic met een beginnende terugtrekking van zijn troepen uit Kosovo.

Rambouillet mislukt. Hoofdoorzaak is de overtuiging, niet alleen van Milosevic, maar ook van de Servische oppositie, dat de gestelde voorwaarden het einde betekenen van de Servische soevereiniteit over Kosovo. Die voorwaarden waarvan de NAVO-vertegenwoordigers niet willen afwijken zijn drieërlei: terugtrekking van de Servische troepen, de NAVO in de plaats en een referendum onder de Kosovaren na 3 jaar. Op het terrein escaleert intussen de situatie. Het Servische leger neemt meer en meer posities in, treedt zeer repressief op en de strijd tegen UCK en al wie verdacht wordt er mee samen te werken gaat stilaan over in plaatselijke etnische zuiveringen. Op 24 maart beginnen de bombardementen. Met een zekere tegenzin. Velen in het Westen hebben het gevoel dat men zichzelf in een positie heeft gebracht waar men niet meer uitgeraakt. Met het voorbeeld van Vietnam voor ogen spreekt men van une guerre sans réflection.

De bombardementen duren voort, maar brengen geen uitkomst. De talloze vluchtelingen en de dreiging van de winter maken de tijd rijp voor nieuwe onderhandelingen, nu tussen de G8 en Milosevic. Dit leidt uiteindelijk tot een akkoord, dat het einde van de bombardementen, de terugtrekking van de Servische troepen en de bezetting onder leiding van de Verenigde Naties inhoudt. Van een referendum is geen sprake meer.

Voor de Serviërs was de inzet hoog. Rambouillet betekende voor hen het einde van de soevereiniteit over Kosovo en de verschrompeling tot een ministaat, na het eerdere verlies van Slovenië, Kroatië en Bosnië. Ex-Joegoslavië was immers een belangrijke staat waarin de Serviërs het hoge woord voerden. Ook economisch zou het een verlies betekenen. Steenkool, in Servië nog een belangrijke energiebron, komt voor 1/3 uit Kosovo. Niet minder belangrijk was de persoonlijke inzet van Milosevic. Zijn legitimatie was gebouwd op zijn nationalisme. Toegeven in verband met de soevereiniteit van Kosovo zou hem in Servië totaal ongeloofwaardig en onaanvaardbaar maken.

Kosovo was dus voor Servië van vitaal belang, voor de NAVO van secundair belang. Dat hebben de Amerikanen verkeerd ingeschat. In zo een situatie kun je moeilijk winnen.

Belangrijk was de rol van de NAVO. In de zomer van 1997 waren de lidstaten begonnen met het bespreken van de nieuwe functie van de NAVO, nu de Koude Oorlog was beëindigd en geen direct gevaar meer bestond.

De Verenigde Staten wilden de NAVO omvormen van een verdedigingsorganisatie tegen de Sovjetunie tot een organisatie die wereldwijd zonder instemming van de Verenigde Naties zou kunnen optreden tegen alle mogelijke dreigingen, zoals immigratiestromen, belemmering van grondstoffentoevoer, terrorisme en multinationale conflicten. Kosovo was een gelegenheid om dit zonder veel discussie al onmiddellijk in de praktijk te brengen. Het ging om een aanpalend grondgebied en als gevolg van de door de media dagelijks verspreide ellende van vluchtelingen en uitgedrevenen was de publieke opinie bereid dit offensieve NAVO-optreden buiten de grenzen zonder toelating van de Verenigde Naties te aanvaarden.

Directe redenen tot ingrijpen waren:


Hoewel de NAVO voortdurend beklemtoont dat ze een overwinning heeft behaald, kan men de afloop van de oorlog zeker geen capitulatie van de Serviërs noemen. Militair gezien had het conflict nog jaren kunnen duren. Zowel het moreel als de militaire capaciteit van de Serviërs waren nog niet aangetast. De overeenkomst was een klassieke diplomatieke zakelijke oplossing, waarbij beide partners een overwinning konden proclameren. Het verschil met het Rambouillet dictaat is duidelijk. In de plaats van een NAVO-operatie wordt het een VN-operatie. Op het terrein beslissen de Verenigde Naties en niet de NAVO, wat in de eerste plaats betekent dat Rusland en China met hun vetorecht de verdere evolutie mee bepalen. Van een referendum is geen sprake meer. Uiteindelijk wordt in dit nieuwe akkoord de Servische soevereiniteit gegarandeerd door de Verenigde Naties. Nadien, bij de besprekingen in de Verenigde Naties, heeft de NAVO getracht de ontwerpresolutie te interpreteren in de geest van de Rambouillet eisen. Hiertegen kwam er reactie van Europa, dat liever een overname had door de Vere-nigde Naties en veel belang hechtte aan goede relaties met Rusland. Toch blijft de mythe van een NAVO-overwinning bestaan.

Rik Coolsaet besluit: de grote overwinnaar in de Kosovaarse oorlog is Rusland. Rusland staat opnieuw in het centrum van de besluitvorming.

Negatief waren de gebeurtenissen voor de Amerikaanse visie op de NAVO. Niet alleen de Russen, ook de West-Europeanen aanvaarden deze niet. Kosovo was een katalysator. Na dit conflict dat volledig door de Amerikanen werd geleid, wenst Europa meer bevoegdheden inzake het buitenlands veiligheidsberaad, dat niet meer uitsluitend door de militaire pijler mag worden bepaald, maar in een diplomatiek kader moet worden ingebouwd. Uit de NAVO-bijeenkomst in Keulen blijkt dat het Amerikaanse unilateralisme serieuze tegenstand krijgt. De NAVO moet omgebouwd worden tot lokale filiaalhouder van de ‘wapenshop’ zonder beslissingsbevoegdheid. Ook in het gesprek tussen de Belgische minister van landsverdediging De Rijcke en Kofi Annan kwam de wens tot uiting de Europese Unie om te vormen tot een van de pijlers van een multipolaire wereld. De unipolaire wereld rond de Verenigde Staten moet omgevormd worden tot een multipolair beleid met o.m. Europa en Rusland als medepolen, willen we komen tot een meer stabiele situatie. Voor de kleine landen stelt zich echter een probleem. Zij hebben geen stem in een dergelijke multipolaire wereld. Hieraan kan alleen een oplossing gegeven worden door deze nieuwe evolutie te koppelen aan een versterking van het multilateralisme van de Verenigde Naties.

Jef Turf van zijn kant bekeek de Kosovaarse oorlog, zoals hij het zelf uitdrukte, vanuit kikkerperspectief, vanuit de betrokken burgers.

Een aantal aspecten zijn in de Kosovo-crisis naar boven gekomen.


Officieel was de reden voor deze oorlog het schenden van de mensenrechten. Na de vele oorlogen om ge-biedsverovering en om macht zou een oorlog om humanitaire redenen een totaal nieuwe, een revolutionaire wending betekenen. Het niet optreden op andere plaatsen in de wereld, waar de toestand nog veel erger is, en het onderhouden van een onmenselijke situatie in Irak bewijzen dat het humanitaire aspect echter geen echte hoofdreden was.

In feite waren er andere, voor de VS meer belangrijke redenen. Servië past niet in het totaalconcept van de Verenigde Staten om zijn hegemonie in de wereld te vestigen. Noch op economische gebied, noch qua connecties met andere landen. Het is goed bevriend met Rusland en onderhoudt betrekkingen met Iran en Libië.

De Amerikanen gaan zo ver te eisen dat alle andere landen hun embargo’s en handelsbeperkingen volgen, op straffe van economische tegenmaatregelen. Langs het IMF en de Wereld-bank dringen zij hun kapitalistische visie op. Niet alleen militair en economisch, maar ook cultureel trachten zij hun impact op de hele wereld te vergroten.

Als voorbeeld geeft Jef Turf aan dat op de Vlaamse televisie in een week 216 Amerikaanse programma’s uitgezonden werden, 44 op de VRT, 92 op VTM en 80 op VT4, beide laatste commerciële zenders. Ook de Amerikaanse opvattingen in verband met reclame worden een belangrijk deel van onze cultuur.

Wat wordt het verder in Kosovo? Niemand kan het voorspellen, maar het zal generaties duren vooraleer de wonden zullen geheeld zijn en een zekere stabiliteit wordt bereikt.

Niet alle Europese landen waren akkoord met de NAVO-interventie, maar allemaal hebben ze er zich bij neergelegd. Willen we dergelijke situaties in het vervolg vermijden, dan is het nodig dat alle organisaties initiatieven nemen die in de richting gaan van een grotere Europese aanwezigheid.

Alleen een versterking van de Europese pijler in alle internationale organisaties kan de Amerikaanse wereldhegemonie afremmen.

Terug naar inhoud nieuwsbrief