We the people

Een impressie van de Hague Appeal for Peace 11-15 mei 1999

door Joop Pragt

De Appeal

Cora Weiss en Bill Pace van de Wereld Federalisten Beweging en Phon van de Bieze van IALANA hadden kennelijk voldoende appeal om wereldkopstukken als bisschop Tutu, Gracia Machel, Kofi Annan, koningin Noor Al Hussein en de minister-president van Bangla Desh, Sheikh Hasina, naar Den Haag te krijgen. Onze eigen koningin ontbrak en dat voelde als gastland niet erg prettig. De slotverklaring was helder, maar wat het meest ontbrak was de oprichting van een broodnodig peoples parliament om de boodschap uit te dragen, het werk voort te zetten, de krachten te bundelen en invloed uit te oefenen. De pers was eigenlijk alleen geïnteresseerd in de waan van de dag, en die waan hoeft niet per se in oorlogsgebieden of regeringsburelen gecreëerd te worden. Daarin was de Hague Appeal for Peace veel te bescheiden en de pers teveel gericht op ‘nieuws’.

De conferentie

Van woensdag tot ver in de zaterdag werden van de grote Alexanderzaal tot in de kleinste commissiekamers voordrachten gegeven en discussie-bijeenkomsten gehouden: het Haags gymnasium met een schitterende musical met medewerking van Peter Ustinov en Freek de Jonge; de presentatie van het International Criminal Court; een forumdiscussie over landmijnen en kleine wapens; een vraag om aandacht van de volken van Tsetsjenië, Belarus en Kashmir voor hun etnische situatie, van de indianen in Noord-Amerika en de aboriginals in Australië voor de bedreiging van hun leefgebieden; de problematiek van kindsoldaten en de hulp aan getraumatiseerde kinderen in Uganda, Ruanda, Bosnië en Kosovo, enz. enz. De IPPNW had hierbij een goede inhoudelijke bijdrage op diverse terreinen.

De presentaties in de Statenhal

In één woord kleurrijk was de kraampjesmarkt in de Statenhal. Meer dan 200 groepen en organisaties presenteerden er hun materiaal. Voor de IPPNW was daar het meeting-point tussen de conferentiebijeenkomsten door. Indrukwekkend was de tentoonstelling over de landmijnen en de Hiroshima-fototentoonstelling.

De studentenconferentie

In de Haagse jeugdherberg kwam vanaf 8 mei een internationale medische studentengroep bijeen voor trainings- en informatieworkshops. Zeer geslaagd en bewonderenswaardig. We zullen er nog veel van horen.

Het vredeskamp in het Zuiderpark

Een Russische priester in een piepklein tentje, ‘s morgens vroeg brevierend onder de bomen, een Canadese student samen met een Russisch meisje de ‘hondenwacht’ houdend, gitaarspel en performances bij het kampvuur, gedisciplineerde groepen Japanners op weg naar de douches van de nabijgelegen sportclub, een Navajo-indiaan getroost door een Belgische medewerkster van ‘Moeder Aarde’ als zijn e-mail-verbinding met het thuisfront niet wil lukken: de wereld is vol fantastische mensen. Na ’Den Haag’ trekken ze verder, de een met een voettocht naar Brussel, de ander als hulp in een kinderkamp in Roemenië, een derde met de fiets naar nieuwe vredeskontakten. Stuk voor stuk op zoek naar menselijkheid, en ze hebben daar alles voor over. Met de groeten aan Danielle, Victor, Martin, Julia, Jean en Natasja.

 

Indrukken op de Hague Appeal for Peace

door Hans van Iterson

Na vele uren van intensieve voorbereiding was het dan eindelijk zover. Dinsdag 11 mei ging de Hague Appeal for Peace-conferentie van start in het Haagse Congresgebouw.

De dinsdag was gereserveerd voor de registratie van de ruim 8.000 bezoekers. Dit bleek geen overbodige luxe. De mensen die reeds van tevoren betaald hadden kregen vrij vlot hun toegangsbadge en programmaboekje. Voor diegenen die besloten hadden on site te betalen brak het lange wachten aan. De rest van de dag was beter besteed.

De NVMP-stand werd opgezet naast die van de Duitse IPPNW en het Central Office in Amerika. Alle stands, ruim 400, waren gelokaliseerd in de enorme Statenhal die al snel het aanzien van een diverse bont gekleurde markt kreeg. Aangezien ik mij opgeworpen had als bemensing voor onze stand ging het merendeel van het HAP-programma aan mij voorbij, hetgeen met ruim 400 workshops en sessies in 4 dagen voor iedereen gold. Waar men gelukkig wel aan gedacht had waren twee enorme videoschermen in de Statenhal waar de bezoekers die niet meer in de zaal pasten de plenaire openings- en sluitingsceremonie konden volgen. Het moet gezegd, ook al was je er niet live bij, deze plenaire sessies waren erg indrukwekkend. Desmond Tutu is iemand die vanwege zijn ontwapenende karakter de zaal als vanzelf aan zich bindt. Het voorbeeld van Zuid-Afrika waar Apartheid tot het verleden behoort terwijl ’de wereld Zuid-Afrika had opgegeven’ was natuurlijk een sterke troef waarmee Tutu critici de mond snoerde. Naast Tutu kwam er een indrukwekkende lijst van Nobelprijswinnaars aan het woord, waaronder José-Ramos Horta en Jody Williams.

Veel aandacht in de lezingen was er uiteraard voor de oorlog in Kosovo. Vanuit de visie dat meer bommen gooien nu eenmaal geen stap naar vrede kan betekenen lagen de NAVO-acties vrijwel permanent onder vuur. Zelfs Kofi Annan benadrukte dat we geen vrede kunnen maken door geweld. Minister van Aartsen en premier Kok die vlak voor de conferentie te kennen gaven graag enige woorden te willen spreken moesten dan ook zorgvuldig hun bewoordingen kiezen ter verdediging van de NAVO. ‘Niet langer dan absoluut nodig en waar mogelijk starten van vredesbesprekingen’, was hun visie. Van Aartsen en Kok waren echter niet de enigen die op hun woorden pasten, ook andere sprekers trokken zich de kritiek van de Afrikaanse delegatie aan dat Kosovo bepaald niet de enige brandhaard in de wereld is. In Rwanda werden in een week tijd bijna een miljoen mensen gedood. In Soedan is de langstdurende oorlog gaande en in Sierra Leone heerst een van de bloedigste burgeroorlogen van dit moment.

Vergeten oorlogen werden het zeker niet op de conferentie. Ook in de Statenhal bleek hoeveel groepen actief zijn om aandacht te vragen voor de conflictsituatie waarin zij zich bevinden of waarvan zij het slachtoffer zijn geworden. Veel aandacht was er voor Oost-Timor, maar ook voor ‘onbekende’ regio’s waarvan ik tot die dag niet wist dat er een conflict of burgeroorlog heerste. De sfeer op de conferentie was er echter een van optimistisme, het enthousiasme waarmee visies werden uitgedragen was overweldigend. Zo klinkt het tromgeroffel van de groep die een vrij Zuid-Molukken bepleitte me nog in de oren. Deze groep werd geflankeerd door in leer gestoken Molukse motorduivels die aan het einde van de dag hun aanwezigheid duidelijk kenbaar maakten door met luid geronk op indrukwekkende wijze en zeer gedisciplineerd langs het congresgebouw te razen.

Lessons from Belgium

Deze door Artsen voor Vrede opgezette workshop behandelde de vraag waarom Vlamingen en Walen eigenlijk nooit verwikkeld zijn geraakt in een bloedig conflict. Twee inleiders, Ludo Abicht, hoogleraar filosofie van het Provinciale Instituut voor Toegepaste Communicatie en het Instituut voor Architectuur in Antwerpen, en Serge Govaert, werkzaam als vertaler voor het Belgische Parlement en administrator bij het Centrum voor Sociopolitiek Onderzoek en Informatie, gaven hierop enige toelichting. Volgens Govaert is van belang dat de op den duur ontstane taalgrens nooit een politieke grens is geweest. Het Frans is lange tijd de dominante taal geweest en Vlaanderen heeft lang moeten streven voor een eigen Vlaamse identiteit en erkende taal. De welbekende ‘taalgrens’ is eigenlijk pas van recente datum (1962). Toch is het taalprobleem breder dan gedacht. Het omvat culturele, economische, sociale en ook politieke aspecten. Verhoudingen tussen Vlamingen en Walen gaan dan ook wel degelijk gepaard met sterke emoties. Er is dus zeker sprake van een ‘conflict’, alleen is dat nooit met wapens beslecht.

Ludo Abicht voerde aan dat een groot deel van het Belgische geheim ligt in het vermogen compromissen te maken. In België is welhaast sprake van een cultuur van compromissen. Hierbij werden enkele voorbeelden aangehaald waaruit blijkt dat over de meest lastige tegenstellingen toch een compromis werd bereikt dat verdere escalatie voorkwam. Op zich is dit een meer dan belangrijke gevolgtrekking. Als je zover bent dat het oplossen van problemen door overleg en compromis zelf tot een deel van je cultuur is verworden en je geweld niet eens als een optie overweegt kun je stellen, dat je het ei van Columbus hebt uitgevonden.

Dutch-Indonesian relations.


Bij deze door de NVMP-commissie Conflicthantering georganiseerde workshop was sprake van een forum-discussie. Etty Indriati en Lani Pradjarahartju namen daar als Indonesische gasten aan deel. Centrale vraag door forumvoorzitter Tom Hanrath voorgelegd was: kunnen artsen iets betekenen in het proces van peace building? Is er wellicht voor hen een rol als ‘mediator’ weggelegd? Een mediator is iemand die zich in the middle van een conflict opstelt. Hij probeert de onderliggende oorzaken van het conflict boven water te brengen en hierdoor bespreekbaar te maken. Een mediator mag nooit zelf een standpunt in een conflict innemen.

Is mediation mogelijk zonder macht? Ja, het moet zelfs zonder macht. Zodra je macht laat meespelen, mislukt een vredesonderhandeling. Wat een mediator doet is in feite de condities creëren, waardoor de partijen weer kunnen gaan communiceren. Als zodanig zouden artsen best goede mediators kunnen zijn omdat zij tal van mogelijkheden hebben om hun invloed middels hun werkrelaties te laten gelden. Essentieel is echter dat zij geen standpunt innemen, zij moeten dus geen belang hebben bij zaken van een van de partijen. Mediation is een moeilijke taak en begint bij educatie. Daarom is er voor te pleiten dat er bij universitaire en andere opleidingen ruimte komt voor scholing in mediation.

Terug naar inhoud nieuwsbrief