Dwars door België loopt een taalgrens van oost naar west

De vreedzame Belgische taalstrijd op de HAP

Dwars door België loopt een taalgrens, van oost naar west. Boven deze grens, in het Vlaamse gewest (Vlaanderen), is het Nederlands de officiële taal; onder deze grens, in het Waalse gewest (Wallonië), is dat het Frans (met uitzondering van een zeer klein gebied in het oosten van Wallonië, waar Duits wordt gesproken).

Als een enclave in het Vlaamse gewest ligt, dicht bij de taalgrens, in het midden van België, het hoofdstedelijk gewest Brussel, bestaande uit de stad Brussel en 18 naburige gemeenten. Het hoofdstedelijk gewest is officieel tweetalig, maar de meerderheid der inwoners is Franssprekend. In een aantal gemeenten rondom het Brussels gewest en langsheen de taalgrens, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, genieten Franstaligen, respectievelijk Nederlandstaligen zogenaamde "faciliteiten". Dit betekent ondermeer dat zij in hun contacten met de overheid hun eigen taal mogen gebruiken.

Het moderne België heeft zodoende vier taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, waarvan de grenzen samenvallen met die van het Vlaamse gewest; het Franse taalgebied, dat gevormd wordt door het Waalse gewest zonder het Duitse taalgebied; het Duitse taalgebied, dat deel uitmaakt van het Waalse gewest; tenslotte het tweetalig gebied Brussel. In het Nederlandse taalgebied woont 58% van de bevolking, in het Franse taalgebied 32%. Het Brussels gewest is goed voor 9% en in het Duitse taalgebied woont minder dan 1% van de bevolking.

Deze ingewikkelde staatsstructuur is van zeer recente datum (1993) en is het (voorlopig?) resultaat van een lange strijd die vanuit Vlaanderen werd gevoerd en die gericht was tegen de Franstalige dominantie in het politieke en maatschappelijke leven. Deze strijd heeft de Belgische staat van in de negentiende eeuw beheerst en heeft uiteindelijk geleid tot een proces van opeenvolgende staatshervormingen (1970-1993) die het unitaire België tot een federale staat ombouwden.De taalstrijd ging en gaat nog steeds gepaard met sterke emoties. Hij heeft betrekking op de culturele, economische, sociale en uiteraard ook politieke aspecten van de Belgische samenleving. Maar on-danks het virulente karakter van deze strijd kwam het nooit tot een gewelddadig treffen tussen de twee bevolkingsgroepen: België heeft nooit een burgeroorlog gekend. Integendeel, de taalkundige en de daarmee samenhangende politieke tegenstellingen kregen, ook en vooral wanneer het conflict zeer scherpe afmetingen dreigde aan te nemen, hun beslag in akkoorden, compromissen en allerhande af-spraken, die ervoor zorgden dat de twee bevolkingsgroepen uiteindelijk toch vreedzaam naast en met elkaar bleven samenleven. De vrede werd bewaard. Men mag dit een opmerkelijke vaststelling noemen, vooral als men ziet hoe in andere landen, ook in Europa (Noord-Ierland, Baskenland, ex-Joegoslavië), bevolkingsgroepen in een vaak uitzichtloze en bloedige strijd zijn verwikkeld geraakt. Wat heeft België behoed voor deze gewelddadige excessen? Wat is het geheim van België? Welke factoren hebben ertoe bijgedragen dat Nederlandstaligen en Franstaligen niet slaags zijn geraakt? Welke prijs werd er betaald voor deze vrede, en door wie? Dat zijn de vragen die in een workshop tijdens de HAP beantwoord zullen worden door twee Belgische inleiders, een Vlaming en een Waal. Van Vlaamse kant heeft Ludo Abicht reeds zijn medewerking toegezegd. Abicht is doctor in de Germaanse filologie, filosoof en auteur van verscheidene werken over het Vlaams-nationalisme. In de Vlaamse Beweging vertegenwoordigt hij de radicaal-linkse strekking. De inleider aan Franstalige kant is nog niet bekend. Na de inleidingen is er uiteraard ruimte voor discussie.Kennen de Belgen het recept voor vrede? In de workshop tijdens de HAP kunt u misschien het antwoord vernemen.

Terug naar inhoud nieuwsbrief