Verslag workshop te Aalst

Kleine wapens, grote doders

Op 21 november 1998 ging in het Vredeshuis te Aalst een workshop door in verband met de mogelijkheden tot beheersen van kleine wapens, verantwoordelijk voor een toenemend aantal slachtoffers. De workshop werd georganiseerd door Artsen voor Vrede en het Vredeshuis, Aalst. Staatssecretaris voor Ontwkkelingssamenwerking, Reginald Moreels, gaf de inleiding en modereerde het gesprek.

Op dit ogenblik sterft 90% van de doden in gewapende conflicten door pistolen en geweren. Ook kleine wapens zijn massavernietigingswapens geworden. Het is de oorlog zelf en zijn oorzaken die we moeten bestrijden, naast alles wat maakt dat een oorlog vandaag zo moordend is. Dat is in de eerste plaats de productie en de internationale handel in kleine wapens. Omdat de band tussen bewapening en ontwikkeling nooit zo duidelijk was als vandaag moeten we als ontwikkelingsorganisaties en vredesbewegingen meer gaan samenwerken. Ontwikkelingshulp heeft geen enkele zin, ontwikkelingsgeld kan nooit economische groei en welvaart meebrengen, als er geen vrede en veiligheid heerst. Dat is een eerste voorwaarde. De schrijnende socio-economische toestand in Centraal-Afrika en in tal van landen uit andere continenten is een gevolg van de wapens. Ontwikkeling is onmogelijk zonder vrede. Dat democratisering, zoals wij die zien, met politieke vrijheden en vrije verkiezingen, de eerste voorwaarde zou zijn voor ontwikkeling, klopt niet.

Wapens reizen mee

Niettegenstaande de enorme gevaren verbonden aan kernwapens, aan chemische, biologische en laserwapens is het een feit dat veruit de meeste slachtoffers in de postkoloniale oorlogen getroffen werden door kleine wapens, zoals revolvers, pistolen, automatische geweren en lichte machinegeweren. Ze zijn zonder problemen te vinden in het illegaal circuit, vrij goedkoop, duurzaam, makkelijk te verbergen en te transporteren, eenvoudig in onderhoud en gebruik. Een kind kan er weg mee... Naar schatting zijn er momenteel 500 miljoen van deze wapens ongecontroleerd in omloop. Alleen al in Albanië circuleren er 600.000. Ze verhuizen met de conflicten. Van Vietnam naar Midden-Amerika en het Midden-Oosten, van Libanon naar Bosnië, van Angola en Mozambique naar Zuid-Afrika, Namibië en Zimbabwe. Bij de hereniging van Duitsland verkocht dit land meer dan 300.000 kalashnikovs van het DDR-leger aan Turkije, die nu gebruikt worden tegen de Koerden. Voldoende reden voor Reginald Moreels om samen met Nobelprijswinnaar Oscar Arias een tweedaagse internationale conferentie voor te bereiden als onderdeel van een wereldwijde campagne tegen kleine wapens. Deze conferentie ging in oktober 1998 in Brussel door en kende een groot succes. 600 deelnemers, waar er 200 vooropgesteld waren, onder wie 98 regeringsvertegenwoordigers, waren aanwezig. Belangrijk was het feit dat voor het eerst NGO's in dezelfde zaal vergaderden en op hetzelfde plan werden gesteld als de regeringen. De Verenigde Staten bleken een zeer grote belangstelling te hebben voor de conferentie. Ze waren er op vier niveaus aanwezig: met een vertegenwoordiging vanwege het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Financiën, van Ontwikkelingshulp en Vredesopbouw.

De Brusselse conferentie resulteerde na twee dagen discussie in een Brussels call for action. Een aantal aanbevelingen die hierin opgenomen werden kunnen op vrij korte tijd gerealiseerd worden. Andere zullen nog heel wat overtuigingskracht vragen eer een meerderheid van landen ze zal aanvaarden. Maar alleen al het feit dat er over alles een brede consensus werd bekomen is belangrijk. Bij de opvolging kan hier telkens weer op teruggekomen worden.

Brussels Call for Action

De conferentie van Brussel roept op tot een Internationaal Actieprogramma voor Praktische Ontwapening en Vrede. Daarom wil ze in de eerste plaats de proliferatie van kleine en lichte wapens doeltreffend aanpakken.

Als maatregelen stelt ze voor

* de illegale wapenhandel in al zijn aspecten te bestrijden; * de nationale wetgeving en controle op het bezit, het gebruik en de overdracht van kleine en lichte wapens te versterken;
* de beteugeling van de internationale wapenoverdracht te bevorderen;
* er voor te zorgen dat het wapenbezit van leger en veiligheidsdiensten de noodzakelijke vereisten niet overschrijdt;
* maatregelen te treffen om overtollige stocks te beveiligen, te vernietigen of op een verantwoorde manier te verwijderen;
* te zorgen voor meer transparantie en uitwisseling van informatie;
* demobilisatieprogramma's na een conflict in een sociaal en economisch rehabilitatiebeleid te integreren;
* samen te werken met andere landen in een conflictgebied om controle uit te oefenen op de toevoer van wapens op hun grondgebied;
* de ontvoering, rekrutering en inlijving van kinderen in strijdkrachten en milities te beletten;
* programma's op te stellen voor psychosociaal herstel en reïntegratie in de maatschappij van kinderen die ingelijfd waren in leger of militie;
* wapens in illegaal bezit te verzamelen en te vernietigen;
* de wederopbouw en verzoening na een conflict te bevorderen
.

Verder vraagt ze dat wapeninleveringsprogramma's een integraal deel uitmaken van een vredesakkoord na een conflict en dat de vernietiging van deze wapens op een snelle, betrouwbare en transparante manier zou gebeuren. Aan de donorgemeenschap vraagt ze rekening te houden met de inzameling en vernietiging van deze wapens en hieraan hulpverlening en schuldverlichting te koppelen (debt for arms destruction swabs). Veel belang moet ook gehecht worden aan het tot stand brengen van een structurele stabiliteit, reductie van strijd- en politiekrachten en van de militaire uitgaven tot een normaal peil, onder democratisch bestuur brengen van de strijdkrachten en aan het bevorderen van een vredescultuur door opvoedings- en sensibiliseringscampagnes.

Ook legt de conferentie nadruk op slachtofferhulp, in het bijzonder op de begeleiding van kinderen die aan de oorlog hebben deelgenomen. Alle staten en partijen worden bovendien op-geroepen tot het respecteren van de VN-conventie van de Rechten van het Kind. De internationale gemeenschap wordt gevraagd meer systematisch wapenembargo's of import- exportmoratoria toe te passen in conflictgebieden en maatregelen te treffen om de bestaande embargo's beter te controleren.

Tenslotte worden een aantal resoluties aanvaard in verband met nog niet onmiddellijk te realiseren maatregelen die in de toekomst de illegale verspreiding van kleine en lichte wapens kunnen afremmen, zoals:

* het merken van alle wapens zodat hun oorsprong op elk moment vast te stellen is;
* het opleggen van een ammunition tax, een soort verzekeringsbijdrage voor schade aan derden te verrekenen in de prijs van de wapens;
* het minder schadelijk maken van wapens;
* het opleggen van een statiegeld voor kleine wapens
.

Om de continuiteit van de internationale campagne tegen lichte wapens te verzekeren werkte de conferentie een gedetailleerd follow-up programma uit. Reginald Moreels, die Federale Staatssecretaris voor Ontwikkelingshulp is, en dus ook voor Brussel en Wallonië verantwoordelijk is, had geen moeite op de vraag te antwoorden wat er moest gebeuren met de Luikse wapenfabriek FN, die de Fal produceert, een wereldwijd gereputeerd automatisch geweer, die onlangs in het nieuws kwam met zijn nieuw paradepaardje, het machinepistool P90 dat meer dan drie kogelvrije vesten doorboort. "Reconversie," was het antwoord. "Een economisch argument kan ik niet aanvaarden. Ook in de prostitutiehandel, de vrouwen- en organenhandel is er zeer veel tewerkstelling. Het kan niet dat je voor al die dirty traffics dit argument gaat gebruiken. Dit geldt ook voor FN. Hoe kan je voor iemand verdedigen dat de Renault fabriek en Levis moeten gesloten worden en dat de wapenfabriek moet open blijven voor een heel wat lagere tewerkstelling? "

België opnieuw het voortouw?

De conferentie in Brussel was een begin, dat ongetwijfeld zal opgevolgd worden. De interesse en de betrokkenheid waren er groot. Minister van Buitenlandse Zaken Erik De Rijcke biedt aan in het kader van debt for arms destruction swaps bij te dragen aan de ontwapeningsprogramma's van de VN in de Balkan. Een aantal NGO's is al bijeengekomen om een samenwerkingsverband te vormen dat de beheersing van de kleine wapens verder moet volgen. Reginald Moreels heeft een lang gesprek gehad met Koffi Annan, die sterk geïnteresseerd was. In New York werd hij uitgenodigd door de president van de Wereldbank om er te praten over de modaliteiten in verband met het kwijtschelden van schulden van derdewereldlanden die naast een goed beheer, democratisering en respect voor de mensenrechten ook overgaan tot het inzamelen en vernietigen van kleine wapens. Ook de strijd tegen de landmijnen begon met een call for action. Nu is het België dat als eerste land het initiatief neemt voor een call for action tegen de kleine wapens. Intense opvolging moet leiden tot een verbod van de illegale kleine wapenhandel en een controle op de legale handel.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief