Oude wapens, nieuwe doelwitten





De officiële standpunten van de Amerikaanse regering inzake ontwapening en nucleaire defensie wijken sterk af van wat de militairen in het Pentagon bekokstoven. Heel wat "stoute" derdewereldlanden prijken als nieuwe doelwitten op hun lijstjes, zo blijkt uit recente informatie die kon worden ingekeken onder de "Freedom of information Act", die een aantal voorheen geheime documenten voor het publiek beschikbaar stelt.


De beloften van Carter en Clinton

In 1978 verklaarde president Carter dat, indien een niet-nucleaire staat de VS of een van hun bondgenoten zou aanvallen, de VS geen kernwapens zouden gebruiken - tenzij de aanvaller een alliantie had met een nucleaire macht. Deze "negative security assurance"-strategie had vooral de bedoeling de goedkeuring van het non-proliferatie-verdrag (NPT) te stimuleren.
Precies hetzelfde gebeurde in april 1995 toen het NPT aan herziening toe was. Beslist moest worden of het NPT permanent dan wel tijdelijk verlengd zou worden. Om een permanent NPT te kunnen doordrukken hernieuwde de Clinton-administratie uitdrukkelijk haar belofte van 1978. Maar acht maanden later, in december 1995, maakte het Pentagon zijn "Doctrine for Joint Nuclear Operations" bekend. Deze maakte brandhout van de officiële "wij-zullen-geen-kernwapens-gebruiken"-belofte.


Pas op voor de Derde Wereld!

Na de val van de Berlijnse muur in 1989, met de ontbinding van het Warschaupact, was het duidelijk dat er iets moest gebeuren met de verouderde oorlogsplannen, die er enkel op gericht waren de aanvallen van de Sovjet Unie te counteren (of voor te zijn). Het Pentagon ondernam een "volledige herziening van haar nucleaire politiek en van de doelwitten zoals die waren vastgelegd in het SIOP", dit is het Single Integrated Operational Plan, het scenario voor een eventuele atoomoorlog, zeg maar.
Al in 1990 was er in een rapport van de legertop sprake van een "sterk toegenomen dreiging vanuit de Derde Wereld" die de voorraad strategische en niet-strategische kernwapens moest rechtvaardigen. In datzelfde jaar vond ook minister van Buitenlandse Zaken Cheney dat de proliferatie van massavernietigingswapens een goede reden was om de Amerikaanse kernwapens te behouden. Het jaar daarop gaf hij het leger formeel de opdracht om nucleaire acties te plannen tegen potentiele proliferators.
In 1992 luidde het dat "de mogelijkheid dat sommige derdewereldlanden kernwapens zouden kunnen verwerven geleid heeft tot aanpassingen aan de nucleaire en strategische verdedigingsmiddelen en beleidsplannen."


Het "levende SIOP"

Al gauw bleek dat de bestaande atoomoorlogsmachine niet was uitgerust om in de Derde Wereld te opereren. Zowel hardware als software waren op maat gesneden van een oorlog in het noordelijk halfrond: ten zuiden van de evenaar kon er geen doel getroffen worden. STRATCOM, het strategisch oppercommando, gaf dan ook de aanbeveling mee om tegen het einde van de jaren negentig een "wereldomvattende slagvaardigheid" uit te bouwen. Wat hiervoor nodig was, was "adaptive planning", een term die sindsdien ook door de NAVO gehanteerd wordt. Adaptive planning houdt in dat wapens die tot dan toe een exclusief doelwit hadden, geherprogrammeerd konden worden naar doelen in en buiten Rusland.
De Strategic Planning Study Group werd opgericht en ontwikkelde het concept van een "levend SIOP". Dat is een nucleair oorlogsplan dat onmiddellijk kan worden aangepast aan de ad-hoc-oorlogssituatie. In vredestijd kan het van dag tot dag de doelwitten veranderen. Een compleet aanvalsplan voor een nieuwe vijand zou al in enkele maanden kunnen worden klaargestoomd. De plannen zouden gebruik maken van "algemene doelwitten, eerder dan specifieke scenario's en specifieke vijanden". Adaptive planning zou "unieke oplossingen bieden, op maat gesneden voor regionale gevaren waarbij massavernietigingswapens betrokken zijn".
Het is duidelijk dat adaptive planning aan kernwapens een grotere rol toebedeelt in de strijd tegen chemische, biologische en radiologische wapens. Daarbij wordt gebruik gemaakt van kleine kernwapens, die minder massaal schade toebrengen. Adaptive planning geeft de nucleaire afschrikking een aura van aanvaardbaarheid.Het is een centraal element in het "levend SIOP".
Het "levend SIOP", gebaseerd op een "continue analyse van het beleid, de krachtsverhoudingen en veranderingen van de doelwitten", werd goedgekeurd in juli 1993, om van kracht te worden op 1 april 1994.


Een dode mus

Intussen werd een groots opgezet rapport voorbereid: het "Nuclear Posture Review". Algemeen werd aangenomen dat het, nu de Koude Oorlog voorbij was, zou aanbevelen om fors te snoeien in de voorraad kernwapens. Maar bij de publicatie in september 1994 bleek dat er weinig veranderd was. Het Pentagon kondigde aan dat er een kentering was in de manier waarop het tegen kernwapens aankeek en dat de rol ervan verminderd was. Maar het rapport herbevestigde de nucleaire afschrikking en de kernlogica. Sterker nog, het kende kernwapens een eersterangsrol toe in scenario's om proliferatie te counteren. Een aantal van deze scenario's werd trouwens uit de publieke versie van het rapport weggelaten.
In juni 1994, toen het rapport dus nog niet gepubliceerd was, formuleerde een intern adviesorgaan de aanbeveling dat kernwapens zouden moeten functioneren als afschrikking voor chemische en biologische wapens: "Zij die beweren dat biologische en chemische gevaren steeds efficiënt kunnen worden bestreden zonder beroep te moeten doen op het ultieme middel, Amerika's kernwapens, moeten daar maar eens het bewijs van leveren. Zolang dat niet gebeurd is, is het niet in het belang van de natie om een eventueel nucleair antwoord bij voorbaat uit te sluiten in geval van duidelijke dreiging met massavernietigingswapens. De juiste dosis dubbelzinnigheid (`measured ambiguity') is nog steeds een krachtig instrument voor de president om een koppige despoot af te schrikken."


Hoe dubbelzinniger, hoe beter

Deze aanbeveling werd later herhaald in "Essentials of Post-Cold War Deterrence", dat verscheen twee maanden na de nieuwe belofte van Clinton op de NPT-herzieningsconferentie. Het rapport had botweg kritiek op Clintons belofte: het was "gemakkelijk in te zien dat we onszelf in moeilijkheden hebben gebracht door beleidsverklaringen als de `negative security assurance', die erop gericht waren andere staten over te halen om het NPT te tekenen." Bovendien beval het rapport een dubbelzinnige houding aan als middel om de vijand onder druk te zetten. De houding van Bush tegenover Saddam Hoessein in de Golfoorlog werd als voorbeeld gesteld: Bush had Saddam gewaarschuwd geen chemische wapens te gebruiken, daarbij impliciet dreigend met het gebruik van kernwapens als reactie. De VS mogen niet te rationeel of te koelbloedig overkomen: "dat de VS irrationeel en wraakzuchtig worden als aan hun vitale belangen wordt geraakt, moet deel uit maken van het beeld dat we van onszelf projecteren".
Wat de beloften van Clinton waard zijn werd duidelijk in de herfst van 1995: twee grondige studies onderzochten hoe chemische en nucleaire doelwitten in Iran en in Noord-Korea door Amerikaanse kernbommen konden getroffen worden. Beide landen ondertekenden het Non-Proliferatie-Verdrag.
Eerste doelwit: Lybië?

Dat de derdewereldlanden nu de "meest uitgesproken bedreiging" vormden voor de veiligheid van de vrije wereld, botste met de vraag naar een verdere reductie van het aantal kernwapens. STRATCOM adviseerde daarom het aantal kernkoppen zeker niet verder te verminderen dan het niveau voorzien in START II, kwestie van voldoende uitgerust te zijn voor de "bredere opdracht". Een andere consequentie is vanzelfsprekend dat de wapensystemen moeten aangepast en gemoderniseerd worden. Het is duidelijk dat men daar al volop mee bezig is.
Maar nog voor de nieuwe kernkop voor de B61-11 in 1996 ontwikkeld was, was er bijvoorbeeld al een doelwit voor klaar: de chemische fabriek in het Lybische Tarhunah. Onderminister van Defensie Smith klaagde in april 1996 dat de fabriek niet met conventionele wapens te vernietigen was. De B61-11 was het "kernwapen bij uitstek" om deze klus te klaren. Deze uitlating veroorzaakte nogal wat deining in de pers zodat het Pentagon zich haastte er afstand van te nemen. Toch werd er op Defensie nogmaals gesteld dat de VS er niet voor terugschrikten kernwapens te gebruiken als antwoord op een nucleaire, biologische of chemische aanval op Amerika of een van zijn bondgenoten.
Ook Lybië is een niet-nucleair lid van het Non-Proliferatie-Verdrag. Het behoort aldus tot de groep landen aan wie de VS tot tweemaal toe hebben beloofd hen niet te zullen aanvallen met kernwapens. Maar Lybië, net als Iran en Noord-Korea, blijft een doelwit ondanks alles.


Waar eindigt dit?

In vroeger dagen was de term "massavernietigingswapens" eigenlijk alleen op kernwapens van toepassing. Daarin kwam verandering met de Golfoorlog, toen Irak tegen Israel en Saoudi-Arabië gebruik maakte van SCUD-raketten waarop een chemische lading gemonteerd kon worden. Enkele maanden later werd ook Lybië beschuldigd van de productie van chemische wapens. Daarmee werden massavernietigingswapens dé nieuwe bedreiging van de internationale veiligheid. In 1993 werden ze nog ingedeeld in kernwapens en chemische en biologische wapens. Maar in 1995 werden er ook de "radiologische wapens" aan toegevoegd. Dit betekent "à la limite" dat als een vat nucleair afval op een raket wordt gemonteerd en afgevuurd op een stad of op een oprukkende troepenmacht, dit een geldige reden is voor een nucleair antwoord.
De huidige tendens houdt dus in dat telkens als er een nieuw wapen opduikt dat beantwoordt aan de checklist van het Pentagon, het zal worden toegevoegd aan de lijst van mogelijke doelwitten. En dat is pas het begin: want nadien moet iemand zich daadwerkelijk gaan bezighouden met de inventarisatie van de doelwitten en het vaststellen welke kernkoppen van welke raketten, bommenwerpers of onderzeeërs ingezet zullen worden voor de eventuele vernietiging ervan.


De geloofwaardigheid staat op het spel

Wie beslist er nu eigenlijk over de anti-kernwapenpolitiek van de VS? Weet Buitenlandse Zaken dat het Pentagon niet- nucleaire leden van het NPT als nucleair doelwit heeft gemarkeerd? Is Clinton er zich van bewust dat zijn belofte tegenover de niet-nucleaire leden van het NPT, door STRATCOM naast zich neergelegd wordt?
Het wordt hoog tijd dat men in het Witte Huis en het Pentagon de violen gelijk stemt als men wil dat de inspanningen voor ontwapening geloofwaardig overkomen en dat de pleidooien voor een beperktere rol van de kernwapens niet meer zijn dan wat holle retoriek.

"Targets of opportunity" door Hans Kristensen in The Bulletin of the Atomic Scientists, sept/okt 1997.

Nederlandse bewerking Hugo D'aes.


Terug naar inhoud Nieuwsbrief