Mededelingen




International Criminal Court in oprichting voor nucleaire misdaden?

In juni 1998 zal in Rome een internationale diplomatieke conferentie gehouden worden ter oprichting van een International Criminal Court. Dit ICC zal de bevoegdheid krijgen om personen te berechten die ernstige internationale misdaden begaan hebben, zoals genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.
De Neurenberg processen, maar ook de tribunalen tegen Rwanda en voormalig Joegoslavië, zijn een bevestiging dat individuen berechting niet ontgaan indien de eigen staat geen vervolging instelt. Het International Criminal Court zal echter een meer permanent karakter krijgen.
In de afgelopen jaren zijn ontwerpstatuten, procedures, definities en lijsten van oorlogsmisdaden opgesteld. Zo zal het gebruik van exploderende kogels, chemische en biologische wapens op voorstel van de VS worden verboden.
Nieuw-Zeeland en Zwitserland stellen de formulering voor: "Het verbieden van wapens, projectielen, materialen en methoden van zodanige aard dat deze overmatige schade en onnodig lijden veroorzaken".
Het dreigen met of het gebruiken van nucleaire wapens is echter niet expliciet opgenomen. Vooral non-gouvernementele organisaties dringen aan op een formulering om kernwapens, laserwapens en landmijnen expliciet te noemen.
Vooral de NAVO-staten verzetten zich hiertegen, maar de uitspraak van het Internationale Hof van Justitie van 8 juli 1996 en de conventie over landmijnen vormen toch aanleiding tot nadere overwegingen in juni a.s.
Ook als NVMP hebben we, na kennisneming van deze feiten, getracht onze minister van Buitenlandse Zaken te overtuigen om tenminste de uitspraak van het Internationale Hof van Justitie als uitgangspunt te nemen en zich niet blind achter het NAVO-standpunt te scharen.
Op 17 december antwoordde minister Van Mierlo ons dat er naar de huidige stand van het internationaal recht geen algemeen verbod rust op het bezit of gebruik van nucleaire wapens en dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 8 juli 1996 niet concludeert dat het gebruik van kernwapens onder alle omstandigheden onwettig is. Zolang er geen eenduidig oordeel is over de strafwaardigheid van het bezit of gebruik van nucleaire wapens wil deze minister de Nederlandse delegatie niet laten pleiten voor opname van een dergelijk verbod. Tot zover het antwoord van de minister.
Gezien het eerdere standpunt van onze minister inzake de Maleisië-resolutie (zie elders in dit blad), de toekomstige uitbreiding van de NAVO en de steeds duidelijker wordende gevolgen van de kernwapenwedloop op de gezondheid van de bevolking, tekent zich een situatie af waarin de zorgeloosheid van vooral de NAVO-regeringen over het bezit en gebruik van kernwapens wedijvert met hun angst om de wereldhegemonie op het gebied van de (kern)wapens kwijt te raken.
IPPNW afdelingen in Europa zullen dan ook de komende jaren in het kader van `Abolition 2000' verhoogde pogingen in het werk stellen om hun regeringen op deze situatie te wijzen.

Europees netwerk Abolition 2000

Onder de bezielende aanvoering van de Duitse IPPNW in de persoon van Xanthe Hall begint zich een Europees netwerk van non-gouvernementele organisaties te vormen dat het Abolition 2000-statement een gezicht zal geven.
Tot nu toe hebben op het Abolition 2000-statement ongeveer 750 organisaties, waaronder 15 Nederlandse, ingetekend. Een overzicht hiervan vindt U op Internet pagina

http://www.pgs.ca/pages/a2000.html


Tevens vindt U hier een verdere uitwerking van de doelstellingen en activiteiten.
Het is de bedoeling om uiterlijk in het jaar 2000 een proces in werking te stellen dat zal leiden tot een totale afschaffing van kernwapens. Dit dient te gebeuren door middel van het gericht aanspreken op en overtuigen van regeringsleiders en bij ontwerp en productie van kernwapens betrokken fysici en ingenieurs van hun vaak zeer geïsoleerde en kortzichtige handelswijzen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Abolition 2000-werkgroep onder leiding staat van het `Lawyers Committee for Nuclear Policy' en het `International Network of Engineers and Scientists against Proliferation'.
Er zijn in totaal een 11-tal speerpunten uitgewerkt, zoals het Non-Proliferatie-verdrag, verklaringen geen kernwapens te gebruiken of ermee te dreigen, een totale stop van het testen, inclusief laboratoriumsimulaties, het opruimen van voorraden, verbod op productie van en handel in radioactieve materialen welke geschikt zijn voor wapensystemen, het aangaan van internationale controle op productie van dergelijke materialen, het creëren van kernwapenvrije zones, het versterken van de gedachten over illegaliteit van nucleaire wapens, het bevorderen van veilige alternatieven voor de energiebehoefte, en het versterken van de rol van non-gouvernementele organisaties in de totstandkoming van deze taken.

A nuclear-weapons free Europe

In juni 1997 werd te Burg Schlaining in Oostenrijk een eerste werkconferentie gehouden onder de titel A nuclear-weapons free Europe. In november 1997 werd in Brno, Tsjechië, een vervolgconferentie gehouden, waaruit een oproep aan het Europees Parlement gedaan werd om te komen tot een kernwapenvrije zone in Europa. Deze oproep werd mede gedaan namens de NVMP.
De NVMP was zelf niet vertegenwoordigd op beide conferenties, maar het dagelijks bestuur spant zich in om leden te vinden die de Abolition 2000-gedachte verder willen uitwerken en ondersteunen.
Ondertussen heeft het bestuur bij de minister van Buitenlandse Zaken aangedrongen op ondersteuning van de resolutie van Maleisië in de VN.
Ook de voortgang van subkritische kernproeven heeft onze aandacht. Op 20 en 21 februari 1998 vond in Genève een derde vervolgconferentie plaats ter voorbereiding op de later aldaar te houden ontwapeningsconferentie.
De uitbreiding van de NAVO, met een expliciet vasthouden aan het principe van afschrikking, en de sterke druk van wapenfabrikanten op de regeringen van de VS en andere NAVO-deelnemers hebben een duidelijk negatieve invloed op het abolition-proces. Anderzijds staan zowel Frankrijk als Groot-Brittannië meer open voor veranderingen. Het parlement van Canada heroverweegt op grond van druk vanuit de burgerij het lidmaatschap van de NAVO. De internationale campagne ter afschaffing van landmijnen, met de toekenning van de Nobelprijs, heeft ook invloed gehad.

De Maleisië-resolutie betreffende de implementatie van de uitspraak van het Internationale Gerechtshof

Op 4 november j.l. vroeg de voorzitter van onze vereniging in een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken, met een afschrift aan de leden van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, aandacht voor een resolutie die voorgelegd zou worden aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Deze resolutie, ingediend door Maleisië, riep op tot daadkrachtige onderhandelingen die moeten leiden tot een proces van nucleaire ontwapening. Maleisië refereerde hierbij aan de `advisory opinion' inzake gebruik en dreigen met kernwapens, zoals gegeven door het Internationaal Gerechtshof op 8 juli 1996.
In 1996 werd al een soortgelijke resolutie met 155 landen voor, 22 tegen en 32 onthoudingen aangenomen. Nederland steunde toen de resolutie niet.
Op 24 november antwoordde jhr. mr. Gevers namens minister Van Mierlo de NVMP, dat Nederland zonder meer een voorstander is van verdere nucleaire ontwapening, overeenkomstig artikel VI van het Non-Proliferatieverdrag, maar dat de ontwerpresolutie niet kan worden gesteund vanwege de selectieve wijze waarop het Hof wordt geciteerd. Wel is de huidige resolutie meer in overeenstemming met de uitspraak van het Hof.
Op grond van dit antwoord traden we begin januari j.l. nogmaals in contact met het ministerie. Mr. Gevers bleef van mening dat veel landen en organisaties, o.a. IALANA (International Association of Lawyers Against Nuclear Arms) de uitspraak van het Hof verkeerd interpreteren.
Bovendien, de ontwapeningsindustrie draait al op volle toeren, er is zelfs te weinig geld voor. De NAVO is nooit onder de indruk geweest van de verklaring van no first use van Rusland en houdt onverkort vast aan haar beleid.
We zullen ons beraden over deze onverwacht openhartige ontboezeming van het ministerie. Wie van onze leden helpt ons met het verder exploreren van het strategisch nucleaire denken van het ministerie?

JP

Terug naar inhoud Nieuwsbrief