"Tsjernobyls in slow-motion"




door Rinze Visser, NVMP afd. Friesland

De afgelopen jaren lieten de krantenkoppen er geen twijfel over bestaan: de "voormalige Sovjet-Unie" en haar nieuwe staten hebben grote problemen met het kernverleden en -heden.


Zijn deze krantekoppen sensationele opgeklopte kretologieën en veroorzakers van onnodige onrust? Een `Tsjernobyl' was nodig alleer men zich werkelijk bewust werd van de gevaren en gevolgen van ongewenst ontstane radioactieve straling. Internationaal werden de handen ineengeslagen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. Het besef dat sommige typen reactoren beter konden worden gesloten drong internationaal door. De wetenschap dat deze zich vooral in het voormalig Oostblok bevonden, maakte het probleem niet eenvoudiger.
Vast stond in ieder geval dat de zogenaamde VVER-440/230 centrales direct moesten worden gesloten, minstens op korte termijn. De G7 en De G24 landen sloegen de handen ineen en kwamen met geld en alternatieven over de brug. Aan de IAEA werd gevraagd de expertise te leveren en maatregelen te nemen. Van de zestien centrales van dit type zijn inmiddels zes buiten gebruik.
Maar ook op andere terreinen van de kerntechnologie en wat daarmee samenhangt blijkt in de voormalige Sovjet-Unie veel mis te zijn.
Bij het ontstaan van Russische Federatie ontstond de mogelijkheid de natuurlijke rijkdommen in de Barentszzee regio te exploiteren. Hiertoe werden diverse bilaterale overeenkomsten gesloten. Daarbij werd het noodzakelijk te weten waar en wat er in deze regio (Barentsz-, Witte- en Karazee) aan hoog, middel en laag radioactief afval was gedumpt.
Al snel werd de ernst van de situatie duidelijk: niet alleen het verleden, maar juist ook het heden bleek zeer problematisch ten aanzien van de omgang met radioactief afval. Na het verbod op dumpen van radioactief afval in zee in 1990 werd dit opgeslagen op land en op schepen.
De in de Koude Oorlog gebruikte atoomonderzeeërs moesten voor een deel worden opgelegd en ontmanteld. Al snel kwam de Russiche Federatie erachter dat zij niet aan deze inspanningsverplichtingen kon voldoen. Gevolg hiervan: een van dag tot dag stijgende graad van onveiligheid, niet in het minst voor de bewoners van het Kolaschiereiland en hun buurman Noorwegen.

Kolaschiereiland

Daar waar vroeger "Oost" en "West" elkaar noordelijk raakten was en is een geheel gemilitariseerd gebied. Het was en is de thuishaven van de Russische noordelijke en atoomijsbreker vloot en van schepen die atoomafval vervoeren. Met daarnaast vier atoomcentrales, meer dan 230 militaire kernreactoren en de stationering van kernwapens is dit het meest kernenergierijke gebied ter wereld met alle nadelige gevolgen en gevaren van dien.
Ongelukken waarbij radioactieve straling vrijkomt hebben niet alleen voor deze regio grote consenquenties, maar ook voor de omliggende landen, met andere woorden voor Europa.
Ruim 25% van de wereldproductie aan radioactief afval wordt hier geproduceerd. Zowel de noordelijk Russiche vloot als de atoomijsbrekers zorgen voor grote hoeveelheden afgewerkte brandstofstaven. De noordelijke vloot leverde 35.000 ton, waarvan 20.000 ton op het vasteland en 15.000 ton op schepen zijn opgeslagen. Het afval van de ijsbrekervloot, de Moermansk Ship Compagny, wordt op de zogenaamde serviceschepen opgeslagen, in totaal 6000 afgewerkte brandstofstaven. De totale radioactiviteit van deze opslag bedraagt ca 700 PetaBecquerel (Peta = 1015), waarvan 20,5 PBq 90-Sr, 20,5 PBq 137-Cs, 0,6 PBq actinide en 12,3 PBq restproduct na splijting.
Voorheen werden grote hoeveelheden per schip en per trein dwars door het land heen naar Siberië vervoerd om te worden opgewerkt. De Russische Federatie heeft voor deze transporten en de opwerking geen geld meer en het afval moet dus blijven waar het is.
Een ander groot probleem vormt het gebrek aan ontmantelingscapaciteit. Er is slechts één werf en geen geld voor andere om de 115 reeds opgelegde atoomonderzeeërs te ontmantelen. Deze liggen, inclusief de brandstofstaven, in havens en fjorden weg te roesten.
Ook de capaciteit voor opslag van het radioactief afval is onvoldoende, nog afgezien van het feit dat vele locaties niet aan de IAEA normen voldoen. Tot 1991 produceerde de Noordelijke vloot 10.000 m3 aan vloeibaar radioactief afval en 5000 ton vast radioactief afval. Dit werd in de Barentsz- dan wel de Karazee gedumpt. Sinds 1992 wordt het opgeslagen in containers, tanks en op schepen. De opslag van de Noordelijke vloot voldoet niet aan de internationale regels en aanbevelingen. De meeste tanks zijn oud en sommige lekken. De schepen zijn vaak in een slechte conditie en roesten.
Nu wordt jaarlijks wordt ruim 5000 m3 vloeibaar radioactief afval geproduceerd, de opslagcapaciteit bedraagt slechts 2000 m3. Indien de ontmantelingswerkzaanheden volgens schema zouden worden uitgevoerd ontstaat een productie van 15000 m3 vloeibaar radioactief afval per jaar.
Het gevaar van contaminatie door het afval is in dit gebied hoog. Er hebben zich in het recente verleden diverse "accidenten" voorgedaan. Een berucht incident is dat met het opslagschip de Lepse. Dit schip heeft in totaal 30 PetaBecquerel (30.000.000.000.000.000 Becquerel = 1.000.000 Curie), waarvan 680 TeraBequerel (Tera = 1012) verrijkt uranium, aan boord. Het vormt bij zinken een directe bedreiging voor de bevolking en het milieu in de Moermansk regio.

Bellona

Het is duidelijk dat de bevolking in deze regio blootstaat aan grote stralingsrisico's. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Russische Federatie dringend om hulp heeft gevraagd aan met name de Europese Unie en de VS. Openheid van zaken werd gevraagd en ten dele gegeven. In 1993 verscheen een door het ministerie van Civiele Verdediging en Milieu der Russische Federatie geschreven en door Greenpeace Moskou uitgebracht rapport. Onafhankelijk hiervan onderzocht Bellona, een uit Noorwegen afkomstige milieuorganisatie die grote steun geniet van de Noorse overheid, eveneens deze materie. Er bleken namenlijk aanzienlijke verschillen te zijn tussen de diverse interpretaties omtrent het gestorte afval en de mate van radiotoxiciteit.
Tijdens het onderzoek dat Bellona in de Moermansk regio deed kreeg zij veel belangstelling van de geheime dienst, die diverse malen alle gegevens op het plaatselijke kantoor te Moermansk in beslag nam. Een Russische medewerker van Bellona,een voormalig kapitein en als specialist kernfysica van 1985 tot 1992 werkzaam op het departement Nucleaire Veiligheid van het ministerie van Defensie, werd wegens landverraad gearresteerd. Hij dacht zijn land door medewerking een grote dienst te bewijzen. Nu leeft hij het leven van een dissident, mag St. Petersburg niet uit, wordt geschaduwd en kan niet onafgeluisterd telefoneren. Een proces wegen landverraad hangt hem boven het hoofd.
Desondanks verscheen in 1994 het rapport "Bronnen van radioactieve contaminatie in Moermansk en Archangelsk".
De steun van de Noorse regering aan Bellona is niet verwonderlijk. Meer dan enig ander land wordt Noorwegen direct bedreigd bij een calamiteit op het Kolaschiereiland. Zij wacht niet af, stelt veel geld en expertise ter beschikking van de Russische Federatie. Haar "Plan of Action for Nuclear Safety Issues" en de uitvoering daarvan spreekt voor zich.
Ook internationaal wordt er steun verleend, hoewel een en ander sneller zou kunnen gezien de dreigende situatie.

Gevaren

Hoe gevaarlijk zijn de bronnen van radioactieve contaminatie en waar bevinden zij zich in de voormalige Sovjet-Unie?
Op grond van de ernst van het potentieel gevaar, de noodzaak van ingrijpen, de vermoede effectiviteit van ingrijpen en de aanwezige internationale kennis ziet men de volgende bronnen van radioactiviteit als direct gevaar:

A) Kolaschiereiland en Wittezee regio
1. Opgelegde atoomonderzeeërs
2. Opslag op schepen
3. Opslag op vaste land
4. Gedumpt afval voor de kust
5. Verouderde VVE 440/230 centrales

B) Gedumpt afval in Karazee

C) Gezonken atoomonderzeërs

D) Atoomcentrales en opwerkingsfabrieken met hun afval in Siberië

1. Siberial Chemical Combine Seversk (TOMSK 7)

2. Mining and Chemical Combine Zheleznogorsk (KRASNOYARSK 26)
3. Production Association Mayak.

En volgens dezelfde kriteria buiten de voormalige Sovjet-Unie:

E) De gezonken atoomonderzeeër de Komsomolets (Noorse kust)

F) De Europese opwerkingsfabrieken Sellafield GB, La Hague FR.

Production Association Mayak

Mayak is een militair-industriëel-complex in het zuidoosten van de Oeral gelegen, 60 kilometer van de stad Chelyabinsk. Jarenlang was dit complex zeer geheim. Zelfs de plaatselijke bevolking wist niet van zijn bestaan. Hier werd in vijf militaire reactoren plutonium geproduceerd. Een zesde reactor produceert Tritium. Het hoog radioactief afval werd aanvankelijk, inclusief 90-Sr, geloosd in de Techarivier, die het vervolgens weer loosde in de Ob. In de periode van 1949 tot 1956 was dit in totaal 106 PBq. Van 1951 tot 1953 werd eveneens afval gedumpd in het Karachay meer. Sinds 1953 wordt 90-Sr via een chemisch proces gesepareerd en apart opgeslagen. Er staan nu 60 opslagtanks.
Het koelwater werd tot 1967 inclusief grote hoeveelheden 137-Cs naar het meer gepomd. Later werden hiervoor reservoirs gebouwd en werd het gecontamineerde water door dijken en dammen gesepareerd.
In 1957 vond een grote explosie in een tank plaats die hoog radioactief afval bevatte. Vierenzeventig Pbq kortlevende splijtingsproducten verdwenen in het milieu.
In 1967 werd een droge winter gevolgd door een hete, droge zomer. Het Karachay meer droogde op, het sediment werd door de wind over een grote oppervlakte verspreid. Meer dan 20 PBq 137-Cs en 90-Sr werden in een gebied van meer dan 1800 km2 verspreid.
In 1993 bleek door menselijke fouten bij het vervangen van filters en door lekkende leidingen wederom radioactief afval de lucht en het milieu in te zijn gegaan.

Siberian Chemical Combine, Obrivier

Deze combinatie heeft vijf reactoren van het Tjernobyl type voor het produceren van plutonuim voor kernwapens. Drie van hen zijn reeds gesloten, de twee andere zullen in 1998 aan de beurt zijn. Tevens is er een ondergrondse installatie voor het verrijken van uranium. Het vloeibaar radioactief afval werd tot 1982 opgeslagen in twee reservoirs. Sinds 1982 wordt het ondergronds opgeslagen. In 1993 ontplofte een opslagtank met 25 m3 uranium-plutonium mengsel, de uitstoot bedroeg meer dan 4 TBq radionucleïden, waarvan 239-Pu de voornaamste was.

Mining and Chemical Combine, Yeniseirivier

Deze ondergrondse centrale loosde gedurende jaren het afval direct op de Yeniseirivier. Twee van de drie RBMK centrales hadden een open koelcircuit en loosden dit water direct in de rivier. Bovengronds bevindt zich een opslag waar meer dan 1500 ton brandstofstaven op opwerking wachten, ondergronds is een opslag met meer dan 25 ExaBecquerel (Exa = 1018) langlevende radionucleïden. Het vloeibare radioactieve afval wordt via een pijpleiding vervoerd naar twintig kilometer verderop staande tanks (4 EBq langlevende radionucleïden per tank) en vier open reservoirs (in totaal 700 TBq langlevende radionucleïden, vooral 239-Pu).
Het meest vervuilde deel van de Yeniseirivier ligt 15 tot 500 km stoomafwaarts van Zheleznogorsk. In het sediment aldaar werd per kilogram 27,9 Bq 239-Pu gevonden.
Naar de Karazee werd gedurende de periode 1961 tot 1989 via de Ob en de Yenisei respectievelijk 650 TBq 90-Sr en 450 TBq 90-Sr afgevoerd. Aan 137-Cs tranporteerden beide rivieren 100 TBq. Jaarlijks transporteert de Ob 10 TBq 90-Sr en 1 TBq 137-Cs.

Dumping in Barentsz- en Karazee

Hoewel diverse onderzoeken elkaar tegen spreken bestaat er toch een redelijke schatting van de hoeveelheden gedumpt radioactief afval. Hoog radioactief vast afval, 16 reactoren van atoomschepen, is op 5 locaties in de Karazee gedumpt. Zes reactoren bevatten nog de brandstofstaven. Deze reactoren vertoonden mankementen en grote straling zodat het niet mogelijk was de staven te verwijderen. Deze objecten zijn de meest waarschijnlijke bronnen van radioactieve contaminatie. De Russen rapporteerden een totale radioactiviteit van deze objecten van 85 PBq, de Amerikanen berekenden 178 PBq.
Tevens werden er 17 hele schepen en 9200 containers met middel en laag radioactief afval gedumpt. Totale activiteit 572 TBq laag en 1,5 TBq middel radioactief afval.
De toestand van de reactoren en de containers is niet bekend, wel dat sommige containers al voor de dumping lek waren.

De vraag die bij ons, de afdeling Friesland van de NVMP, opkwam luidde: hoe is het gesteld met de stralingseffecten en de daarmee gepaard gaande veiligheids- en gezondheidsaspecten. Uit de literatuur blijkt dat er beduidend meer straling wordt gemeten dan volgens de normen goed zou zijn, tevens dat er nonchalant en vaak zelfs onvoorzichtig mee wordt omgegaan. De literatuur over de medische gevolgen in heden en verleden is moeilijk te verkrijgen. Toch hopen we de komende maanden inzicht te verkrijgen in de huidige situatie op het Kolaschiereiland.


Door de redactie ingekort. Literatuurlijst en informatie over dit onderwerp is verkrijgbaar op het NVMP-bureau.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief