Verslag van en reflectie op trainingsdag

Commissie Conflictbeheersing

Door: Th. J. Hanrath

Op zaterdag 7 maart 1998 rond 10.00 uur verzamelen zich een zestal leden op het bureau van de NVMP te Utrecht. Ideale gelegenheid om een dag lang te brainstormen en door middel van rollenspellen te oefenen. Dank voor de gastvrijheid van de vereniging, in het bijzonder aan Hans van Iterson. Onder leiding van Harky Klinefelter wordt de training aangevangen.

Het thema is mediation en The Hague Appeal for Peace. Aan de hand van een aantal werkstukken, tevoren opgesteld, worden de volgende stellingen geponeerd:

* de neiging tot inventariseren en analyseren leidt eerder tot symptoombestrijding dan tot een echte diagnose (the paralysis of analysis).

* in een conflict/crisissituatie moet je inzicht trachten te verkrijgen in de intra- en interpersoonlijke aspecten

* non-judgemental approach is wel ideaal maar niet haalbaar

* het begrip mediation is (voor ons) niet geoperationaliseerd

* het zoeken naar oplossingen voor conflicten is zinloos zonder rekening te houden met de achterliggende belangen

* de kunst is om met kleine maatregelen grote effecten te bereiken

* mediation dient kleinschalig te zijn en op lange termijn te worden gebaseerd

* pas in crises zijn mensen bereid te veranderen

* mediation werkt beter in belangenconflicten dan bij meningsverschillen omtrent waarden en normen (speak truth to the power!)

Stellingen

Vervolgens worden in pleno de stellingen becommentarieerd, verhelderd en hier en daar gewijzigd. In een gezamenlijk spel wordt getracht de voor- en tegenstanders van de verschillende stellingen te inventariseren. Het speelveld wordt in tweeën gedeeld en de spelers stellen zich, al naar gelang hun stellingname, op in het midden, op beide basislijnen, dan wel ergens in het veld. Na de lunchpauze wordt er gewerkt in groepen van drie: een voorstander, een tegenstander en een mediator. Er zijn voldoende stellingen om afwisselend een ieder de verschillende rollen te laten vervullen.

Voornaamste ervaringen

Globaal gesproken waren de tegenstellingen schijnbaar. Tussen voor- en tegenstanders kwam het nooit tot een spetterende confrontatie. Mag je hieruit afleiden dat mediation het best verloopt volgens het harmoniemodel? Het antwoord kan ja luiden indien het compromis na afsluiting door de mediatior naar beide partijen afzonderlijk wordt gecheckt. Een tweede ervaring is, dat voor een kans op verandering (verbetering) tijdens een crisis voldoende veiligheid een absolute voorwaarde is. Bij het zoeken naar veiligheid is de vraag naar angst cruciaal. Wanneer mag je die stellen? Een derde ervaring is, dat het afdwingen van een compromis of overeenkomst door middel van sancties de kiem legt voor een volgend conflict. Een vierde ervaring is, dat het niet tot stand komen van een compromis c.q. overeenkomst niet het mislukken van de mediation hoeft te betekenen. Tenslotte kan het in het belang zijn van de bij het conflict betrokken partijen de mediator bewust of onbewust uit te schakelen. Tijdens de evaluatie worstelen we nog met de vraag hoe een en ander in concrete activiteit kan worden omgezet. Het begrip mediation vraagt in ieder geval om verdere verheldering. Daar ligt een eerste taak voor de commissie: haar mogelijkheden, haar beperkingen en haar bruikbaarheid voor bijvoorbeeld burger-vredesteams te bestuderen en te testen. In het verlengde daarvan het organiseren van workshops b.v. voor het IPPNW-congres in Melbourne en later de Hague Appeal for Peace in Den Haag.

 

Wat is mediation?

Door: Th. J. Hanrath

Ongeveer 10 jaar geleden werd dit begrip opgepikt door wat thans de Commissie Conflicthantering heet. In de loop der jaren is die mediationgroep via begrippen als conflictresolutie en conflictpreventie voorlopig getooid met de naam Commissie Conflicthantering.

Klaarblijkelijk hebben we nogal geworsteld met de naam, maar meer nog met het begrip en wat er mee te doen. Merkwaardig als je bedenkt dat in een rapport van de Medical Educational Trust van augustus 1990 al deze begrippen op een rijtje zijn gezet en gedefinieerd. Mediation, waarvoor geen goed Nederlands woord bestaat, is geen conflictbemiddeling, noch conflicthantering en al helemaal niet bedoeld als conflictoplossing en zelfs niet als conflictpreventie. Mediation is een faciliterend proces dat niet een compromis of overeenkomst beoogt. Het beoogt slechts faciliterend te werken in de hoop psychologische barrières als misvattingen, vooroordelen en irrationele angsten helder enzo mogelijk, bewust te maken. Daarna is er mogelijk ruimte voor onderhandeling, conflictbeheersing en wellicht conflictoplossing. Dit valt echter niet meer onder de mediation. Mediation is dus duidelijk begrensd en daardoor beperkt in haar mogelijkheden. Als faciliterend proces kan zij slechts werken met de instemming en de medewerking van beide partijen. Bovendien vereist het nogal wat inzicht, zelfkennis en bewustzijn om met die beperkingen mediair te willen en kunnen zijn. Tijdens mijn opleiding als supervisor voor huisartsen aan het Nijmeegs Huisartsen Instituut leerde ik 4 basiskwaliteiten, waaraan de supervisor moest voldoen, wilde hij zinnig functioneren tijdens een supervisiesessie. Dat waren: deskundigheid, eerlijkheid, genegenheid, durf. Daarnaast leerde ik af te zien van het zogenaamd scoren (hetgeen mijn grootste moeilijkheid bleek te zijn).

Wat in feite verlangd werd van de supervisor was: luisteren, veiligheid bieden, verhelderen (in die volgorde), wat neerkomt op faciliteren van een mogelijke ontwikkeling bij de supervisant. Ik denk, dat de werkwijze bij mediation dezelfde is en de mediator aan dezelfde eisen moet voldoen.

De neiging om te scoren is vrijwel altijd het gevolg van een vooropgezette mening, het oordeel van de bemiddelaar. Mediation heeft niets van doen met scoren, resultaten, compromissen of overeenkomsten. Haar methode heeft de schijn van een zwaktebod, niet krachtig, onverschillig voor de directe nood. Niet begrepen wordt, dat het ook niet haar pretentie is acute noodsituaties op te lossen. Tijdens de laatste training van de mediationgroep op 7 maart jl. was een van de stellingen 'Een non-judgemental approach is wel ideaal, maar niet haalbaar". Ik ben echter nog steeds van mening dat een dergerlijke benadering zonder oordeel een conditio sine qua non is voor succesvol mediëren. Onder succesvol wordt dan niet verstaan een concreet compromis of zelfs maar verzoening. Onder succesvol mediëren kan slechts begrepen worden: het op gang gebracht hebben van een leerproces, dat beide partijen bereid zijn in te gaan en, al dan niet met behulp van een mediator, zelf voort te zetten. Een bereidheid om te leren, daarbij procesgang en lange termijn accepterend. De kracht van de mediation ligt in haar schijnbare zwakte, haar ogenschijnlijk niet betrokken zijn, haar niet geïnteresseerd zijn in de causaliteit. Zij gaat ervan uit dat het causale verband niet de kern van het probleem is. Meer dan in de fysieke werkelijkheid is zij geïnteresseerd in de psychische werkelijkheid. In ons beeld van de beschaving lijken deze twee werkelijkheden ver uit elkaar te liggen en nauwelijks nog enig verband met elkaar te hebben. Het klinkt onrealistisch, paradoxaal, te menen dat je zonder oordeel commentaar kunt geven. Toch is dat mijns inziens niet paradoxaler dan de gebruikelijke methode van interventie, die maar al te vaak de schijn wekt niet te willen weten.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief