Debat over de kernproeven van India en Pakistan

Door: Hans van Iterson

Aan de vooravond van het Tweede Kamerdebat over de Nederlandse reactie op de ondergrondse kernproeven van India en Pakistan hadden IKV (Inter Kerkelijk Vredesberaad) en Pax Christi het initiatief ge-nomen vertegenwoordigers van beide ambassades uit te nodigen in de Jaarbeurs te Utrecht om tekst en uitleg te geven over hun toetreden tot het selecte gezelschap van kernmogendheden.

In zijn openingswoord wees Mient Jan Faber er op dat de serie kernproeven alom tot onrust en verontwaardiging heeft geleid en dat de proeven als gevaarlijke stappen op een heilloze weg worden beschouwd. Desal-niettemin lijkt na enige tijd de rook te zijn opgetrokken en lijkt een acceptatie van India en Pakistan als twee nieuwe leden van de kernwapenfamilie te zijn ontstaan. De beloofde sancties blijken althans weinig ingrijpend en men beperkt zich tot een oproep het kernstopverdrag (CTBT) en het Non-Proliferatie Verdrag te ondertekenen. Vervolgens kregen de vertegenwoordigers van de Indiase en Pakistaanse ambassade, respectievelijk mevrouw Deepa Wadhwa en de heer Moshin Razi, ruimte voor een toelichting.

De argumentatie

Mevrouw Deepa Wadhwa begon met de vraag of kernproeven in het verleden net zo veel stof deden opwaaien als die van India en Pakistan. Zij schetste de historie van India en alle gevaren die het land na zijn onafhankelijkheid heeft doorstaan (onder andere drie oorlogen met Pakistan). Dreigende (nucleaire) ontwikkelingen binnen de regio, waarmee ze doelde op China en Pakistan, maakten het noodzakelijk dat India zijn kernwapenbeleid heeft doorgezet. Tevens is dit beleid een gevolg van de onwillige houding van de kernwapenstaten om daadwerkelijk werk te maken van het afbouwen van hun arsenalen. Juist India heeft altijd opgeroepen tot nucleaire ontwapeningsonderhandelingen, maar deze zijn altijd genegeerd. Was dit niet gebeurd dan zou India nooit tot de proeven zijn gekomen. Tenslotte zal India kernwapens nimmer offensief gebruiken maar louter als middel tot afschrikking.

Zwakke reactie

De heer Moshin Razi was over het Pakistaans standpunt wat korter en directer. Uiteindelijk waren drie punten doorslaggevend voor Pakistan. Ten eerste de provocatie en dreiging van India (zij zijn begonnen). Ten tweede de ronduit zwakke reactie van de wereld op de Indiase proeven (‘wij hebben nog twee weken gewacht, maar toen er niets gebeurde.......’). Ten derde wilde Pakistan geen twijfel laten bestaan over zijn capaciteit als nucleaire natie. Daarnaast heeft Pakistan maar één soort kernwapenraket getest en India wel drie. Er is geen enkele behoefte aan een kernwapenrace en dat de wapens defensief zijn is haast vanzelfsprekend. Ook durfde de heer Razi de vinger op de zere plek te leggen, de kwestie Kashmir, het grensgebied met India waarover al jaren een slepend conflict bestaat.

De discussie aansluitend

Er was ruime gelegenheid voor kritische vragen. Daarbij werd duidelijk gemaakt dat er toch wel een paradoxale situatie bestaat. Enerzijds heeft met name India zich altijd geprofileerd als bondgenoot in de strijd tegen kernwapens en het hardst geroepen om nucleaire ontwapening. Dat valt toch niet te rijmen met het ontwikkelen van kernwapens? Zijn de gevaren binnen de regio niet juist toegenomen door het groeiend aantal kernwapens? Toch zien sommigen nog lichtpuntjes. Is er een mogelijkheid dat India en Pakistan binnen de nucleaire familie een frisse wind laten waaien en nu met nog grotere kracht blijven roepen om nucleaire ontwapening? Zonder meer een paradoxale situatie. Een concreet antwoord kregen we dan ook niet op de laatste vraag hoewel met name mevrouw Deepa Wadhwa benadrukte dat India zou blijven vasthouden aan zijn oude standpunten inzake uitbannen van kernproeven en het afbouwen van kernwapenarsenalen.

Kwestie Kashmir

De heer Moshin Razi zag als positieve kant van een dreigende kernoorlog de mogelijkheid om de kwestie Kashmir op te lossen, daar moest nu toch over te praten zijn. Phon van den Biesen van Ialana merkte op dat hij de argumentatie van beide landen om kernwapens te ontwikkelen nogal zwak vond. Is het niet altijd immoreel om kernwapens te ontwikkelen om een dreigend conflict op te lossen? De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is in deze duidelijk: er is een verplichting jegens de mensheid om tot nucleaire ontwapening te komen. Dat maakt kernproeven en ontwikkeling van kernwapens in feite in alle gevallen illegaal. Beide landen bestrijden deze uitspraak niet maar blijven bij hun argumentatie dat vanwege ‘veiligheid’ en ‘zelfverdediging’ deze nucleaire afschrikking nodig was. Ook het argument van Mient Jan Faber van het IKV, dat afschrikking impliceert dat je kernwapens ook daadwerkelijk wilt gebruiken kon hen niet vermurwen.

Hoe nu verder

Mijn conclusie was dat er verschillende invalshoeken bij dit debat bestonden. De aanwezige vredesorganisaties waren vooral bezorgd over de nieuwe kernwapens. Bij India en Pakistan staan juist de onderlinge spanningen centraal, het kernwapen vormt hierbij slechts een nieuw element. Helaas vormde deze discussie geen start voor verzoening tussen beide landen.

Internationale bemiddeling?

Hoewel de vertegenwoordiger van Pakistan benadrukte (de Indiase hield de boot af) dat het hier niet alleen om een bilateraal op te lossen probleem gaat maar dat internationale bemiddeling dringend gewenst is, blijft het de vraag of die er ooit zal komen. Immers onze Tweede Kamer zal het eerst eens hebben over sancties tegen beiden landen. Ook IKV en Pax Christi hebben dit station in eerste instantie laten passeren. In een brief aan de Nederlandse regering riepen zij op te streven naar een internationaal verbod tegen kernwapens. Een oproep te zoeken naar oplossingen voor het conflict tussen India en Pakistan zelf werd op deze bijeenkomst gelukkig wel gedaan en lijkt van een groter belang, zeker nu er kernwapens in het spel zijn gekomen. Daarbij blijft het natuurlijk de vraag waarom de belangstelling voor dit spel opeens toeneemt en hoe oprecht die is, zodra kernwapens daarbij de pionnen vormen.

Terug naar inhoud nieuwsbrief