NVMP-ledenvergadering en symposium in Academiegebouw Utrecht

‘Er zijn geen grenzen meer'

Door: Hans van Iterson

Op zaterdag 6 juni vond in het Academiegebouw te Utrecht de jaarlijkse algemene ledenvergadering van de NVMP plaats. Gelukkig hadden een flink aantal mensen de regen- en onweersbuien getrotseerd om het ochtendgedeelte bij te wonen. Met name het aantal aanwezige studentleden was verheugend.

De ledenvergadering vond plaats in de sfeervolle Senaatszaal waarvan de muren ‘behangen’ zijn met schilderijen van voormalige rectores magnifici van de Rijksuniversiteit Utrecht. Voorzitter Auke van der Heide refereerde in zijn jaarrede uiteraard aan onze bezorgdheid omtrent de Indiase en Pakistaanse kernproeven en de indirecte bijdrage van Nederland hierbij middels informatie van de heer Khan. Betreffende het inhoudelijke gedeelte werd vooral aandacht aan het werkplan geschonken en de activiteiten van de daarin genoemde commissies. Wat dit betreft heeft de ledenenquête van enige maanden geleden een potentiële groep actieve leden aangeboord, waaruit de commissies kunnen putten. Als nieuwe bestuursleden werden Elske Hoornenborg (zij vormt inmiddels de NVMP-spil in een uiterst actieve studentengroep waarvan we nog veel zullen horen en al gehoord hebben), en mevrouw Laning Boersema benoemd. Ten tijde van de vergadering had laatstgenoemde het bestuurslidmaatschap nog in overweging maar inmiddels heeft zij toegezegd. Na de vergadering reikte Henk Groenewegen als coördinator van de jaarlijkse keuzecursus Medische Polemologie aan de VU en UvA, de NVMP-scriptieprijs uit voor een tweetal winnende scripties. Dit waren ‘Hulporganisaties en Burmese vluchtelingen’ van Milan Knook en ‘Tomorrows bomb’ (over biologische wapens) van Geert Koffeman en Pieter Verduyn, die hun scriptie vervolgens kort toelichtten.

Symposium ‘Er zijn geen grenzen meer'

We kunnen gerust van een jaarlijkse traditie spreken als we het hebben over het aan de algemene ledenvergadering gekoppelde symposium dat samen met Economen en Juristen voor de Vrede wordt georganiseerd. Het thema van dit jaar wilde vooral inspelen op de toegenomen mondialisering en het grensoverschrijdende karakter van conflicten. Maar ook aan het feit dat de traditionele staten steeds minder greep krijgen op het wereldgebeuren en er andere scheidsrechters, zoals multinationals, verschijnen.

Jacques de Milliano

De eerste spreker was Jacques de Milliano, heden ten dage kamerlid voor het CDA, maar vooral bekend om zijn jarenlange activiteit bij Artsen zonder Grenzen. Vanuit deze ervaring behandelde hij het dilemma van de ‘arts tussen oorlog en vrede’. Centrale vraag hierbij is ‘waar begint en waar eindigt in een oorlogssituatie de verantwoordelijkheid van artsen en hulporganisaties’. De Milliano noemde een aantal conflicten die de laatste tijd geëscaleerd zijn, en waaruit blijkt dat we enerzijds, op papier, de universele rechten van de mensen gerealiseerd hebben maar dat in de praktijk van een oorlog deze mensenrechten op grote schaal geschonden worden, waarbij burgers steeds meer het slachtoffer worden. De factoren die bij dergelijke oorlogen de oorlogsmachinerie besturen zijn veelal het-zelfde: een politieke elite/warlords ter plekke die de centrale economische middelen controleren, veelal gesteund door hulp uit het buitenland. Massa-productie van kleine wapens en manipulatie van de publieke opinie middels de media vereenvoudigen hun handelen. Bij de realiteit van het conflict zie je meestal de media en de hulporganisaties. Grote afwezige zijn de controleurs van de Veiligheidsraad. Door deze afwezigheid vind een conflict veelal in een internationaal rechtsordelijk vacuüm plaats. In deze toestand van rechteloosheid moeten hulporganisaties hun werk doen. Zij zien zich daarbij voor een dilemma geplaatst. Moeten zij het pad van de compromissen met de rebellenleiders blijven bewandelen om wille van de hulpverlening? Dat heeft het gevaar dat men ongewild mee werkt aan mensenrechtenschendingen op langere termijn. Zo zie je in vluchtelingenkampen dat leiders de stabiliteit binnen vluchtelingenkampen gebruiken om hun grip op de bevolking te herstellen. Op een gegeven moment controleren zij de hele economie binnen het kamp en moeten zelfs hulpverleners rechtstreeks met hen onderhandelen. Het is dan de vraag of je als hulporganisatie onder dergelijke manipulerende omstandigheden wilt blijven. Hulpverlening kan dan zelfs een conflict verlengen; vrachtauto’s worden buitgemaakt, bepaalde gebieden bewust uitgehongerd. Aan de andere kant zijn er hulporganisaties die vinden, dat je in alle gevallen hulp moeten blijven bieden. Zij gaan uit van de visie dat je nu eenmaal altijd vuile handen maakt en hulporganisaties niet voor de politieke aspecten verant woordelijk zijn. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de internationale gemeenschap. Die moet dus maar, militair, ingrijpen. De Milliano noemt het verontrustend dat sommige rebellenleiders een boekhouding bijhouden waarin staat welke hulporganisaties welwillend blijven en welke niet, zodat ze weten wie ze in de toekomst kunnen toelaten ofwel kunnen gebruiken. Uit bovenstaande overwegingen concludeert de Milliano dat de neutrale humanitaire hulp aan een grondige herdefiniëring toe is. Het ‘leveren van fysieke hulp’ kun je namelijk niet scheiden van het ‘herstel van mensenrechten’. Mensen denken vaak dat als er maar hulp verleend wordt we het maximale doen, men leunt dan tevreden achterover. Zodra je echter hulpverlening en bescherming gaat scheiden begeef je je op glad ijs. Het is noodzakelijk dat je als hulporganisatie ook werkt aan ‘herstel van mensenrechten ter plekke’. Er zijn voorbeelden van transporten van hulpgoederen en wapens naar hetzelfde oorlogsgebied, welke naast elkaar plaatsvonden. Dan ben je dus verkeerd bezig. Momenteel is er nog geen diepgeworteld gevoel van mensenrechten binnen onze samenleving. Een handtekening voor Amnesty zetten gaat gemakkelijk, maar zodra er gevoetbald moet worden (Nederland-Nigeria), is denken aan schending van mensenrechten al te veel, om maar te zwijgen van de rechten van asielzoekers. Wat is de implicatie voor de gezondheidszorg? Volgens de Milliano moet er veel meer aandacht in het medisch onderwijs komen voor de relatie mensenrechten, volksgezondheid en het effect van geweld op gezondheidszorg. Meer aandacht dus voor de sociaal-maatschappelijke dimensie in de opleiding en niet alleen aandacht voor technische vaardigheden. Alleen dan kunnen gezondheidswerkers bij uitzending beter inspelen op de situaties die zij ter plekke aantreffen.

Annemarie Rima

Na dit boeiende betoog kreeg Annemarie Rima, voorzitter van Economen voor Vrede, het woord. Haar verhaal had als titel ‘Economie als vredestichter’. In hoeverre spelen bedrijven een rol bij een stabielere wereld en is er toekomst voor ideële investeringen? In het verleden is daar nogal eens verschillend over gedacht. Sommige theorieën beweerden dat handel tussen gebieden vanzelf meer stabiliteit zou veroorzaken. Andere stelden dat voor het bewaren van vrede andere instituten, zoals de VN, zorg zouden moeten dragen. Je ziet dat dat tegenwoordig nog maar een moeilijk houdbare stellingname is. Er is namelijk een tendens dat nationale overheden hiermee steeds minder grip krijgen op internationale vraagstukken. De rol van het bedrijfsleven wordt daarentegen groter. Maar ook de invloed van de consument neemt toe, tegenwoordig verlangt deze steeds meer van bedrijven: ze moeten bijdragen aan een schoner milieu, de armoede bestrijden, mensenrechten respecteren etc. Zo zie je dat Heineken uit Birma vertrekt, kinderarbeid bij C&A op directieniveau wordt besproken en Shell zijn Brent Spar verantwoord probeert op te ruimen. Max Havelaar artikelen, scharreleieren en biologische produkten winnen sterk aan populariteit. Bij zulke wensen kun je als bedrijf niet achterblijven en het gaat hier zeker niet om een mode-gril. Multinationals stonden recentelijk wel in een kwaad daglicht vanwege de Multilateral Agreement on Investments (MAI). Hiermee zouden beperkende nationale wetgevingen en procedures voor multinationals tot het verleden behoren. De MAI komt echter in haar huidige versie niet door het Euro-parlement. Naast de bredere maatschappelijk oriëntatie van het bedrijfsleven is er ook het punt van de veranderingen in de communicatietechnologie. Middels mobiele telefonie en internet kan men razendsnel informatie uitwisselen hetgeen een bijdrage kan leveren aan het oplossen van onderontwikkeling.

Mevrouw Rima sloot af met het noemen van een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden wil er sprake zijn van een positieve invloed van bedrijfsleven en communicatie-revolutie op vrede en veiligheid.

1) We moeten als consument onze invloed meer laten gelden. Laat weten wat je wilt, kies bewust.

2) Mondialiseringen en regionalisering moeten complementair aan elkaar zijn. De consument, bedrijven, nationale overheden en ideële organisaties moeten samenwerken.

3) Er moet wel een zelfregulerend controlesysteem zijn, een waakhondfunctie.

4) Ontwikkelingslanden moeten een goede starterspositie hebben om van de communcatietechnologie gebruik te kunnen maken. Dus zonder goed onderwijs en betere infrastructuur kom je er niet.

5) Binnen bedrijven en opleidingen moet meer aandacht gegeven worden aan ethische vraagstukken en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Jan Willems

Tenslotte kreeg Jan Willems van de Rijksuniversiteit Limburg het woord, als vervanger van de verhinderde professor Flinterman. Het betoog van Willems was moeilijk te volgen, mogelijk door de vele jaartallen die hij de revue liet passeren. Willems schetste, middels een historisch overzicht, de ontwikkeling op het terrein van mensenrechtenverdragen waarbij blijkt dat op papier de rechten van de mens gegarandeerd zijn maar in de praktijk helaas niet. Zijn aanbevelingen waren dat humaniteit grensoverschrijdend dient te zijn. Ook moeten er nieuwe instituten komen die meer grensoverschrijdend werken. Het Internationaal Strafhof (in oprichting) is hier een goed voorbeeld van. Dat wil niet zeggen dat er geen aandacht aan mensenrechten in eigen land gegeven zou moeten worden. Met name aan het voorkomen van geweld binnen het gezin moet meer aandacht besteed worden. Tenslotte pleitte Willems voor een andere samenstelling van de Veiligheidsraad. Nu heeft deze een vetorecht gebaseerd op kernwapenbezit. Wellicht zou lidmaatschap van de Veiligheidsraad op basis van financiële bijdragen aan de VN een beter idee zijn. Dit zou kunnen leiden tot een donatiewedloop in plaats van een een kernwapenwedloop.

Workshops

De dag werd afgesloten met een aantal workshops waarin stellingen werden besproken die op het thema ‘Er zijn geen grenzen meer’ betrekking hadden. Als een van de gezamenlijke conclusies kwam naar voren dat wij met name zouden moeten werken aan een cultuur van mensenrechten. Daarbij dienen individuen, groepen en organisaties vanuit de eigen situatie zoveel mogelijk aandacht voor mensenrechten te vragen en deze te bevorderen. De samenstelling van de Veiligheidsraad is aan verandering toe wil zij een rol van betekenis gaan spelen bij een vreedzame internationale samenleving en de naleving van mensenrechten.

Als afsluiting van de dag werd door Meindert Stelling de Nederlandse vertaling van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof inzake kernwapens van 8 juli 1996 aan NVMP-voorzitter Auke van der Heide aangeboden.

Deze uitspraak, waarin gebruik en dreigen met gebruik van kernwapens illegaal wordt verklaard, is inmiddels een belangrijk statement geworden en is verkrijgbaar bij Tribunaal voor de Vrede (tel. 020 - 669 1868).

Terug naar inhoud nieuwsbrief