Een MVPA-workshop onder leiding van Prof. Rik Coolsaet

De nieuwe wereld (wan)orde

Door Hans van Iterson
Op zaterdag 28 februari werd door `Artsen voor vrede/MVPA' te Aalst een workshop georganiseerd met als titel `De nieuwe wereld (wan)orde'. Inleider was Rik Coolsaet, professor politieke wetenschappen en voormalig parlementslid. In de korte inleiding stelde Coolsaet dat er na de Koude Oorlog een onvoorspelbare situatie in de wereld is ontstaan. De Koude Oorlog immers kende duidelijke en voorspelbare machtsblokken, er was sprake van stabiliteit. Weliswaar was die stabiliteit gevaarlijk, duur (wapenwedloop) en onrechtvaardig (Oost-Europese landen die onderdrukt werden), maar je wist waar je aan toe was. Nu is alles veel minder eenduidig. De experts lukt het niet een passend model voor de internationale situatie te schetsen. Grofweg gezegd bestaan er drie scholen van theorieën, die echter gemeen hebben dat de rol van de staat in een nieuwe wereldorde beperkt zal zijn.
Ten eerste is er een economische school. Deze is van mening dat geo-economische relaties voor een nieuwe wereldorde zullen gaan zorgen. Staten zullen aan invloed inboeten en economische ontwikkelingen zullen voor een toenemende mondialisering zorgen. De toenemende invloed van economische belang en heeft echter ook gevaren. Er kunnen handelsblokken gevormd worden, protectionisme ontstaan. Hieruit voortkomende handelsconflicten kunnen uitmonden in een militair conflict.
Ten tweede is er een politieke school. Robert Kaplan is hierbij een centraal figuur. Kaplan predikt het chaosmodel naar aanleiding van de ontwikkelingen in Afrika en Azië, hier is sprake van imploderende staten door permanente burgeroorlogen. De staten dreigen geen enkele zeggenschap of autoriteit meer te hebben en een middeleeuwse toestand van chaos ontstaat.
Ten derde is er de school van de militaire aspecten. Exponent hiervan is Huntington. Deze voorspelt dat er op zoek naar een gemeenschappelijk identiteit een hergroepering van staten tot nieuwe machtsblokken zal optreden. Die identiteit zal niet het kapitalisme of socialisme zijn, maar een vorm van beschaving. Je zult dan moeten denken aan bijvoorbeeld orthodoxe, protestantse, islamitische beschavings vormen waarmee staten zich zullen identificeren.

Chaosmodel van Kaplan

In een eerste discussieronde wordt het chaosmodel van Kaplan meteen in twijfel getrokken. De Afrikaanse situatie is in beginsel al instabiel door de kunstmatigheid van de getrokken grenzen. Tevens kun je je afvragen of in deze situatie een democratie een reële optie is. Anderzijds wordt gewezen op de voordelen van mondialisering, alles is dichterbij gekomen, communicatie verhoogt de bekendheid met elkaar en zal meer begrip kweken voor de denkbeelden van de medemens.
Rik Coolsaet constateert dat in deze eerste ronde uitgegaan wordt van de Noord-Zuid tegenstelling. Dat is niet verwonderlijk omdat deze tegenstelling refereert aan ons gevoel voor rechtvaardigheid/verantwoordelijkheid. Waarom wordt in Afrika geïntervenieerd? Omdat het geweld dat daar plaatsvindt moreel onaanvaardbaar is, we vinden dat dat niet kan. Toch is moraliteit niet alles wat speelt in onze relatie met ontwikkelingslanden. Iemand constateert dat er ook angst bestaat, niet zozeer voor gewapend geweld maar wel voor epidemische gevaren (aids) en migratie.
Coolsaet voegt daar aan toe de mogelijke ontwikkeling van derde wereldlanden naar ons niveau van welvaart. Als dit gebaseerd zou zijn op fossiele brandstoffen zou dit een milieuramp tot gevolg hebben, het Amazone gebied wordt al platgebrand, hoe gaat dit verder? Wat kunnen we eraan doen en wie kan dat? Over deze laatste (milieu)dreiging wordt door sommige aanwezigen opmerkelijk luchtig gedaan. In Maltusiaanse toestanden wordt niet meer geloofd. Je moet immers niet de toekomst projecteren op datgene wat we nu hebben, het is de vraag welke rol fossiele brandstoffen blijven spelen, technologieën zijn blijvend in ontwikkeling. Zullen er niet altijd compenserende evenwichten ontstaan, of moeten we daar het nodige voor doen? Hier zou voor organisaties als de onze een taak liggen. Afsluitend voor de pauze wordt geconstateerd dat er een afname van de invloed van staten is om de wereld te beheersen. Er vindt een devolutie plaats; de autoriteit van het centrale gezag wordt ter discussie gesteld. De vraag is relevant wie die macht nu kan uitoefenen, want we zullen toch onze, mondiale, problemen moeten oplossen.

Conflicten

Na de pauze wordt gesteld dat de Verenigde Staten in haar rol van opzichter van de wereld in ieder geval weinig succesvol (zullen) zijn. De VS zijn niet de eerste grootmacht en histo-risch gezien hebben grootmachten een mondiaal conflict zelden kunnen voorkomen. Niet dat iets dergelijks nu dreigt, gevaarlijker zijn immers de intra-statelijke conflicten (binnen staten), daar heb je al helemaal geen greep op. Er ontspint zich een discussie wat vredesorganisaties kunnen doen aan de preventie van deze conflicten. Uitzoeken van het waarom van conflicten? Dat blijkt een oervraag te zijn waarop je nooit antwoord zult krijgen. Inspelen op de rationaliteit van mensen door een kosten-baten analyse van een oorlog te geven (het kost veel meer) werkt ook niet. Rationaliteit telt niet bij de vraag: wel of geen oorlog. Maar is pacifisme wel een einddoel? Hoe zit het eigenlijk met de rechtvaardige oorlog, of concreet, het afdwingen van VN-sancties met geweld? Duidelijk is dat er terdege internationale spelregels moeten zijn, maar daar is autoriteit voor nodig om ze af te dwingen, en juist daaraan ontbreekt het op internationaal vlak.
Dit brengt ons uiteindelijk bij de conclusies van deze dag: De complexiteit in de wereld is toegenomen. Tegelijkertijd is de wereld in onze perceptie ook kleiner geworden, de `global village' is ontstaan. De samenleving is permanent aan het veranderen. Kun je die processen beïnvloeden? Dat is de centrale vraag. Hoe controleer je internationale gebeurtenissen? De staten kunnen het niet, zij hebben aan macht ingeboet, er zouden instellingen gecreëerd moeten worden die bijvoorbeeld mondiale milieuproblemen zouden aanpakken. Helaas bestaan zulke beheersinstrumenten nog niet . Juist in dat machts-vacuüm kunnen ideële organisaties hun invloed doen gelden.
Coolsaet sluit af door te benadrukken dat machtsregels wel degelijk gewenst zijn in de huidige situatie. In deze kan de uitspraak van Montescieu als een waarschuwing dienen: `in een wereld van ongelijke macht is het de vrijheid die onderdrukt en de wet die bevrijdt'.


Terug naar inhoud Nieuwsbrief