Metal of dishonor

Het International Action Center is opgericht door Ramsey Clark (vroeger Minister van Justitie van de Verenigde Staten), tezamen met de honderdduizenden mensen, die zich tegen de oorlog in Irak hebben verzet. De oprichting vond plaats in 1991 en bij het programma van de beweging werd ook de eis betrokken om een eind te maken aan racisme, seksisme, homofobie en armoede in de VS. Een andere doelstelling was oppositie tegen het militarisme en de globale dominantie van Amerika.

De eerste druk van Metal of dishonor verscheen in 1997 en kwam tot stand na een meeting op 12 september 1996 in het Church Center van de VN te New York. Organisator was onder andere het Depleted Uranium Education Project, onderdeel van het International Action Center. In totaal werkten 4 groeperingen en 27 individuele auteurs aan het manuscript mee. Het resultaat is een bloemlezing van de zeer vele facetten van het onderwerp, door een groot aantal mensen vanuit verschillende invalshoeken belicht. In de tweede druk zijn drie nieuwe artikelen opgenomen.

Tot de auteurs behoren stralingsdeskundigen, sociaal geneeskundigen, biologen, natuurkundigen, wiskundigen, juristen, journalisten, milieuactivisten, andere leden van NGO's (niet gouvernementele organisaties) en mensen die jarenlang ervaring hebben opgedaan in de strijd tegen kernwapens, zoals de kinderarts Helen Caldicott. Ook de veteranen uit de Golfoorlog Dan Fahey en Carol Picou komen uitvoerig aan het woord.

De inhoud van de 41 bijdragen gaat voor een groot deel over het gebruik van verarmd uranium in militair materiaal, maar er wordt ook ingegaan op onderwerpen, die er verder van afstaan.

Herkomst en eigenschappen van DU

Zoals bekend is verarmd uranium (depleted uranium, DU) een overblijfsel na verrijking. Vele auteurs schrijven over de hardheid ervan (wat het voor militairen aantrekkelijk maakt), over de toxiciteit en de radioactiviteit van U-238. Deze stof vormt het belangrijkste bestanddeel van DU en zendt alfa- en gammastralen uit. Ook over de vervalproducten van DU, thorium en protactinium, beide bèta- en gammastralers, wordt bericht. Uitvoeriger wordt men ingelicht door stralingsdeskundigen zoals prof. Asaf Durakovic (uit Cambridge), dr. Michio Kaku, hoogleraar kern-fysica te New York en Leonard Dietz, die jarenlang werkzaam was voor de Amerikaanse Commissie voor Atoom-energie. Vooral de laatste geeft veel details, berustend op zeer uitgebreide vakkennis.

De weg die DU door het lichaam aflegt

Nadat een projectiel na doorboring van bijvoorbeeld een tankwand tot ontploffing komt, verbrandt het uranium waardoor uraniumoxide vrij komt. Deze stof komt als een mistwolk boven het slagveld te hangen en kan door de wind op grote afstand (Dietz schrijft 42 km) verspreid worden. De stof kan geïnhaleerd en ingeslikt worden, terwijl ook via de verwonde huid besmetting op kan treden. Als oplosbare vorm kan dit uraniumoxide in allerlei organen terechtkomen, als nieren, beenmerg en genitaliën, terwijl onoplosbare stukjes DU in de longen vast kunnen blijven zitten en op den duur longcarcinoom kunnen veroorzaken.

Aan dit onderwerp wordt in het boek ook veel aandacht besteed vooral door de bovengenoemde stralingsdeskundigen. Professor Kaku deelt bovendien mee, dat ook de soldaten die met DU-materiaal werken gevaar lopen. In de buurt van groot kaliber munitie gestationeerd, is voor hen de stralingsdosis ongeveer gelijk aan een dagelijkse Röntgenfoto van de thorax. Ook de tankwand die met DU versterkt is geeft te veel straling.

Consequenties voor de gezondheid en het milieu

Hierover wordt in vele bijdragen ge-schreven, onder andere door Professor Victor Sidel, ex-covoorzitter van de IPPNW. Hij noemt DU-wapens uiterst gevaarlijk voor de gezondheid, hoewel hij ze tot een andere categorie rekent dan de radioactieve wapens, die op atoomsplitsing of -fusie berusten. Hij dringt aan op een zorgvuldig onderzoek naar de consequenties van het gebruik van DU-wapens voor de gezondheid. Dr. Siegwart Horst-Guenther, professor Infectieziekten en Epidemiologie, deed 5 jaar lang onderzoek in Irak, Koeweit en Saoedi-Arabië. Hij vond in Irak op een plaats waar gevochten was projectielen zo groot als een sigaar en zeer zwaar. Later zag hij Irakese kinderen spelen met dit soort projectielen. Een van die kinderen stierf later aan leukemie. Zijn bijdrage geeft hij daarom de titel "Hoe DU-wapens Irak, Koeweit en Saoedi-Arabië vergiftigen".

Onder de bevolking nam hij de volgende afwijkingen waar:

Hij bespreekt ook andere voorvallen, waarbij radioactiviteit vrij kwam, als de ramp in Tsjernobyl. Over het ongeluk met de EL-AL in de Bijlmer heeft hij kennelijk gebrekkige informatie ontvangen, want hij noemt afwijkingen die daar zouden zijn ontstaan, terwijl het resultaat van het grootschalig medisch onderzoek nog helemaal niet bekend is. In de tekst wordt ook het zogenaamde "Golf-oorlogsyndroom", als door het National Gulf War Resources Center beschreven, vermeld met de volgende verschijnselen: orgaanbeschadiging, genetische manifestaties, chronische vermoeidheid, gebrek aan uithoudingsvermogen, veelvuldige infecties, keelpijn, hoesten, huiduitslag, nachtzweten, misselijkheid en braken, diaree, duizeligheid, hoofdpijnen, geheugenverlies, verwardheid, visusproblemen, spasmen, krampen, gewrichtspijn en mobiliteitsverlies, pijnlijke spieren, gezwollen klieren, gebitsafwijkingen en malformaties van pasgeborenen. Er dient wel vermeld te worden dat verschillende auteurs er de nadruk opleggen, dat behalve DU ook andere schadelijke factoren op de slachtoffers van de Golfoorlog inwerkten. Onder andere kwamen bij de bombardementen van chemische fabrieken tal van toxische producten vrij, terwijl de soldaten voor (te?) veel ziektes werden in-geënt, wat ook een culminerend effect kan hebben gehad.

De strijd voor erkenning vande schadelijkheid van DU

Dit onderwerp is nauw verbonden met onderzoek. Ongelukkigerwijs, schrijft Dan Fahey, wordt dit onderzoek de laatste jaren geleid door instanties die belang hebben bij de uitkomst. Eerder onderzoek van het Pentagon leidde wel degelijk tot de opvatting dat DU schadelijk was. Informatie over voorzorgsmaatregelen aan de troepen in de Golfoorlog werd echter in het begin door de legerleiding achter gehouden omdat de gevolgen van radiologische besmetting pas op den duur zouden optreden! De angst voor massale schadeclaims wordt in het boek ook vaak genoemd als reden voor de weigering van de Amerikaanse overheid een uitgebreid onafhankelijk onderzoek te doen naar de oorzaak van het Golfsyndroom. Het meest schrijnend schrijft Carol Picou, sergeant eerste klasse in het Amerikaanse leger, over haar ervaringen in de Golfoorlog en haar pogingen erkenning voor haar ernstige symptomen te krijgen. Ze hielp als verpleegster temidden van brandende tanks slachtoffers en keerde ziek naar huis terug. Na jaren is tenslotte voor haar klachten over huidafwijkingen, vergeetachtigheid, en urine-incontinentie de diagnose chronische encephalopathie en deficiëntie van de schildklier gesteld. De mensen uit haar eenheid, die met haar naar het slagveld gingen, werden allen ziek. Degenen die in de achterhoede verkeerden bleven allen gezond. Zij werd ontslagen en raakte ook haar ziektekostenverzekering kwijt.

De eis tot afschaffing van DU-wapens

Alyn Ware, directeur van het Juristen Comité "Nucleair Policy" uit Nieuw-Zeeland, schrijft: "ons werkelijke doel moet natuurlijk afschaffing van de oorlog zijn. Intussen is het mogelijk om een verbod op bepaalde wapens te bereiken." Hij bericht uitvoerig over de bestaande Internationale Oorlogswetgeving en concludeert dat die wetten direct toepasbaar zijn voor DU-wapens en een basis voor verbod kunnen bieden. De praktijk is tot nu toe anders. Zo is er in 1996 in een Subcommissie voor de Mensenrechten van de VN een resolutie aangenomen, waarin gevraagd wordt DU-wapens af te schaffen. Er waren 15 stemmen voor, 1 (van Amerika) tegen en 8 onthoudingen. Later werd dit voorstel door de Algemene Vergadering van de VN niet overgenomen. Bovendien gebeurt het helaas, dat een besluit met meerderheid van stemmen is genomen, maar dat men zich er niet aan houdt.

Dat gebeurde met betrekking tot het bombarderen van kerncentrales in de Golfoorlog. Ondanks het feit dat in de VN met een grote meerderheid van stemmen op 4 december 1990 was aangenomen, dat kerncentrales tijdens oorlogshandelingen niet gebombardeerd mochten worden, geschiedde dit toch in Irak. Aan dit laatste onderwerp draagt Suzy King, lid van de WILPF (Women's International League for Peace and Freedom) bij met een artikel. Doordat de reactorkern in Tuwaitha niet geraakt werd, kwam er - gelukkig - vrijwel geen radioactiviteit vrij. Vele malen wordt in Metal of Dishonor aangegeven, onder andere door Victor Sidel, dat het om DU in wapens af te schaffen nuttig is zich aan te sluiten bij de organisaties die het gebruik van kernwapens bestrijden. Alyn Ware schrijft: "anti-DU activisten dienen hetzelfde soort mondiale pressie uit te gaan oefenen als eerder gebeurd is in de campagnes tegen kernwapens", en trekt een vergelijking met de massale acties tegen het gebruik van mosterdgas na de eerste wereldoorlog.

Andere onderwerpen

In Metal of Dishonor wordt ook geschreven over onderwerpen, waarvan de inhoud niet direct over het gebruik van verarmd uranium voor militaire doeleinden gaat. Zo wordt er aandacht besteed aan historische gegevens over uraniumwinning, zoals die op tal van plaatsen al heel lang gebeurde en nog plaatsvindt. Zo is bekend dat in Bohemen al eeuwenlang bij mijnwerkers een vreemde "bergziekte" voorkwam. Zij stootten bij het delven van erts op de stof uraniet, die uranium-238 bevat. Dit erts werd toegepast als materiaal voor deurstoppen en vond ook toepassing als glazuur. Later bleek die "bergziekte" longkanker te zijn. Verder zijn er artikelen die de schade vermelden die toegebracht werd en wordt aan inheemse volkeren, zoals de bewoners van Indiana en het Navajo Volk in Amerika hebben ondervonden. Ook de arbeiders in de nucleaire industrie lopen kans besmet te worden, wat ook voor de bevolking in de buurt van kerncentrales geldt. Zo zou de frequentie van borstkanker in de nabijheid van de verschillende kerncentrales in Amerika zijn toegenomen, zoals in een artikel van Dr. Jay Gould, auteur van een aantal boeken over de gevaren van lage doseringen kernenergie, wordt vermeld. Glenn Alcalay, antropoloog, schrijft al meer dan 20 jaar over nucleaire onderwerpen, onder andere over testproeven op de Marshall eilanden en in Amerika zelf. Dr. Barbara Nimri Aziz, antropologe en journaliste, beschrijft op indringende wijze hoe landbouw en veeteelt als gevolg van de Golfoorlog letterlijk verkommeren. Men mist voldoende zaaigoed, kunstmest en bestrijdingsmiddelen en heeft ook niet de mogelijkheid kapotte apparatuur te herstellen, omdat nieuwe onderdelen, die uit het buitenland be-trokken worden, niet geleverd worden. Uit de verdere beschrijving blijkt dat door de economische sancties het onmogelijk wordt gemaakt Irak selfsupporting ten aanzien van voedsel te maken.

De rol van de pers tijdens de Golfoorlog wordt belicht door Lenora Foerstel, journaliste. Er werd tijdens de oorlog tegen Iran door de Amerikaanse regering, het bedrijfsleven en de pers een drie-eenheid gevormd, waardoor het publiek onvolledig en onjuist werd voorgelicht. Het volkomen voor propagandistische doeleinden verzonnen verhaal van de 312 Koeweitse babies die door Irakezen uit hun couveuse zouden zijn gehaald en op de grond gegooid, wordt ook door haar vermeld. Het valt verder op dat enkele auteurs er de nadruk op leggen dat de slachtoffers van de Golfoorlog het meest frequent onder arme, weinig ontwikkelde en zwarte mensen te vinden zijn. Het feit dat deze groepen onvoldoende verzekerd zijn maakt deze situatie nog ernstiger.

Professor Kaku noemt onder zijn conclusies het feit dat het Pentagon alle initiatieven voor een accuraat en volledig onderzoek van het golfoorlogsyndroom tegenhoudt, een beschamend hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis. In de APPENDIX zijn allerlei gegevens opgenomen, zoals documenten van de Amerikaanse regering en het Pentagon over DU in wapensystemen. Bovendien zijn er bij een aantal artikelen uitgebreide literatuurlijsten aanwezig.

Conclusie

Het boek geeft zeer uitvoerig informatie over de vraagstukken die een rol spelen bij het gebruik van verarmd uranium voor militaire doeleinden.

Er komt geen enkele twijfel in naar voren over de schadelijkheid ervan. De enige conclusie moet dan ook zijn: schaf het af en zorg ook dat alle gebieden waar met deze stof gewerkt of gevochten werd grondig schoon worden gemaakt. Daarnaast is een grondig onderzoek van allen die aan het golfoorlogssyndroom lijden onontbeerlijk.

Met dank aan Emiel Wennen en Henk van der Keur.

METAL OF DISHONOR, Depleted Uranium, uitgegeven door het International Action Center te New York (Tweede druk uit 1999)

Mevrouw Van der Gaag is gepensioneerd zenuwarts. Ze is al meer dan 20 jaar lid van de NVMP. De berichten in de pers over verarmd uranium brachten haar ertoe hiernaar nader onderzoek te doen. Haar zorg over en betrokkenheid bij het gevaar van kernwapens is zodanig, dat ze op oktober naar de demonstratie te Volkel tegen de opstelling van kernwapens was gegaan, als haar gezondheid dit had toegestaan. Het is voor haar teleurstellend dat de dagbladpers zo weinig aandacht besteedt aan het vraagstuk van kernwapens en de protesten hiertegen.

Terug naar inhoud Nieuwsbrief