Noodhulp in conflictsituaties

Samenvatting van een scriptie voor het keuzeonderwijs Medische Polemologie, augustus 1999, Vrije Universiteit, Amsterdam.

De vraagstelling van deze paper luidt: Hoe is de organisatie van een noodhulpgezondheidszorgsysteem in ontwikkelingslanden en welke invloed heeft een conflictsituatie op deze organisatie en op het individueel functioneren van de medewerkers?

Samenvatting

In deze scriptie is uiteengezet hoe overwegend medische noodhulp lokaal georganiseerd wordt en hoe de specifieke situatie van het conflict van invloed kan zijn op deze organisatie. De praktische invulling van de noodhulp wordt zowel vanuit het perspectief van noodhulporganisaties als vanuit het individuele perspectief van de noodhulpverlener bekeken. De effecten die de conflictsituatie op de hulpverlening kan hebben, worden eveneens behandeld.

Belangrijke punten zijn hier de veranderende rol van noodhulporganisaties in de richting van conflict-gerelateerde taken als bemiddeling, alsook het meer vertolken van een openbare stem in de internationale gemeenschap met betrekking tot internationale noodhulp. Wat het noodhulp-gezondheidszorgprogramma betreft, is vermeldenswaard dat dit, naast het realiseren van directe hulp, ook inzet op een verbetering van de openbare gezondheid op de lange termijn. Dit kan bereikt worden door aandacht voor de sustainability.

Medewerkers van noodhulporganisaties krijgen door de conflictsituatie te maken met stress en veiligheidsvoorschriften. Ook is de rol van medewerkers niet beperkt tot de beroepssfeer, maar is deze onder andere verbreed met taken in conflictbemiddeling, training en educatie en research.

Conflictsituaties

Allereerst is bekeken wat er met het begrip conflict bedoeld wordt. De escalatie tot geweld vormt het risico voor de burgerbevolking ter plaatse. Er zijn verschillende soorten van geweld die voortkomen uit conflictsituaties en die schadelijk zijn voor de gezondheid van de lokale inwoners. Dit geweld kan veroorzaakt worden door de overheid om de burgerbevolking te onderdrukken, maar ook andersom. Individuen zijn zeer kwetsbaar in situaties van gewapend conflict. Vooral de burgerbevolking ter plaatse van het conflict heeft veel te lijden onder deze omstandigheden. Gedwongen vlucht, verlies van bezit, verscheurde gezinnen en het moeten incasseren van zowel fysiek als psychologisch geweld zijn frequent voorkomende inbreuken op de internationale mensenrechten. Indirect wordt de gezondheid ook bedreigd door de nadelige effecten van geweld op de economie, de agricultuur, het milieu, de sociale infrastructuur, de sociale betrokkenheid en de politieke stabiliteit.

Vluchtelingen

De mensenrechten zijn ooit geformuleerd om de schadelijke gevolgen van conflict voor de bevolking zo veel mogelijk te beperken. Helaas worden deze regels in de praktijk telkens weer geschonden. Conflictsituaties leiden tot vluchtgedrag bij de lokale bevolking. Vluchtelingen die internationale grenzen hebben overschreden worden beschermd door verschillende internationale conventies, zoals de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR). Vluchtelingen die de landsgrenzen niet overschrijden, de zogenaamde Internally Displaced Persons, vallen niet onder deze internationale bescherming. Deze laatste groep is kwetsbaarder dan vluchtelingen, want ze bevindt zich dichter bij de conflictzone en internationale noodhulporganisaties krijgen moeilijk toegang tot haar. Door het vluchtgedrag vormen zich kampen, waarbinnen men door de overbevolking en gebrek aan hygiëne, levensmiddelen en medische zorg zeer vatbaar is voor gezondheidsproblemen. Over het algemeen is gezondheidszorg in conflictsituatie hetzelfde als gezondheidszorg voor vluchtelingen, want deze zijn vaak de directe slachtoffers van oorlogsgeweld.

Mogelijkheden vannoodhulporganisaties

Vluchtelingen lijden gebrek aan de basale levensbehoeften zoals voedsel, onderdak, medische zorg en kleding. Deze nood is het probleem waar noodhulporganisaties een oplossing voor willen bieden. Het Rode Kruis heeft door een non-politieke instelling, met neutraliteit hoog in het vaandel, middels internationale afspraken, een mandaat om oorlogsslachtoffers te verzorgen uit humanitair oogpunt. Naast het Internationale Rode Kruis zijn vele verschillende noodhulp-NGO’s werkzaam in deze sfeer, zoals Artsen Zonder Grenzen (MSF) en Save the Children.

Omdat NGO’s onafhankelijk van de lokale en gastlandoverheid opereren hebben ze meer mogelijkheden tot stemverheffing naar de internationale gemeenschap toe. Ze zijn niet gebonden aan de stille diplomatie van het aan de internationale conventie gebonden Rode Kruis en VN.

Recentelijk treden NGO’s dan ook internationaal meer op de voorgrond en stellen ze bijvoorbeeld schending van mensenrechten aan de kaak. De rol van NGO’s in conflictsituaties is aan verandering onderhevig. Conflictbemiddeling, demilitarisatie en actieve lobbying bij overheden en in de media voor internationaal hulpbeleid zijn misschien nieuwe taken voor de toekomst. Een kanttekening hierbij is de overweging in hoeverre het voor noodhulp-NGO’s geldt om zich bij dit soort tendensen ook te richten op lange termijn projecten die eigenlijk bij ontwikkelings-NGO’s horen. Het is moeilijk hier een duidelijke scheiding in aan te brengen, aangezien er een overlap zit in de doelen en de praktische uitvoering van deze doelen van beide soorten organisaties. Wellicht zou er in een samenwerkingsverband meer draagvlak voor zijn.

Noodhulporganisaties die willen opereren in oorlogsgebied bevinden zich in een lastig parket. Zij moeten continu hun verantwoordelijkheden afwegen tussen die voor de slachtoffers van het conflict en die van de veiligheid van hun eigen employés.

Naast praktische problemen zijn er ook ethische vraagstukken met betrekking tot de hulpverlening. Er bestaan negatieve bijwerkingen van noodhulp. Voorbeelden hiervan zijn de enkel symptoombestrijdende hulp die de oorzaak van het conflict niet aanpakt en het verstrekken van goederen, wat de betrokken partijen kan versterken en zo het conflict in stand houdt.

Tegenwoordig is er een debat gaande over het effect van hulp in conflict-situaties. Wat vooral moeilijk is met betrekking tot evaluatie ten tijde van conflict is het gebrek aan criteria waarmee men het effect van noodhulp kan beoordelen.

Richtlijnen voor noodhulporganisaties dienen afgestemd te worden op de volgende waarden:

Prioriteiten bij noodhulp.

Het prioriteitenlijstje van Medicins sans Frontieres is eruit gelicht om de verschillende aspecten rond een gezondheidszorgprogramma te behandelen. Het initieel onderzoek dient altijd voorafgaand aan een programma te geschieden, want hier wordt onderzocht wat de lokale stand van zaken is en op basis hiervan wordt beslist of er een interventie door de noodhulporganisatie gaat plaatsvinden.

Mazelenvaccinatie

Aangezien deze specifieke infectieziekte met name in vluchtelingen-kampen extreem veel kindersterfte veroorzaakt, heeft de bestrijding er-van een aparte prioriteit gekregen.

Water en sanitair

Een goede waterkwaliteit en hygiënisch sanitair zullen bijdragen aan de vermindering van de morbiditeit en mortaliteit aan besmettelijke infectieziekten. De afvalverwerking valt hier ook onder. Voedsel en voedingsstatus zijn van direct belang voor de gezondheid. Ondervoeding geeft een verhoogde mortaliteit en morbiditeit, direct door een gebrek aan vitale voedingsstoffen en indirect door het verzwakken van de weerstand van het individu. Onderdak en de locatie van het kamp hebben indirecte gevolgen voor de gezondheid door eventuele blootstelling aan het klimaat of ziektevectoren.

De basisgezondheidszorg die in een noodhulpprogramma aanwezig hoort te zijn.

De organisatie van preventieve en curatieve maatregelen op verschillende gezondheidszorgniveaus komt hier aan de orde. Het triagesysteem wordt gehandhaafd als er weinig zorg beschikbaar is voor een grote populatie. Controle op besmettelijke infectieziekten sluit hier nauw op aan. De in de vorige punten besproken maatregelen dienen er indirect voor om de morbiditeit en mortaliteit aan infectieziekten te verlagen. Deze ziekten zijn verantwoordelijk voor 51% tot 95% van de totale sterfte en de bestrijding ervan heeft dus een hoge prioriteit. De controle van het openbare gezondheidszorgsysteemZodra er een gezondheidszorgsysteem is opgezet dient de kwaliteit hiervan nauw gecontroleerd te worden. Het doel hiervan is de effectiviteit van de genomen beslissingen en maatregelen met betrekking tot de gezondheid vast te leggen en waar mogelijk te verbeteren. Deze gegevens zijn ook van belang voor het ontwikkelen van trainingsmateriaal, onderzoeken, het opsporen van beginnende epidemieën en voor eventuele bewijsvoering met betrekking op de situatie ter plaatse.

Staf en training

Het is noodzakelijk dat de medewerkers goed zijn voorbereid en getraind voor de taken waarvoor ze aangesteld zijn. De taken die uitgevoerd moeten worden dienen duidelijk gedefinieerd te zijn. Standaardisatie en protocollen kunnen de duidelijkheid verbeteren.

De coördinatie van het hele programma.

De verschillende aspecten dienen geïntegreerd met elkaar te verlopen en dit vereist een duidelijke, structurele organisatie. Dit houdt in dat alle samenwerkende partners, zoals de noodhulporganisatie, de landelijke overheid, NGO’s en de UNHCR, éénzelfde doel nastreven door bundeling van krachten.

Sleutelfactoren voor een goed verloop zijn actieve participatie door alle partijen, een duidelijke structuur van verantwoordelijkheden en taken en effectieve communicatie tussen alle partijen. Coördinatie is ook noodzakelijk om te voorkomen dat taken over het hoofd gezien worden of dubbel uitgevoerd worden.

Medewerkers in noodhulp-gezondheidszorg

De rol van de hulpverlener beperkt zich niet alleen tot de medische hulpverlening. Documentatie en research naar de impact van geweld, training en educatie over werken in conflictsituaties, het opkomen voor de mensenrechten en het pleiten voor vrede zijn bijkomende taken. Het is een noodzaak dat gezondheidszorgmedewerkers weten wat hun specifieke bijdrage aan het totale ontwikkelingsproces kan zijn. Op velerlei vlakken kan er positief worden gehandeld.

Hiernaast heeft de conflictsituatie ook gevolgen voor het praktisch uitvoeren van de taken. Medewerkers dienen zich voortdurend aan de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen te houden. Deze zijn van toepassing op de persoonlijke werksfeer, het persoonlijk gedrag en de persoonlijke gezondheid. Medisch personeel heeft baat bij internationale bescherming onder het Rode Kruis embleem. Dragers van dit embleem in tijden van conflict staan onder bescherming van de Conventies van Genève en hun Toegevoegde Protocollen en mogen op basis van het Internationaal Oorlogsrecht niet aangevallen of gehinderd worden volgens artikel 11 van Protocol II (Art. 8ff/I en 7ff/II).

Naast het feit dat medisch personeel enige vorm van bescherming geniet, zodat het de slachtoffers van gewapende conflicten kan assisteren, heeft het ook een aantal verplichtingen (Perrin 1996, p. 395): het respecteren van de principes van medische ethiek.

Het verlenen van zorg aan alle slachtoffers op basis van behoefte, zonder enige vorm van discriminatie onder algehele neutraliteit. Het niet dragen van wapens, uitgezonderd lichte wapens ter zelfbescherming. Het zich duidelijk identificeren als medisch personeel.

Stress

De werkzaamheden van medisch personeel in conflictsituatie geschieden onder continue stress, want niets is zeker in conflictsituaties. NGO-medewerkers hebben persoonlijk te maken met intimidatie, agressie, geweld en onveiligheid. De persoonlijke weerslag op de medewerker kan, naast angst en onzekerheid, ook uit gevoelens van hopeloosheid, agressie en frustratie bestaan. Als deze gevoelens niet verwerkt worden, kan dit leiden tot burn-out en langdurige traumatische stress bij de medewerkers. In ernstige gevallen kan dit op de lange termijn een PTSS (post traumatische stress stoornis) en andere psychische stoornissen veroorzaken. Er dient hier dan ook op geanticipeerd te worden door middel van goede training vooraf aan het project en deskundige be-geleiding na het meemaken van een trauma. Aan de hand van een persoonlijk verslag van een noodhulpverlener wordt de persoonlijke weerslag van het werken in conflictsituatie be-sproken.

Deze samenvatting is gemaakt door Margreet Bakker.

Treug naar inhoud nieuwsbrief