IPPNW-congres ‘Health Through Peace’

Voor het eerst in lange tijd was er weer eens een IPPNW-wereldcongres in Europa, het 10e wereldcongres in Stockholm (1991) was het laatste bij ons 'om de hoek'. De goede bereikbaarheid van de Franse hoofdstad zorgde ervoor dat een twintigtal Nederlandse en Vlaamse deelnemers ácte de presènce gaven. En dat was nog niet alles: maar liefst 3 workshops werden door de NVMP gerealiseerd, waarbij de onderwijsworkshop over 'Vredesonderwijs in het medisch curriculum' een van de meest besproken van het congres werd.

Tijdens de Europese regional meeting werd NVMP-voorzitter Herman Spanjaard gekozen tot de nieuwe Europese vice-president, een mooie maar moeilijke taak, immers ook bin-nen de Europese IPPNW-afdelingen is er sprake van een enorme diversiteit, zowel qua omvang en organisatiegraad als qua aandachtsvelden. Samen met onder meer de Duitse en Zweedse afdelingen zullen er diverse werkgroepen worden opgezet over belangrijke onderwerpen, waarbij de vice-president de algemeen coördinator is.

Workshops

Maar dan het congres zelf. De medische faculteit, nabij het Quartier Latin, was een uitstekende locatie voor het wereldcongres met al zijn sessies en workshops. Zelf bezocht ik vooral de workshops die de kernwapenproblematiek als onderwerp hadden. Zo handelde de workshop 'Accidental nuclear war' met name over het National Missile Defence (NMD) system, oftewel het in aanbouw zijnde anti-raketschild van de Verenigde Staten tegen een beperkte aanval met kernraketten van zogenaamde schurkenstaten (onder andere Noord-Korea). Hoewel het schijnbaar geen al te grote catastrofe is als de Amerikanen een fortuin in een dergelijke utopisch beschermingsschild willen steken heeft het NMD tal van dreigende neveneffecten, omdat het wereldwijde nucleaire evenwicht door het schild wordt verstoord. In principe hebben de VS namelijk een 'first strike' mogelijkheid: zelf een aanval met kernwapens doen en de, beperkte, tegenaanval met hun schild opvangen. Het zal wel niet gebeuren, maar je houdt er in extremis wel een enorme macht aan over. Met name China heeft al geopperd dat er door dat schild voor haar maar één optie overblijft en dat is: zoveel kernraketten stationeren dat het Amerikaanse schild ze niet meer kan opvangen.Dit betekent meer kernwapens in de wereld in plaats van minder. En juist het ondubbelzinnig opruimen van kernwapens was de afspraak op de laatste grote conferentie over kernwapens in New York.
Ook was ik blij dat ik de workshop over de gevolgen van de sancties tegen Irak kon bijwonen. Deze tien jaar in werking zijnde strafmaatregelen hebben al aan circa 1 miljoen kinderen onder de 5 jaar het leven gekost. Tal van onafhankelijk rapporten (onder andere van Unicef) tonen dit aan. Tegelijkertijd heeft het Irakese regime van Saddam Hoessein niets te lijden en wordt het zelfs door de anti-Amerikaanse gevoelens versterkt.Spreker was Hans von Sponeck, de VN-functionaris die verantwoordelijk was voor het humanitaire 'oil for food' programma in Irak en de opvolger van Denis Halliday, die thans een pleiter voor opheffing van de sancties is. Het feit dat ook Von Sponeck is opgestapt spreekt boekdelen.
Tweeëndertig jaar was hij functionaris bij de VN, maar voor de vreselijke gevolgen van de maatregelen tegen Irak wilde hij geen verantwoordelijkheid meer dragen.
In de praktijk is het 'oil for food' programma veel te karig gebleken. Voor het levensonderhoud ging men uitvan een inkomen per hoofd dat slechts de helft bedroeg van dat van een inwoner uit India (bepaald een arm land). Gevolg: systematische ondervoeding, waardoor met name de zwakkeren (kinderen en ouderen) getroffen worden. Er is een gebrek aan medicijnen en oude ziekten keren terug. Vooral diarree en tyfus eisen hun tol in de steden, waar temperaturen van 52º C geen uitzondering zijn.
Ontluisterend was het om te horen hoe Madeleine Allbright (Amerikaans Minister van Buitenlandse Zaken) antwoordde, toen haar werd gevraagd of ‘dit de prijs was die moest betaald worden’. Zij antwoordde: "Hoewel het een moeilijke keuze was denk ik inderdaad dat dit de prijs was die moest betaald worden". De conclusies waren somber: Von Sponeck heeft van binnenuit geprobeerd aan te tonen dat hier sprake was van een ontoelaatbare 'schending van de internationale wetgeving’ maar kreeg uiteindelijk slechts het stempel van 'a useful idiot of the Iraqi govern-ment' opgedrukt.

 

Nieuwe nucleaire en niet-nucleaire wapens

Waarom willen de VS koste wat kost hun National Missile Defense systeem (NMD) doordrukken?

Ira Helfand (VS) probeerde een antwoord te formuleren. De VS willen van niemand afhankelijk zijn voor hun eigen veiligheid; een machtige defensie vinden ze belangrijker dan goede relaties. Voorts heeft Amerika een blind geloof in de technologie, dat niet stuk te krijgen is door de op-eenvolgende mislukte anti-raketproeven. Ze weigeren te geloven dat een waterdicht systeem technisch niet haalbaar is. De waanzinnige kostprijs van het NMD (in een eerste fase goed voor meer dan 40 miljard dollar) lijkt ook al geen struikelblok. Tenslotte lijken ze niet in te zien dat een boevenstaat (rogue state) met terroristische plannen wellicht geen raket zal afvuren, maar liever een kernbom zal binnensmokkelen en op een geschikte plaats tot ontploffing brengen.
P. Gould (VS) voegde hieraan toe dat men het gevaar van het NMD-systeem niet mag onderschatten. Men moet goed beseffen dat het een aanloop vormt naar de uitbouw van een systeem van ruimtewapens. Vanuit de ruimte kan men zijn tegenstander onbedreigd bedreigen. Gould besprak ook verder de huidige kernwapenpolitiek van de VS. Het Algemeen Test-stopverdrag (CTBT) heeft het ontwikkelen en testen van nieuwe wapens verplaatst naar de laboratoria, zoals de Lawrence Livermoore National Ignition Factory. Hoewel er beweerd wordt dat er geen nieuwe typen kernwapens worden gemaakt hebben de ‘oude’ wapens zoals de B61-11 een aantal fundamenteel nieuwe eigenschappen, zoals grond-penetratie (tot vier verdiepingen diep). Deze aanpassingen gebeuren onder het mom van ‘verbetering van de veiligheid en de betrouwbaarheid’.

L. Monpaey (België) besteedde uitgebreid aandacht aan de nieuwe niet-dodelijke wapens (NLW). Het gamma bestrijkt onder andere pepper-sprays, bio-deterioratie (bederven van brandstof door bacteriën), kleverige schuimen die soldaten immobiliseren, akoestische wapens met laagfrequente geluidsgolven, laserwapens, afvuurbare vangnetten, mijnen die bij ontploffing elektrisch geladen pijltjes afvuren en tenslotte weersbeïnvloeding.

Monpaey had een aantal krachtige argumenten tegen het gebruik van niet-dodelijke wapens. Zo wordt de beslissing ze in te zetten veel gemakkelijker genomen, ook als het niet hoogst noodzakelijk is om tussenbeide te komen. Een niet-dodelijke interventie wordt ook sneller politiek aanvaard en de kans op een langdurige interventie neemt toe. Bovendien worden de belangen van de binnenlandse veiligheid en de militairen vermengd: deze wapens worden door hen samen ontwikkeld. NLW vormen tevens een nieuwe bron van inkomsten voor de wapenindustrie. Ten slotte gaat het gebruik van verschillende NLW in tegen internationale conventies over chemische en ecologische wapens.

Monitoring Precursors of Conflicts

Bij de wetenschappelijke sessies was ongetwijfeld het symposium ‘Monitoring Precursors of Con-flicts’ onder het voorzitterschap van Johan Galtung een van de interessantste. Tijdens de zitting werden meerdere belangrijke bijdragen behandeld. Toch wil ik hier, vooral omwille van zijn professionalisme, blijven stilstaan bij het referaat en de tussenkomsten van de voorzitter.
Prof. Johan Galtung (Noorwegen) is een van de grondleggers van de mo-derne wetenschappelijke benadering van vredesstudies en heeft verschillende belangrijke werken geschreven waaronder ‘Peace by Peaceful Means: Peace and Conflict, Development and Civilization’ Twee definities van vrede liggen aan de basis van zijn werk. De eerste is dynamisch: vrede is de toestand die niet-gewelddadige en creatieve oplossingen van conflicten mogelijk maken. De tweede defi-nitie is meer statisch: vrede is de af-wezigheid van directe, structurele en culturele gewelddadigheid. In het algemeen kan men stellen dat vroegtijdige kentekens van oorlog zijn:

In zijn analyses behandelt Johan Galtung de analogie tussen vredes-studies en gezondheidswetenschappen. De ernst van de toestand maakt zich kenbaar door de symptomen of verschijnselen. Hij stelde een lijst op met 25 vragen die een beeld kunnen geven van de ernst (zie kadertekst).

Op basis van de antwoorden worden punten gegeven van 1 tot 4 waarbij 100 (er zijn 25 vragen) de ideale toestand voorstelt. De auteur paste deze methode op de conflicten in Joegosla-vië en Ethiopië.

Het relatief kleine conflict in en rond Kosovo evolueert thans zoals verwacht naar een trilaterale oorlog op lage intensiteit. De evolutie van het grote conflict NAVO tegenover de wereld blijft voorlopig onbekend.

Het geweld in Joegoslavië vernietigde 300 bedrijven en raffinaderijen, 190 scholen, 20 ziekenhuizen, 30 poliklinieken, 60 bruggen en 5 luchthavens. Er vielen 2000 doden, waaronder maximaal 600 militairen. Er waren 6000 gewonden, waarvan een aantal stierf door het gebrek aan infrastructuur. Haast alle vernietiging gebeurde op publieke eigendommen. Van de ongeveer 300 gevechtstanks van Servië zijn er slechts 12 tot 15 vernietigd. Vroeger vochten soldaten tegen soldaten. Het is hallucinant hoe thans goed getrainde professionelen met zeer gesofistikeerde materialen er haast niet in slagen hun collega’s te vernietigen maar in de plaats daarvan meer en meer weerloze burgers doden. Het demoniseren van de getroffen bevolking is dan ook een noodzaak.

Waarop berustte de gretigheid om zoveel geweld te gebruiken in dit conflict? De afkeer van de Verenigde Staten tegenover niet gebonden of neutrale landen heeft ongetwijfeld meegespeeld. Galtung ging verder in op wat hij de fatale vergissingen bij de betrokken partijen noemt: overhaaste erkenning, geen bescherming van minderheden, eenzijdige maat-regelen, geen beleid voor Joegoslavië als geheel. De verschillen in Joegoslavië werden onvoldoende ernstig genomen, onder andere de geschiedenis met het fascisme van de Chetniks. Wreedheden waren voorspelbaar. De eenzijdige demonisatie van Serviërs in het algemeen en Milosevic in het bijzonder diende om de bevolking buiten Joegoslavië te overtuigen van de noodzaak van geweld. Buurmogendheden zoals Oostenrijk, Duitsland en misschien zelfs Italië hadden wegens hun verleden zeker hun eigen agenda bij de behandeling van het conflict.

Tot slot deed hij nog enkele suggesties voor de toekomst. De Verenigde Naties (VN) zouden de NAVO moeten vervangen. De VN zou een Balkan Gemeenschap moeten bevorderen. Hierin zouden Albanië, Macedonië, Griekenland, Bulgarije, Roemenië en Joegoslavië een gemeenschappelijke economische markt krijgen met een vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en werk. Eerder dan mensen voor het gerechtshof te slepen, waarbij de kloof tussen zogenaamde martelaars en beulen verdiept wordt, zou men moeten zoeken naar gemeenschappelijke doelstellingen.

 

Is het werkelijke conflict goed gekend door de partijen?

Bestaan er pogingen tot verzoening? Bestaan er uitingen vangemeenschappelijke rouw? Wordt geweld gezien als aanvaardbaar? Wordt georganiseerde religie/ideologie gebruikt om geweld te legitimeren?
Terug naar inhoud nieuwsbrief