Nogmaals: Kernwapens op retour?

Brochure van 72 pagina’s met overzichten van de belangrijkste verdragenen ontwikkelingen. Uitgegeven door het Landelijk Kernwapenoverleg, in maart 2000, met steun van de NVMP.

Zondag 1 oktober konden we op de nieuwsjournaals de burgervredeswachten aan het werk zien bij de vliegbasis Volkel.

In bedekte termen werd de aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied erkend als een punt van politieke discussie. Helaas nog slechts bij enkele partijen (GroenLinks en de SP). Eerder dezelfde dag was in het televisieprogramma 'Buitenhof' een felle discussie te zien tussen de VVD en de SP over het nut dan wel het gevaar van het zenden van politieke waarnemers naar Irak, om de gevolgen welke de economische boycot van Irak heeft voor het Iraakse volk vast te stellen.

In beide gevallen werd de TV-kijker weer eens overspoeld met beelden van haviken en duiven die elkaar op leven en dood bestreden. Wat kun je op een dergelijk moment beter doen dan de brochure van het Landelijk Kernwapenoverleg van maart 2000 te voorschijn halen? Zijn argumenten meer waard dan emoties? Kan een heldere en wetenschappelijke bijdrage de oplossing wel dichterbij brengen ?

Allereerst de feiten. In 1998 vindt nog slechts 12% van de Nederlandse bevolking kernwapens noodzakelijk voor militaire verdediging (62% is het oneens met de stelling) en vindt 65% van de Nederlandse bevolking dat Europa of delen daarvan kern-wapenvrij moeten worden. Hoewel er in de media wel aandacht is voor kernwapenproeven door Frankrijk (1995), India en Pakistan (1998) is er een merkwaardige blindheid voor de rol van de kernwapenstaten zelf. De motie Hoekema/Koenders (D66/ PvdA) van 3 december 1998 was een aansporing voor de regering om de nucleaire afschrikking kritisch aan de nieuwe omstandigheden te toetsen en dit in de NAVO in te brengen. Hoewel de Nederlandse regering inmiddels wat meer afstand heeft genomen van de positie van de kernwapenstaten binnen de NAVO, wordt de nucleaire afschrikkingstrategie nog steeds onderschreven.

Echter, hoe meer landen kernwapens aanschaffen, hoe groter de kans dat ze ook daadwerkelijk gebruikt worden. Niet alleen door deze zogenaamde boevenstaten, maar juist door de kernwapenstaten, die in de fuiksituatie komen oorlog te moeten voeren tegen elk land dat dreigt kernwapens op te stellen. Dit is een formule waarmee het hele concept van internationale verdragen onderuit wordt gehaald.

De naleving van het Non-Proliferatie-verdrag uit 1970 en van de Comprehensive Test Ban Treaty uit 1996 is toch al een probleem. De laatste is ook niet door alle betrokken landen ondertekend. Ook de Strategic Arms Reduction Treaty II uit 1993 is pas sinds kort door de Russische Doema geratificeerd, reden waarom de NAVO vasthoudt aan de opslag van kernwapens in Europa, waaronder in Nederland.

Het handhaven van (deels verouderde) kernwapens heeft ook na het einde van de Koude Oorlog bijna tot een kernoorlog geleid tussen Rusland en Amerika. In 1995 leidde de lancering van een meteosateliet in Noorwegen tot een alarmsituatie, welke op het laatste moment werd onderbroken.

Generaal Lee Butler over de theorie van nucleaire afschrikking in 1996: "Het was kostbaar, verkeerd en gevaarlijk, gebaseerd op onverantwoorde opvattingen, onbewezen beweringen en logische tegenstrijdigheden. Tijdens de 'koude oorlog' had dit ons vermogen tot rationeel denken buiten werking gesteld."

In 1997 brak het besef door dat het proces van nucleaire ontwapening stokte (en in sommige opzichten helemaal niet op gang was gekomen). In oktober 1999 stemde de Amerikaanse Senaat nog voor de mogelijkheid om kernproeven uit te voeren. De NAVO houdt hardnekkig vast aan kernwapens en Nederland is hiervan een erkende co-gebruiker. Het zuidelijk halfrond is na het opgeven van de kernwapens door Zuid-Afrika in 1993 en het geleidelijk kernwapenvrij verklaren van Antarctica, Zuid-Amerika, Australië, Zuidoost-Azië, Afrika en Centraal Azië tussen 1959 en 1999 kernwapenvrij gebied geworden. Schaamte is het enige wat ons in het noordelijk halfrond rest. Vasthouden aan technologie op basis van onverantwoorde opvattingen en logische tegenstrijdigheden is het laatste wat we moeten doen. Wetenschappers moeten blijven waarschuwen tegen dergelijke praktijken. Groepen met een brede vertegenwoordiging als de NVMP, de Women's International League for Peace and Freedom, Pax Christi, en Interkerkelijk Vredesberaad, maar ook werkgroepen als Project on European Nuclear Proliferation en Eurobom blijven waarschuwen dat er meer ernst gemaakt moest worden met nucleaire ontwapening.

De brochure is te bestellen bij het bureau van de NVMP.

Terug naar inhoud nieuwsbrief