Verslag NPV-bijeenkomsten Den Haag en Amsterdam

Woensdag 19 april was voor ons een belangrijke dag. Maandenlang was de NVMP samen met het PENN-network (Project on European Nuclear NonProliferation), in casu Karel Koster, bezig geweest met de voorbereiding van zowel een belangrijke politieke bijeenkomst over het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) als een op het brede publiek gerichte bijeenkomst met een meer voorlichtend karakter.

Het organiseren van deze bijeenkomsten was van veel belang. In New York vond namelijk van 24 april tot 19 mei de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag plaats. Velen zien deze conferentie wellicht als een laatste kans om duidelijke afspraken over kernontwapening te maken. De Russische Doema deed alvast een veelbelovende voorzet door zowel het Start II-ontwapeningsverdrag (terugbrengen van het aantal kernkoppen) als het International Kernstopverdrag (CTBT) te ratificeren.

Toch bleek in Den Haag dat het pessimisme overheerste. Op uitnodiging van de Tweede Kamerleden Bert Koenders (PvdA) en Jan Hoekema (D66) waren wij te gast in de prachtige oude Tweede Kamerzaal die tegenwoordig versierd is met tapijten in uiteenlopende kleuren en enorme lichtkubussen die dreigend aan het plafond hangen. Namens de Non-Gouvernementele Organisaties voerden onder meer het woord commander Robert Green (voormalig Brits luchtmachtpiloot en thans ondersteuner van het Middle Powers Initiative voor kernontwapening) en voormalig ambassadeur Tom Graham (in 1995 onderhandelaar voor de Verenigde Staten bij de vaststelling van het Non-Proliferatie Verdrag en thans bezorgd lid van de organisatie Lawyers Alliance for World Security (LAWS)). Zowel Green als Graham wezen erop, dat de verdere verspreiding van kernwapens momenteel de grootste bedreiging van onze wereldvrede vormt. Deze verspreiding wordt mogelijk doordat de bestaande kernwapenstaten de rol van kernwapens weigeren terug te dringen, ondanks gedane toezeggingen. Het kernwapen blijft derhalve een machtig wapen dat welhaast noodzakelijk lijkt om enig gezag in de wereld af te dwingen. In ieder geval is dat het hoofdargument van een land als India geweest om toe te treden tot het selecte groepje kernwapenstaten.

Achin Vanaik van de Movement for Indian Nuclear Disarmament (MIND) vertelde ons dat nationalistische Indiase politici het land hiermee definitief als wereldmacht wilden presenteren. Inmiddels is richting vijand Pakistan, in het conflict om de regio Kashmir, reeds 13 keer op politiek niveau gedreigd met de inzet van kernwapens.

Het gevoel van impasse en toenemende dreiging van kernwapens werd die middag slechts door één spreker niet gedeeld: Frank Miller van het Amerikaanse Pentagon. De aanwezigheid van onderminister Miller gaf eens temeer aan dat we met een bijeenkomst op topniveau van doen hadden. Diens medewerkers deelden een tabellenoverzicht rond waaruit bleek, dat Amerika haar kernwapenvoorraden in de loop der tijd fors had gereduceerd en dat ook in de periode 1995-2000 (de periode van impasse)nog veel was gedaan. Zelfs de weigering van de Amerikaanse Senaat om de CTBT te ratificeren werd gebagatelliseerd, omdat immers duidelijk mocht zijn dat Amerika toch geen kernproeven meer zou houden. Uiteraard werd geen woord gewijd aan de ‘subkritische’ kernproeven die buiten het CTBT-verdrag vallen: je kunt daarmee wel testen maar er vindt geen daadwerkelijke explosie plaats. Het miljarden kostende ‘onderhoudsprogramma’ van de bestaande Amerikaanse kernwapenvoorraden bleef op de achtergrond. Ja zelfs de actuele spanning rond de ‘beheersing van de ruimte’ (Starwars), een discussie opgelaaid door de plannen voor een Amerikaans raketschild (National Missile Defense (NMD)), werd gebagatelliseerd als non-existent.

Onze voorzitter Herman Spanjaard vroeg of de Model Nuclear Weapons Convention (het mede door IPPNW opgestelde modelverdrag voor Kernontwapening, gebaseerd op de Chemical Weapons Convention) uitkomst kan bieden. Miller gaf aan dat de NWC inderdaad een mogelijk eindproduct is, maar als zodanig nu niet binnen het onderhandelingsschema past. Een aantal andere vragenstellers in de zaal, waaronder Mient Jan Faber, vroegen zich af of het niet tijd werd voor ‘eenzijdige stappen’ en een no first use verklaring van NAVO-landen. Immers, nu de Koude Oorlog al lange tijd voorbij is zijn er geen serieuze tegenargumenten meer te bedenken om dit niet te doen. Eenzijdige stappen van de NAVO richting Rusland zouden voor dat land een enorme geruststelling betekenen en de kernontwapening in een stroomversnelling doen belanden.

Het gaat er om, welke boodschap je wilt overbrengen. Gelukkig bestaat er een luider wordende discussie binnen de NAVO over het nut en de rol van kernwapens. Nederland geldt hierbij als gidsland binnen de NAVO, een reden temeer om door bijeenkomsten als deze druk te blijven uitoefenen.

De publieksbijeenkomst in de ‘IJsbreker’ aan de Amstel had een meer publieksvoorlichtend karakter.

In de goed gevulde zaal (een honderdtal aanwezigen) gaf onder andere NVMP-studente Elske Hoornenborg een zeer geslaagde voordracht. De ontwapenende manier waarop zij vertelde over haar motivatie om met dit soort vraagstukken bezig te zijn oogste veel waardering. Op deze avond werd het boekje ‘Kernwapens op retour?’ officieel gepresenteerd. Het boekje vormt de ontbrekende schakel in de voorlichting over de stand van kernwapenzaken vanaf het einde van de Koude Oorlog. Vooral het vraagteken achter de titel illustreert de in slaap gesuste publieke opinie. Begin jaren ’80 kwamen honderdduizenden op de been tegen kernwapens. Op dit moment vragen mensen zich af of de kernwapens er nog wel zijn. Juist dit gegeven zorgde op deze avond voor een belangrijke doorbraak.

Elise Leijten en Rob Boogert van de ‘Burgerinspectieteams’ hadden hun zorgen uitgesproken over de blijvende vaagheid over kernwapens op Nederlands grondgebied. In feite weet ‘iedereen’ dat ze op vliegbasis Volkel liggen maar politiek wordt dit altijd glashard ontkend.

Tijdens het politieke forum, waaraan naast Koenders en Hoekema ook Tom Pitstra van Groen Links en Harry van Bommel van de SP deelnamen, legden eerstgenoemden hun kaarten tot onze verrassing openlijk op tafel. Koenders gaf aan dat het hem dwars zat, dat hij zijn standpunten over NAVO-kernwapens maar moeilijk kon presenteren door de continue ontkenning van de aanwezigheid van NAVO-kernwapens in Nederland. Hoekema: ‘ik zeg het wel eens zo: toen ik het wist (van de kernwapens in Nederland), mocht ik het niet zeggen, maar nu ik het mag zeggen weet ik het niet precies’. Als je vraagt naar details krijg je ze niet en voor politici is dat frustrerend want er mag geen onhelderheid bestaan over al of geen kernwapens binnen Nederland. Deze ontboezemingen kwamen zelfs voor de burgerinspectiegroep als een complete verrassing. Elise ging verder en vroeg om het indienen van een motie die voor volledige openheid zou zorgen, want nu wordt het Nederlandse volk van de domme gehouden.

Juist dit soort informatie kan voor een impuls zorgen, waardoor mensenhun stem weer laten horen tegen kernwapens. Het verleden heeft laten zien dat soortgelijke impulsen (de Franse kernproeven op Mururoa en in het geval van de landmijnen, Prinses Diana) uitgroeide tot publieke druk op politieke beleidmakers. Juist dat was de boodschap van deze dag: wij zijn de ‘klokkenluiders’ die een antikernwapenvuur moeten aanwakkeren, want de laatste decennia hebben duidelijk gemaakt dat kernwapens nog lang niet op hun retour zijn.

Terug naar inhoud nieuwsbrief