Waanzin

War, to sane men at the present day, begins to look like an epidemic insanity, breaking out here and there like cholera or influenza, infecting men’s brains instead of their bowels.

Ralph Waldo Emerson, Miscellanics; 1884

Begin april van dit jaar krijgen we vanuit de Hoorn van Afrika opnieuw beelden van uitgemergelde, stervende kinderen, de eerste slachtoffers van een nieuwe hongersnood in Ethiopië en Eritrea. Een hongersnood waarvan meer dan 8 miljoen mensen het slachtoffer dreigen te worden. Met mogelijk nog ergere gevolgen dan de hongerramp van 1993. De internationale gemeenschap begint maatregelen te nemen om de getroffen bevolking voedsel te bezorgen. Het blijkt echter dat dit door het ontbreken van geschikte vervoers-infrastructuur zeer moeilijk zal worden en dat de kans bestaat dat het aangevoerde voedsel, zoals dit gebeurde bij de vorige hongersnood, in de havens zal wegrotten.

Kort nadien, na tien maanden wapenstilstand, barst de oorlog tussen beide landen opnieuw los. Op dit moment is het de grootste oorlog ter wereld. Aan weerszijden worden tussen de 500.000 en 1 miljoen soldaten onder de wapens geroepen. De eerste paar dagen telt men al meer dan 10.000 doden. Zoals bij ons in de Eerste Wereldoorlog vallen de Ethiopische soldaten massaal aan. Ze komen in golven aangelopen, worden weggemaaid en opnieuw aangevuld. Zoiets is te doen als je met 50 miljoen Ethiopiërs tegenover 3.5 miljoen Eritreërs staat en een bevolkingsaangroei hebt van 3% (1.500.000 mensen) per jaar. Je moet niet op een mannetje zien. Ook aan wapens ontbreekt het niet, zelfs niet aan zware artillerie, waarmee elk dorp, elk stadje dat men verovert met de grond wordt gelijkgemaakt. De soldaten vechten krijgshaftig en de bevolking reageert enthousiast. Het gaat immers om de ‘eer en glorie van het vaderland’, zeggen hun leiders. ‘Om onbenullige grensgeschillen’, zegt bemiddelaar Holbrooke, die het niet kan geloven dat beide landen, die tot de tien armste ter wereld behoren, hierom weer een totale oorlog ontketenen.

‘Waanzin’, zeggen onze media, een ‘zinloze oorlog’, een oorlog ‘die de EU-helpers doet walgen’. De verontwaardiging is algemeen. De internationale hulpverleners vragen zich af of het nog zin heeft die landen noodhulp te geven. Of niet tot een totaal andere aanpak moet worden over-gegaan.

Wapenembargo

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York wordt gedebatteerd over een wapenembargo tegen Ethiopië en Eritrea. De meeste landen vinden het vanzelfsprekend dat in deze situatie geen wapens meer mogen binnenkomen in beide landen. Voedsel geven om wapens te kopen, het is al te gek. Rusland verzet zich echter tegen sancties, samen met Oekraïne en Bulgarije, beide op dit ogenblik niet-permanente leden van de Veiligheidraad. Eerst moeten alle middelen uitgeput zijn om tot een vreedzame regeling te komen.

Rusland levert sinds lang massale hoeveelheden wapens aan beide landen, zwaar geschut, tanks en Mig-vliegtuigen inbegrepen. Pas vier dagen na het begin van de oorlog, als de wapenvoorraadschuren al voldoende gevuld zijn voor een maandenlange oorlog, legt de VN een tijdelijk wapenembargo op voor Eritrea en Ethiopië.

Waanzin, schande? Ongetwijfeld. In de media blijft alles echter beperkt tot een eenmalige korte vermelding zonder commentaar, zonder enig teken van verontwaardiging. Zoiets wordt waarschijnlijk als normaal aangezien. In het gebied van de Centraal-Afrikaanse Meren wordt al geruime tijd gevochten en worden dagelijks mensen vermoord. Een waanzinnige oorlog vindt iedereen. Voorlopig onoplosbaar. Wapens blijven toestromen, betaald met ter plaatse gedolven goud en diamanten.

Europa

Sommige landen van de Europese Gemeenschap zouden een wapenembargo tegen deze landen willen instellen. Een vrij logische maatregel zou je denken. Iets wat al lang had moeten gebeuren. Na een debat beslist men echter dit niet te doen. Als reden hiervoor geeft men aan dat dit de illegale wapenverkoop zou doen toenemen. Schijnheiliger kan het niet. Schandalig. Je verwacht verontwaardigde titels de volgende dag in de pers. Meer dan een terloopse vermelding vind je niet.

De Europese Gemeenschap beslist in Helsinki over te gaan tot verdere integratie van Europa. Op het programma staat onder meer de realisatie tegen het jaar 2003 van een Europese snelle interventiemacht van 50 à 60.000 soldaten, die binnen de 30 dagen ingezet kan worden. Om iedereen te plezieren wordt naast de militaire pijler een pijler voorzien die moet instaan voor oorlogspreventie. De eerste pijler wordt snel en efficiënt aangepakt. Van de 100 hoofdofficieren die de staf van dit leger zullen vormen, zijn er al 10 aangeduid. Een aantal structuren zijn al uitgewerkt en beginnen te functioneren. Over de concreteopdracht van deze krijgsmacht, het opnemen van de Peterbergtaken, wordt slechts vaag gesproken.

Gelijk(w)aardigheid

Dergelijke aanpak past in het militaire denken. Een denken dat vindt dat de veiligheid van een land of continent alleen kan verzekerd worden door een machtig leger. Een leger dat eerbied afdwingt door zijn hyper-gesofistikeerde uitrusting. Al te lang hebben onze militairen zich vernederd gevoeld, minderwaardig als ze waren tegenover de Amerikaanse legermacht. Nu krijgen ze een gelijkaardige - nooit wordt het een gelijkwaardige - strijdmacht, een juweel(tje). Het is te begrijpen dat ze zich hierop vastpinnen, maar zouden ze niet beter eerst eens een klein onderzoek verrichten naar de effectiviteit van het ontzettend dure starwarsachtige gedoe van het NAVO-leger?

Het verdere verloop kan je al voorzien. Op een bepaald moment zullen de verantwoordelijken van de grote Europese staten vrij plots beslissen in te grijpen en zullen onze ministers zonder enige bevolkingsconsultatie vanzelfsprekend akkoord gaan met de inzet van dit leger. Intussen worden de militaire budgetten verhoogd en moeten de nieuwe leden van de Europese Unie, niettegenstaande hun problemen om economisch bij te benen, miljarden uitgeven voor het gesofistikeerde materiaal dat ze verplicht zijn aan te kopen. Europa zal beslissen hoeveel iedereen aan wapens zal moeten uitgeven. Geld dat niet meer beschikbaar zal zijn voor de echte veiligheid, voor sociale voorzieningen, voor armoedebestrijding.

Eigenlijk is het de zaken op hun kop zetten. Wie de veiligheid van Europa wil verzekeren moet eerst een serieuze studie maken over de gevaren waaraan Europa in de nabije toekomst kan blootstaan en dan zoeken naar de meest effectieve middelen om die gevaren tegen te gaan. Van de niet-militaire pijler hoor je niets meer. Als daar ooit enkele miljoenen euro’s aan besteed zullen worden, mogen we ons gelukkig achten. Voor preventie is er nooit enige aandacht geweest. Nochtans is die ongevaarlijk, efficiënt en goedkoop. Is een sterk Europees leger waanzinnig? Volgens de media zeker niet. Integendeel. Twijfelen aan een Europese militaire macht wordt door sommigen zelfs voorgesteld als een daad van incivisme.

Raketschild

De Verenigde Staten gaan hun militair budget sterk opdrijven. Ze willen onder meer een schild tegen mogelijke binnenkomende vijandelijke kernraketten oprichten. Niettegenstaande de technologische vooruitgang is dit op dit ogenblik onuitvoerbaar en in elk geval een verschrikkelijk duur project. Hun eerste simpele proef met een binnenkomende raket, waarvan echter de baan gekend was, lukte.

De tweede liep verkeerd. De derde is uitgesteld. De realiteit met raketten die van overal kunnen komen is ongelooflijk meer ingewikkeld. Dit gaat bovendien in tegen bestaande akkoorden en kan aanleiding geven tot een nieuwe kernwapenwedloop. Bovendien is de kans dat een vijandig land een kernraket afvuurt op de Verenigde Staten zeer gering en is die de jongste jaren zelfs afgenomen. Ook hier zouden de Verenigde Staten best eerst eens een ernstige studie wijden aan de echte bedreigingen van hun maatschappij en daar dan hun vele geld aan besteden. Waanzin? Minstens dwaasheid vanwege een land dat zoveel mensen en middelen ter beschikking heeft om de wereld aan te tonen hoe het moet.

Wapenlobby

Bewapening, wapenleveringen, oorlog, het gaat meestal over ethisch onverantwoorde, dikwijls aan waanzin grenzende beslissingen. We zijn er al zodanig aan gewoon geraakt dat de media enkel nog reageren op het allerergste, zoals op de combinatie van hongersnood en bewapening, op wat vandaag in de Hoorn van Afrika bezig is. De aanvoer van wapens in oorlogsgebied, het vrijwillig onderhouden en uitbreiden van een oorlog, wekt geen reactie meer op. Laat staan dat ze graten zien in de verre voorbereiding van oorlog door het opdrijven van de bewapening.

Wat brengt mensen zo ver dat ze dergelijke dwaze, waanzinnige stappen zetten. In de eerste plaats de macht van de wapenlobby en haar banden met de militaire en politieke wereld. Daarnaast de kortzichtigheid van vele politici en militairen die blijven denken in termen van vroegere oorlogen. Tenslotte de indoctrinatie van mensen tot geweld, tot bereidheid te sterven voor God of Vaderland in de plaats van hen op te voeden tot geweldloosheid en samenwerking. Het zijn stuk voor stuk oorzaken die, als we ze willen aanpakken, uitgeschakeld kunnen worden, mits aangehouden inspanning gedurende lange tijd.

Vreedzaam

Wat wordt het met Europa? Gaan wij ook dezelfde weg op, mee de wapenwedloop in, het valse geloof in wapens versterkend, als geëigend middel om onze veiligheid te verzekeren? Gaan we mee politieagent spelen over de hele wereld, of tenminste daar waar het ons past? Gaan we door dit geweld, dat altijd partijdig zal zijn, de haat van velen uitlokken? Of zouden we ons niet helemaal anders opstellen? Als het continent dat vanuit zijn eigen geschiedenis, meer dan wie ook, ervaren heeft hoe vreselijk oorlogen zijn, hoe ze niets oplossen, en dat vandaag ervaart hoeveel vreedzaam samenwerken opbrengt. Zouden we ons niet opstellen als een continent dat open staat voor alle culturen, dat begrip heeft voor alle volkeren. Dat geen eigen politiek of economie wil opdringen, tegen niemand de wapens zal gebruiken, maar het optreden tegen ernstige schendingen van de mensenrechten overlaat aan de internationale gemeenschap. Een continent dat bereid is problemen vreedzaam te helpen oplossen, bereid te helpen en hiervoor een stuk van zijn rijkdom ter beschikking stelt. Een continent dat op korte termijn een snelle niet-militaire interventiemacht wil oprichten, gereed om bij rampen in de kortste tijd, overal waar er om gevraagd wordt, afdoende hulp te bieden. Onze veiligheid? Die is meteen verzekerd. Wie zou in die omstandigheden onze vijand zijn? Wie zou ons aanvallen?

Terug naar inhoud nieuwsbrief