Viering van het 30-jarig bestaan van de NVMP.

Met een stoet voorzitters op zoek naar de rode draad

door: Akke Botzen

De viering van het 30 jarig bestaan van de NVMP had een levendig karakter. Bijna een ieder in het zeer betrokken gehoor had bij de verhalen van de respectievelijke voorzitters ‘o ja’ ervaringen, frequenter naarmate men langer had meegedaan. Nostalgie, weerzien van oude vrienden, maar ook brainstormen, in de discussie, over een veranderende NVMP tegen de achtergrond van veranderende tijden. Over wat bleef, wat verdween, wat terugkomt en over nieuwe mogelijkheden waar we mee verder kunnen.

Terwijl de overkoepelende IPPNW dateert van 1980, is de NVMP vanaf 1969 actief. De Engelse artsen waren ons in 1950 voorgegaan met de Medical Association for the Prevention of Nuclear War (MAPNW), in 1963 gevolgd door de Amerikanen met Physicians for Social Responsibility (PSR).

Vietnamoorlog

Emiel Wennen, voorzitter van het eerste uur, gaf aan dat de verontwaardiging over de Vietnamoorlog een belangrijke bindende factor was in die tijd. Kernwapenbewustzijn bestond nog niet in Nederland. Vreemd eigenlijk, want de PSR begon meteen bij de oprichting met een publicatie in de New England Journal of Medicine over de medische gevolgen van een atoombom op Boston. De NVMP was toen bezig met de officierseed van de militaire arts, de dienstplicht, de militaire keuring, biologische wapens en met agressie in het algemeen. Veel werd gedaan aan voorlichting.

Eind jaren ’70 kwam ‘Stop de Neutronenbom’ en begin jaren ’80 hernam de PSR de publiciteit over een kernbom op Boston met het plaatsen van een grote advertentie in de New York Times. Nu sloeg de boodschap wel aan bij de Nederlandse artsen. Een paginagrote advertentie over een atoombom op Rotterdam, ondertekend door 800 artsen, verscheen in de meeste landelijke en een aantal regionale bladen. Deze actie leverde ca. 1000 nieuwe NVMP-leden op.

Kruisraketten, eerste IPPNW Congres, Nobelprijs voor de Vrede

Wil Verheggen nam in 1981 het voorzitterschap van Emiel over. De kruisrakettendiscussie was in volle gang. Wil schetst de ondemocratische en volkomen irrationele wijze waarop kernwapens en het besluit tot plaatsing van kruisraketten tot stand zijn gekomen: berustend op de systematiek van de angstspiraal. Wil bezocht met Emiel de eerste internationale bijeenkomst van ‘vredesartsen’, op uitnodiging van de PSR, op een oude tabaksplantage in Arlie House bij Washington. Het werd het eerste Congres van de IPPNW (Amerikanen, Russen en een delegatie van kleinere landen, 62 deelnemers). De toen nog nieuwe informatie over de nucleaire arsenalen met 8000 kg TNT per aardebewoner en de misleiding door overheden ‘deden je emotioneel bijna van je stoel vallen’. Als pendant op de kruisraketten speelden de thema’s Bescherming Bevolking, Angst op recept, de Noodwet geneeskundigen. TV en pers werden steeds belangrijker, evenals contacten met de overheid (contact met minister Van den Broek, Buitenlandse Zaken, over kruisraketten en met minister Rietkerk, Binnenlandse Zaken, over Civiele Verdediging). Hoogtepunt was de uitreiking aan IPPNW van de Nobelprijs voor de Vrede in 1985.

Einde Koude Oorlog?

Jos Weerts, de volgende voorzitter, had te kampen met een conflict in 1989 tussen AB en DB. Gelukkig bleven de afdelingen onveranderd actief. Jos was ook internationaal erg actief. In 1983 bestond in de DDR al een IPPNW afdeling, en hoe! Onder een petitie tegen de kruisraketten leverde de Coordinerende Raad van IPPNW-DDR binnen 2 dagen 60.000 handtekeningen gericht aan het Staatshoofd van de DDR! Een bestuurslid stond voor ca. 10.000 (van niets wetende) leden. Informatie en zeggenschap was de leden onthouden en de partij beaalde wie naar een Congres mocht. Een resolutie in 1986 bracht verandering. Wat niet wegnam dat Jos in 1998 nog bedreigd werd door oud- IPPNW- DDR bestuursleden tijdens een bijeenkomst op de Evangelische Akademie in Berlijn.

Maatschappelijke lauwheid

Voor Wout Klein Haneveld, voorzitter van 1991 tot 1995, heeft zijn werk in 1979/1980 in vluchtelingenkampen in Cambodja sterk motiverend gewerkt. Hij zag angst, onrecht en de medische gevolgen van geweld. Landmijnen ontploften rondom. De eigen machthebbers verkochten het voedsel, bestemd voor de vluchtelingen, voor wapens. Hij zag ook dat veel ellende samenhing met machten uit het Westen.

De NVMP-ledenactiviteiten, nauwelijks gehinderd door de bestuurscrisis in 1988-1989, namen wel af nadat de ‘muur’ was gevallen: een basismotief voor de NVMP leek verdwenen. In-komsten en ledenaantal liepen terug, maar de NVMP moest zien te overleven. Ook de IPPNW kwam in een overgangsperiode: fondswerving ging moeilijker en Bernard Lown trad af. Met veel (financiële) creativiteit hield de NVMP het hoofd boven water.

De Golfoorlog brak uit, gevolgd door de oorlog in Joegoslavië. Nieuw was dat we er nu met de neus bovenop zaten: ‘op het meest bloedige decennium na de Tweede Wereldoorlog’ (Max van der Stoel) en dat meer dan ooit vluchtelingen onder ons kwamen wonen. Bezinning was nodig op onze thema’s, onze route en onze bondgenoten. Zo werd de relatie met de KNMG verbeterd (gezamenlijk Tsjernobyl-symposium, ondersteuning door de KNMG van het World Court Project). Specialisten werden met succes benaderd (oogartsen tegen laserwapens en later orthopeden tegen landmijnen). Het Platform Beroepsgroepen kwam tot stand, culminerend in een eerste symposium in 1995 samen met Juristen voor Vrede en Economen voor Vrede. We maakten contact met de Pacific Werkgroep, het Landelijk Bureau Vredes Organisaties en de Nederlandse Kernstop Coalitie.

Onze naam werd beter herkenbaar door de toevoeging ‘Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken’ en het bureau kwam in Utrecht, waar Hans van Iterson inmiddels al weer 10 jaar het betrouwbare gezicht van onze vereniging is. Folders en brochures kregen eenzelfde, herkenbare lay out. Veel werkgroepen waren actief, waaronder de verpleegkundigen. Heel verheugend was de -lang uitgebleven-versterking door een groep actieve en enthousiaste studenten. Internationale contacten namen toe: zo ontmoette Wout als IPPNW-vice-president artsen uit de verschillende republieken van het voormalige Joegoslavië. Een ervaring die leerde hoe moeilijk mediation is in een concrete oorlogssituatie. Een hoogtepunt was de aankomst van de vrachtwagen met zo’n 100 miljoen handtekeningen overal uit de wereld bij het Vredespaleis ter onderbouwing van het World Court Project (onwettig verklaren van kernwapens).

 

De oorlogen gewonnen, alles in orde?

In 1995 werd Wout Klein Haneveld opgevolgd door Auke van der Heide. Het was in die tijd moeilijk uit te leggen ‘waarvoor je het deed’. Het gaat toch goed? Nou ja, overal vrede wil iedereen, daarin zijn jullie niet speciaal en bovendien, het helpt toch niets, de mensen en de maatschappij zullen nooit veranderen. Maar in Friesland vecht Koudum niet meer tegen Irnsum. Auke put verder hoop uit de nog steeds toenemende mogelijkheden tot communicatie via media, fax, e-mail, ook door vakanties. Het tegenovergestelde van communicatie is isolement. Fundamentalisme is isolement. Dat wordt onderhouden door leugens. Ook oorlog isoleert een land. Resultaat van communicatie was de samenwerking van de NVMP en de Vlaamse IPPNW (nu AVV), met de eerste gezamenlijke Nieuwsbrief in 1998. Net als Wout beleefde ook Auke de uitspraak van het Internationale Gerechtshof over de (on)wettigheid van kernwapens (World Court Project, Den Haag, 8 juli ‘96) als een topgebeurtenis. En een topgebeurtenis was de Hague Appeal for Peace (HAP), mei ‘99, met meer dan 8000 deelnemers, helaas geactualiseerd door de Kosovo-oorlog. Binnen de HAP had de NVMP deel aan de voorbereiding en aan drie workshops. Deze hoogtepunten werden overschaduwd door de kernproeven van China, Frankrijk en recent India en Pakistan. En door de gebleken risicobereidheid van overheden en wetenschappers (NASA) om de met plutonium aangedreven Cassini-raket te lanceren.

Dromen over verleden en toekomst

Onze huidige voorzitter Herman Spanjaard stapte in de tijdmachine: van het moeizame overschrijven van boeken (monnikenwerk) naar Utopia: het volgen van het journaal in 3 D in 2025. Herman acht zich bevoordeeld met de mogelijkheden kennis te vergaren en wereldwijd te communiceren in netwerken en anderszins, mensen bijeen te brengen, in vrijheid. Met een positieve instelling. ‘Ergens tegen’ verandert in ‘ergens voor’: civil societies in plaats van Niet Gouvernementele Organisaties. En: ‘fijn dat je dit gaat doen’ in plaats van ‘waarom heb je dat nog steeds niet gedaan’. Herman was lid van het Organiserend Comité voor de HAP. Een heel inspirerende tijd, vooral door de geweldige samenwerking. Dit Appeal, culminerend in 50 concrete punten, the Hague Agenda for Peace and Justice, is nu een officieel VN document. De IPPNW-campagnes maken er deel van uit: landmijnen, kernontwapening (abolition), small arms. En het werken aan Vredeseducatie in alle opleidingen. Naast bovengenoemde IPPNW-campagnes noemt de voorzitter als taken en thema’s: conflicthantering, samenwerking met Medisch Contact, samen met studenten medisch-polemologische curricula vergelijken, met het buitenland uitwisseling van co-schappen, waarbij naast klinische ook sociaalgeneeskundige (polemologische) stages gelopen kunnen worden.

Bij het komende IPPNW-wereldcongres in Parijs (juni 2000), evenals bij andere te houden congressen en symposia, wordt gewerkt aan een sterke PR-ondersteuning, ook buiten de beroepsgroepen. We waren te intern georiënteerd. IPPNW is een Trans-nationale Democratische Organisatie geworden waarbij delegaties bezoeken brengen aan overheden en parlementen in een gelijkwaardige dialoog (wederzijdse voorlichting, beïnvloeden van stemgedrag). De Senaat van de VS werd benaderd per fax in verband met de behandeling van de CTBT (Algeheel Verdrag tot het stoppen van Kernproeven). Het contact met Nederlandse ministers is tot nu toe meer reactief dan pro-actief, maar wat niet is . . .

Herman: ‘soms denk ik: waarom doe ik dit. Maar ik zie in de zaal mensen die dit allemaal al 30 jaar hebben meegemaakt’. En terugziend denken we aan de mensen die tot hun dood sterk betrokken waren bij onze vereniging: Jo Verdoorn, Dora van Albada, Han Moll, Tineke Wennen, Jitze Verhoeff. Zegt dat iets over motivatie?

‘De straat op’ hoort er ook bij

Elske Hoornenborg, student geneeskunde en lid van het AB van de NVMP, vroeg ons mee te brainstormen over de toekomst. Haar studentengeneratie is erg actief en betrokken bij onderwerpen als kernwapens, mensenrechten en de relatie met de artsenrol. Over de motivatie: ‘de toekomst is vooral de onze, de wereld waarin wij zullen leven en werken. Jongeren hebben daarom alle recht om zich erover uit te spreken en er invloed op uit te oefenen’. Veel bedreigt ons: van een accidentele kernoorlog en diverse nieuwe wapens (ruimtewapens, etnobom) tot de slecht geregelde gezondheidszorg voor illegalen in Nederland. Van de artsen die op deze gebieden actief zijn valt veel te leren. Door het (helpen) organiseren van lezingen, trainingen, onderwijscurricula, lobbyen, netwerken en het doorgeven van kennis willen we studenten bewust maken van genoemde problemen. Steeds in relatie tot de rol van de arts, die een positieve kan zijn maar ook een negatieve (wapenontwikkeling, foltering). Het uiteindelijke doel is dat studenten van alle faculteiten hierover onderwezen worden. Samengewerkt wordt met de Johannes Wier Stichting en in de International Federation of Medical Students Associations.

Om mensen bewust te maken van bijvoorbeeld het gevaar van een kernoorlog vormen tentoonstellingen een goed middel, maar ook actie, ‘de straat op’, is effectief. Om voor dit alles voldoende tijd en energie te vinden is teambuilding effectief. Door de toegenomen mogelijkheden tot (inter-nationaal) communiceren word je geïnspireerd en kun je taken verdelen.

Stimulerend is ook een positieve omgangscultuur: leuke dingen met elkaar ondernemen, doen waar je hart ligt en op zijn tijd complimenten uitdelen. (Hierop wees ook Herman Spanjaard in zijn lezing). In Nederland hebben we een groep zeer geïnspireerde mensen. Zou de NVMP ooit overbodig zijn?

Uit de discussie kwam frequent naar voren het punt van de huidige vrijwel onbegrensde mogelijkheden tot communiceren, kennis opdoen en deze verspreiden. Maar tegelijkertijd onmacht: we weten zoveel en we doen zo weinig. Voorbeeld: iedereen (publiek, overheden, wetenschappers) weet dat kernwapens niet nodig zijn. Zelfs een terrorist zal eerder overgaan tot bijvoorbeeld het vergiftigen van drinkwater. Maar ze verdwijnen niet!

Een aantal politici hangt de doctrine aan van ‘minimal deterrence’ (zoiets als een beetje zwanger). Welke argumenten hebben wij daaromtrent? Geloven we nog in de deterrence van Alfred Nobel? Of meer in zijn vrouw Bertha von Suttner? Landen (overheden) houden van de kernwapens, een status van chronische angst. De ‘doomsclock’ is verschoven van 15 voor 12 naar 9 voor 12. Circa 45.000 kernwapens staan op alert. Hoe ontwikkelt zich onze houding tegenover schending van mensenrechten in burgeroorlogen? Ingrijpen?

Laissez faire? Preventie uiteraard, maar hoe? Ook de enorme kloof tussen rijk en arm, vaak samen met die tussen macht en onmacht kwam vaak terug als thema.

En verder het gevaar van desinformatie, en open communicatie als wapen hiertegen; onze selectieve tolerantie aangaande kernwapenbezitters en aangaande ingrijpen in burgeroorlogen; het nog steeds ontbreken van regels over de verminkende eigenschappen van kleine wapens, in tegenstelling tot het bestaan van verdragen over B- en C -wapens.Relatief weinig hoogleraren doen mee aan activiteiten van oorlog en vrede. Hoeveel impact heeft onze actieve ‘extended family’? Waarom zijn de vele sympathiserende medici geen lid van de NVMP? (onderzoek Andries van den Broek). We moeten concreter naar buiten komen, ons niet teveel blindstaren op het getal. Effect had de Gideonsbende; en Gorbatsjov, als eenling. Niet te krampachtig omgaan met mandaat. Spontaan doen wat bij je past en wat op je weg komt, dat is beter dan niets doen. En het is zonde als initiatieven doodbloeden.

De meeste studenten kennen de naam NVMP niet. Deze steeds vermelden bij betreffende curricula. Zelfkennis, zelfhantering. Een lid van het eerste uur bracht dit thema in naar aanleiding van een Yin/Yang bijeenkomst die hij had bezocht. Ethiek, religie, zelfkennis, respect voor de ander, juist ook in de 1 op 1 verhouding, worden in de wetenschappelijke wereld vaak genegeerd of afgedaan met een cynische opmerking. Op de HAP was wel aandacht voor deze insteek.

Vonden we deze keer de rode draad?

We zien meerdere draden, ze vormen koorden, een veelkleurig weefsel, soms een onontwarbare knoop. Meer vragen dan antwoorden maar meer dan genoeg te doen. Moed kunnen we putten uit een citaat in de lezing van Elske Hoornenborg:

"When we dream alone, it is only a dream, but when we dream together, it is the beginning of a new reality!"

Terug naar inhoud nieuwsbrief