Persbericht

 

Begin december stuurden Artsen voor Vrede en Association Médicale pour la Prévention d’une Guerre Atomique (AMPGN), respectievelijk de Vlaamse en Waalse afdeling van IPPNW, gezamenlijk het volgende persbericht naar de Belgische media:

 

“Als artsen en gezondheidswerkers, begaan met problemen die de gezondheid en het algemeen welzijn van de bevolking kunnen bedreigen, wensen we onze bezorgdheid te laten kennen in verband met de escalatie van het militaire optreden van ons land in Afghanistan.

 

Dit is gevaarlijk voor de betrokken soldaten zelf, zoals al gebleken is bij de eerste confrontaties. Maar, wat veel ernstiger is, het gaat hier om een gevaarlijke mentaliteits- en beleidswijziging binnen het Ministerie van Landsverdediging. Minister De Crem en een aantal militairen pleiten voor meer interventie op het gevechtsterrein en voor de aankoop van meer gesofisticeerd oorlogsmateriaal. Aangezien het budget van het Ministerie van Landsverdediging is vastgelegd, kan dit alleen gebeuren ten koste van onze humanitaire tussenkomst ter bescherming van de bevolking in oorlogsgebieden, verspreid over de hele wereld. Een tussenkomst die ongetwijfeld een positief resultaat kende. Deze ommekeer wordt nog duidelijker door het recente voorstel van de minister om te stoppen met onze zending in Libanon, waar onze voornaamste opdracht er in bestond het gebied te ontmijnen. En meteen het hierbij vrijgekomen budget en de beschikbare legereenheden over te brengen naar het oorlogsgebied in Afghanistan. In duidelijke taal: hulp en levenssparende bijdrage te vervangen door mensvernietigende militaire actie zonder enig uitzicht.

 

Het is normaal dat we onze bijdrage leveren om de situatie van de bevolking in Afghanistan te verbeteren en de invloed van fundamentalistische Taliban groepen en oorlogszuchtige krijgsheren uit te schakelen. Meer en meer bevoegde instanties, militaire zowel als politieke, komen echter tot het besluit dat de huidige blinde militaire aanpak van de problemen in Afghanistan niet alleen geen oplossing bieden, maar de haat van het Afghaanse volk tegenover de westerse wereld doen toenemen en de aantrekkingskracht van de Taliban vergroten. Ahmed Racid, een gerenommeerde Pakistaanse journalist, schreef in een pas verschenen, bijzonder goed gedocumenteerd boek: “Afghanistan is een verloren zaak”. M. Sturmeyer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken onderlijnde ter gelegenheid van een conferentie in München, dat het bouwen van scholen en dispensaria, gepaard aan een politieactie om de veiligheid in Noord-Afghanistan te verzekeren, een veel efficiëntere bijdrage zou zijn dan een contraproductief verhogen van de militaire actie die men Duitsland wilde opleggen.

 

De Verenigde Naties vroegen aan de NAVO te zorgen voor de heropbouw en de ontwikkeling van de Afghaanse maatschappij. Vandaag wordt voor de ontwikkeling 7 miljoen dollar per dag besteed. De kostprijs voor het militaire ingrijpen bedraagt 100 miljoen dollar per dag. Een ongehoorde verhouding.

 

Wat men ook beweert, het gaat in Afghanistan om een oorlog met twijfelachtige wettelijkheid, zoals destijds in Vietnam. Ons land moet als lid van de NAVO zijn bijdrage leveren in dit conflict, maar moet kunnen kiezen op welke wijze. Noch de NAVO, noch enige andere instantie kan ons verplichten deel te nemen aan het huidige destabiliserende ingrijpen, dat meer burgers doodt dan vijandige strijdkrachten. Een ingrijpen tegen de wil in van de meerderheid van onze bevolking.

 

Als artsen wensen we nogmaals de aandacht te vestigen op de vreselijke gevolgen van elke oorlog. Een oorlog waarbij de burgerbevolking betrokken is en die gepaard gaat met wreedheden, laat altijd zijn sporen na. Hij is dikwijls de oorzaak van nieuwe conflicten. De meeste oorlogen hadden kunnen vermeden worden door geduldig onderhandelen, rekening houdend met de vrees en gevoeligheden van elke partij.

 

Als leden van de wereldorganisatie International Physicians for the Prevention of Nuclear War (IPPNW), Nobelprijs voor de Vrede, hebben we een bijkomende reden om te waarschuwen tegen militaire conflicten. De bestaande coalities tussen landen kunnen er toe leiden dat gewelddadige confrontaties zich uitbreiden en uiteindelijk leiden tot het gebruik van kernwapens. De kans op een nucleair conflict, die afgenomen was na het einde van de koude oorlog, neemt weer toe. Denken we aan de kernwapens in het bezit van Pakistan, de instabiliteit van de Afghaanse regio, de nabijheid van het conflictueuze Kaukasus gebied, van Iran en van het nucleair bewapende Israël.

 

Vandaar onze sterke bekommernis over de militarisering van het conflict.