Strijd is niet te winnen

 

Moeten we weg uit Afghanistan?

 

Elke keer als er een Nederlandse militair in Afghanistan om het leven komt, gaat er een schok door het land. Na twee jaar zijn er zestien Nederlandse doden en zeventig gewonden te betreuren. In de marge staan de vele honderden burgerslachtoffers.

Vorig jaar was er veel media-aandacht voor het al of niet verlengen van de missie en het goede opbouwwerk. Tegenwoordig is de volgende Nederlandse dode of gewonde het enige dat de nieuwspagina’s nog haalt. De strijd in Afghanistan is niet te winnen, durven betrokkenen nu toe te geven. Door voedselgebrek, bombardementen en corruptie verdwijnt de steun van de bevolking voor de westerse legers.

 

Embedded journalisten

Waarom wordt er in de media zo weinig aandacht besteed aan de oorlog in Afghanistan nadat vorig jaar het besluit genomen is tot verlenging van de Nederlandse bijdrage met twee jaar?

Journalist Arnold Karskens (53) kent Afghanistan heel goed.1 Hij kwam er voor het eerst tijdens de Russische bezetting in 1982 en keerde terug toen de Amerikanen er binnenvielen na 11 september 2001. Hij is een luis in de journalistieke pers. De enige Nederlandse journalist die weigert de oorlog te verslaan vanonder de beschermende vleugels van het leger. Waarom?

 

Karskens: Een journalist moet altijd kritisch blijven. En als oorlogsverslaggever is het je primaire taak om schendingen tegen de mensenrechten te

registreren en niet zoals mijn embedded collega's doen: vertellen hoe leuk de militairen het hebben, hoe lekker het eten is in Kamp Holland en of de post op tijd komt. Het is een gemakzuchtige oplossing én het is financieel voordelig, want het kost de journalisten helemaal niets. Embedded journalisten hebben doorgaans weinig ervaring en geloven al die oorlogspropaganda meestal wel. Maar het ergste is dat ze zich vrijwillig laten kortwieken. Het is een deel van het journalistieke werk: zorgen dat je goede contacten hebt die je veilig het land door brengen. In Irak was de verslaggeving gemakkelijker, omdat je de oorlog vanaf het dak van je hotel kon verslaan. In Afghanistan moet je echt het land in en dat kost meer tijd. Heel wat journalisten vinden dat maar niks en laten zich bijgevolg inlijven door Defensie. Maar het kan natuurlijk niet dat je je stukken laat censureren door het leger. Dat doe je zo al niet en dat moet je zeker niet doen in een oorlogssituatie. Embedded journalistiek is censuur en kun je dus nooit goedkeuren.

 

Draagvlak voor de Uruzgan-missie onder de bevolking

Prof. dr. Jan van der Meulen is als bijzonder hoogleraar militair-maatschappelijke studies verbonden aan het departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden.2 De Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Uruzgan heeft daarbij zijn bijzondere aandacht. De missie valt op door het beperkte draagvlak onder de bevolking. Sinds de vredesmissie in Bosnië is de publieke steun voor een uitzending niet zo klein geweest: het aantal voorstanders schommelt al twee jaar rond de 40%.

 

Afkalvend geloof

Waarom kan de missie in Uruzgan op zo weinig steun rekenen? “Om te beginnen is er geen gevoel van urgentie in relatie tot de eigen veiligheid,” zegt Van der Meulen. “Bovendien geloven steeds minder Nederlanders dat deze missie bijdraagt aan de wederopbouw van Afghanistan.” Van der Meulen baseert zich daarbij op cijfers van het Dienstencentrum Gedragswetenschappen, dat in opdracht van het ministerie van Defensie de publieke opinie over ‘Uruzgan’ onderzoekt. “Mensen hebben behoefte aan snel en zichtbaar succes. Wanneer dat uitblijft, kalft het geloof in een missie af.”

 

Irak

De recente voorgeschiedenis in Irak heeft het vertrouwen in een goede afloop sterk ondermijnd, denkt Van der Meulen. ‘Hoewel de invasie in Irak door de meerderheid van de Nederlandse bevolking werd afgekeurd, was er aanvankelijk wel steun voor de stabilisering en wederopbouw van het land. Die steun brokkelde af toen Irak in een spiraal van opstand en geweld belandde. De twijfels over de war on terror zijn hierdoor flink toegenomen. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere Europese landen. Irak is in dat opzicht een breekpunt geweest. Ook over Afghanistan overheerst nu scepsis.’

 

Tijd om te praten met de taliban?

Generaal Mark Carleton-Smith, de hoogste Britse militair in Afghanistan, vertelde in de Britse krant The Sunday Times,van 6 oktober dat een militaire overwinning in Afghanistan niet mogelijk is. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon zei onlangs dat de veiligheidssituatie in Afghanistan in het afgelopen halfjaar ’aanmerkelijk’ is verslechterd.

De ferme waarschuwingen van kenners zijn zeker gehoord. Alleen, de waarschuwingen bevestigden hooguit wat iedereen al wist. Het doel van de NAVO is dan ook allang niet meer om de in 2001 begonnen oorlog tegen de taliban ’te winnen’. “De opstand van de taliban terugbrengen tot een niveau waarop de opstandelingen geen belangrijke dreiging meer vormen en het Afghaanse leger de situatie kan beheersen”, zou al heel mooi zijn, zei de Britse generaal Carleton-Smith in diezelfde Sunday Times.

Alle waarschuwingen zijn dan ook vooral bedoeld om de geesten rijp te maken voor onderhandelingen met de taliban, als route naar een enige echte oplossing voor Afghanistan. Zulke onderhandelingen waren een aantal jaren geleden taboe. Maar nu zeven jaar oorlog de situatie er niet beter op heeft gemaakt, is wijziging van de koers wel nodig. Britse regeringsvertegenwoordigers hebben geopperd dat het verstandig zou zijn om te proberen de taliban er door middel van onderhandelingen toe te bewegen hun wapens neer te leggen en deel te gaan uitmaken van het landsbestuur. Onlangs riep de Afghaanse president Hamid Karzai de taliban op om te onderhandelen.

 

1) www.intal.be/nl/node/6435

2) oruzgan.web-log.nl/uruzgan_weblog/2008/10/beperkt-publiek.html