Preventief of contraproductief ... ?

 

Iedere arts heeft in zijn werk of tijdens zijn opleiding dingen meegemaakt die in zijn geheugen gegrift blijven. Voor mij was een van die gebeurtenissen een explosie in een chemisch bedrijf gevolgd door een brand. Enkele minuten na de explosie bracht de bedrijfsbrandweer het eerste slachtoffer naar de medische dienst. Het was een veertigjarige fors gebouwde man die voor meer dan 80% diepe brandwonden vertoonde. Hij droeg kunststoffen arbeidskleding omdat dit een betere bescherming zou bieden tegen de sterke zuren op de arbeidsplaats. Nu was de kleding in de huid ingebrand. De man was nog niet in shock. Terwijl wij trachtten de overblijvende resten van de kleding weg te knippen, vochtige doeken te leggen en een infuus te steken bleef hij vragen naar zijn jongere collega die nog in de brand was. Uren later werd ook dat lichaam, totaal verkoold, binnengebracht. Het beeld van de man die weinig kans op overleving had maar toch alleen maar bezig was met zijn maat liet een diepe indruk na.

 

Of een arbeidsongeval waarbij een jonge man met zijn hoofd onder een scheplader was geraakt. De moeder wilde haar zoon kost wat kost nog een laatste keer zien. De verpleegkundige had gelukkig het hoofd helemaal ingewikkeld maar de samendrukking was nog goed te zien. De moeder nam het lichaam op haar schoot en wiegde zachtjes heen en weer. Of tijdens de opleiding een vierjarig Italiaans meisje dat een tube met slaapmiddelen (in die tijd nog barbituraten) had leegge-snoept. Het was in coma. Na drie dagen waren er al doorligwonden. De vader die dag en nacht waakte en maar aan de co-assistent bleef vragen of er geen beterschap was. Allen zijn overleden en de pijn bij de familie was enorm.

 

Het zijn vreselijke gebeurtenissen. Toch weten wij dat in een oorlog minstens even erge zaken gebeuren. Alleen zijn de aantallen veel groter en – dit is het ergste – het gebeurt op een intentionele manier. Dit intentionele is het vreselijke. Het maakt het erger dan een natuurramp. De daders die minstens even erge dingen veroorzaken als bovenstaande voorbeelden worden plots helden en gevierd met optochten en eretekens. Het is dan ook logisch dat de mens al eeuwenlang zegt dat oorlog verkeerd is en moet voorkomen worden. Vrede zou het hoogste goed zijn. Toch lijkt dit niet te lukken. Er zijn altijd oorlogen geweest en niets laat voorzien dat dit in de toekomst anders zal zijn. Het intentionele en vooral de manipulatie van de openbare opinie hierbij is schokkend.

 

Taalgebruik

In Antwerpen wordt maandelijks een zogenaamd ‘filosofisch café’ gehouden. Een vijftigtal deelnemers waaronder een 20 Nederlanders komen op een zondagnamiddag samen en leggen bij middel van een moderator een thema vast waarover die dag van gedachten zal gewisseld worden. De meerderheid beslist over het onderwerp. Voor een aantal maanden stelde ik als thema voor: ‘Zijn de Nederlanders als volk collectief schuldig aan het doden van Afghanen?’ Ik dacht aan de collectieve veroordeling van het Duitse volk na de Tweede Wereldoorlog. De vraag was wat provocatief. Zij werd uiteindelijk ook niet gekozen maar men verkoos het iets veiligere ‘Is de mens in zichzelf slecht?’. In de pauze kwam een Nederlander naar mij toe en zei: ‘Zal ik je eens precies vertellen waarom de Nederlanders vechten in Afghanistan, wat ik trouwens om verschillende redenen goed vind, en de Belgen niet?’

‘?’

‘De Belgen zijn laf, dat is de enige reden.’ Nu zijn wij zoveel maanden verder. In België is een nieuwe minister van defensie. De druk op ons land om in NAVO-verband inspanningen te leveren, is ook wat toegenomen. In elk geval sturen wij vliegtuigen en nu ook manschappen. Kortom wij zouden wat minder laf zijn. Toch maakte de uitspraak van de man indruk op mij. Het was een beschaafde man die dikwijls waardevolle bijdragen leverde aan de discussies. Hij stond ook niet alleen met dergelijk taalgebruik. Premier Balkende sprak herhaaldelijk over ‘onze’ jongens en meisjes als ‘helden’. De tegenstrevers pleegden met hun bermbommen ‘laffe’ daden. Op afstand zou men eerder het tegenovergestelde geloven: goed getrainde, sterk bewapende soldaten met een enorme ondersteuning tegen slecht uitgeruste strijders met zwakke bewapening. Het leed van de bevolking komt minder ter sprake.

 

Antiamerikanisme is te simplistisch

Op dit ogenblik zijn de VS de machtigste natie ter wereld. Door verdragen (o.a. Alaska) en door oorlogen met Mexico, Spanje, Japan en Duitsland hebben zij hun gebied uitgebreid en vervolgens met legerbasissen en economische vestigingen hun suprematie bevestigd in grote delen van de wereld. Vergelijkingen zijn altijd fout maar de overeenkomsten met het Romeinse Imperium springen in het oog. De enorme macht wordt door velen niet alleen als een materiële maar ook als een morele superioriteit gezien. De machtsuitoefening vergt een juridische onderbouwing of op zijn minst een rechtvaardiging. Godsdienst is in deze tijd minder aanvaardbaar daarom worden vrijheid en democratie naar voren geschoven. Deze verworvenheden zouden in de VS aanwezig zijn. Zoals bij de Romeinen is hun leiderschap gebaseerd op hun virtus. Ze hebben niet alleen het recht maar zelfs de plicht te handelen zoals ze handelen. Juist zoals bij de Romeinen worden hun oorlogen als defensieve acties voorgesteld. Cicero zei daarover: “de Romeinen hebben de heerschappij niet nagestreefd uit hebzucht maar zijn zover gekomen door op te komen voor de bondgenoten, door bescherming aan te bieden aan wie daarom vroegen. De inrichting van een groot rijk is de natuurlijke gang van zaken omdat het de wet van de natuur is dat de sterkere heerst over de zwakkere die daar voordeel van heeft.” Uit: De Staat, Cicero (106-43 v. Ch.).

 

Het is simplistisch en verkeerd enkel negatief te denken over dergelijke superioriteit. In een organisatie van een land evenals in betrekkingen tussen landen is macht noodzakelijk. Macht op zichzelf is niet slecht. De hegemonie van de VS heeft in grote delen van de wereld stabiliteit gebracht. Maar het is duidelijk dat voor die suprematie middelen nodig zijn om geloofwaardig te blijven. De VS houden hiervoor een zeer sterk leger op de been. De bewapening van dit leger is superieur aan andere legers. Met het produceren en gebruiken van de atoombom hebben zij getoond dat zij niet alleen een vreselijk wapen ter beschikking hebben maar dit ook durven inzetten. De afschrikkingskracht van dit wapen probeerden en proberen de VS maximaal uit te spelen tot op de dag van vandaag. De wereld moet ervan overtuigd zijn dat wanneer men niet gehoorzaamt de straf verschrikkelijk kan zijn. Het was een tegenvaller dat andere landen vrij vlug over dezelfde wapens beschikten. Toch blijft de afschrikking van dit wapen een nuttig instrument. Indien men een natie – zoals in Irak – wilde veroveren dan is het voldoende te zeggen dat dit land werkt aan een atoombom om een inval te rechtvaardigen.

 

Gebruik en misbruik van vredesbewegingen

Oorlogen zijn verschrikkelijk en vredesbewegingen hebben altijd bestaan. Soms met hoogtepunten zoals bij het begin van de twintigste eeuw, soms met dieptepunten zoals het revanchisme van Frankrijk in 1914 en Duitsland in 1939. Het probleem van de vredesbewegingen is dat een absolute veroordeling van oorlog niet kan. Voor hen zijn alle oorlogen slecht behalve de laatste gewonnen oorlog. De slachtoffers zijn niet domweg gevallen in een domme oorlog maar ze hebben hun leven opgeofferd voor een goede zaak. Hoe dan ook, het middel macht om stabiliteit te bewerkstelligen kan niet omzeild worden. Eenmaal de uitslag bekend kan de stabiliteit terugkeren. Paradoxaal genoeg vormen daarbij  juist goed georganiseerde staten zoals Duitsland of Japan, eenmaal overwonnen, een dankbaarder object dan een anarchistische staat als Afghanistan.

De morele basis van de vredesbeweging blijft tweeslachtig: oorlog is slecht maar... De vredesbeweging heeft daarbij geen materiële macht, enkel morele macht die beroep doet op het collectieve geweten. De deelnemers zijn

veelal mensen van goede wil maar met uiteenlopende opvattingen en doelstellingen. Veelal zijn ze ook lid van andere organisaties en willen zij in al die organisaties hun mening naar voren brengen. Voor de vredesbeweging is dat nefast. Men houdt zich niet meer bezig met de kern van de zaak: het intentioneel uitschakelen van andere mensen maar wel met dingen die daar rechtstreeks of onrechtstreeks mee samenhangen. Hun hoofdbekommernis verlegt zich veelal naar het uitschakelen van de middelen. Het verbieden van de kruisboog, het verbieden van oorlogsgas of recent het verbieden van persoonsmijnen. Een dergelijk verbod lijkt een hele stap maar heeft maar een beperkte waarde omdat de macht ontbreekt om het te handhaven en omwegen mogelijk zijn. Soms volstaat het de naam te veranderen (dum-dum kogel wordt stopkogel). Maar een belangrijker reden is dat voortdurend nieuwe wapens worden ontwikkeld zoals mitrailleurs, holle lading, oorlogsgassen, nucleaire bom, telegeleiding waarvoor op dat ogenblik nog geen voorschriften bestaan, laat staan de macht om ze te beletten. Het feit van niet te concentreren op de kerntaak maar meer bezig te zijn met allerlei – vanuit het standpunt van de deelnemers – goede maatschappelijke doelen is waarschijnlijk een van de voornaamste redenen van de inefficiëntie van de vredesbewegingen.

 

Contraproductief

Typisch voorbeeld is de strijd voor het afschaffen van kernenergie. Met het idee dat daar waar nucleaire energie wordt geproduceerd ook kernwapens worden geproduceerd gaat men er voluit tegen aan. Niets kan voldoende zijn om het vreselijke van ioniserende straling te illustreren. De boodschap gaat veelal niet concreet over fysische en fysiologische mechanismen maar wel over de verschrikkelijke mogelijke gevolgen hiervan. Men creëert een algemene sfeer van angst. De autoriteit van organisaties zoals het IAEA (Internationaal Atoom Energie Agentschap) wordt ondergraven. Dit is spijtig omdat het IAEA juist een mondiaal organisme is dat kennis en expertise heeft en het vreedzaam gebruik van kernenergie tracht te bevorderen. Het toppunt is wel wanneer men het gebruik van isotopen voor medisch gebruik in vraag stelt om andere productiemethodes te promoten. Logischer zou het zijn de IAEA te steunen bij haar streven een mondiale boekhouding en controle van splijtstoffen op te bouwen. Degenen die deze angstpsychose gebruiken voor hun eigen doelstelling –  het streven naar afbouw van nucleaire toepassingen – steunen de VS bij het gebruik van hun nucleaire afschrikkingsmacht. De argumentatie om Irak niet aan te vallen indien dit land deze vreselijke wapens wil produceren, wordt dan wel erg zwak. Of meer recent : Israeli Air Force says its 'ready for Iran's nuclear sites' -- with a plan in place to attack suspected nuclear weapons project if diplomacy fails (Fox News November 20, 2008).

 

Conclusie

Oorlog is verschrikkelijk. Oorlogen ontstaan steeds opnieuw. Ondanks deze wetenschap lijken vredesbewegingen tot heden geen of toch maar een zeer beperkt succes te hebben. Een van de redenen is het gebrek aan eenduidigheid bij degenen die preventief trachten op te treden. Het gaat veelal om dezelfde mensen die ook op andere terreinen actief zijn. Het door elkaar mengen van doelstellingen zoals de strijd tegen nucleaire energie met de strijd tegen het intentioneel doden van mensen, doet de vredesbeweging aan overtuigingskracht verliezen. Beter zou het zijn moest zij zich concentreren op haar kerntaken: analyseren van oorzaken en gebeurtenissen, voorlichten van het grote publiek, beďnvloeden van de besluitmakers.