Aandacht voor het werk van burgers tijdens civiele vredesmissies

 

Veteranendag volgend jaar ook voor burgers

 

Door: Henk Zandvliet, Marijke Haffmans

 

Eind juni vond de Veteranendag plaats met als motto ‘Ingezet in dienst van de vrede’. Helaas was op deze dag geen aandacht voor het werk van burgers die deelnemen aan civiele vredesmissies. Voor de organisatoren zijn veteranen alleen ‘gewezen militairen met de Nederlandse nationaliteit die het koninkrijk hebben gediend in oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties, inclusief vredesmissies in internationaal verband’.

 

Hierdoor wordt het onjuiste beeld bevestigd dat vredesmissies uitsluitend worden uitgevoerd door bewapende soldaten. Er zijn echter tal van conflictsituaties waarin militairen eerder bijdragen aan een toename van het geweld, bijvoorbeeld omdat ze als partijdig worden gezien door een of meer van de strijdende partijen. Daarom is het in veel gevallen verstandiger om, uiteraard goed opgeleide, burgers in te zetten die kunnen bijdragen aan de-escalatie, aan verzoening en aan vredesopbouw.

 

Honderd jaar geleden kwam op iedere acht soldaten één burger door oorlogsgeweld om het leven. Inmiddels zijn er in alle conflictgebieden samen ongeveer acht keer zoveel burgerslachtoffers als gedode soldaten. Deze cijfers weerspiegelen de ingrijpende veranderingen die oorlogsvoering in de afgelopen eeuw heeft ondergaan. De vernietigingskracht van wapens is enorm toegenomen. Oorlogen tussen landen nemen af, die tussen strijdende partijen binnen de landsgrenzen of in een hele regio nemen toe. Verkrachting wordt steeds meer als oorlogstactiek gehanteerd, zoals onlangs nog eens door de VN-Veiligheidsraad werd vastgesteld in een unaniem aangenomen resolutie tegen seksueel geweld in oorlogstijd.

Niet alleen neemt het aantal burgerslachtoffers gigantisch toe, burgers treden ook steeds meer op als dader. De positieve ontwikkeling is, dat voor burgers een toenemende rol is weggelegd als vredestichter. In 2001 werd dit door de VN onderkend en deed secretaris-generaal Kofi Annan een oproep aan de wereldwijde civil society om na te denken over de manier waarop die rol het meest effectief gestalte zou kunnen krijgen. In reactie hierop formuleerden honderden organisaties vanuit de hele wereld na intensieve besprekingen een gezamenlijk document met als titel: de Global Action Agenda for the Prevention of Armed Conflict. Een van de aanbevelingen is de inzet van ongewapende civiele vredesmissies. Deze kunnen in de periode na een gewapend conflict bijdragen aan het proces van verzoening dat nodig is om te voorkomen dat het opnieuw tot grootschalig geweld gaat komen. Een mooi praktijkvoorbeeld was eind juni te zien in een uitzending van het tv-programma Netwerk over het werk van de Nederlandse Hélène van der Roest. Zij werkt sinds de afgelopen verkiezingen in Kenia aan verzoening tussen voormalige buren, behorend tot verschillende bevolkingsgroepen, om het mogelijk te maken dat mensen vanuit hun vluchtelingenkamp weer veilig terug naar huis kunnen.

In Nederland werken verschillende organisaties aan civiele vredesmissies: EIRENE in  Noord-Ierland, Tsjaad en Niger, Nonviolent Peaceforce in Sri Lanka en op de Filippijnen, en Peace Brigades International in landen als Colombia, Guatemala en Nepal. De vredeswerkers die door deze organisaties worden uitgezonden, werken onder meer ter plaatse als ongewapende lijfwacht van vredesactivisten, lichten de media in over mensenrechtenschendingen en geven ondersteuning bij juridische acties. In Sri Lanka bemiddelden medewerkers van Non-violent Peaceforce met succes bij pogingen van ouders om een aantal kindsoldaten los te krijgen uit handen van de Tamil Tigers. Dit soort werk vergt

uiteraard een gedegen voorbereiding en de betreffende burgervredeswerkers krijgen onder meer een taakgerichte training die hen leert om te gaan met de risico’s die zij lopen in de dagelijkse praktijk.

In Canada en Duitsland worden civiele vredesmissies als een onderdeel van de vredestaak van de overheid gezien en zijn middelen beschikbaar voor de werving, training en uitzending van burgervredeswerkers. In Duitsland ging het in 2007 om 17 miljoen euro. De Nederlandse overheid is nog niet zover. Wel heeft de afgelopen jaren een flink aantal Nederlanders aan civiele vredesmissies meegedaan.

Daarom pleiten wij ervoor om vanaf volgend jaar op Veteranendag ook aandacht te geven aan de inzet van burgers als vredeswerker en daarmee de on-terechte indruk weg te nemen dat je vrede vooral tot stand brengt door het sturen van bewapende soldaten. Natuurlijk, soms is dat nodig, maar op het gebied van civiele vredesmissies is nog een wereld te winnen.

 

Nederlands Expertisecentrum

Alternatieven voor Geweld http://www.neag.nl/

 

Nederlands Expertisecentrum Alternatieven voor Geweld, NEAG, zet zich actief in voor het terugdringen van geweld en voor alternatieve vormen van conflictoplossing, in Nederland en elders. Dat doen we met eigen activiteiten, maar ook in het kader van People Building Peace, een samenwerkingsverband van alleen al in Nederland tientallen organisaties die zich gezamenlijk inzetten voor de preventie van gewapende conflicten. NEAG voert het secretariaat van People Building Peace Nederland.