Vijf jaren Irak. Hoe nu verder?

 

25 september 2008

 

De invasie in Irak vijf jaar geleden heb ik gesteund. Saddam Hussein’s gebruik van chemische wapens tegen de Koerden, de tirannieke onderdrukking van het volk en de zeer waarschijnlijke aanwezigheid van massavernietigingswapens, hielden mij van acties tegen de dreigende oorlog weg. De optredens van Powell en Blair even voor de inval overtuigden mij tenslotte. Vijf jaar later vraag ik mij af of in de aanloop van de oorlog velen om mij heen dan toch gelijk hadden.

 

De VS hebben in de oorlog in Irak veel fouten gemaakt. Incompetent, arrogant, onverantwoordelijk en naïef, deze kwalificaties van het optreden van de VS in Irak deel ik. Alles wat we vijf jaar na dato over de aanloop en het verloop van de oorlog weten, hebben de tegenstanders van de invasie gelijk gegeven. Of de invasie wel of beslist geen steun verdiende, is door alles wat er op volgde irrelevant geworden. In plaats van alle argumenten retrograad heel precies nog eens de revue te laten passeren, wil ik na vijf jaren Irak liever stilstaan bij: hoe nu verder?

 

Bush en de zijnen hebben het anti-Amerikanisme een geweldige impuls gegeven. Mede daardoor zijn ook sluimerende antiwesterse sentimenten versterkt. Niet alleen economisch maar vooral in politiek opzicht heeft het zelfbewustzijn van landen als China, Brazilië en Rusland zich tot voor de VS ergerlijke hoogten ontwikkeld. Zij die meenden dat olie een belangrijke reden voor Bush was om Irak binnen te trekken, zullen moeten erkennen dat de verdubbeling van de prijs van olie betekent dat olie sinds kort niet meer in bezit van het Westen maar in toenemende mate van de olieproducerende landen zelf is.

 

Ontwikkelingen op het terrein van massavernietigingswapens in Iran kunnen door de VS noch Israël nauwelijks meer worden beïnvloed en preventieve militaristische ingrepen zijn door de onvoorziene politiek-godsdienstige reacties uiterst riskant geworden. Anticiperend op de komende post-Irak periode varen Pakistan en Afghanistan hun eigen nationalistische koers. Internationaal erkende mensenrechten zijn door het optreden van de regering van de VS zo in diskrediet geraakt dat zelfs de legitimiteit van zogenoemde universele ‘westerse’ rechten door landen als China en India ter discussie zullen worden gesteld. Ook de wijze waarop Bush én Blair ons democratische model in Irak meenden te moeten introduceren, heeft aangetoond hoe het Westen vanuit zichzelf denkt. De war against terror van de VS was contraproductief en is door geen tien Obama’s goed te maken. De macht van Amerika is onmiskenbaar gebroken ten gunste van een meerpolige wereld.

De afgelopen vijf jaar toont mij een voortschrijdend demasqué van de keizer met beginnende naaktheid. Het in het Westen al langer bestaande gevoel dat veel verhoudingen in de wereld zichtbaar niet pluis meer zijn, laat zich enigszins kanaliseren in onderbuikgevoelens en bewegingen van seculier-fundamentalistische en religieus/ spirituele aard. Na deze vijf jaren Irak komen Europa en de VS hiermee echt niet weg. Dieper ingrijpende veranderingen van structurele aard zijn noodzakelijk. Over de interpretatie van wat er de afgelopen jaren is gebeurd, kunnen we eventueel van mening verschillen. Over hoe het vooral in militair opzicht verder moet, bestaat hier in het Westen overeenstemming. Alleen de snelheid waarmee de troepen van de coalitie Irak zullen verlaten, varieert nog enigszins. Dit aanstaande vertrek uit Irak is in sociaal-psychologisch opzicht voor Amerika echter uiterst problematisch. Irak is de eerste Amerikaanse oorlog die op eigen bodem – nine/eleven – is begonnen en de tweede oorlog na Vietnam, die de VS verliezen. Ik denk dat er veel landen, regeringen en individuele burgers zijn die om machiavellistische redenen de VS geen vlotte aftocht gunnen, heimelijk de Amerikanen in het land waar ze niets te zoeken hadden, het liefst definitief zien gaar koken. De regeringen van deze landen dragen er toe bij dat het optreden van de VN ten aanzien van het Midden-Oosten zo ambigu, hypocriet, soms zelfs cynisch is. Alles bijeen genomen, acht ik de kans op implosie van de VS groot. De oorlog in Irak heeft een olievlekwerking waardoor veel emancipatoire ontwikkelingen in gang zijn gezet en/of versneld. Het erkende einde van de hegemonie van het Westen lijkt mij een kwestie van nog één generatie. Vanwege het liminoide karakter van de komende post-Irakperiode denk ik dat Europa er niet aan ontkomt de rol van tijdelijke trekker op zich te nemen. Daarvoor is groot onderhoud primair van ons zelf dringend gewenst.

 

Waaraan moeten we dan denken?

Het huidige anti-Amerikanisme mag niet overgaan in een negatieve houding of afkeer van alles wat met Europa te maken heeft. Het nieuwe Amerika en het oude Europa zijn niet identiek en wij Europeanen moeten de wereld de verschillen tussen Europa en Amerika duidelijk tonen. Laten wij het belang van soft power benadrukken en nadrukkelijk de grondslagen van de westerse dominantie ter discussie stellen. We moeten culturele kenmerken van andere beschavingen expliciet onderkennen, er concreet mee rekening houden en selectief aanvaarden. Welke maatstaven voor ontwikkelingshulp in Afrika van toepassing zijn, maakt ook China uit. Brazilië regelt primair zijn eigen milieu. Zuidelijk Afrika lost Zimbabwe zelf op. Rusland weet om te gaan met corruptie en India verandert zelf hun

kastensysteem. Het Westen, i.c. Europa vooruitlopend op de VS, moet nadrukkelijk een nieuwe en dus gepaste plaats binnen de mondiale culturen innemen. Extreem cultuurrelativisme van anything goes hoort daar niet bij. Europa moet met een niet-westerse bril op beginnen met de deconstructie van de universaliteit van bestaande wetten, instituties en concepten. Voorbeelden met een hoge urgentie zijn sommige mensenrechten, de samenstelling van de Veiligheidsraad, de notie van democratie met absolute scheiding van kerk en staat en ons begrip ‘moderniteit’. Terwijl de VS ervoor waken na afloop van Irak niet te imploderen, zal Europa actief aan inculturatie en aan een meerpolige wereld werken, aan een wereld waarin het Westen – Europa én de VS – een belangrijke maar niet op de historie gefundeerde dominante rol meer speelt. De uitdaging voor Europa na vijf jaar Irak is, de gemeenschappelijke ontwikkeling van een wereldwijd kader van welbegrepen wederzijdse eigenbelangen na te jagen in plaats van westerse belangen.