De risico’s van het gebruik van DU in wapensystemen

 

Expert meeting on depleted uranium (verarmd uranium)

 

Op donderdag 14 februari organiseerde de NVMP samen met de Stichting LAKA (documentatie en onderzoekscentrum kernenergie) op verzoek van de Socialistische Partij een parlementaire hoorzitting over de gevaren van het gebruik van verarmd uranium in wapensystemen. Diezelfde dag was er 's avonds in de Amershof te Amersfoort een publieksbijeenkomst.

 

Verarmd uranium (DU) wordt sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw toegepast in conventionele wapensystemen. Sinds het gebruik in oorlogen, voor het eerst in 1991 tijdens de Golfoorlog, is dit alternatief voor wolfraam omstreden. Het is een zwaar metaal en bovendien radioactief. De risico’s zijn vooral verbonden met de toepassing in antitankgranaten. Deze antitankgranaten zijn geen massavernietigingswapens, zoals door activisten niet zelden wordt beweerd, maar ze zijn ook niet conventioneel. Na inslag van deze antitankgranaten op een hard doel ontstaan stofwolken met zeer fijne giftige en radioactieve deeltjes. Deze deeltjes blijven lang zweven en kunnen op verschillende manieren in het lichaam terechtkomen. Soldaten op het slagveld kunnen de deeltjes inademen, inslikken of via open wonden in hun lichaam krijgen. Nadat de stofdeeltjes naar beneden zijn gedwarreld zijn - zeker in een land met een droog klimaat als in Irak - de problemen niet voorbij. Bij de geringste verstoring kunnen de deeltjes weer opdwarrelen, waardoor zelfs tot vele jaren na de gevechtshandelingen burgers intern besmet kunnen worden.

 

Volgens de Nederlandse regering is tot op heden door de WHO geen causaal verband vastgesteld tussen blootstelling aan verarmd uranium en gezondheidsklachten. Anderen menen dat er wel sprake is van een causaal verband, ook al is die nog niet significant aangetoond door gebrek aan wetenschappelijk onderzoek. De centrale vraag is of Nederland niet beter het voorzorgsprincipe kan hanteren om mogelijke schadelijke gevolgen door uraniumhoudende munitie (kanker, neurologische aandoeningen) in de toekomst te voorkomen.

 

Aanleiding van het initiatief was het Nederlandse stemgedrag ten aanzien van een VN-resolutie ingediend door enkele niet-gebonden landen in november 2007 (zie vorige Nieuwsbrief). Deze resolutie riep op tot nader medisch onderzoek naar de potential harmful effects of depleted uranium. Meer medisch onderzoek naar de gevolgen van het gebruik van verarmd uranium in het voormalig Joegoslavië en in Irak is zeker op zijn plaats omdat lokale bevolking en militairen in verontrustende mate met gezondheidsklachten kampen. Nederland viel echter over het woord potential de WHO had immers verklaard dat er geen 'potentiële schade' is. Het voorstel om dan maar het woord possible te hanteren kwam te laat voor de stemronde. Gevolg: pas volgend jaar krijgt de resolutie een nieuwe kans dus tot die tijd géén verder onderzoek. Om het parlement te informeren over het hoe en wat van verarmd uranium werden de meest vooraanstaande deskundigen door Henk van de Keur van Laka naar Nederland gebracht. Het ging om:

 

- Prof. Dr. Keith Baverstock, van 1991 tot 2003 in dienst van de WHO als

stralingswetenschapper en regionaal adviseur bij het Europese Regionale Bureau van de WHO. Thans hoogleraar aan de faculteit Milieuwetenschappen van de Universiteit van Kuopio in Finland.

- Dr. Avril McDonald, jurist (International Humanitarian Law/International Criminal Law), co-auteur van International Law and Depleted Uranium Munitions: The Case for a Precautionary Approach.

- John LaForge, directeur van Nukewatch (Wisconsin). Nukewatch strijdt vooral tegen kernwapens. Samen met zijn partner, Barb Katt, voerde John in 1987-88 inspecties uit op alle 1100 plaatsen waar kernraketten in de VS waren gestationeerd voor hun boek Nuclear Heartland, dat in 1988 werd gepubliceerd. Sinds de Golfoorlog voert Nukewatch ook een campagne tegen wapensystemen met verarmd uranium.

- tenslotte Henk van der Keur zelf,

chemisch ingenieur, houdt zich vanuit Stichting Laka (onderzoekscentrum kernenergie) sinds 1992 bezig met de militaire en civiele toepassingen van verarmd uranium en de risico’s daarvan. Een vijfde expert Dr. Jawad K.H. Al-Ali (oncoloog, hoofd van de afdeling Geneeskunde bij het Al-Sadr Aca-demisch Ziekenhuis, en directeur van het behandelcentrum voor kanker, in Basra Irak), was helaas door visum-problemen niet in staat naar ons land te komen.

 

Parlementaire hoorzitting

De parlementaire hoorzitting voor de vaste Kamercommissie Defensie werd

voorgezeten door Hans van Baalen (VVD). Ook aanwezig waren Knops (CDA), Brinkman (PVV), Boekesteijn (VVD), Peeters (GL) en Van Velzen (SP).

 

Henk van der Keur

Maakt duidelijk in zijn toelichting dat verarmd uranium (depleted uranium, DU) géén bijproduct is van een kerncentrale, dat zou het namelijk tot 'kernafval' maken. DU is een bijproduct van het verrijken van uranium. In Nederland 'produceert' Urenco daardoor veel verarmd uranium. DU bestaat vooral uit uranium-238 en heeft een dichtheid van 19,05 gram/cm3. Dat maakt het twee maal zo zwaar als lood. Net als lood, cadmium en nikkel is uranium een zwaar metaal. DU heeft veel civiele toepassingen, zo wordt het gebruikt als contragewicht in vliegtuigen of in de romp van schepen. Maar het heeft ook militaire doelen, het wordt gebruikt in anti-tank granaten en als tankbepantsering.

Het gaat om smalle, zware granaten die door hun snelheid en gewicht bij inslag een enorme hitte veroorzaken. Aangezien DU een verhoudingsgewijs lage verbrandingstemperatuur heeft verbrandt er een deel van het DU, het fijne uraniumstof dat daardoor ontstaat is een zwaar metaal en licht radioactief. Stofdeeltjes kunnen gemakkelijk in het lichaam terechtkomen via de longen, slokdarm of open wonden en zijn overwegend matig oplosbaar. Recent is aangetoond dat de deeltjes hoogstwaarschijnlijk voor altijd in het lichaam blijven. Via de bloedbaan verspreidt de chemisch giftige en radioactieve stof zich door het lichaam naar allerlei organen, waaronder de nieren, de longen en de botten. Recent is ook aangetoond dat het zich ook ophoopt in de hersenen. DU is ook neurotoxisch; het tast de hersenen en het zenuwgestel aan. Recente kwalificaties van wetenschappers over de effecten op celniveau (carcinogeen, teratogeen, mutageen, genotoxisch) toont aan dat nader onderzoek dringend nodig is. Het opruimen van verarmd uranium in besmette gebieden is een zeer kostbaar werk, feitelijk moet de hele bodem worden afgegraven hetgeen in de biljarden dollars gaat lopen.

 

Keith Baverstock

Stelde de vraag 'Is DU carcinogeen en levert het genetische schade op?’ Duidelijk is dat er DU-besmette gebieden zijn, vooral in Irak en in mindere mate de Balkan. Hebben er mensen aan bloot gestaan? Dat kan worden afgeleid uit onderzoek van Engelse en Duitse soldaten, maar vooral onderzoek van Dr. Parrish in Amerika heeft aangetoond dat arbeiders in wapenfabrieken waar met verarmd uranium werd gewerkt wel degelijk DU in hun lichaam hebben gekregen en daarvan ernstige klachten ondervinden.

 

In oorlogsgebieden zijn studies door Iraakse artsen gedaan om de giftigheid van DU aan te tonen. Juist in het droge Irak blijft DU-stof aan het oppervlak liggen en kan ze weer gemakkelijk opwaaien. Onderzoek bij dieren laat zien dat verarmd uranium wel degelijk kanker veroorzaakt. Kortom het mag dan nog niet onomstotelijk zijn bewezen, er valt nog nauwelijks aan te ontkomen dat DU kankerverwekkende eigenschappen heeft. Minstens even verontrustend is dat een aantal studies concluderen dat DU ook genetische schade veroorzaakt. Het hoge aantal misvormde en gehandicapte kinderen dat in Irak geboren wordt wijst ook in die richting.

Baverstocks conclusie is dan ook dat verder onderzoek terdege geboden is.

Tot die tijd zou het voorzorgsprincipe van toepassing moeten zijn met betrekking tot verder gebruik van verarmd uranium.

 

John LaForge

De VS claimt nog steeds dat DU geen gezondheidsproblemen veroorzaakt. Het Pentagon zelf doet echter al jaren onderzoek naar de effecten van verarmd uranium. Een van de belangrijkste onderzoekers Dr. Alexandra Miller wordt echter afgeschermd van de media. Zij concludeerde een jaar geleden dat zolang meer onderzoek geen uitsluitsel geeft, het gebruik van verarmd uranium door het leger controversieel zal blijven. Maar al in 1993 verscheen er een rapport waarin gesproken wordt over de verwachten effecten na blootstelling aan verarmd uranium: risico op kanker en nierbeschadiging. Ook werd toen al geconstateerd dat er geen veilige ondergrens bestaat bij blootstelling aan DU. Uit dierproeven blijkt dat eenmaal opgenomen DU zich door het hele lichaam verspreid. Bij een zwangerschap kan ook de foetus besmet worden. Sindsdien zijn er tal van onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat de VS al heel lang wist van deze schadelijke effecten van DU. LaForge is van mening dat verarmd uranium giftig is, haar effecten oncontroleerbaar zijn en iedere burger en militair treffen. Het International Criminal Court en de Conventies van Genève verbieden giftige wapens. Een verbod op DU-wapens is dan ook onvermijdelijk.

 

Avril McDonald

Maar zo eenvoudig liggen de zaken niet aldus Avril McDonald. Zij heeft zojuist een boek gepubliceerd met als titel International Law and Depleted Uranium Weapons: a Precautionary Approach. De eerste vraag die je

kunt stellen: vallen DU-wapens onder te brengen bij 'massavernietigingswapens' of 'conventionele wapens'? Dan blijkt dat verarmd uranium een materiaal te zijn dat door geen enkel verdrag verboden wordt. Het is een zwaar, licht radioactief, metaal en als zodanig niet als een Biologisch of Chemisch wapen aan te merken. Ook het Gas Protocol van 1925 gaat niet op omdat DU simpelweg niet ontworpen is om slachtoffers te vergiftigen. De giftigheid van DU is 'slechts' een neveneffect. Evenmin valt DU onder de definitie van een kernwapen, nog afgezien van het feit dat kernwapens nog steeds niet bij internationaal verdrag verboden zijn, DU-wapens zijn namelijk niet bedoeld om door middel van een explosie en radioactieve straling slachtoffers te maken. Het is geen 'anti-persoons' wapen (zoals een landmijn) maar een 'anti-materieel' wapen dat tegen bijv. tanks wordt ingezet. Maar ook als conventioneel wapen vallen DU-wapens moeilijk in te delen. Feitelijk vallen ze zo'n beetje buiten elk verdrag waardoor een verbod op hun gebruik ontbreekt.

 

Gelukkig valt elk wapen onder de 'Wet van gewapend conflict'.

Belangrijke punten daaruit:

-          de militaire noodzaak van het gebruik van een wapen. Zo'n noodzaak is verdedigbaar bij gebruik van DU-wapens tegen tanks maar niet bij            beschietingen van burgerdoelen;

-          het voorkomen van overmatig en onnodig lijden van soldaten. Hier wordt over soldaten gesproken en niet over burgers. Daar komt bij dat

           'overmatig en onnodig' geheel afhangt van het beoogde doel welke de inzet van deze wapens kan rechtvaardigen.

 

Voorzorgsprincipe

Ook van enige relevantie is het voorzorgprincipe. Bij militaire acties moeten onschuldige burgers zoveel mogelijk worden ontzien. Maar ook hier geldt dat in tegenstelling tot bijv. een kernwapen, een DU-wapen geen 'wapen zonder onderscheid' is. Als het op een tank wordt afgevuurd is het daar ook voor bedoeld. DU verbieden vanwege haar giftigheid is evenzo moeilijk omdat het geen wapen is dat als doel heeft te vergiftigen. Juist hier wreekt het zich dat onderzoek nog niet onomstotelijk heeft aangetoond dat de giftige eigenschappen van DU serieuze gezondheidsschade voor de bevolking oplevert.

 

Kortom internationale wetgeving spreekt zich nog nauwelijks uit over DU-wapens. Of je het leuk vindt of niet, daardoor bestaat er geen rechtsgrond om ze te verbieden.

 

Hoe nu verder?

Er bestaat verontrusting over de schadelijkheid, maar een volledig beeld daarvan is nog niet te geven. Bij afwezigheid van een verbod op DU kun je een benadering adviseren waarbij mogelijke toekomstige schade geminimaliseerd wordt. Oftewel 'voorzorgsmaatregelen'.

Te noemen zijn:

-          controle van DU-munitie door staten;

-          geen gebruik van DU-munitie in bewoonde gebieden;

-          in geval van DU-gebruik, medisch onderzoek bij militairen en burgers;

-          een vrijwillig moratorium op DU-wapens totdat de neveneffecten in kaart zijn gebracht.

 

Krista van Velzen

Memoreert de parlementaire hoorzitting van die ochtend. Zij heeft deze georganiseerd omdat niemand weet waar we het over hebben als het woord verarmd uranium valt. Waarom gebruiken we materieel waar we de effecten niet van kennen? Nederland heeft begin jaren ’90 met verarmd uranium schietoefeningen op de Vliehors (oefenterrein op Vlieland) gehouden. Daar liggen nog steeds overblijfselen die niet worden opgeruimd. Gezien de Nederlandse stem in de VN tegen de resolutie voor onderzoek naar de medische effecten van verarmd uranium is het hoog tijd voor meer politieke discussie. In de landen om ons heen gebeurd veel meer. België heeft verarmd uranium verboden. Zieke veteranen in Italië krijgen een schade-uitkering. Juist die schadeclaims hangen als een zwaard van Damocles boven de discussie. Het is toch opvallend dat soldaten voor hun uitzending uitgebreid medisch worden onderzocht maar dat militairen met gezondheidsklachten achteraf in de kou blijven staan.

 

Tijdens de discussie werd dit nog eens bevestigd door een veteraan. Eenmaal terug in Nederland wordt je volledig vergeten, klachten worden ontkend, je wordt monddood gemaakt of je wordt geadviseerd je gelijk maar ergens anders te halen. Geëmotioneerd riep hij de deskundigen op om, in het belang van de soldaten, het gevaar van DU tot op de bodem uit te zoeken.

 

Krista van Velzen moedigt militairen aan naar buiten te treden: als jongens van 20-30 jaar met klachten komen dat krijgt het probleem een gezicht en wordt het, ook politiek, veel beter bespreekbaar.