Vermenging van ecologische

problemen met vredesvraagstukken

 

In het vorige nummer van deze Nieuwsbrief was een bijdrage opgenomen van Ward Kusters, waarin hij onder meer stelde, dat het discussiëren en zeker het doen van uitspraken over ecologische problemen niet thuishoort in de vredesbeweging.

 

Mijns inziens worden meerdere denkfouten gemaakt. Allereerst worden de verenigingen NVMP en AVV en wellicht ook IPPNW zonder meer met ‘de vredesbeweging’ verward. Om te beginnen zijn er al verschillen in benadering van de vraagstukken van oorlog en vrede tussen deze drie organisaties, waarbij de accenten verschillend worden gelegd. Om als lid van de NVMP even dicht bij huis te blijven: de NVMP is in eerste instantie een onafhankelijke vereniging van artsen en andere gezondheidswerkers, die zich ten doel stellen vraagstukken van oorlog en vrede vanuit de eigen, medisch-wetenschappelijke achtergrond te bestuderen en daaraan eventuele opvattingen of acties te koppelen, die in het verlengde daarvan liggen (mijn formulering). Als dus (want hierover gaat in feite de discussie) in het geval van kernenergie medische gevaren aanwezig zijn (ongelukken, stralingsziekte bij de winning van grondstoffen etc.) en er bovendien een mogelijke link is tussen het vreedzaam gebruik van kernenergie en (kern)wapenproduktie door verrijking van het nucleaire afval en dus een link met de eigen doelstelling, namelijk de preventie van (kern)oorlog (IPPNW) dan is het niet meer dan logisch om hierover te discussiëren en een standpunt te formuleren. De N van ‘nuclear’ rechtvaardigt dit.

 

‘De vredesbeweging’ is een lappendeken van tal van organisaties, waarvan de doelen weliswaar min of meer in dezelfde richting wijzen, maar er is geen sprake van DE vredesbeweging, laat staan, dat onze medische organisatie, de Nederlandse, Belgische en de internationale, waarbij wij aangesloten zijn, maar waarmee wij niet identiek zijn, daarmee over één kam te scheren zijn. Zelfs de NAVO rekent zich met haar ‘vredesmissies’ daartoe.

Verder is het een denkfout, om als men zich zorgen maakt over kernenergie, dat men dan alle ecologische problemen binnenhaalt. Gaan we over CO2-uitstoot discussiëren? Over global warming, de voor- en nadelen van windenergie etc.? Voor zover dit gebeurt, is dat enerzijds omdat men duurzame energiebronnen ziet als een veiliger alternatief van kernenergie. En anderzijds, omdat de strijd om (schaarse) energie inzet kan worden van internationale conflicten. Het gaat dus om een link, niet om vermenging.

 

AVV, NVMP en IPPNW hebben hun eigen, namelijk medische aandachtsgebied in de vragen van oorlog en vrede. Ook de armoede in een groot deel van de wereld is een link, die miljoenen depriveert van gezondheidszorg, die ziekte en vroegtijdige dood veroorzaakt en wereldwijde instabiliteit, die tot conflicten en oorlogen leidt. En de discussie over het al dan  niet wenselijk zijn van kernenergie vanuit een medisch-polemologisch standpunt betekent niet, dat dit een hoofditem wordt, dat andere zaken ondergeschikt zal maken. Nog onbegrijpelijker en absurder wordt het, als de schrijver stelt, dat wij daarmee een onderafdeling van Greenpeace zouden worden. Greenpeace zou als voornaamste doelstelling de afschaffing van nucleaire electriciteitsproductie hebben. Is men vergeten welke acties Greenpeace, vaak met succes, alzo tot zijn taken heeft gemaakt: het beëindigen van het doodknuppelen van zeehondenbabies, het actievoeren tegen atoomproeven in de Pacific, tegen het illegaal dumpen in zee van vaten nucleair afval, illegale lozing van olieproducten, het verhinderen van gevaarlijke transporten van chemisch of nucleair afval en nu recent ook de overbevissing van de oceanen en de wereldwijde ontbossing door illegale houtkap? Als belangrijkste effect van hun jarenlange inspanningen zie ik zelf zeker ook de broodnodige bewustmaking van de grote massa van het belang van een veilig milieu en de gevaren, die ons daarin bedreigen. Is dat anti-establishment? Welke maatschappij blijft in stand, die aan zijn eigen ondergang werkt? Dat geldt ook voor de Chinezen, het is ook hun welbegrepen eigenbelang naar veilige en schone energiebronnen te streven. En er zijn tekenen, dat de Chinese bevolking en hun leiders dit ook al inzien.

Om te stellen, dat Greenpeace een handlanger is van de Bush administration, zoals door de auteur meerdere malen is gesuggereerd, omdat de laatste zich keert tegen de Iraanse kernenergie-activiteiten is mijnsinziens onbegrijpelijk en kortzichtig. Greenpeace keert zich immers óók tegen de nucleaire politiek van de VS, die wellicht een nog groter gevaar vormt voor de wereldvrede dan de eventuele nucleaire aspiraties van Iran. Maar die mogelijke Iraanse nucleaire aspiraties zijn ook tégen het Non-Proliferatieverdrag, waarvan wij als IPPNW-ers graag zouden willen, dat het niet alleen geïmplementeerd zou worden maar zelfs dat álle kernwapens de wereld uit zouden gaan. Bovendien voeren de VS een wel erg dubbelzinnig beleid als het gaat om kernenergie. Met India is een zeer omstreden verdrag afgesloten, waarbij de VS nucleaire technologie leveren voor ‘vreedzame toepassing van kernenergie’ maar dit maakt India op zijn beurt afhankelijk van import van uranium uit de VS, terwijl ook op andere gebieden de onafhankelijkheid wordt aangetast. Tijdens het 17e IPPNW-congres in Helsinki, afgelopen september 2006 toonden onze collega’s uit India zich zeer bezorgd hierover, zeker gezien het grote aantal ongelukken en bijna-ongelukken, dat zich in de Indiase nucleaire industrie al heeft voorgedaan. Het valt te verwachten, dat over dit thema op het komende IPPNW-congres in Delhi verder zal worden gediscussieerd.

Wat mij misschien het meest hindert in deze ‘discussie over de discussie’ is het feit, dat de werkelijke discussie, d.w.z. hoe om te gaan met de wel degelijk aanwezige gevaren van kernenergie buiten zicht blijft. Nog kort geleden (20 aug.) verscheen in The Guardian Unlimited een verontrustend artikel over het stilhouden van een lek van hoogverrijkt uranium (dat een dodelijke en oncontroleerbare nucleaire reactie tot gevolg had kunnen hebben) in een ’private’ kerncentrale (die valt onder de Nuclear Fuel Services Inc.) in Knoxville in de staat Tennessee, die de US Navy’s nucleaire vloot van kernbrandstof voorziet. Onder het mom van staatsveiligheid werden 1740 documenten over dit en andere nuclear secrets door de regering verwijderd. Over ‘links’gesproken....

De vredesbeweging moet onafhankelijk blijven, stelt Kusters. Helemaal mee eens. Wij hebben het hier over onze verenigingen, AVV en NVMP. Die zijn, dunkt me, daarin mans en intelligent genoeg. Dus laten we ons niet monddood laten maken en ons verantwoordelijk en verstandig blijven opstellen in deze belangrijke discussie. Zo hebben NVMP en AVV gelukkig ook gereageerd na het symposium van

2 juni met een evenwichtige stellingname, waarbij de relatie kernenergie/-kernbewapening wordt erkend en de verantwoordelijkheden van onze verenigingen daarin.

 

 

            Op zaterdag 2 juni hield de NVMP, na haar jaarlijkse Algemene Leden-vergadering in het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht, een symposium over de relatie tussen kernenergie en kernwapens. Na dit symposium formuleerde het bestuur het volgende standpunt:

            Volgens de NVMP-Gezondheidszorg en Vredesvraagstukken is kernenergie onlosmakelijk verbonden met de kernbewapeningsproblematiek. Door veelvuldiger en grootschaliger gebruik van kernenergie stijgt de kans op proliferatie van kernwapens. Het voorkomen van de verdere verspreiding van kernwapens is een van de uitgangspunten van de vereniging. Daarnaast wil de NVMP wijzen op de catastrofale gevolgen voor de volksgezondheid van een kernramp zoals deze zich in Tsjernobyl heeft voorgedaan, of die van een terroristische aanslag op een kerncentrale.

            Tenslotte zadelt het radioactieve afval ons, en meer nog de toekomstige generaties, met een probleem op waarvoor, naar het zich laat aanzien, geen afdoende oplossing voorhanden is. Het is niet denkbeeldig dat ook dit afvalprobleem op termijn tot gezondheidsschade zal leiden.