Henri Ford (1863-1947)

 

De reeks ‘Erflaters van de Vredesbeweging’ beschrijft een aantal persoonlijkheden die hebben bijgedragen tot de vredesbeweging. Vooral op het einde van de negentiende eeuw waren er veel mensen die zich inzetten tegen de wreedheid van oorlog. De toenmalige tijdgeest deed het geloof toenemen dat er niet alleen op technisch gebied vooruitgang was maar dat ook de samenlevingsvormen tussen volkeren zouden verbeteren. De vredesbeweging was modieus, ongeveer zoals nu de ecologische beweging. De meest bekende protagonisten waren invloedrijke mensen uit de adellijke of financiële wereld. Een typisch voorbeeld hiervan was Henri Ford.

 

Henri Ford werd geboren op 30 juli 1863 als oudste zoon van zes kinderen. Zijn vader verwachtte dat hij de familieboerderij zou voortzetten maar Henri had een afkeer van het boerenwerk en in 1879 verliet hij het ouderlijk huis om te gaan werken als leerling-machinist. Na een tweetal jaren keerde hij terug naar de ouderlijke woning. Tot zijn huwelijk met Clara Bryant in 1888 zorgde hij voor zijn levensonderhoud met werk op de boerderij en de uitbating van een zagerij waarbij hij veel zorg besteedde aan de stoommachine die de zagerij aandreef. Het gezin had één kind: Edsel Bryant Ford. In 1891 werd Ford ingenieur bij de Edison Illuminating Company. Vanaf die tijd had hij genoeg geld en tijd om te experimenteren met benzinemotoren.

 

Het Model T

Met andere beleggers startte hij een autoproductiebedrijf. Het grote succes kwam met de voorstelling van het model T. Dit model kende vele innovaties: het stuurwiel zat links, de 4 cilinders zaten in een blok dat, samen met de overbrenging, in een afgesloten kast zat. De wagen was afgeveerd met half-elliptische veren. De auto was eenvoudig om te besturen, en nog belangrijker, eenvoudig in onderhoud. Hij was tevens goedkoop: 825 dollar in 1908, een prijs die nog daalde van jaar tot jaar. Ford creëerde een enorme publiciteitsmachine zodat iedere krant regelmatig over de technische aspecten en wetenswaardigheden van het nieuwe product berichtte. Hij startte ook een netwerk van lokale verdelers. De verkoop steeg gigantisch.

Altijd op zoek naar meer efficiëntie en lagere kosten introduceerde hij in 1913 de lopende band, wat een enorme productiestijging mogelijk maakte. De kleur van de wagen was zwart omdat die kleur de kortste droogtijd had. Ford maakte er een slogan van: “De klant kan mijn wagen in elke kleur kopen zolang het maar zwart is.”

 

In 1918 vroeg president Theodore Roosevelt persoonlijk aan Henri Ford om te kandideren als senator voor Michigan bij de democraten. Alhoewel de VS nog in oorlog waren stelde Ford zichzelf toch voor als een uitgesproken vredeskandidaat en een voorvechter van de nog op te richten Volkerenbond. In datzelfde jaar gaf hij de leiding van het concern over aan zijn zoon Edsel Ford.

 

Het Model A en Henri Fords latere carrière

Omwille van de dalende verkoopcijfers van het model T besliste Ford in 1926 om een nieuw model op de markt te brengen. Henri hield zich vooral bezig met de mechanische aspecten (onder andere een nieuwe glijdende koppeling) terwijl Edsel zich om de styling bekommerde. Ook het nieuwe model, model A, werd een succes.

 

In 1943 stierf Edsel. Henri wilde de leiding van de onderneming toevertrouwen aan zijn vriend en associé Harry Bennett maar Edsel’s weduwe Eleonor, die een groot pak aandelen bezat, stond erop dat haar zoon Henri Ford II die plaats innam. Uiteindelijk werd een compromis gevonden. Henri II werd vrijgesteld van legerdienst en werd vice-president. Harry Bennet werd verantwoordelijk voor personeel en public relations. Henri Ford nam op 79-jarige leeftijd de functie van voorzitter opnieuw waar. Dit ondanks het feit dat hij een vijftal jaren voordien een beroerte had gehad. In 1945 gaf hij het voorzitterschap dan volledig over aan zijn kleinzoon Ford II. Henri Ford overleed in 1947 aan de gevolgen van een nieuwe hersenbloeding.

 

Zijn filosofie

Henri Ford was een pionier van het zogenaamde welfare capitalism. Hij streefde er vooral naar het grote personeelsverloop in zijn bedrijven te reduceren. Efficiëntie stond centraal: de beste werknemers aanwerven en behouden. Voordien moest men dikwijls 300 mensen aanwerven om er 100 te behouden. Hij wist deze cijfers gevoelig naar omlaag te brengen door de 40-urenweek en een stijging van het minimumloon van $ 2.34 naar

$ 5. Dit laatste voor iedereen die langer dan 6 maanden in het bedrijf werkte en, nog belangrijker, zich gedroeg op een sociaal acceptabele wijze. Om dit te controleren had hij een 150-tal mensen in dienst die erop toe zagen dat er niet teveel gedronken of gegokt werd. Zij letten er ook op dat de huizen netjes waren en de kinderen regelmatig in bad gingen, enzovoorts. Taal was een ander probleem bij de arbeiderspopulatie. In 1914 bleken slecht 29% van de Fordarbeiders geboren te zijn in de VS. Daarom kregen de nieuwkomers intensief Engelse les via de directe Berlitz methode. Anderzijds was hij een fervente tegenstander van vakbonden. Pas in 1941, na een heftige staking, gaf hij onder druk van zijn vrouw en Edsel toe om een collectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten met de United Workers Union (UAW).

 

Henri Ford had een diepe afkeer van oorlog. Zijn moeder had nog de burgeroorlog meegemaakt wat op haar een diepe indruk had nagelaten. Hij groeide op tijdens de eerste grote successen van internationale arbitrage. Theodore Roosevelt had de Nobelprijs voor de Vrede gekregen in 1904 omdat hij de Russisch-Japanse oorlog tot een goed einde had helpen brengen. Op de vooravond van de eerste grote wereldoorlog was pacifisme respectabel in de VS.

 

Het Vredesschip

De uitbraak van de Grote Oorlog in Europa werd in de VS meer met ongeloof dan met afschuw bekeken. De gebeurtenissen met de obscure twisten in de Balkan die de oorzaak waren van de grote slachtingen, hadden iets onwezenlijks. Met optimisme en zelfs met een zekere arrogantie meenden veel Amerikanen dat de VS een model konden zijn voor een later Verenigde Staten van de Wereld. Gemakshalve werd de vreselijke Amerikaanse burgeroorlog van vijftig jaar eerder vergeten. In die sfeer ontwikkelde Ford zijn plan om een einde te maken aan de Grote Oorlog. De Ford Company had internationale bekendheid en Ford meende dat hij internationaal invloed kon uitoefenen. Hij deed sterke uitspraken. Hij verklaarde dat hij eerder een Fordbedrijf zou platbranden dan dat hij zou toelaten dat het zou gebruikt worden voor militaire doeleinden en ook dat hijzelf bereid was een wereldwijde campagne te starten voor algemene vrede. Hij wilde hiervoor één miljoen dollar ter beschikking stellen. En zelfs meer dan dat: “Ik wil alles geven wat ik bezit indien ik daarmee de oorlog kan stoppen”.

 

Rosika Schwimmer

In die omstandigheden bood een bekende pacifiste, Rosika Schwimmer, zich bij hem aan. Zij was joodse, van Hongaarse afkomst en zeker geen charlatan. Zij sprak negen talen en was stichtend lid van de Womens’ Peace Party. Zij had zich oprecht en met veel energie ingezet voor vrede en vrouwenrechten. Zij maakte indruk op Ford. Hij stelde haar voor aan zijn vrouw en vroeg haar mening. Clara Ford was begeesterd. Meerdere bekende mensen werden uitgenodigd en geleidelijk ontstond een plan de campagne.

 

Toevallig werd eerder het idee geopperd om een schip te charteren en daarmee naar Europa te varen.

Het idee groeide en kreeg een eigen momentum. Ford aarzelde niet en charterde alle eerste- en tweede-klasaccommodatie op een grote oceaanstomer, de Oscar II, die in 11 dagen van New York naar Scandinavië zou varen. Voordien vroeg hij nog een onderhoud aan bij president Wilson. Deze was helemaal niet opgetogen met Fords komst, maar kon niet anders dan hem ontvangen wegens de publiciteit. Wilson was zelf reeds bezig met de voorbereidingen om de VS aan de oorlog te laten deelnemen. Dit en het wat irreële enthousiasme van Ford riepen tegenkrachten op die geleidelijk toenamen. In de kranten verscheen het volgend interview met Ford.

- “Wel, mijne Heren, ik heb het schip.”

- “Welk schip, Mr. Ford?”

- “Wat doet dat ertoe, het is de

   Oscar II.”

- “Wat gaat u doen met dat schip?”

- “Wij gaan de oorlog stoppen.”

- “De oorlog stoppen?”

- “Ja, wij halen de jongens uit de

   loopgraven voor Kerstmis.”

- “Maar hoe gaat u dat doen?”

- “Dat weet ik nog niet.”

- “Welk is het land van uw bestem-

   ming?”

- “Dat weet ik nog niet.”

- “Maar wat gaat u daar doen?”

- “Oh, wij hebben de zekerheid dat

   men naar ons zal luisteren.”

Die zekerheid berustte op de brieven die Rosika Schwimmer beweerde te hebben van machthebbers van neutrale mogendheden die wilden bemiddelen.

Het was duidelijk dat er weinig duidelijkheid was over een eventueel plan of wat hij wilde doen in Europa. Maar Ford kon en wilde ook niet meer terug. Erger was dat de mening van Clara Ford volledig was omgeslagen. Zij zag Rosika Schwimmer als een vijand en schreef haar: “De manier waarop de goede naam en het geld van de heer Ford wordt gebruikt is beschamend”. Dit laatste was niet helemaal ten onrechte. Mevrouw Schwimmer huurde een suite in een duur hotel, stuurde telegrammen tot een bedrag van 1000 dollar per dag en had zich zelfs een vredesgarderobe aangeschaft, allemaal op kosten van Henri Ford. Clara weigerde deel te nemen aan de expeditie en poogde Ford te doen afzien van de zeereis. (Het kelderen van de Lusitania was nog maar zes maanden geleden). Tevergeefs.

 

Op zaterdag 4 december 1915 vertrok het schip met zijn delegatie naar Noorwegen. De aanvankelijk vriendelijke en gemoedelijke chaos aan boord sloeg geleidelijk om in argwaan en irritatie. Vooral Rosika Schwimmer moest het ontgelden. Zij had nochtans een staf van 31 administratieve bedienden aangeworven om memo’s te maken en brieven te versturen. Zij sprak vooral over de mysterieuze brieven in haar tas maar weigerde ze te tonen. Vooral haar achterdocht tegenover de journalisten deed veel wrevel ontstaan. Ford daarentegen gedroeg zich zeer vriendelijk en gemoedelijk tegenover iedereen, tot hij bij een wandeling op het dek door een golf verrast werd en een kou vatte waardoor hij nadien in zijn hut bleef.

Tijdens de reis bereikte hun het bericht dat Wilson het leger wenste uit te breiden en voor te bereiden op alle mogelijke eventualiteiten. Aan boord heerste grote opschudding. Verschillende deelnemers meenden dat zij dit openlijk moesten afkeuren en een telegram sturen. Anderen meenden dat men in deze moeilijke omstandigheden de Amerikaanse president niet mocht afvallen. De twisten werden heftiger en het bleek nog maar eens dat pacifisten moeilijk te pacificeren waren.

 

In tegenstelling tot wat Rosika Schwimmer beloofd had was de ontvangst in Oslo verre van geestdriftig. Ford wilde al wandelend naar zijn hotel maar kreeg een syncope door uitputting en de koude. Zijn beschermelingen boekten een terugvaart op een schip dat enkele dagen later terug naar New York zou varen. Sommigen zagen dit als een verraad en spraken van een kidnapping. Het was haast met geweld dat Ford uiteindelijk zijn hotel kon verlaten en de terugvaart aanvatten. Eenmaal terug in New York ontkende hij heftig dat hij ‘gedeserteerd’ was. “Ik betreur niets van wat ik heb gedaan. Door onze onderneming zal de gedachte groeien om de oorlog te beëindigen.” Vreemd genoeg ging het sarcasme van de publieke opinie over in een zekere waardering: hij heeft het tenminste geprobeerd.

 

Hoe ging het daarna verder met het vredesschip?

In Noorwegen kreeg Rosika Schwimmer het verder zwaar te verduren. Het feit dat zij van Hongarije afkomstig was – een van de deelnemende landen aan de oorlog – maakte haar verdacht. Haar handelwijze kon enkel de positie van Duitsland versterken. In Zweden daarentegen was de ontvangst een stuk hartelijker. Niettegenstaande het feit dat het Kerstmis was en de winkels gesloten organiseerde het Stockholmse establishment meetings en boden de delegatie een hartelijk welkom aan. Eén reden was de Zweedse vrees voor Rusland, die de sympathie voor Duitsland deed toenemen. In Denemarken was het enthousiasme voor de bezoekers dan weer een stuk minder. Een recente wet verbood manifestaties van buitenlanders die verband konden hebben met de oorlog. De doorreis van de vredesmissie naar Nederland was geen sinecure. Via het water was er de dreiging van de mijnen. Over land moest men door Duits grondgebied. Uiteindelijk lukte een onofficiële actie van de Amerikaanse ambassadeur in Denemarken. Duitsland stond toe dat de ganse delegatie in een geblindeerde trein haar grondgebied zou doorkruisen op weg naar Nederland. Het grootste deel van de delegatie arriveerde aldus in Den Haag. De Nederlanders waren niet enthousiast. Zij hadden hun eigen vredesinitiatieven en vonden dat Fords spektakel hun eigen pogingen vertroebelden. Rosika Schwimmer kwam meer en meer onder druk te staan en telegrafeerde uiteindelijk haar ontslag.

 

Nabeschouwing

Tijdens de Kerstdag van het eerste oorlogsjaar poogden de soldaten van beide kampen nog samen Kerstmis te vieren. Later werd dit onmogelijk. De demonisering van de vijand kon in alle hevigheid losbarsten. Het minste wat men kan zeggen is dat Henri Ford het geprobeerd heeft. Was het nutteloos? Zij die de ganse onderneming ridiculiseerden hadden weinig argumenten voor die zienswijze, terwijl degenen die ze verdedigden erop wezen dat de dramatische actie op zijn minst een diepe impact had op de publieke opinie. Alhoewel de missie faalde toonde zij toch aan de wereld dat er alternatieven waren. De tijdgeest die eerst in zijn voordeel speelde, keerde zich later tegen hem. Men zocht een schuldige. Rosika Schwimmer was het aangewezen slachtoffer. Zij is waarschijnlijk geen gemakkelijk persoon geweest maar lijkt toch onrechtvaardig behandeld, vooral met het doel om Henri Ford uit de wind te houden. Sommige biografen van Ford zien in haar zelfs een aanleiding van zijn latere anti-joodse uitspraken.

 

Bronnen

Het merendeel van bovenstaande tekst steunt op het boek: Ford, the Men and the Machine, door Robert Lacey, Ballantine Books, New York. Verder op Henri Ford - Wikipedia en Henri Ford and his Peace Ship door Allan Nevis en Frank Ernest Hill.