Literatuurbespreking ‘kleine wapens’

 

De rol van small arms in de geschiedenis van de VS

 

Op 3 januari 2007 heeft de Regiogroep Noord van de NVMP een literatuurbespreking gehouden over de ‘kleine wapens’, een van de aandachtspunten van de NVMP.

 

Invalshoek was de ontwikkeling van de moderne vuurwapens geschikt voor individueel gebruik, en in het bijzonder de ontwikkeling van de rol van het vuurwapen in de Verenigde Staten. Dit kan tot een eenzijdige kijk leiden, gegeven het feit dat in meer landen het ‘kleine vuurwapen’ in handen is van een groot deel van de bevolking en dat de situaties in de betreffende landen zeer van elkaar verschillen. Er zijn landen waar het vuurwapenbezit (nog?) weinig problematisch lijkt te zijn, zoals Zwitserland, Canada en Israël. Aan de andere kant van het spectrum van mogelijkheden zien we de failed states, waarin de maatschappelijke structuur dermate gedesintegreerd is dat (al of niet gedwongen) bezit van een vuurwapen een kwestie van persoonlijk overleven lijkt te zijn.

 

Terugkijkend in de geschiedenis zien we dat op sommige plekken in de wereld al snel grote vraagtekens werden gezet bij de komst van het vuurwapen. De introductie was vrijwel gelijktijdig in Europa en in China, in de eerste helft van 14e eeuw. In het Verenigd Koninkrijk werd al vanaf 1523 geprobeerd de verspreiding van deze wapens onder de bevolking te stoppen, met matig succes. Na de succesvolle introductie in 1543 van het vuurwapen in Japan greep de heersende klasse al in 1607 met succes in, toen duidelijk werd hoe groot de nivellerende en ‘democratiserende’ betekenis was van dit ook daar snel in ontwikkeling komende wapentuig. Japan keerde tot 1853 terug tot zwaard en harnas en pijl en boog.1

 

Indian wars

De kolonisatie van Noord-Amerika begon in de 16e eeuw door Spanje, en werd voortgezet vanuit Engeland, Frankrijk, en ook even Nederland. Het continent werd al bewoond door meer dan een miljoen Indianen, levend in meer dan 600 verschillende etnische gemeenschappen en deels georganiseerd in confederaties. Toen vanuit Europa steeds meer immigranten, vluchtelingen, vervolgden, gelukszoekers en anderen binnenstroomden, volgde al snel staatsbemoeienis vanuit de landen van oorsprong. Het kwam tot territoriale conflicten tussen de belanghebbende Europese mogendheden, terwijl ook oorlogen in Europa zich wel uitzaaiden naar Noord-Amerika. De groeiende stroom kolonisten kreeg daarnaast al snel met tegenstand van de plaatselijke bevolking te maken. In het koloniale tijdperk (1622-1774) waren er meer dan twintig conflicten, de Indian Wars, van de Indianen met de kolonisten en soms met de Europese mogendheden. Daarnaast werden Indianen als bondgenoten betrokken bij de territoriale conflicten tussen de Fransen en de Engelsen. Ontevredenheid met de bemoeienis vanuit Engeland (onder andere met de Indianenpolitiek!) leidde tot de Amerikaanse Revolutie (1775-1783). Deze oorlog breidde zich al snel uit tot twee fronten. In het oosten betrof het de opstand tegen de Britse overheersers. In het westen leidde de opstand tot strijd met de Indianen en een burgeroorlog onder hen. Het werd aldus een strijd van Indiaanse volken onderling: zij die voor de kolonisten kozen, tegen hen die in het bondgenootschap met de Britten een kans zagen om de oprukkende kolonisten terug te drijven.

De Vrede van Parijs werd voor de Indianen een grote teleurstelling. De nieuwe republiek had de handen vrij gekregen voor verdere expansie. Bondgenoten werden op slag vergeten. Alle Indianen werden gezien als tegenstanders. De strijd ging voort van oost naar west op het groeiende grondgebied van de VS, in een 40-tal Indian Wars, naast een oorlog met Frankrijk (1789-1800), met Engeland (1812-1815) en met Mexico (1846-1849). Pas met de slachting van Wounded Knee in 1890 kwam aan de strijd tussen de kolonisten en de Indianen min of meer een einde. Van de aanvang af was het een ongelijke strijd. De groeiende aantallen indringers, en de verschillen in culturele achtergronden tussen de Europeanen en de Indianen speelden hierbij een belangrijke rol. De Indianen, die al snel beschikten over vuurwapens geleverd door de kolonisten en ook door de Franse en Engelse legers, bleken andere opvattingen te hebben over het gebruik ervan dan hun tegenstanders. Zij maakten gebruik van oneffenheden van het terrein, rezen plotseling op om vuur uit te lokken en dan direct weer te verdwijnen, om na het vuren door de indringers snel in de aanval te gaan, gebruik makend van de tijd die nodig was om de wapens weer te laden. Ook gaven zij de voorkeur aan pijl en boog voor het stille precisiewerk en de vuursnelheid, zoals de kolonisten vaak steek- en hakwapens prefereerden. De kolonisten bleken vrouwen en kinderen bij hun overvallen niet te ontzien en dorpen en bezittingen aan de ‘verschroeide aarde’-tactiek te onderwerpen, tot verwondering en ontzetting van de Indianen. Hiermee verhardden uiteraard beider strijdgewoonten. Het bejagen van de Amerikaanse bizon, bijna tot uitsterven toe in de laatste drie decennia van de 19e eeuw, had als belangrijkste achtergrond het ontnemen aan de Indianen van een fundamentele bestaansbron. Angst bij de blanke Amerikanen voor de andere leef- en denkwereld van de Indianen speelt daarbij tot in onze dagen mee in hun neiging dit anders zijn tot in de wortels uit te roeien, zoals nu bijvoorbeeld nog te zien is aan de repressie van de vrijheid van de Indiaanse kerken. De Wounded Knee-slachting vond eveneens plaats in een context van angst voor rebellie onder de Indianen.

 

Wapenproductie

Vuurwapens (en kruit) werden tot na de Revolutie geïmporteerd uit Europa. Ze waren onder de kolonisten weinig populair. De betrouwbaarheid gaf weinig reden hiertoe. De trefkans bij deze wapens, voorzien van lont- of vuursteensloten, was klein. Het aantal vuurwapens onder de bevolking was dan ook gering. Pogingen van overheden om burgers zover te krijgen dat men bereid was ter zelfverdediging vuurwapens te houden, te verzorgen en ook ermee te oefenen, strandden. De wapens verdwenen, verroestten of werden verkocht aan de Indianen. De nood van de overheid nam toe toen de Republiek op eigen benen kwam te staan. Men poogde een zelfverdedigingsmacht te creëren door het opzetten van milities en het stimuleren van de deelnemers, door wapens te verstrekken en een vuurwapendiscipline op te leggen. Hier kwam weinig van terecht. De opkomst voor instructie en training liet veel te wensen over en ook nu verdwenen veel wapens.

 

Vrijwillige milities van enige naam, zoals de Texas Rangers, bleken bij onderzoek weinig meer dan hun naam te kunnen leveren. Bij het opbouwen van een krijgsmacht stuitte men op een groot gebrek aan technische kennis en integriteit bij de leveranciers. Toegezegde leveringen van vuurwapens en van wapens met onderlinge uitwisselbaarheid van onderdelen bleven uit. De twee door het leger opgezette wapenfabrieken bleken lang niet de gewenste aantallen wapens te kunnen leveren. Tot kort vòòr de Burgeroorlog kwam het nauwelijks tot de massaproductie van betrouwbare vuurwapens. De technische ontwikkelingen brachten uiteindelijk het moderne, effectieve vuurwapen binnen bereik. De jaarlijkse productie van de twee wapenfabrieken van de overheid, begonnen met 10.000 vuurwapens in de eerste 15 jaar van de republiek, steeg tot bijna 100.000 in het decennium 1851-1860 en tot bijna 1 miljoen vuurwapens per jaar aan het eind van de Burgeroorlog. Productieverbeterende technieken en oplopende spanningen tussen Noord en Zuid maakten de tijd rijp voor de enige werkelijk grote oorlog in Noord-Amerika, de Civil War. Hierin kwamen in vier jaar oorlog (1861-1865) bijna 600.000 mensen om, tegenover (geschat) 64.000 slachtoffers in de 115 jaar strijd in de Indian Wars.

 

De Burgeroorlog

Beide partijen trokken in de Burgeroorlog op vanuit verouderde opvattingen, gebaseerd op de ineffectiviteit van het musket. Dit betekende voor de infanterist de massale aanval, naast elkaar ingezet met een gelijktijdig afgegeven salvo, waarna een bajonetaanval volgde. Voor de cavalerist werd de sabel (of zelfs de lans) als de juiste bewapening gezien. Het gebruik van repeteergeweer en precisievuurwapen in combinatie met deze verouderde tactiek maakt de grote aantallen slachtoffers begrijpelijk.

 

De Burgeroorlog bracht een belangrijke verandering teweeg in de opstelling van de gemobiliseerde burger. Uiteraard had in het Noorden de National Conscription Act van 1863 (dienstplicht) hierin een aandeel. Daarnaast speelde in het Noorden de propaganda van de nu effectiever en kwalitatief beter producerende wapenindustrie in en vooral na de Burgeroorlog een belangrijke rol. Zo ontving een predikant in 1861, de dag nadat er bij hem was ingebroken, een Colt-vuurwapen met een brief van Samuel Colt (waarvan een kopie naar de pers ging) die begon met: “I take the liberty of sending you a copy of my latest work on Moral Reform”.2

 

De Burgeroorlog betekende voor veel mannen kennismaking en training met effectieve vuurwapens en dat alles in het kader van een ideologisch onderbouwde strijd die een grote invloed had op hun visie op het nieuwverworven wapentuig en op de wereld om hen heen. Na beëindiging van de Burgeroorlog in 1865 kregen de soldaten van beide zijden het recht hun wapens mee naar huis te nemen. De overheid had het volk eindelijk aan de wapens gekregen.

 

Gun culture

Velen meenden nu dat een man een vuurwapen hoort te kunnen hanteren en dat de ware patriot bereid hoorde te zijn voor zijn land de wapenen op te nemen. Het vuurwapen was van een weinig betekenisvol werktuig tot een onmisbaar uitrustingsstuk geworden. De ervaringen van het voorgaande decennium bracht twee veteranen in 1871 ertoe de National Rifle Association (NRA) op te richten. Doel: het bevorderen van vertrouwdheid van de Amerikaanse man met het vuurwapen. In 1872, na Colts overlijden, bracht zijn bedrijf de eerste Peacemakerrevolver op de markt, in een Amerika waar al overal moderne vuurwapens te vinden waren. In 1865 waren de tweeëneenhalf miljoen musketten overbodig geworden. Repeteergeweer en revolver waren de opvolgers. De verzadiging van de markt vond zo snel plaats dat al in 1869 een van de beste vuurwapenfabrikanten failliet ging en in de volgende crisis meerdere andere bedrijven langs de rand van de afgrond gingen.

 

Amerika werd in de zeventiger jaren van de 19de eeuw de grote exporteur van vuurwapens naar de rest van de wereld. Binnenslands zakten de prijzen tot iedereen zich een suicide special kon veroorloven. De Burgeroorlog leidde al tijdens de strijd tot ontsporingen van massaal geweld van een nieuwe orde, zo dat politiemensen in New York later de Civil War als een leerschool van geweld en misdadigheid betitelden. Grote misdadige carrières waren nu geboren. Moord en zelfmoord namen na 1865 een grote vlucht. Vooral in het oosten vonden deels politiek geladen botsingen van tevoren ongekende omvang plaats, waarin ook overheidspersoneel als politie en militie (soms zelfs elkaars) doelwit waren. Bekend zijn ook uit de hand lopende gewelddadigheden tussen arbeiders en door werkgevers gehuurde gewapende huurlingen.

 

In het Wilde Westen heeft het vuurwapen bij het oprukken van de kolonisten en frontier men een veel kleinere rol gespeeld dan nu door de Amerikanen wordt aangenomen.3 De bijdrage van vuurwapens in klassieke confrontaties werd in de verslagen achteraf sterk overdreven. Van het Wilde Westen blijft maar weinig over van het in films zo graag getoonde geweld. Zelfs Billy the Kid blijkt

geen 22 – maar ‘slechts’ 3 mannen te hebben doodgeschoten en hij is niet de enige roemruchte schurk van te zeer opgeblazen faam. En zo bracht de Oklahoma Land Rush weliswaar 15.000 voor elkaar grotendeels onbekende gewapende mannen van heinde en verre bijeen, maar er viel geen schot en binnen 36 uur werd een burgemeester en een gemeentebestuur gekozen, waarna het snel tot gemeenteverordeningen en belastingafspraken kwam.

De wapenindustrie deed intussen het nodige om enerzijds het groeiende gevoel van onveiligheid onder het publiek te vergroten en anderzijds het bezit van vuurwapens als veiligheidbrengers en equalizer te propageren. Daarnaast heeft de jacht zijn bijdrage geleverd aan de plaats van het vuurwapen in de Amerikaanse cultuur, met als uitschieters van bijna uniek Amerikaanse allure de jacht tot uitroeiing toe op de Amerikaanse trekduif en de jacht op de Amerikaanse bizon met bijna dezelfde gevolgen. Voor de bizonjacht werden zelfs treinreizen georganiseerd, zodat men comfortabel vanuit een door de kuddes rijdende trein zijn trofeeën kon neerschieten.

In het zuiden bracht het bezit van vuurwapens vooral onder de blanke bevolking macht binnen ieders bereik, macht om de afgenomen suprematie van het blanke ras op nieuwe wijze terug te winnen. Er ontstond een reign of terror, waarin de Ku Klux Klan lange tijd een belangrijke bijdrage leverde. De terreur trok zijn sporen tot in de tweede helft van de twintigste eeuw.

 

Gun control

Nadat de federale overheid zijn doel van bewapening van het volk had bereikt, bleef de NRA als enige organisatie zijn subsidie behouden. De NRA heeft zich tot in de twintiger tot dertiger jaren van de twintigste eeuw min of meer beperkt tot de eerder genoemde doelstelling. Daarna vond geleidelijk aan een kanteling plaats in en rondom de NRA en kleinere, verwante organisaties.4 De grondreden was dat de federale overheid, na moordaanslagen op de burgemeester van New York en op de presidents-kandidaat Franklin Roosevelt, probeerde de controle over het vuurwapen op te voeren.

 

De strijd tussen voor- en tegenstanders van gun control wordt tot in onze dagen voortgezet. De NRA en zeker de harde kern van de NRA heeft zich ontwikkeld tot een politieke pressiegroep van formaat. Inhoudelijk, zo wordt ook wel door leden van de NRA toegegeven, is er sprake van een welhaast sektarische geloofsgemeenschap, die tegen fundamentalistische opvattingen en lobby- en pressiegewoonten aanleunt, ook politiek.

De NRA beroept zich in haar opstelling op het Tweede Amendement uit de grondwet, dat als volgt luidt:

“A well regulated militia, being necessary to the security of a free state, the right of the people to keep and bear arms shall not be infringed”. Althans, men beroept zich op “The right of the people to keep and bear arms shall not be infringed”, met consistent weglaten van het eerste deel van dit amendement.

 

De NRA is er tot het eind van de twintigste eeuw in geslaagd, om ondanks veel weerwerk onder andere van politiezijde, de ruimte voor vrijwel ongecontroleerde aanschaf en bezit van vuurwapens open te houden, ook toen de wapen- en munitieontwikkeling steeds meer grenzen overschreed. Het machinegeweerverbod werd uitgehold door technische vooruitgang, kalibervergroting maakte politiebescherming met kogelvrije vesten tot een aanfluiting. Cop-killers kwamen in de handel. Geluidsdempers, patroonhulsloze munitie en raketmunitie, al het denkbare werd ontwikkeld en verhandeld. Controlepogingen werden en worden op slimme wijze ontlopen en ontkracht. Geleidelijk aan groeit de weerstand tegen deze gang van zaken. Er wordt nog steeds een taaie strijd gevoerd.

 

De NRA kalft echter langzamerhand in getal en macht af. Het is tekenend dat het steeds moeilijker is om ledenaantallen op internet op te sporen. Googelen van gegevens levert wel zicht op klaarstaande netwerken binnen de NRA, die geactiveerd worden wanneer lobby- en pressieactiviteiten nodig zijn. De strijders voor het behoud van de gun culturerechten zijn vooral op het conservatievere platteland te vinden en onder het blanke en gelovige protestantse volksdeel. Ze onderscheiden zich door een gemiddeld groter wantrouwen in de federale overheid, in wetenschappers en in de stadse liberals en hun ideeën. Ook aan de terugloop van het aantal huishoudens met vuurwapens, van 50% in de zeventiger jaren tot 40% nu, valt de afnemende invloed van de gun lobby af te lezen.5 Wel slaagt men er nog steeds in, nu onder de wetenschappelijk opvallend bevooroordeelde Bush-regering6 de rol van Small arms en medisch- en sociaal wetenschappelijk onderzoek tegen te werken, weg te manipuleren, te vertragen. Op de site van het National Center for Injury Prevention and Control is al enige tijd geen trefwoord te vinden betreffende (vuur)wapens. Eerder onderzoek leidde tot de conclusie dat handwapens een gevaar zijn voor de volksgezondheid.7 Voorts blijken vuurwapens in huis tientallen keren zoveel slachtoffers te maken onder familie, vrienden en bekenden dan onder inbrekers en andere kwaadwillenden. Nog steeds is de bevolking van de Verenigde Staten een van de ‘best’ bewapende in de wereld en dat zeer ten koste van de volksgezondheid.8 De beschikbaarheid van wapens leidt tot het gebruik ervan, in huis, op het werk of in onderwijsinstituten, zoals in april op de universiteit Virginia Tech.

 

Conclusies

1. De Amerikaanse gun culture is gebaseerd op oude mythen, die betrekking hebben op de gang van zaken rond het vuurwapengebruik op het Noord-Amerikaanse continent sinds de binnenkomst van de kolonisten uit Europa.

2. De dragers van de gun culture houden een situatie in stand die schadelijk is voor de volksgezondheid.

3. De NVMP heeft terecht het hoofdstuk ‘kleine wapens’ op haar agenda gezet.

4. De Regiogroep Noord van de NVMP beveelt verdere studie van het onderwerp ‘kleine wapens’ en daaruit voortkomende, goed onderbouwde actie aan.