Over de vermenging van ecologische problemen en vredesvraagstukken

 

 

Milieu is een belangrijk thema maar het blijft mijn overtuiging dat een dergelijke onderwerp niet vermengd moet worden met vredesvraagstukken. De vredesbeweging heeft eigen doelstellingen. Functioneren als een onderafdeling van een of andere milieubeweging verzwakt haar mogelijkheden.  Alhoewel het hier gaat om een persoonlijke mening die waarschijnlijk niet door de meerderheid wordt gedeeld, vind ik het toch verantwoord de argumentatie tegen vermenging van beide aan bod te laten komen. Hier enkele redenen.

 

Onduidelijke argumentatie

De discussie, zoals die tegen de nucleaire elektriciteitscentrales wordt gevoerd, is weinig wetenschappelijk en zou zeker voor artsen op een ander niveau moeten worden gevoerd. Het risico van kernenergie is de ioniserende straling. De effecten van ioniserende straling zijn stochastische (mutagene, carcinogene, teratogene) en deterministische (o.a.staar, huidaandoeningen) effecten. De ernst van de deterministische effecten is afhankelijk van de dosis. Ook de mate (niet de ernst) van stochastische effecten is afhankelijk van de dosis. In de discussies komt het begrip ioniserende straling nauwelijks ter sprake. Men spreekt over gevaar zonder verdere omschrijving. Het heeft wat overeenkomst met de campagnes in vroegere eeuwen tegen tovenarij. De auteurs beperken zich tot uitspraken als gevaarlijk en ongepast zonder op etiologie en dosis in te gaan. Zij vermelden niet dat alles in zekere mate radioactief is. Enkel de dosis verschilt. De Ardennen zijn meer actief dan de Maasvlakte. Daarom zijn de Ardennen nog niet ongezond. Andere plaatsen op aarde kennen een nog grotere activiteit. Indien restafval in Nederland dezelfde straling uitzendt als de omgeving dan is dit lager dan in de Ardennen. Een grote tekortkoming is zeker het feit dat niet wordt ingegaan op het verschil tussen risico (risk) en gevaar (hazard). Het is het basisprincipe bij elk veiligheidsonderzoek. Ook is verre van duidelijk waarom men zich beperkt tot de productie van elektriciteit. Moeten onderzoeksreactoren ook worden verboden? Medische toepassingen? Meetinstrumenten? Het is te begrijpen dat Greenpeace de zaken vereenvoudigt voor het grote publiek. Maar voor artsen is toch meer wetenschappelijke diepgang aangewezen.

 

Selectieve beperking tot één fysisch risico lijkt manipulatief

De actievoerders suggereren dat de carcinogene werking en vooral de lange halfwaardetijd van het restafval de reden is voor hun pleidooi voor het afschaffen van nucleaire elektriciteitsproductie. Het is niet duidelijk waarom zij niet over andere toepassingen van ioniserende straling spreken. Nog minder duidelijk is waarom andere agentia met minstens dezelfde werking niet besproken worden. Sommige chemische agentia zijn eveneens carcinogeen. Hun levensduur is nog langer. Een halfwaardetijd is hier nauwelijks van toepassing. Dit restafval wordt daarom onder gecontroleerde omstandigheden onder andere in zoutmijnen opgeslagen. Het risico van mutagenen en carcinogenen in ons voedsel en inademinglucht is reëler dan een uitstoot van ioniserende straling bij een nucleaire elektriciteitscentrale. Het risico is zelfs groter omdat het risico bij chemische agentia minder gemakkelijk is op te sporen dan bij ioniserende straling. Door selectief één risico als grote boosdoener voor te stellen gaat men al te licht voorbij aan carcinogenen in inademinglucht en voedsel.

 

De vermenging is een verzwakking van de vredesbeweging

 Dit is misschien het belangrijkste punt. Door zich op een lijn te plaatsen met Greenpeace ontstaat een onduidelijke situatie. Greenpeace spreekt over het risico van ongevallen. De vredesbeweging voert actie tegen het bewust doden en verminken van mensen om een doel te bereiken. Indien men de twee door elkaar haalt raakt men verstrikt in tegengestelde doelstellingen. Voor Greenpeace mogen Iran en Noord-Korea geen nucleaire elektriciteitscentrale bouwen. Zij is het hierin eens met de VS ook al zal Greenpeace het niet altijd eens zijn met de middelen die hiervoor gebruikt worden. De vredesbeweging zou echter de elektriciteitsproductie in die landen op dezelfde wijze moeten behandelen als chemische of bacteriologische productie-eenheden. Daarbij is de afstand tussen nucleaire elektriciteit en een atoombom groter dan tussen kunstmeststoffen en springstoffen of kunststoffen en oorlogsgassen.

 

Functioneren als een onderafdeling van Greenpeace

Greenpeace is een machtige ngo met een enorm kapitaal, een zeer goede juridische afdeling en een vrij goede marketing. Als elke grote organisatie tracht zij te blijven verder bestaan en eventueel te groeien. De geschiedenis zal leren wat zij de mensheid heeft bijgebracht. Het is echter verkeerd om de vredesbeweging als een onderafdeling van Greenpeace te laten functioneren en hun voornaamste doelstelling (afschaffen van nucleaire elektriciteitsproductie) als  belangrijkste doelstelling voor de vredesbeweging over te nemen. Op het eerste zicht lijken de streefdoelen van Greenpeace en de vredesbewegingen overeen te komen: het zich inzetten voor een betere wereld. Toch is er een verschil in ontstaan en werking. 

 

Denken over oorlog en de preventie ervan heeft waarschijnlijk altijd bestaan. Het hoogtepunt van de vredesbeweging was op het einde van de 19e eeuw. Maar ook de Terug naar de Natuurbeweging van Greenpeace is oud. Zij loopt van  Franciscus van Assisi over J.J Rousseau tot de huidige situatie. Gegroeid uit een anti-establishmentbeweging in de zeventiger jaren bestaat zij thans als een soort religie steunend op een invloedrijke minderheid die vooral succes heeft door de eenvoud van haar boodschap. Het Precautionary Principle wordt hierbij in één richting gebruikt zonder in te gaan op de gevaren die dreigen indien men de technische ontwikkelingen belet. Het wordt haast onethisch indien men ontwikkelingslanden wil dwingen inefficiënte energiebronnen te gebruiken. Koelkasten en hygiënische voedselbereiding zijn voor die landen uiterst belangrijk. Mogen wij westerlingen landen als China het recht ontzeggen nucleaire energie te gebruiken? Op dit ogenblik lijden miljoenen Chinezen aan fluorose als gevolg van het gebruik van steenkool in slecht geventileerde woningen. Indien nucleaire electriciteit slechts de helft van hen zou kunnen helpen dan gaat het nog om enorme aantallen. Onwillekeurig herhaalt zich de geschiedenis van het verbod op DDT en de noodlottige gevolgen voor de preventie van malaria.

 

De vredesbeweging moet onafhankelijk blijven

Wil de vredesbeweging efficiënt werken dan moet zij haar eigen standpunten verdedigen, gebaseerd op ervaring en kennis van het verleden. In Rusland, China en sommige islamitische landen begint men bepaalde ngo’s met wantrouwen te bekijken omdat zij lijken in dienst te staan van de VS. Deze ngo’s spreken vrij selectief over mensenrechten, klimaat, enz. en lijken er vooral op uit te zijn de machtsbasis van de plaatselijke regimes te ondergraven. Het is hier niet de plaats om op deze polemiek in te gaan. Maar een verstrengeling van de vredesbeweging met andere ngo’s ondergraaft  haar geloofwaardigheid en mogelijkheden. Samenwerking met andere ngo’s moet zeker mogelijk blijven indien doelstelling en middelen voldoende overeenkomst vertonen. Maar met de strijd tegen elektriciteitscentrales op basis van kernsplitsing is dat niet het geval.