Hernieuwde oproep van artsen: schaf nucleaire wapens af en voorkóm oorlog

 

Ron McCoy

 

De mensheid werd 61 jaar geleden een nucleair tijdperk binnen geslingerd, toen twee atoombommen de steden Hiroshima en Nagasaki in enkele seconden deden verdwijnen. Deze oorlogsmisdaad bleef onbestraft en het luidde een cyclus in van toekomstige schendingen van internationale rechten van de mens. Het was een absolute uiting van twintigste-eeuwse barbaarsheid. Sindsdien leeft de wereld met de constante dreiging van een nucleaire oorlog. Tijdens de Koude Oorlog zette dominant militair gedachtengoed aan beide kanten van de ideologische tegenpolen de doctrine van nucleaire afschrikking in werking en gokte met het menselijk overleven in een nucleaire wapenwedloop, die 70.000 kernkoppen voortbracht.

 

In 1980, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, richtten de charismatische Bernard Lown en Evgeini Chazov de IPPNW op. Zij zagen in dat het hun morele plicht als arts was om duidelijk te maken dat de nucleaire wapenwedloop een onvoorziene bedreiging was voor wereldgezondheid en de menselijke beschaving. Als twee wrede atoombommen in enkele seconden twee steden konden verwoesten, dan zouden duizenden thermonucleaire koppen de mensheid in een middag kunnen uitroeien. De boodschap was eenvoudig en duidelijk: Schaf atoomwapens af voordat zij de mensheid afschaffen.

 

Zowel president Gorbatsjov als president Reagan begrepen de boodschap en spraken op hun eerste ontmoeting in oktober 1985 af: “Een atoomoorlog kan niet kan gewonnen worden en moet nooit gevoerd worden.” Maar velen in de atoomwapen-elite, met name in het Westen, zagen het als een vrome stelling zonder enige betekenis. De geschiedenis heeft uitgewezen dat zij correct waren in hun oordeel.

 

Nucleaire gevaren

Het einde van de Koude Oorlog slaagde er niet in om het nucleaire beleid te veranderen of om de uitbanning van nucleaire wapens in beweging te zetten. In plaats daarvan zijn niet alleen de atoomdoctrines van de Koude Oorlog opgenomen in de huidige veiligheidspolitiek van de atoomstaten, maar verschijnt er nieuw en misschien gevaarlijker atoombeleid. De dreiging van een ‘totale vernietigings’-atoomoorlog is afgenomen, maar we lopen nog steeds het gevaar van een atoomoorlog door een ongeluk of misrekening. Van een restant van 27.000 kernkoppen zijn er 12.000 operationeel en 5.000 staan nog steeds op scherp.

 

Zolang de Verenigde Staten en Rusland het beleid volhouden van lanceren bij waarschuwing, lopen zij het risico van het reageren op vals alarm, veroorzaakt door menselijk falen of een slecht functionerend waarschuwingssysteem. Eenmaal gelanceerd kan een met een atoombom geladen intercontinentaal ballistisch projectiel niet meer teruggeroepen of geneutraliseerd worden. Slechts het ontmantelen van kernwapens zal dat risico kunnen afwenden.

 

Uit de patstelling in de nucleaire ontwapening en de militaire en nucleaire politiek van de kernwapenstaten komen nieuwe nucleaire gevaren voort. Met name de Verenigde Staten zijn expliciet over hun nieuwe beleid, uiteengezet in hun Nuclear Posture Review en Nationale Veiligheidsstrategie. We zien voortdurende nucleaire hypocrisie en dubbele standaarden en nieuwe bedreigingen in de militarisering van diplomatie, unilateralisme, bezetting, nieuwe atoomkernkoppen, nieuwe nucleaire missies en vaardigheden, nucleaire dreigementen jegens niet-kernwapenstaten en plannen om nucleaire testen te hervatten. Nucleaire afschrikking is een gevaarlijke illusie, maar een nog gevaarlijker illusie is het gebruik van atoomwapens op het slagveld. Alleen China verwerpt ‘eerste gebruik’, houdt vast aan een beleid van afschrikking en zweert het gebruik van kernwapens tegen niet-kernwapenstaten af, maar, net als andere kernwapenstaten, gaat het door met het moderniseren van zijn nucleaire wapenarsenaal.

 

De opkomst van het internationale terrorisme wordt misbruikt om de dreiging van beperkte nucleaire aanvallen te rationaliseren en te rechtvaardigen. Dit heeft als doel om de zogenaamde ‘schurkenstaten’ die chemisch en/of biologische wapens hebben of kernwapens ambiëren af te schrikken, uit voorzorg te bezetten of om op dreigementen of aanvallen te reageren.

 

De Commissie Blix heeft kernwapens gestigmatiseerd als terreurwapens. Daardoor zou men elke staat gewapend met of dreigend met het gebruik van atoomwapens logischerwijs moeten kwalificeren als terroristenstaat. Dat brengt het aantal op acht of negen nucleaire terroristenstaten, waarvan er één zich heeft gewijd aan de war against terror.

 

Al 26 jaar lang heeft IPPNW de immoraliteit, inhumaniteit en de illegaliteit van kernwapens veroordeeld en is voorstander geweest van afschaffing. Er zijn praktische wegenkaarten die leiden naar nul kernwapens, maar de kernwapenstaten blijven onontvankelijk en berouwloos. Als de overheersende nucleaire macht fungeren de Verenigde Staten als de spelbreker en moeten zij de zware verantwoordelijkheid voor deze stand van zaken accepteren.

 

Maar waarom heeft het Amerikaans leiderschap ons in de steek gelaten? Waar zijn de verheffende idealen en de principes van de grondleggers van een eens gerespecteerde en grote natie? Waarom denkt de Amerikaanse politieke elite nog steeds dat kernwapens zorgen voor veiligheid, prestige en macht wanneer zij zelfs geen bescherming bieden tegen terroristen? Zijn kernwapens noodzakelijk om de status-quo te behouden van politieke, economische en culturele overheersing als deel van het project van het Amerikaanse Rijk? Is het omdat kernwapens nu eenmaal zijn uitgevonden en dat daarom afschaffing niet voldoende kan worden geverifieerd om verraad te voorkomen? Waarom is er geen onweerstaanbaar publieke druk binnen de Verenigde Staten en in de rest van de wereld om het Amerikaanse nucleaire beleid te veranderen? Alleen het Amerikaanse volk en haar vrienden en partners zijn het beste in staat om verandering teweeg te brengen – en we moeten hen ervan overtuigen dat afschaffing wenselijk is en haalbaar.

 

Obstakels naar afschaffing

Voorstanders van nucleaire afschaffing staan voor twee uitdagingen.

De eerste is om iedereen bewust te maken van de omvang en zwaarte van de nucleaire dreiging. De tweede is om regeringen en publiek te overtuigen dat nucleaire afschaffing mogelijk is, zoals het mogelijk was om

slavernij en apartheid af te schaffen. Onwetendheid is erg genoeg, maar nog lastiger zijn traagheid en het gebrek aan politieke wil, ingegeven door wanhoop, ontkenning of een gevoel van onkunde.

 

Vooruitstrevende ontwapening die tot afschaffing leidt is een dringende kwestie. De weg naar afschaffing is geplaveid met psychologische barrières, politieke obstakels en gebroken beloftes. Onwrikbare politieke militaire gedachtengangen zijn nog steeds besmet met verouderde ideeën van nationale veiligheid. Nucleaire beleidsmakers lijken het kardinale, logische argument tegen nucleaire afschrikmiddelen niet te begrijpen, namelijk dat atoomwapens alleen slagen in een foutloze en rationele  wereld en daarom uiteindelijk zal falen in de echte wereld. Ze zijn de lessen van de Cubaanse rakettencrisis vergeten.

 

Het gefaalde NPV-proces

Het Nucleaire Non-Proliferatieverdrag (NPV) is de enige wettelijk bindende internationale overeenkomst over nucleaire non-proliferatie en nucleaire ontwapening. In dit verdrag deden niet-kernwapenstaten afstand van kernwapens en werd hen toegang beloofd tot vreedzaam gebruik van kernenergie en in ruil daarvoor zouden kernwapenstaten hun nucleaire arsenalen opgeven. Dus, waarom heeft het NPV gefaald? De kernwapenstaten hebben hun ontwapenings- verplichtingen verzaakt en dit heeft nucleaire proliferatie gestimuleerd met als resultaat een van de grootste bedreigingen voor de menselijke veiligheid. De nucleaire club is nu ge-groeid naar acht, mogelijk negen leden. Hoe groter het ledenaantal, hoe groter het gevaar van een kernoorlog en nucleair terrorisme. We hebben een keuze: nucleaire afschaffing of nucleaire proliferatie?

 

Een andere impuls tot nucleaire proliferatie is de beschikbaarheid van kernwapen-technologie op de zwarte markt en opgewerkte splijtstof van kerncentrales geschikt gemaakt voor de wapenindustrie. Om de toegang tot nucleaire splijtstof te stoppen moet het Fissile Materials Cut-off Treaty (FMCT), waarover lang is onderhandeld, direct in werking worden gezet en moet het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) stoppen met het promoten van kernenergie. Kernenergie is niet de oplossing voor de opwarming van de aarde en de klimaatsverandering. Elke kernreactor is een potentiele bommenfabriek en er is geen veilige oplossing voor het radioactieve afval dat duizenden jaren actief blijft. Op de lange termijn zal kernenergie afgeschaft moeten worden om veiligheids- en milieuredenen.

 

Het 36-jarig NPV is tot een voorspelbaar diplomatieke klucht verworden. De geschiedenis van de NPV-onderhandelingen zit vol met voorbeelden van beperkte nationale belangen die boven bredere mondiale verantwoordelijkheden uitstijgen. Het is, op z’n best, een nucleair spelletje dat de hoofdprijs verdient, niet meer en niet minder. Het NPV verkeert in een staat van zelfopgelegde verlamming en is aan het verdrinken in een zee van ongeloof.

 

Sinds 1970 zijn er elke vijf jaar NPT Review Conferences geweest. Op die van 1995 werd de onbeperkte voortzetting van het NPV verzekerd in een nieuwe poging van de kernwapenstaten om te voldoen aan artikel VI. De Review Conference in 2000 eindigde met een afspraak van alle staten om 13 praktische stappen in te voeren naar systematische en progressieve kernontwapening, waaronder ‘een ondubbelzinnig plan van de kernwapenstaten om totale eliminatie te bereiken van hun nucleaire arsenalen’.

 

Bij de 7e Review Conference in 2005, deed de regering Bush geen poging om mee te doen met constructieve onderhandelingen en verpestte de conferentie bijna op z’n eentje door te weigeren de afspraken gemaakt bij de conferenties van 1995 en 2000 te accepteren. Het was een ongelooflijke vertoning van arrogantie en pure macht. Van alle kernwapenstaten is de Amerikaanse regering het grootste obstakel naar een kernwapenvrije wereld.

 

Physicians for Social Responsibility (PSR), de Amerikaanse tak van de IPPNW, heeft de eenvoudige verantwoordelijkheid om zich bezig te houden met de Amerikaanse bevolking, de publieke opinie te mobiliseren en om nucleaire afschaffing tot een verkiezingsonderwerp te maken.

 

Internationale Campagne voor Afschaffing Kernwapens (ICAN)

Het falen van de Review Conference in 2005 liet duidelijk de onderliggende obstakels zien en de weerbarstige politieke realiteit van het nucleaire ontwapeningsproces. De regeringen van de kernwapenstaten zullen zich niet schikken naar hun verplichtingen tot ontwapening, tenzij ze daartoe gedwongen worden door hun electoraten. Er is veel tijd en energie gestoken in het NPV proces, maar nu is het tijd om buiten de NPV context te kijken en andere wegen naar afschaffing te onderzoeken.

Een mogelijke aanpak, een weg parallel aan, maar buiten het gefaalde NPV- proces om, zou zijn langs de lijnen van het ‘Ottawa-proces’ over landmijnen, dat liet zien dat samenwerking tussen de overheid, gelijk- gestemde regeringen van kleine en middelgrote landen, internationale organisaties en de Verenigde Naties, de kracht hadden om het wereldprobleem van anti-persoons landmijnen te herstellen en om het Landmine Ban Treaty (verdrag om landmijnen af te schaffen) veilig te stellen.

 

IPPNW lanceert daarom een International Campaign to Abolish Nuclear Weapons (ICAN), wat een veelzijdige, mondiale, grassroots-campagne zal zijn voor een Kernwapenconventie. Het idee is dat, door het vergaren van de steun van individuen, burgergroeperingen, parlementariërs, burgemeesters, en andere burgerleiders, ICAN een mondiaal appèl zal genereren, die een taboe zal creëren rondom kernwapens en een onweerstaanbare massabeweging die de kernwapenstaten zal dwingen om zich onherroepelijk te binden aan progressieve ontwapening en de afschaffing van kernwapens door middel van een Kernwapen- conventie in het jaar 2020.

 

Het verschil tussen afschaffing en ontwapening is dat terwijl ontwapening primair een technisch proces is van het ontmantelen en het vernietigen van kernwapens, afschaffing een normatief proces is, dat niet alleen ontwapening omvat, maar ook de ontwikkeling, productie, transport, het gebruik van en het dreigen met kernwapens verbiedt. Met andere woorden, nucleaire afschaffing behelst zowel de verplichting tot non-proliferatie als de technische aspecten van ontwapening.

 

Al aardig wat denkwerk is verricht op de Model Nuclear Weapons Convention, dat de kern zal vormen van de campagne. De MNWC, die werd ingediend bij de Verenigde Naties in 1997, verduidelijkt de wettelijke, technische en politieke eisen voor het bereiken en behouden van een kernwapenvrije wereld, uitvoerbaar gemaakt door vooruitgangen in de technische controle en het naleven van de afspraken. Alhoewel het misschien niet alle vragen beantwoordt in het debat over nucleaire afschaffing, laat de Model Nuclear Weapons Convention zien dat afschaffing een praktisch en haalbaar doel is en dat zulke vragen beantwoord kunnen worden terwijl de onderhandelingen gaande zijn.

 

Elementen van ICAN zullen zijn:

* Terugkeren naar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) voor een tweede advies over of de kernwapenstaten zich houden aan hun wettelijke verplichtingen om in goed vertrouwen nucleaire ontwapening na te streven.

 

* Het vormen en onderhouden van een wederzijds afhankelijke, lokale en mondiale politieke achterban voor een Nuclear Weapons Convention (NWC) bij burgemeesters, parlementariërs en andere niveaus van gekozen functionarissen.

 

* Het onderzoeken van de mogelijkheden om bestaande Kernwapenvrije Zones te gebruiken als basis voor de Nuclear Weapons Convention.

 

* Samenwerking met de Middle Powers Initiative (MPI),  de New Agenda Coalition (NAC) en de kernwapenvrije staten van het NPV om een brug te slaan tussen de burgercampagne en de ‘officiële’ ontwapeningsraamwerken.

 

* Het opsporen van en lobbyen bij tenminste één kernwapenstaat om van zijn nucleaire verslaving af te komen en zich vroegtijdig en onvoorwaardelijk te verbinden aan het proces tot afschaffing.

 

* Samenwerking met de Europese afdelingen van IPPNW, met name die in de NAVO-landen, om campagne te voeren voor een verandering in het nucleaire beleid van de NAVO en de terugtrekking van Amerikaanse tactische kernwapens in Europa.

 

* Samenwerking met Medact en andere ontwapeningsgroepen aan de kwestie van het plan van Groot-Brittannië om haar Trident onderzeeboten te vervangen door een nieuw strategisch kernwapensysteem.

 

Het is altijd een uitdaging geweest om de kernwapenstaten aansprakelijk te houden voor internationale wettelijke en verdragsverplichtingen. De NPV-PrepCom in 2007 zal een mogelijkheid zijn om een bijgewerkt beleidsplan van de Nuclear Weapons Convention te lanceren en een impuls te geven voor het ‘anti-afschrikken’, een Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT) en een Fissile Materials

Cut-off Treaty (FMCT). ICAN moet de huidige apathie overwinnen en de lokale en wereldlijke publieke opinie ontvankelijk maken. Bovenal zal het veranderen van de publieke opinie in kernwapenstaten absoluut cruciaal zijn voor het succes van de campagne. ICAN moet zich richten op de jongere generaties op scholen, hogescholen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen. De wereld moet wakker geschud worden, voordat hij slaapwandelt naar een nucleaire catastrofe.

 

Conclusie

We leven in een wereld van ongelijke naties, waarvan sommige een claim hebben gelegd op het monopolie op het gebruik van de macht om nationale belangen te beschermen en veilig te stellen. Veiligheid is omschreven in militaire termen en dilemma’s komen vaak voort uit de onvoorspelbaarheid van de bedoelingen van een staat. Hier komen hegemonieën uit voort en militaire allianties worden gevormd om veiligheid te bereiken in een niet-nucleaire omgeving.

 

Militarisme is alomtegenwoordig en dit weerspiegelt zich in ’s werelds militaire uitgaven, die oplopen tot het niveau van de Koude Oorlog. De top-5-verspillers zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Japan en China. Enorme Amerikaanse uitgaven aan haar war against terror heeft de mondiale militaire uitgaven opgevoerd tot boven de 1 biljoen dollar, volgens het SIPRI. Amerikaanse militaire uitgaven lopen op tot de helft van het mondiale getal en meer dan het totaal van de 32 daaropvolgende machtigste staten.

 

Terwijl de war against terror zich ontplooit en de invasie en bezetting van Afghanistan en Irak een rekruteeroefening wordt voor moslimterroristen, is het duidelijk dat wereldwijde veiligheid niet langer alleen door militaire kracht kan worden behouden en dat het lot van Irak enkele niet-kernwapenstaten heeft overtuigd hun nucleaire opties te herzien.

 

De wereld van vandaag loopt tegen de grenzen aan van wat het milieu dragen kan. De dominante macht in deze wereld is een energieafhankelijke, geindustrialiseerde, kapitalistische, materialistische westerse elitemaatschappij, die erop gericht is om de ongelijke status-quo door politieke, economische en culturele overheersing te behouden, steunend op militaire macht. Kernwapens zijn slechts een facet van dit twijfelachtige paradigma. Ik denk dat dit gedeeltelijk verklaart waarom pogingen om kernwapens afzonderlijk af te schaffen hebben gefaald.

De diagnose van Bernard Lown van de wereldwijde ziekte wijst naar het Noord-Zuid geschil als de ‘basis dynamiek’ achter militarisme en nucleairisme. Door de sociale ongelijkheden en het structurele geweld achter de onrechtvaardige economische globalisering en de internationale instituten als het Internationaal Monetaire Fonds te doorgronden, zal IPPNW  de oorzaken van militarisme en oorlog beter begrijpen.

 

Het herstructureren van de wereldeconomie en het streven de wereld ecologisch duurzaam te maken, het herdefiniëren van wereldveiligheid in termen van duurzame menselijke veiligheid, het bewerkstelligen van gelijkheid, rechtvaardigheid en wettelijke regels en het geweldloos oplossen van conflicten zijn allemaal noodzakelijke menselijke uitdagingen, tenminste als de wereld de  kernwapens en oorlog wenst af te schaffen, en als de mensheid wil overleven.

 

Het is tijd dat we een gezamenlijke toekomst leren te smeden uit de fouten van het verleden. De grootste morele uitdaging van onze tijd is de ondenkbare mogelijkheid van zelfvernietiging op mondiale schaal. De grootste prioriteit is om ons te verzekeren van een toekomst.

 

Thematoespraak bij de plenaire

opening van het 17e Wereldcongres van de IPPNW in Helsinki van 7-10 september 2006.