Boekbespreking

 

Certificaat nr. 000358

 

Nucleaire verwoesting in Kazachstan, Oekraïne, Wit-Rusland, de Oeral en Siberië

 

Het feit dat in de westerse wereld weer serieus aan kernenergie gedacht wordt om aan de energiebehoefte in de komende tijd te voldoen, heeft Greenpeace - in samenwerking met Unicef - ertoe gebracht een boek over kernenergie en de rampzalige gevolgen van de aanmaak ervan uit te geven.

 

Het is een grote atlas geworden met mooie foto’s van streek en slachtoffers van Robert Knoth en duidelijke tekst van Antoinette de Jong, die beiden bekend zijn van publicaties en tv-uitzendingen. Zij reisden vanaf 1999 tot 2005 in de in de titel genoemde gebieden en geven een verslag van hun - treurig stemmende - bevindingen.

 

De voorzitter van Greenpeace International, Gerd Leipold schrijft in de inleiding dat dit boekwerk een beeld geeft van “het menselijk lijden in het atoomtijdperk.” Hij verafschuwt het dat enkele landen (bijvoorbeeld China, India en Iran) thans in de zo getroffen gebieden hun kernafval deponeren, waarbij ze gesteund worden door het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), die centrale opslagplaatsen voor kernafval en opwerking voorstaat en bereid is hierop toezicht te houden. Rusland wil graag genoemde activiteiten uitbreiden. “Kernenergie brengt slechts 2% van de wereldvraag naar primaire energie op en is - als men alle kosten mee berekent - heel kostbaar, waardoor de revolutie naar duurzame energie vertraagd wordt. En dit belemmert de zo nodige klimaatverandering.” Dit ook volgens Leipold.

 

In het boek worden de onderdelen van het productieproces van kernenergie in de verschillende genoemde landen beschreven en tevens de gevolgen voor de bevolking.

 

I. Semipalatinsk (Steppe Oost-Kazachstan)

Dit verslag begint met de tot ontploffing gebrachte eerste Russische atoombom. Dat was een belangrijk gebeuren, dat in Semipalatinsk op 29 augustus 1949 plaatsvond. Hierbij was Beria, toenmalige chef van de Russische Geheime Dienst, aanwezig. Hij vroeg aan een aanwezige wetenschapper of deze explosie er net zo uitzag als bij die van de Amerikaanse atoombom. Een begrijpelijke vraag, gezien het feit dat Amerika toen de grote rivaal was en de eerste was die de atoombom bezat en in 1945 toepaste. (Verderop in het boek wordt vermeld dat toen in de twee Japanse steden 120.000 en 75.000 doden vielen en dat een ongeveer even groot aantal mensen de ramp overleefde, maar ziekteverschijnselen kreeg).

 

De stad Semipalatinsk werd het centrum van de uraniumwinning in Kazachstan. Er wordt daar op

honderd verschillende plaatsen uranium gewonnen en men schat dat in dit grote land in totaal 15% van de totale wereldvoorraad uranium te vinden is. Het winnen gaat door het bekloppen van met chemicaliën bewerkte steen. “Ze betaalden er goed geld aan domme mensen”, zegt een vroegere bewoonster van die streek, die nu aan leukemie lijdt en hiervoor al vijftien maal een chemische kuur onderging. Het radioactieve afval werd evenals in andere getroffen gebieden in de rivier geloosd, terwijl in het water geroeid en gevist werd en ermee werd gekookt. In totaal zijn er op zijn minst 468 kernproeven gedaan,waarvan 132 bovengronds. Er komen onder de bevolking veel congenitale afwijkingen voor naast kanker van vrijwel alle organen, kinderloosheid en duidelijke genetische afwijkingen. Ook wordt beschreven dat er grote groepen soldaten als proef naar explosies werden gestuurd, waarna grote aantallen van hen na afloop stierven. Zelfmoord komt ook veelvuldig voor. Nadat de proeven gestaakt waren, constateerde de VN dat zeker de gezondheid van 100.000 mensen was aangetast.

 

II. Kerncentrale ‘Majak’ (Oeral, 70 km ten noorden van de stad Tsjeljabinsk)

Vervolgens wordt de ramp van de kerncentrale Majak uit het jaar 1957 beschreven. Deze kerncentrale was en is het grootste nucleaire complex in Europa. Een opslagtank ontplofte, wat vreselijke gevolgen had. De mensen uit de omgeving werden ziek, wat ‘rivierziekte’ werd genoemd. Het vloeibare radioactieve afval werd in de rivier de Tetsja afgevoerd, de rivier die voor de watervoorziening van de mensen zorgde en ook nu nog de enige watervoorziening vormt. Een klein aantal dorpelingen werd bij de ramp geëvacueerd. De 272.000 mensen die bleven, stonden aan een veel te hoge dosis radioactiviteit bloot. Er werd wel onderzoek verricht, maar men kreeg geen enkele informatie want er werd geheimhouding aan de onderzoekers opgelegd. De tractorbestuurder die op het veld bezig was, zag een grote rode bol aan de hemel. Hij hielp later bij het verwijderen van het radioactieve slib van de Tetsja. Tengevolge van opeenhoping van radioactief strontium 90 werd hij ernstig ziek met botafwijkingen (hij brak zes maal hetzelfde been), waardoor hij kleiner en kreupel werd en een rolstoel is gaan gebruiken. Vele van zijn nakomelingen vertoonden afwijkingen zoals onder andere onvruchtbaarheid.

 

Ook thans nog gaat de atoomcentrale door met onveilige opslag en lozingen in de rivier. Nog steeds worden er in die streek kinderen met afwijkingen geboren. Ook bij dieren kwamen afwijkingen voor (zoals kalveren met twee koppen). De foto’s van dit gebied laten dorre landschappen en verlaten huizen zien. Er zijn weinig toekomstmogelijkheden voor de jeugd in de dorpen in de buurt van de centrale. Jonge mensen trekken daarom liefst weg uit hun dorp om elders een opleiding en emplooi te zoeken. Maar er is ook grote armoede, zó zelfs, dat de door Majak geleverde elektrische stroom - wegens wanbetaling - afgesneden wordt, wat voor de bevolking een ramp betekent. Door geldgebrek kan men ook vaak de voorgeschreven medicijnen niet betalen. En die zijn in deze streek vaak nodig, zegt men, omdat er veel ziektes voorkomen en het aantal gevallen van kanker toeneemt. Er worden processen gevoerd om financiële schadevergoeding te verkrijgen zowel gericht tegen de overheid als tegen de kerncentrale, maar met slechts een enkel en dan nog mager resultaat.

 

III. Tsjernobyl (Oekraïne, dicht bij de grens met Wit-Rusland)

Hier vond in 1986 op 26 april de grote kernexplosie plaats, waarvan zelfs ook nu nog in landen als Saoedi-Arabië, Noord-Ierland en Zweden (blijvende) sporen te vinden zijn. Deze kernramp vond plaats nadat uit Moskou de instructie ontvangen werd - als experiment - de stroom van de koeling van reactor 4 uit te schakelen. Dit om te onderzoeken of het ook zonder die stroom mogelijk zou zijn normaal door te gaan. Het beveiligingssysteem werd eveneens uitgezet. Het gevolg was dat er diezelfde nacht een enorme explosie plaatsvond. Het duizend kilo zware dak vloog er af waardoor een enorme golf radioactief materiaal de lucht in vloog en zich verspreidde over het noordelijk halfrond. Zoals bekend waren de gevolgen catastrofaal voor een groot deel van de toenmalige Sovjet-Unie, terwijl ook in andere Europese landen hogere radioactiviteitsniveau’s geconstateerd werden. Alle daar op dat tijdstip werkende mensen kregen acute stralingsziekte. Slechts één werknemer van reactor 4 overleefde uiteindelijk de ramp, echter met ernstige handicaps. 600.000 mensen zijn als ‘liquidatoren’ ingezet om de gevolgen van de milieuramp te bestrijden. Ze verrichtten alle werkzaamheden die nodig waren als het blussen van de brand, (pas op 6 mei voltooid), het afbreken van dorpen, het evacueren van de bevolking, het afspoelen van daken met chemicaliën, enz, enz. In de Oekraïne is het aantal inwoners van 2.2 miljoen gedaald naar slechts 1.5 miljoen. Daar werden 18.000 km2 landbouwgrond besmet, maar ook 35.000 km2 bos. Het dorp Pripjat ,waar vele werknemers van de centrale woonden, werd grotendeels afgebroken, maar pas na drie dagen. In Wit-Rusland was de schade het grootst. Hier kwam tweederde van de radioactieve neerslag terecht, waardoor bijna een kwart van het grondgebied radioactief besmet is.

 

3.5 miljoen mensen hebben volgens de regering te maken met een twee tot vijf maal te hoge radioactiviteit, voor een deel omdat ze radioactief besmet voedsel gebruiken (zoals uit eigen tuin). In het jaar 2000 is de laatste reactor in Tsjernobyl tenslotte gesloten. Het is nu een desolaat dorp met veel verlaten en begroeide huizen met een enkele bewoonster, die haar dieren en de oude omgeving niet in de steek wil laten. Voor het gehele genoemde gebied zijn, afhankelijk van de geschatte gevaren, zones vastgesteld: Zone 1 is geëvacueerd, in Zone 2 is het niet dwingend advies gegeven te vertrekken, men mag er blijven, maar er zich niet vestigen, in Zone

3 mag men terugkeren of zich gaan vestigen.

 

In Gomel (Wit Rusland) kreeg Anya Pesenko (1990), toen ze vier jaar oud was, epileptische aanvallen, die op een hersentumor bleken te berusten. Ze werd geopereerd, maar werd nooit meer geheel gezond, kon echter wel naar school. In 2000 trad echter een recidief op. Na haar ziekenhuisopname hiervoor bleek ze een slap, krachteloos plantje, dat meestal op bed ligt en ’s nachts vaak verlegd moet worden. Als tegemoetkoming voor de vele - door haar ziekte veroorzaakte - kosten ontvangt ze van de staat financiële ondersteuning via het haar toegekende Certificaat nr 000358 waardoor ze enkele medicijnen, gratis openbaar vervoer en korting op gas en licht kan krijgen. Dit verklaart de titel van dit boek. Anya’s vader komt uit een zwaar besmet dorpje, waar de familie Pesenko vaak op bezoek kwam en dat later afgebroken en onder zand bedolven werd. In een ander nabijgelegen dorp Gobin zijn in de bossen borden geplaatst met de waarschuwing dat de bessen en paddestoelen radioactief besmet zijn. De in die buurt opgehaalde melk wordt – zo nodig – gemengd met andere, schone, melk om tot een acceptabel gehalte radioactiviteit te geraken.

 

IV. De gesloten stad Seversk (Tomsk 7 in Siberië)

Ook in deze stad vonden ongelukken plaats en wel tussen 1959 en 1993 in de regio Tomsk-Seversk minstens 37 maal, volgens opgave van de hoogleraar geo-ecologie te Tomsk. Er werd door de overheid wederom geen informatie gegeven, hoewel wel onderzoekers, die allerlei metingen bij de bevolking verrichtten, ter plaatse kwamen. Maar in 1994 moesten koeien worden afgemaakt wegens bloedkanker. Na Majak is de centrale in deze stad de tweede in grootte. Echter de radioactieve besmetting is er nog hoger. De leiding van de centrale berust bij de Siberian Group of Chemical Enterprises (de S.G.C.E.). Hier wordt uranium en plutonium teruggewonnen uit gebruikte reactorbrandstof. De stad Seversk heeft 110.000 inwoners, die vrijwel allen aan de centrale zijn verbonden. Er wordt op grote schaal uraniumhexafluoride uitgevoerd naar vele landen in Europa en naar Chili. De beveiliging wordt nu gefinancierd met Amerikaans geld. Het Global Partnership Plan van de G8 (waaraan ook Nederland deelneemt) betaalt de opschoning van vernietigingswapens (waaronder ook biologische en chemische). Bovendien werken de VS en Rusland samen in het zogenaamde ‘Megatons voor Megawatts’- programma, en dit al sinds begin 1990, waarin bijvoorbeeld kernkoppen tot materiaal voor opwekking van kernenergie worden gerecycled (De G8 werkt zo mee aan de plutoniumindustrie). Al deze activiteiten dienen ook om de bevolking aan werk te helpen, waardoor deze minder geneigd zou zijn tot het verhandelen van kernmateriaal.

 

Met het bestaan van een Russische maffia bestaat namelijk wel degelijk het gevaar van overdracht aan

Al-Qaida. In het verleden is namelijk al vele malen radioactief materiaal gestolen. Maar daarnaast wordt de

veiligheid ook bedreigd door onvoldoende onderhoud, slordigheid betreffende de veiligheidsvoorschriften en corruptie. “Na enkele jaren van correct opvolgen van alle voorschriften, dreigt het gevaar dat deze houding verslapt en men het zo nauw niet meer neemt”, verklaarde een werknemer. Vandaar ook de vele ongelukken. Ook in deze stad wordt radioactief materiaal in de rivier afgevoerd. Een recent uitvoerig beveiligingsplan werd helaas door het centrale gezag uit Moskou afgewezen.

 

V. Nog enkele gesprekken met artsen en andere deskundigen

In Tsjeljabinsk is een museum voor congenitale afwijkingen, het grootste in Rusland. De directeur van deze verzameling deelt mee dat die afwijkende foetussen uit de buurt van Majak komen en veroorzaakt zijn door “slechte omstandigheden in het leefmilieu van het ongeboren kind.” Na de ramp in Tsjernobyl worden in Kiev door de daar werkzame chirurg veel schildklieroperaties gedaan, ook bij kinderen. Er wordt onvoldoende aan preventie gedaan. De vertegenwoordiger van Unicef - Carel de Rooy - geeft in het Nawoord hiervoor een duidelijk advies. De bevolking in de streek van Tsjernobyl daalt sterk in aantal. Vandaar dat er met tekst op borden langs de weg geadviseerd wordt meer kinderen op de wereld te zetten. Maar het is de vraag of dat lukt. Volgens de geïnterviewde arts is ook de reden dat de bevolking niet voldoende groeit het feit dat maar één op de vier pasgeboren kinderen in de Oekraïne gezond is. Op de afdeling Intensive Care liggen - volgens dezelfde arts - kinderen met afwijkingen zoals gespleten gehemelte, hydrocephalus en het ontbreken van een neus of van de oren. In 1985 waren er 200 kinderen met aangeboren afwijkingen, nu zijn dat er 800, wat veroorzaakt is door de steeds nog veel te hoge radioactiviteit.

 

Van de geneticus professor Iljinskich uit Tomsk (Siberië) vernam de schrijfster dat de verhoogde radioactiviteit heel veel afwijkingen aan DNA en chromosomen teweeg brengt. Hierbij zag hij dat een chromosomenpaar in een cirkeltje veranderde. Bij de ramp van 1993 bleek dat tweederde van de bevolking aan een te hoge straling is blootgesteld. Ook werd bekend dat bij autopsieën radioactief plutonium in de longen werd aangetroffen. Bij vergelijking van onderzoeken van Amerikaanse en Russische werkers in de plutoniumindustrie bleek dat de laatsten gemiddeld wel honderd tot duizend maal zoveel plutonium hadden binnen gekregen. Bij 8,5% van de werknemers en bewoners in Seversk, die gevaarlijk werk verrichten, kwamen er 10 maal zo vaak celmutaties voor.

 

Voorlichting van het publiek vindt ook hier niet plaats, ondanks het feit dat er veel onderzoeken worden gedaan. De geneticus zegt dat schade afhangt van de leeftijd van de betrokkenen, dat wil zeggen dat prenatale bestraling de zwaarste beschadiging veroorzaakt. Echter latere generaties vertoonden ook nog weer opnieuw afwijkingen, niet alleen omdat de omgevingsradioactiviteit te hoog is, maar ook omdat er al een genetische beschadiging via de voorouders is ontstaan. Hem werd het werken en publiceren bemoeilijkt, onder andere doordat het Radio-genetisch Instituut, dat in 1968 werd geopend in 1974 al weer gesloten werd en de pers geen artikelen meer van hem opneemt.

 

VI. Nawoord over de gevolgen van kernrampen voor kinderen

Dit hoofdstuk is geschreven door Carel de Rooy die namens Unicef (tweede initiatiefnemer voor het boek) afgevaardigde is in de Russische Federatie en Wit Rusland. Hij vraagt zich af of we in de twintig jaar na Tsjernobyl genoeg geleerd hebben om alle gevaren van kernenergie aan te kunnen. Over de gevaren schrijft hij: Er zijn meer dan 400 kernreactoren op de wereld en ook nog tal van bedrijven voor opslag en verwerking. De belangrijkste radio-isotoop in kerncentrales is jodium, vooral Jodium 131. Zelfs bij kleine hoeveelheden blijft dit Jodium 131 schadelijk omdat het opgeslagen wordt in de schildklier. De ontstane grote hoeveelheid van deze radioactieve stof, leidt tot verlies van schildklierfunctie of zelfs tot kanker. Het grootste ge-vaar ontstaat er voor kinderen onder de 4 jaar, die in 36,4% van de gevallen kans lopen op schildklierkanker. Dit geldt tot een afstand van 500 km van de plaats van het ongeluk.

 

Volgens de WHO zullen in de loop der jaren nog vele gevallen van kanker optreden bij jonge inwoners van de getroffen gebieden. Om te voorkomen dat genoemd Jodium 131 wordt opgenomen geeft men elders de kwetsbare groepen jodiumhoudend zout, waardoor de schildklier nog maar voor 1% besmet jodium op kan nemen. Het surplus wordt door de nieren uitgescheiden. Deze maatregel is door de WHO geaccordeerd omdat deze kanker voorkomt. Ze wordt in vele landen toegepast, maar helaas niet in de bovengenoemde gebieden, behalve in een enkel geval en dan nog te laat. Dit ondanks vele pleidooien van de VN en de WHO. Carel de Rooy schrijft vervolgens dat leven in een gebied met lage radioactiviteit mogelijk is, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals: er moet rekening mee worden gehouden dat de bovenlaag van de grond nog steeds besmet is, evenals wateroppervlaktes. Vissen in meren is dus riskant evenals het eten van aardappelen en groenten, paddestoelen en granen uit besmette gebieden.

 

Melkveehouderij is ook onveilig, maar kippen en varkens kan men wel houden, als het daarvoor nodige voedsel veilig is. Houtindustrie kan worden bevorderd, maar de bast van de boom moet deskundig worden vernietigd. Hij eindigt met de woorden dat standaard toevoegen van jodium aan zout de beste bescherming tegen de gevolgen van kernrampen bij kinderen vormt .

 

Mijn conclusie naar aanleiding van het bovenstaande is onder andere: behalve dat er geen oplossing voor kernafval is, is daarnaast een groot gevaar de onzorgvuldigheid waarmee er met radioactiviteit wordt omgegaan, niet alleen in Rusland, maar ook elders. Zie ook The New Nuclear Danger van Helen Callicott.

 

ISBN 90 5330 492 4, € 45,-