Rapport van de Hessische Stiftung Friedens- und Konfliktforschung

Zur neuen Nukleardoktrin der USA

 

Harald Muller / Stephanie Sohnius

Januari 2006

 

Opdracht

In maart 2005 publiceerde het Pentagon op haar website de nieuwe strategie van de VS ten aanzien van kernwapens. Deze werd uitgewerkt om de rol van kernwapens bij militaire interventies en het veiligheidsbeleid van de Verenigde Staten sinds het einde van de Koude Oorlog tot heden, te verklaren. Tevens diende het als aanbeveling voor de Bondsregering om te tonen hoe met deze strategie om te gaan.

 

Gedurende het Oost-Westconflict bestond de functie van kernwapens uit het bieden van een afschrikking. Er ontstond een taboesituatie: de ongeschreven norm was, dat kernwapens niet ingezet zouden worden. De supermachten bevochten hun conflicten en hun nationale veiligheid niet met deze middelen. In de probleemsituaties in de Derde Wereld dienden zij als ondersteuning voor een der partijen die de conflicten met conventionele middelen uitvochten.

 

Het einde van het Oost-Westconflict versterkte aanvankelijk het taboe op kernwapens. In het Clinton-tijdperk was de dominante wijze van interventie de ‘humanitaire interventie’ en de peacekeaping via de Verenigde Naties. Deze zorgden ervoor dat gedachten aan inzet van kernwapens niet opkwamen. Pas na de toenemende discussie over het begrip schurkenstaten en terrorisme laaide de gedachte aan de mogelijke inzet van kernwapens weer op. Bij de voorbereiding van de eerste oorlog in Irak in 1991 heeft de regering van George W. Bush gerichte en concrete plannen gemaakt, maar de daadwerkelijke inzet van nucleaire wapens niet echt aangedurfd.

 

Na 11 september 2001 werd de strijd tegen terrorisme en schurkenstaten als surrogaat gebruikt voor de sinds 1990 obsoleet geraakte strategie van Containment (wederzijds geaccepteerd evenwicht tussen de grootmachten). In de National Security Strategy van 2002 werd een preventief aanvalsplan tegen de nieuwe gevaren naar voren geschoven, en het afschrikkingsevenwicht naar de achtergrond gedirigeerd. In dit kader werd ook een eenzijdig pre-emptieve militaire interventie als mogelijkheid bepleit.

De oorlog in Afghanistan in 2001 gold als een vergelding voor de aanslag op de Verenigde Staten in dat jaar. De interventie in Irak in 2003 gold als de eerste in het kader van de nieuwe preventieve doctrine van de Verenigde Staten. Inzet van kernwapens werd in beide gevallen niet in de overwegingen betrokken. Een aanpassing van de nucleaire doctrine werd echter wel noodzakelijk geacht. De grondslagen hiervoor werden al bij het aantreden van de regering Bush door het ministerie van Defensie van de VS gelegd door middel van een reeks documenten. In maart 2005 stelde het Pentagon hieruit een ontwerp op voor een nieuwe nucleaire doctrine. Dit ontwerp beschrijft in detail de rol van kernwapens in de militaire strategie, de bevelsstructuur en de regels voor de inzet van kernwapens. Het plan omvat verder de mogelijke doelwitten bij de tactische inzet van kernwapens, als reactie op massavernietigingaanvallen en als verdediging tegen een terroristische aanval met massavernietigingswapens op de VS.

 

Andere scenario’s betreffen de ondersteuning door middel van kernwapens van conventionele militaire interventies, als garantie voor een succesvolle interventie door Amerikaanse of multilaterale strijdkrachten. Maar ook de inzet van kernwapens ter afschrikking van vijandelijk gebruik van massavernietigingswapens bij een pre-emptieve oorlog is denkbaar. Aan de politieke leiders dienen voor alle mogelijke eventualiteiten, dus niet alleen in het geval van waarschijnlijke en duidelijke situaties van inzet van kernwapens, nucleaire opties ter beschikking te staan. Kernwapens gaan in veel meer conflicten een rol spelen. Gemikt wordt op een vloeiende, naadloze overgang tussen het gebruik van conventionele en kernwapens. Het denken over kernwapens wordt daarmee conventioneel gemaakt, en het taboe op kernwapens komt daarmee in gevaar.

 

De nieuwe rol van kernwapens staat haaks op het volkerenrecht. De politieke gevolgen van de nieuwe kernwapendoctrine zijn een ondergraving van de internationale pogingen tot beperking van kernwapens in het algemeen en een concreet negeren van de in 2000 door de kernwapenstaten afgesproken belofte de inzet van kernwapens bij militaire operaties verder af te zwakken. Als de grootste supermacht zich niet aan deze belofte gebonden acht, zal dit op de gehele internationale verdragsgemeenschap invloed hebben. De uitdrukkelijke aanduiding van de bruikbaarheid van kernwapens bij conventionele oorlogsvoering geeft aan andere staten verdere aanleiding tot de aanschaf van massavernietigingswapens. De daardoor ontstane risico’s kunnen voor de Verenigde Staten aanleiding vormen haar hegemonie op het gebied van de militaire macht verder te versterken. Hierdoor ontstaat een duivelse kringloop, die de stabiliteit in de wereld bedreigt.

 

Op ogenblik zorgt alleen het congres van de Verenigde Staten voor enige tegenwind. Deze heeft er voor gezorgd dat het Pentagon het ontwerp heeft ingetrokken, waarbij echter de basisprincipes geaccepteerd blijven. Een krachtige stellingname van de NAVO-partners zou op dit ogenblik een belangrijk signaal kunnen zijn. Immers de nieuwe doctrine gaat uit van de inzet van de in Europa gelegerde troepenmachten van de Verenigde Staten, welke over kernbommen beschikken.Verder is de beoogde inzet van kernwapens bij multilaterale operaties een punt. Beide dienen een punt van discussie binnen de verdragsorganisatie te zijn.

 

Van de Europese landen heeft Duitsland een dubbel belang in deze kwestie: enerzijds vanwege een sterke interesse voor de non-proliferatie, anderzijds vanwege het lidmaatschap van de NAVO. Zowel deelname van Duitse troepen aan een nucleair oorlogvoering, als een vanuit het Duits grondgebied gevoerde oorlog die tegen het volkerenrecht indruist, is onvoorstelbaar. Daarom dient de Bondsregering zich in te spannen voor een binnen NAVO-verband te voeren discussie in de zogenaamde kernwapenplangroep. Het doel van de discussie zou het verbod van kernwapens bij NAVO-operaties buiten het gebied van de verdragsorganisatie dienen te zijn, alsmede het vertrek van in Europa gelegen tactische kernwapens, welke geen bestaand strategisch doel meer dienen.

De in maart 2005 op de homepagina van het Amerikaanse ministerie van Verdediging geplaatste nieuwe doctrine betreffende kernwapens beschrijft gedetailleerd de rol van kernwapens in het kader van strategie, de bevelshiërarchie, en de regels voor de toestemming voor inzet.

Dit plan was in de ogen van het Pentagon nodig wegens de wijzigingen in het Amerikaanse veiligheidsdenken. Het beschrijft in detail, hoe het arsenaal aan VS-kernwapens ingezet kan worden in het kader van de nieuwe veiligheidsstrategie en hoe het daarvan onderdeel uitmaakt. De National Security Strategy (NSS, september 2002, herzien in 2006) ziet de wezenlijke bedreiging van de VS in de zogenaamde ‘schurkenstaten’, het internationale terrorisme, en de samenwerking tussen deze. Als grootste risico zien zij de aanval met massavernietigingswapens op de VS en haar bondgenoten, met als meest waarschijnlijke middel de inzet van ballistische raketten. Dit zou het geval kunnen zijn wanneer ‘schurkenstaten’ over deze middelen beschikken, en deze aan terroristen ter beschikking stellen. Met dit scenario rechtvaardigt de National Security Strategy een stellingname welke rechtstreeks indruist tegen het volkerenrecht. De drie onderdelen ervan, preventieve acties tegen massavernietigingswapens, tegen terroristische broeinesten en tegen gevaarlijke totalitaire regeringen, maken deel uit van een actieve interventiepolitiek.

 

Wat is de rol van kernwapens in deze strategie? Het betreft inzet van kernwapens buiten de eigen landsgrenzen van de VS en haar bondgenoten in Europa. Het gaat eveneens om de inzet in het kader van ‘humanitaire interventies’ of ‘geforceerde peacekeeping’. Is de inzet van kernwapens bij dergelijke interventies denkbaar? Welke doelen en doelstellingen worden beoogd? Welke invloed hebben de plannen op het kernwapenprogramma? Met welke politieke consequenties moet rekening gehouden worden, ook als het niet tot daadwerkelijk gebruik komt?

 

De antwoorden op deze vragen moeten gezocht worden in de context van de Amerikaanse interventiepolitiek, zoals deze tot op heden gevoerd is. De huidige plannen van de regering Bush dienen begrepen te worden vanuit deze politiek. Daarbij wordt alleen de samenhang tussen de militaire interventies en de inzet van kernwapens belicht. De algemene strategie ten aanzien van kernwapens wordt niet verder belicht, tenzij dit voor deze interventiepolitiek van belang is.

Daarvoor wordt eerst de Koude Oorlog belicht, waarbij de Verenigde Staten uitsluitend de indamming van de Sovjet-Unie–invloed nastreefde. Centraal daarbij zijn de Korea-oorlog en de Vietnam-oorlog. In beide is de inzet van kernwapens verworpen. Na de Koude Oorlog was de Golfoorlog van 1991 van bijzonder belang, omdat de Verenigde Staten veronderstelde met een staat te doen te hebben die in het bezit was van massavernietigingswapens. Van belang bij de ontwikkelingen na de Koude Oorlog was de overgang van de regering Clinton naar de regering Bush, en de geleidelijke aantasting van het taboe op het gebruik van kernwapens na deze regeringswisseling. Het aangekondigde optreden van de Verenigde Staten bij conflicten in de regio is daarvan een voorbeeld. De National Security Strategy die onder de regering Bush tot stand kwam, gaf aan welke veranderingen tot stand kwamen. Zij gaf een duidelijk beeld van de rol welke kernwapens bij militaire interventies kunnen spelen.

 

De National Security Strategy wil niet alleen een respons geven op bekende of zeker te verwachten gevaren, maar ook op bedreigingen welke niet tot oorlogshandelingen hoeven te leiden. De Amerikaanse strijdkrachten dienen voor al deze opties nucleaire middelen ter beschikking te hebben om geloofwaardig over te komen en maximale afschrikking te realiseren.

 

De National Security Strategy heeft daartoe niet minder dan zeven scenario’s voor het gebruik van kernwapens opgesteld

* De Verenigde Staten kunnen met kernwapens reageren op een aanval met massavernietigingswapens tegen strijdkrachten van de VS, haar bondgenoten of allianties, of tot de aanval overgaan bij het vermoeden ervan. Het document geeft niet aan hoe een dergelijke dreiging ingeschat kan worden. Verontrustend is eveneens dat hier geen sprake is van onmiskenbare dreiging, maar van het meer vage begrip ‘vermoeden’.

* Bij een daadwerkelijke dreiging met vijandelijke biologische wapens kunnen kernwapens het enige juiste antwoord zijn, om deze aanval af te slaan. Ook dit is door leidende Amerikaanse militairen bestreden, zoals door de commandant van de luchtstrijdkrachten in de eerste Golfoorlog, generaal Horner, en door de voormalige chefstaven van de Amerikaanse nucleaire divisies, Butler en Habgier.

* Vijandelijke installaties die massavernietigingswapens kunnen produceren of opslaan, kunnen met kernwapens bestreden worden. Ook hierop is kritiek gekomen door bovengenoemde generaals.

 

De volgende vier punten hebben geen betrekking meer op massavernietigingswapens

* Kernwapens kunnen ingezet worden om potentieel bedreigende vijandelijke conventionele strijdmachten aan te vallen.

* Kernwapens kunnen ingezet worden om een snelle en gunstige beëindiging van oorlogvoering ten gunste van de Verenigde Staten te bereiken.

* Kernwapens mogen ook gebruikt worden om een succesvol optreden van Amerikaanse troepen voor te bereiden.

* Het laatste scenario betreft het demonstratieve gebruik van kernwapens, om de suprematie van de Verenigde Staten te onderstrepen. Het gaat hier louter om een abstracte, maar wel dreigende en daadwerkelijke mogelijkheid.

Voorafgaande aan de aanval op Hiroshima werd ook een dergelijke mogelijkheid geopperd, het afwerpen van een atoombom op een gebied waarin geen mensen leefden. Deze mogelijkheid werd toen afgewezen met als argument dat de verkeerde indruk zou kunnen ontstaan dat de president van de Verenigde Staten niet bereid zou zijn de vijand aanmerkelijke schade toe te brengen.

Met de laatste vier opties gaat de regering Bush verder dan de onder de regering Clinton uitgewerkte mogelijkheden van inzet van kernwapens tegen massavernietigingswapens.

Weliswaar beweert de Amerikaanse regering dat door deze voorstellen het daadwerkelijk gebruik van kernwapens minder waarschijnlijk is dan daarvoor, maar een nuchtere analyse van de voorstellen doet het tegendeel vrezen: kernwapens worden door de maatregelen tot conventionele wapens gemaakt, en gaan een grotere rol van betekenis spelen dan daarvoor.

 

Het is duidelijk dat dit voor de NAVO-bondgenoten en voor het internationale Non-Proliferatieverdrag binnen de Verenigde Naties grote consequenties heeft. Het taboe op het gebruik van kernwapens, en de volkenrechtelijke bezwaren tegen het gebruik ervan bij niet-kernwapenstaten en in kernwapenvrije zones, lijken eveneens geen stand te houden. Alleen de bezwaren van het Amerikaanse Congres lijken de ontwikkeling van de plannen voor het gebruik van kernwapens bij militaire interventies nog enigszins af te remmen. Althans enkele verder gevorderde plannen werden in januari 2006 weer ingetrokken. De tijd die hiermee gewonnen is kan benut worden om in NAVO-verband een diepgaand debat te voeren. In het verleden waren er enkele situaties waarbij de NAVO-bondgenoten zich met succes verzet hebben tegen de Amerikaanse wensen met betrekking tot kernwapens, zoals de plaatsing in 1989 van kernraketten voor korte afstand in Europa. Het feit dat het Amerikaanse Congres op dit moment een waarschuwend geluid heeft laten horen tegen de National Security Strategy, kan een protest van de NAVO-bondgenoten tegen de National Security Strategy alleen maar aanmoedigen.

 

 

6 september 2006

Verslag van de NVMP vergadering Regio Noord

 

Joop bespreekt het rapport

“Zur neuen Nucleardoktrin der USA van de Hessische Stiftung Friedens- und Konfliktforschung”.

 

Enkele punten uit de (zeer

levendige) discussie

* Het gebruik van nucleaire wapens voor een pre-emptive strike en in

conventionele conflicten komt steeds dichterbij. Informatie daarover is voor iedereen te lezen op de website van het Pentagon.

 

* Voorheen was de ongeschreven norm: niet inzetten. Afschrikking was het doel. Nu wordt in een nieuwe nucleaire doctrine openlijk gesproken over gebruiken, in conflicten waarin de VS de aanvallende partij is.

 

* Clintons tijd was de tijd van humanitaire interventie en peace-keeping, Het aantreden van Bush werd gekenmerkt door aanpassing van de nucleaire doctrine. Heeft Amerika teveel nederlagen geleden? Korea, Vietnam?

 

* Bij de eerste Golfoorlog zijn er wel plannen geweest voor nucleaire inzet, maar dit is nooit uitgevoerd. Bij de introductie van het begrip ‘schurkenstaten’ komt de gedachte aan kernwapens weer opnieuw op.

 

* Niettemin is inzet van kernwapens niet aan de orde geweest in de oorlog in Irak. Dit is logisch als men bedenkt dat de opzet was om Irak te veroveren, dat wil zeggen land en bodemschatten moesten wel bruikbaar blijven. Alleen om de bunkers van Saddam te vernietigen is gedacht aan een klein kernwapen.

 

* In maart 2005 wordt de nieuwe nucleaire doctrine verder aangescherpt. Komt dit doordat de oorlog niet goed verloopt en er behoefte is aan een nieuwe aanpak, of is er weer behoefte aan nieuwe afschrikking? Om Iran te chanteren, of als dreigement in het Palestijns-Israëlisch

conflict?

* Hoe klein moet een kernwapen zijn om nog kernwapen genoemd te worden? Er ontstaat in slagkracht een overlap met conventionele wapens, er zijn er al met de grootte van een landmijn. Op deze manier wordt het kernwapen als gebruikswapen meer acceptabel, bijvoorbeeld als er één fabriek verwoest kan worden en de omgeving blijft intact. De radioactiviteit van de omgeving wordt dan even niet genoemd.

 

* Uit alles komt het beeld naar voren van een verborgen agenda. Deze wapens moeten technisch bruikbaar gemaakt worden, en acceptabel voor de bevolking. Er is niks mis met kernwapens, Hiroshima en Nagasaki zijn ook weer gewoon bewoond.

 

* Opvallend is, dat tot dusver de politici instemmend hebben gereageerd, maar de militairen er niets in zien. Wie bepaalt de inzet? De commandanten te velde? Is de bevelsstructuur duidelijk?

 

* Het plan geeft aan onder welke omstandigheden de inzet van kernwapens denkbaar is. Als reactie op een aanval met massavernietigingswapens bijvoorbeeld, of een terroristische aanval met nucleaire of biologische wapens. Probleem: hoe definieer je massavernietigingswapens, en welk kernwapen wil je gebruiken tegen een aanval met biologische wapens?

 

* De VS zullen ongetwijfeld geen aanval op eigen bodem willen, dus ze zullen zelf bepalen wanneer de dreiging groot genoeg is, en dan een eerste klap ergens anders uitdelen. De CIA en de FBI gaan dus bepalen waar de dreiging vandaan komt en de eerste preventieve klap moet komen. Iran? Pakistan? We zullen hopen dat hun informatie betrouwbaar is.

 

* Denk even verder over Pakistan: een kernmogendheid waar veel terroristen vandaan komen en de bevolking fel gekant is tegen het Westen. Als er na Musharraf een leider komt die niet zo vriendelijk is voor de VS, is Pakistan dan een kandidaat voor een preventieve aanval met een nucleair wapen? Ook met andere kernwapenlanden als India en Israël zijn nachtmerriescenario’s te bedenken.

 

* Het werken aan een vloeiende overgang van conventionele wapens naar kleine, handzame kernwapens haalt kernwapens uit de taboesfeer. Het is in strijd met het volkenrecht en ondergraaft de pogingen van de VN om tot beperking van de kernwapens te komen.

 

* Het valt te verwachten dat de nieuwe Amerikaanse doctrine, en het acceptabeler maken van deze wapens, er toe leiden dat meer landen nu ook handzame kleine kernwapens gaan aanschaffen.

 

* Wat gebeurt er als de volgende president een Democraat wordt? Zelfs als het plan dan bij het Pentagon in de kast gaat, komt het er vanzelf een keer weer uit. Hopelijk haalt de realiteit de plannenmakers dan in, zoals bij de Star Wars-plannen voor een ruimteschild gebeurd is.

 

* Er lijkt een tweespalt te zijn binnen het Pentagon tussen militairen en politici. Voorheen waren juist de militairen het meest triggerhappy, nu niet. Dat geeft te denken. Voor militairen betekent nucleaire bewapening dat hun erecode en hun conventies uitgehold worden. Zij kunnen dan niet meer fungeren als bewakers van orde, vrede en stabiliteit.

 

* Zouden wij de kritische militairen moeten ondersteunen?

 

* De NVMP moet blijven hameren op het essentiële verschil tussen kernwapens en conventionele wapens. Als de nieuwe doctrine gemeengoed wordt, is de drempel voor gebruik verdwenen.

 

* De USA is een machteloze reus op lemen voeten geworden, die kwetsbaar is gebleken. De vlucht naar voren betekent: aanvallen. Amerika is niet de enige: de hele maatschappij staat bol van agressieve technologie, beheerst door reuzen op lemen voeten. In een land vol stress en onzekerheid kan zo makkelijk een sneeuwbal van gebeurtenissen ontstaan die leidt tot oorlog, zoals bij de Eerste Wereld-oorlog.

 

* De NAVO zou stelling moeten nemen tegen deze strategie van de VS. Er staan nog steeds nucleaire wapens op ons grondgebied. Helaas is Europa veel te verdeeld om ooit invloed te hebben. Door de aanschaf van de JSF binden we ons strategisch aan de VS. Dit is niet opportuun.

 

* Als de NAVO zou stellen, dat ze geen kernwapens inzet buiten grondgebied van de organisatie, betekent dat, dat ze ze helemaal niet inzet?

Op eigen grondgebied inzetten is natuurlijk bij voorbaat uitgesloten.

 

* Zou er ooit een moment komen dat we nucleaire wapens nodig hebben om de VS in te tomen? Amerika is hard op weg om zelf een schurkenstaat te worden.

 

* De VS wordt steeds kwetsbaarder omdat ze veel kwaliteitsonderdelen voor de krijgsmacht uit het buitenland betrekt, onder andere uit China. Ook het aantrekken van buitenlandse kopstukken stagneert door het verscherpte veiligheidsbeleid. Hierdoor wordt de uitwisseling van kennis gefrustreerd en raakt Amerika op achterstand.

 

* Deze doctrine lijkt niet in het belang van de wapenindustrie die inzet op steeds verfijndere conventionele bewapening zoals slimmere bommen en onbemande vliegtuigjes. Wapenindustrie, werkgelegenheid en politiek zijn nog steeds verstrengeld.

 

Wat kan de NVMP doen?

Er is een brede discussie nodig over deze doctrine. Er is niets over terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s.

Hoe krijgen we dit op de agenda? Demonstraties halen niets uit. Toch zouden wij weer massaal mensen, en het liefst ook medici, moeten mobiliseren. We moeten de boel weer in beweging krijgen. Er moeten publicaties komen in de bladen. We zouden moeten aanhaken bij de protesten in de VS. Hoe dan ook, wij zijn van mening dat dit onderwerp belangrijk genoeg is om door de NVMP opgepakt te worden.

 

 

 

NVMP roept op tot terugtrekking van kernwapens van de Verenigde Staten uit Nederland en andere Europese landen

 

 

4  September 2006

 

 

In het Europees Parlement is een verklaring opgesteld waarin wordt opgeroepen tot het verwijderen van alle kernwapens van de Verenigde Staten uit Europa. Als Nederlandse afdeling van de International Physicians for the Prevention of Nuclear War ondersteunt de NVMP, vereniging voor gezondheidszorg en vredesvraagstukken deze verklaring.

 

Het einde van de Koude Oorlog ligt nu 16 jaar achter ons, maar nog steeds zijn er ongeveer 480 Amerikaans kernwapens die op grond van NAVO-afspraken op

acht bases in zes Europese landen zijn opgeslagen – in Nederland, België, Duitsland, Italië, Turkije en het Verenigd Koninkrijk. Elk van deze kernwapens heeft een vernietigende kracht tot het tienvoud van de bom die Hiroshima vernietigde; met het gezamenlijk vermogen kan Europa van de kaart geveegd

worden. Deze wapens kunnen miljoenen mensen vermoorden, miljoenen met vreselijke verwondingen door de drukgolf en de hitte achterlaten en leiden direct en op lange termijn tot stralingsschade bij miljoenen anderen.

 

De Verenigde Staten kunnen besluiten tot inzet van deze wapens zonder toestemming van het land waar de bommen staan. De dramatische gevolgen voor de gezondheid en het milieu die het gebruik van zelfs maar één van deze bommen met zich mee zou brengen schept ook verplichtingen voor de landen die de bommen op hun grondgebied accepteren. De huidige militaire strategie van de Verenigde Staten, waarin het preventief gebruik van kernwapens serieus wordt overwogen, betekent dat deze wapens enerzijds een bedreiging voor de buren van Europa vormen, maar anderzijds ook een reëel doel voor andere kernwapenstaten zijn. Daarnaast verhoogt de aanwezigheid van deze wapens

de kwetsbaarheid voor terroristische aanslagen en is een ongeluk met grote gevolgen niet uitgesloten. Er zijn geen overtuigende argumenten waaruit

blijkt dat deze kernwapens de veiligheid van Europa of de Verenigde Staten vergroten.

 

Het verwijderen van deze kernwapens uit Europa zou een wezenlijk signaal geven aan de landen die kernwapens bezitten binnen Europa en aan de VS om de afspraken van het nucleaire Non-Proliferatieverdrag na te komen, met name Artikel VI waarin alle staten beloven nucleaire ontwapening na te streven.

Discussies met de Russische Federatie over de vernietiging van tactische kernwapens en onderhandelingen over Iran´s nucleaire capaciteit zouden kracht worden bijgezet door dit ‘goede voorbeeld’. Bovendien sluit de verwijdering van deze wapens aan bij de wens van de bevolking. Volgens een enquête van Greenpeace, wenst tweederde van de burgers die in NAVO-landen met kern-wapens wonen een kernwapenvrij Europa als leefomgeving.

 

Om een bijdrage te leveren aan de gezondheid en het welzijn van miljoenen wereldburgers ondersteunt de NVMP de Schriftelijke Verklaring 0047/2006 ingediend door Caroline Lucas (UK) en Angelika Beer (Germany) waarin tot de onmiddellijke terugtrekking van alle kernwapens van de Verenigde Staten uit Europa wordt opgeroepen.

 

Wij willen u daarom dringend verzoeken als Europees Parlementslid de

verklaring 0047/2006 te onderschrijven.

 

Met vriendelijke groet,

 

A.W.F. Rutgers, Penningmeester NVMP