Strijd tegen uraniumwapens stagneert

 

Desinformatie dwarsboomt verzet

 

Door: Henk van de Keur

Het doel van bijgaand artikel is niet de mogelijke risico's van verarmd uranium (DU) te minimaliseren. Wel spreekt er een bezorgdheid uit om voorlichting op ernstige wijze te verstrekken. Het is verkeerd door slordigheid - of erger door bewuste verdraaiing - gegevens te manipuleren. De gemeenschap ziet artsen als deskundigen op gebied van gezondheid en gezondheidsbedreigende factoren. De uitspraken van artsen hierover vormen een boodschap met autoriteit. Uit respect voor de gemeenschap moet charlatanerie (oplichting d.m.v. indrukwekkende of onjuiste woorden) vermeden worden. De vredesbeweging heeft geen andere middelen om haar doelstellingen te verwezenlijken dan het kenbaar maken van haar morele verontwaardiging. Charlatanerie - hoe goed ook bedoeld - ondergraaft dit enige middel. Daarom blijft bij voorlichting een juiste weergave, volgens de huidige stand van kennis en techniek, zo belangrijk.

 

Drie jaar geleden werd mede door ondergetekende een internationale coalitie opgericht die het verzet tegen de productie en het gebruik van uraniumwapens zou gaan bundelen. Onlangs zag ik mij genoodzaakt deze coalitie, de International Coalition to Ban Uranium Weapons (ICBUW), te verlaten. Het bleek niet mogelijk een gezamenlijke strategie te ontwikkelen. De meningsverschillen over de te voeren strategie werden hoogoplopende conflicten maar werden desondanks ontkend en dus werd ook mijn aanbod om er via mediatie uit te komen afgewezen.

De problemen die ik in het bijzonder binnen ICBUW heb ondervonden gelden ook voor de anti-uraniumwapenbeweging in het algemeen. De belangrijkste reden waarom de anti-uraniumwapenbeweging niet in staat is een effectieve campagne te ontwikkelen is volgens mij dat een groot deel van deze beweging irreële denkbeelden koestert en voedt over de feitelijke risico's van uranium-wapens, over de positie van de coalitie en de campagne in het politieke en maatschappelijke krachtenveld. Een groot deel van de beweging, waaronder ook ICBUW, accepteert bijvoorbeeld informatie afkomstig van één bron als ‘bewijs’, of afficheert zich als anti-oorlogsbeweging waardoor ze potentiële invloedrijke medestanders als militaire vakbonden van zich vervreemdt. Het was een onopgelost meningsverschil binnen ICBUW of we lid konden worden van de anti-oorlogstribunalen over Irak en Afghanistan.

 

Mijns inziens zou dergelijk lidmaatschap van ICBUW de organisatie vervreemden van strategische samenwerking met militaire vakbonden en veteranenorganisaties. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van strategieën die een verbod op uraniumwapens niet dichterbij brengen; immers de conventie waarvoor we ijverden zou uiteindelijk door het establishment goedgekeurd en ondertekend moeten worden. Dat is verschrikkelijk jammer, want het gebruik van uraniumwapens is net als het gebruik van landmijnen en clustermunitie een serieus probleem dat veel meer aandacht verdient. Dat wordt zelfs door wetenschappers, zoals dr. Alexandra Miller in dienst van het Pentagon, niet betwist (1).

 

Veertien jaar geleden hoorde ik voor het eerst over het gebruik van verarmd uranium (DU) (2) in wapensystemen in de Golfoorlog van 1991. Ik zocht contact met organisaties van veteranen in de Verenigde Staten en kwam terecht bij een netwerk van grassroots-organisaties, Military Toxics Project (MTP) genaamd, die strijden tegen de wijdverspreide milieuvervuiling die door het Amerikaanse leger wordt veroorzaakt. De MTP verenigt inheemse Amerikanen, veteranenorganisaties, vredesgroepen, anti-kernwapengroepen, en bijvoorbeeld werknemers uit de uraniumverwerkende industrie en burgers die in de nabijheid leven van DU verwerkende industrie of test- en trainingsterreinen waar met DU projectielen wordt geschoten. Het netwerk organiseerde in november 1997 een succesvol Internationaal Forum over uraniumwapens in Arlington, op een steenworp afstand van het Pentagon (3). Tijdens de conferentie lanceerden ze een DU-project en een jaar later startten ze een e-maillijst voor het uitwisselen van informatie over DU (du-list).

 

Halverwege de jaren negentig werd duidelijk dat ofschoon tienduizenden, mogelijk zelfs enige honderdduizenden, Amerikaanse en Britse veteranen tijdens de Golfoorlog en Balkanoorlogen waren blootgesteld aan uraniumstof, er slechts enige tientallen van hen geselecteerd werden voor onderzoek onder de hoede van het Amerikaanse ministerie van defensie (4). Op het congres van de MTP werd nagedacht over een strategie die slachtoffers van DU uitzicht bood op medisch onderzoek, zodat er een adequate medische behandeling voor hen zou kunnen worden ontwikkeld. Er was geen uitzicht op het nemen van verantwoordelijkheid door de overheden, zodat de MTP zelf een test wilde ontwikkelen voor deze veteranen. Halverwege 1998 kwam een pilot-studie met test beschikbaar, samengesteld door de onafhankelijke adviseurs dr. Rosalie Bertell en dr. Hari Sharma. Deze test toonde inderdaad DU aan in de urine van een aantal veteranen (5). Op basis hiervan werd begonnen aan de ontwikkeling van een protocol voor een studie onder 500 veteranen. Maar de ontwikkeling van zo’n protocol werd tegengewerkt door dr. Asaf Durakovic. Op de MTP-conferentie in Arlington werd hij nog als een held ontvangen, omdat hij was opgekomen voor de met DU besmette Golfoorlogveteranen. De kolonel bd van het medische corps in het Amerikaanse leger en professor in de radiologie en nucleaire geneeskunde, zou 11 februari 1997 als hoofd van de nucleair geneeskundige dienst van het medisch centrum van het ministerie van veteranenzaken in Wilmington, Delaware, zijn ontslagen. Dezelfde dag sprak hij in een brief aan president Clinton over “de samenzwering tegen de veteranen van de Verenigde Staten” en dat alle medische dossiers en laboratoriumtesten van een met DU besmette groep Golfoorlogveteranen, die hij onder zijn hoede had, verloren waren gegaan door deze samenzwering (6). Hij verzekerde de deelnemers aan de MTP-conferentie zijn medewerking aan het project. Maar langzamerhand groeiden er twijfels over zijn intenties en over het Uranium Medical Research Center (UMRC) dat hij inmiddels had opgericht. Hij werkte niet mee aan het MTP-protocol maar ging op eigen houtje Amerikaanse en Britse Golf-oorlogveteranen testen, zonder dat daarvoor een goed protocol voorhanden was. Inmiddels is er een goed protocol ontwikkeld door de Brit prof. dr. Randall Parrish en de Duitser dr. Axel Gerdes, die vorig jaar het contact met Durakovic definitief hebben verbroken.

 

Pseudo-wetenschap

In 1999/2000 namen de tegenstellingen binnen de anti-uraniumwapenbeweging toe. In de periode na de oorlog in Kosovo, werden op de du-list voor het eerst berichten gepost, voor het eerst ook anoniem, die de wenkbrauwen deden fronsen. Naast de bekende politieke retoriek en propagandaverhalen van het Internationaal Actie Centrum in New York, maoďsten en andere fans van Slobodan en Saddam, verschenen er nu ook pseudo-wetenschappelijke teksten, waarin de meest groteske onzin werd beweerd. De DU-activisten waren al vertrouwd met de manier waarop het Pentagon en andere autoriteiten de milieu- en gezondheidseffecten van stofdeeltjes DU bagatelliseerden. Maar het was even wennen dat er in eigen kring een beweging op gang kwam die er een gewoonte van ging maken om de effecten van DU te overdrijven of te komen met beweringen die elke grond misten. Een voorbeeld daarvan is dat de hoeveelheid radioactiviteit van DU die in Irak en Afghanistan zou zijn vrijgekomen het equivalent zou hebben van 40.000 Hiroshimabommen (7). In plaats dat deze zelfbenoemde deskundigen fel werden bekritiseerd, vielen hun irreële denkbeelden in goede aarde bij de achterban van vele anti-uranium-wapengroepen, vooral in Japan, die eind jaren negentig ontstonden. Ook veel gevestigde organisaties hielden consequent hun mond, zelfs als hen gevraagd werd kleur te bekennen, zodat deze desinformatie getolereerd en gehonoreerd werd. Ook ikzelf heb desinformatie een aantal jaar onbewust toegestaan, want alle mails uit die hoek, ook die aan mij gericht waren, gooide ik direct in de prullenmand. Daardoor nam ik niet deel aan de bestrijding van de opkomende desinformatiecampagne. Achteraf heb ik daar spijt van, omdat ik hierdoor op een gegeven moment geen zicht meer had op wie er allemaal deel uitmaakten van het kamp dat ik wantrouwde.

In de periode rond 2004 was de situatie zo uit de hand gelopen dat er in de anti-uraniumwapenbeweging een onwerkbaar klimaat van verdeel en heers was geschapen. De desinformanten bedienden zich van scheldkanonnades en karaktermoorden door middel van hatemail. Deze mails hadden een venijnigheid waar de trash-campagne van Bush nog van kon leren. Jarenlang werden de kritische geesten in de beweging hiermee achtervolgd, veelal anoniem, tot aan hun werkgevers toe. Het dreigen met een rechtszaak in de VS drong deze bedreigingen enigszins terug, maar deze techniek blijft bij sommigen in zwang.

 

Naast de aanname dat overheden bewust desinformatiecampagnes opzetten, heeft het geloof van slachtoffers in de overdrijving van de effecten van uraniumwapens, denk ik, ook te maken met de houding van die betrokken overheden: geen openheid van zaken geven en alles toedekken. Door de mogelijke effecten van uraniumbesmetting, waaronder chronische ziektes, kankers en geboorteafwijkingen, in de doofpot te stoppen en te doen alsof er niets aan de hand is, gaan slachtoffers, maar ook activisten die het niet zo nauw nemen met waarheidsvinding, overal iets achter zoeken en ontwaren ze overal complotten, die er vaak helemaal niet zijn. Ze worden daardoor een gemakkelijke prooi voor de leiders van de desinformatiecampagne.

 

Een schrijnend voorbeeld is de nasleep van de Bijlmerramp - waarbij DU ook een rol speelt. Ofschoon de parlementaire enquętecommissie in 1999 geen direct verband kon aantonen tussen de vliegramp en de gezondheidsklachten in de Bijlmer werd de slachtoffers een epidemiologisch onderzoek en adequate medische zorg beloofd (8). Maar daar kwam uiteindelijk helemaal niets van terecht (9). Die houding maakt de situatie alleen maar erger dan het al was. De meeste slachtoffers werden en worden geheel aan hun lot overgelaten en hun gezondheid holt met de dag achteruit. De verbittering onder hen is groot. In zo'n klimaat vallen bijvoorbeeld verhalen over het illegaal vervoer van plutonium en gemanipuleerd mycoplasma in het vliegtuig al gauw in vruchtbare aarde.

 

Het enige waar al de slachtoffers mee zijn gebaat zijn politici en beleidsmakers die hun verantwoordelijkheid nemen. Die hen op basis van de (wetenschappelijke) informatie, die voor handen is, eerlijk vertellen aan wat voor gezondheidsrisico's ze hebben blootgestaan en vervolgens alles in het werk stellen om het leed van de slachtoffers te verzachten. In plaats daarvan heeft de Nederlandse overheid de situatie voor de slachtoffers van de Bijlmerramp alleen maar erger gemaakt door hen gezondheidsonderzoek en medische zorg in het vooruitzicht te stellen en ze dat vervolgens te onthouden. Een andere oorzaak waardoor de mogelijke gezondheidseffecten van uraniumwapens enorm worden overdreven is het toenemend gebruik van internet. Pseudo-wetenschappelijke artikelen of artikelen met ongefundeerde claims vinden razendsnel hun weg naar de ‘gelovigen’. Alle complotdenkers komen ruimschoots aan hun trekken en nemen voetstoots aan dat de geboden informatie onfeilbaar is.

 

Door het maken van uitzinnige claims waar slachtoffers en bijvoorbeeld de achterban in Japan voor vielen heeft het UMRC van dr. Durakovic de anti-uraniumwapenbeweging een slechte dienst bewezen. Recent is hij door de mand gevallen met betrekking tot de rechtszaak van Richard (‘Nibby’) David, een ernstig zieke werknemer die in een Britse wapenfabriek werkte. Door Durakovic werd hij positief getest op uranium (10). Op basis hiervan begon David een peperdure, nauwelijks op te brengen gerechtelijke procedure tegen zijn werkgever. Begin maart 2006 werd bekend dat hij zijn zaak had verloren (11). Het UMRC had ook ‘hoge waarden’ van DU getest in het bloed van 7 Amerikaanse soldaten. Dezelfde bloedmonsters zijn recent opnieuw getest door onafhankelijke onderzoekers. En ook hier bleek dat de veteranen vals positief waren getest door Durakovic en zijn UMRC (12). Deze zaak is pas zeer recent aan het rollen gebracht, en hierover is zeer zeker nog niet het laatste woord gezegd.

Durakovic is niet de enige oplichter die grote populariteit geniet in de anti-uraniumwapenbeweging. Ook Leuren Moret en Doug Rokke, eveneens uit de Verenigde Staten, worden beschouwd als grote helden. Moret zegt deskundig te zijn op het gebied van straling en gezondheid, maar heeft geen enkele studie in die richting genoten. Haar CV op het internet lijkt van leugens aan elkaar te hangen (13). Zo beweert ze bijvoorbeeld dat ze zou hebben samengewerkt met dr. Hari Sharma, die gerenommeerd onderzoek heeft verricht onder veteranen die met DU zijn besmet. Sharma ontkent met haar te hebben samengewerkt. Hij was notabene één van de slachtoffers van een ongekende haatcampagne die Moret in samenwerking met leden van het UMRC voerde tegen mensen die het werk van de UMRC ter discussie stelden. Als gevolg hiervan is Sharma zelfs enige maanden ondergedoken. Leuren Moret is ook degene die de hoeveelheid radioactiviteit afkomstig van uraniumwapens gelijkstelt met 40.000 Hiroshima-bommen.

 

Moret werkt samen met Doug Rokke, die in interviews tussen 1997 en 2005 verklaarde dat hij na de Golfoorlog van 1991 een team van 100 man Amerikaans defensiepersoneel leidde, die betrokken waren bij ontsmettingswerkzaamheden. Van deze 100 mensen zouden er de ene keer 20 en de andere keer 30 door blootstelling aan verarmd uranium zijn overleden (14). Dan maakt een lid van een Amerikaans onderzoeksbureau op de website van Axis of Logic in een brief van 12 april 2005 duidelijk dat medewerkers van zijn bureau in 1998 een lijst hadden samengesteld met 29 namen van mensen die volgens Rokke deel hadden uitgemaakt van ‘zijn team’. Ze waren in staat om 22 van hen te interviewen. Vijftien van deze 29 mensen bleken wel op voertuigen die met DU besmet waren te hebben gewerkt maar maakten geen deel uit van ‘zijn team’. Twee van de 29 veteranen waren overleden, maar hadden niet gewerkt met DU (15). Sindsdien staat er in het CV van deze charlatan op het web: “Twee van dr. Rokke's schoonmaakteam van ongeveer 15 mensen zijn nu dood”, wat nog steeds bezijden de waarheid is (16).

 

Project Censored

Het is haast onvoorstelbaar dat dit soort lui serieuze aandacht blijven krijgen. Zo werd de ‘onderzoeksjournalist’ Bob Nichols voor zijn artikel, waarin hij de radioactiviteit van verarmd uranium in Irak en Afghanistan vergelijkt met 250.000 Nagasakibommen, beloond met de titel Project Censored Award Winner 2005 - in al hun wijsheid besloot Project Censored de studie High Uranium Levels Found in Troops and Civilians van het UMRC (17), waarvan Bob Nichols medeauteur was, te benoemen als het meest onterecht gecensureerde verhaal van 2005. Het Project presenteert het cijfer van ruim 2000 ton DU, dat sinds de invasie in maart 2003 in Irak zou zijn afgevuurd als een feit, terwijl het officiële cijfer ongeveer 120 ton bedraagt (18). Je vraagt je af wat mensen ertoe beweegt om zo te overdrijven. Immers, is het al niet erg genoeg dat burgers en soldaten gezondheidsrisico's lopen? Mijns inziens behoren activisten zich te beperken tot de feiten, broodjeaapverhalen geven mij en mijn medestanders alleen nadeel in het ontzenuwen van de broodjeaapverhalen van het Pentagon. De vertwintigvoudiging van het officiële cijfer, zoals Project Censored doet, is terug te voeren op de desinformatie gepubliceerd door een zekere Dai Williams, een voormalig bedrijfspsycholoog van een multinationale onderneming. Er zouden talrijke kruisraketten en lasergestuurde bommen, uitgerust met een lading verarmd uranium tot 400 kg of meer, in Afghanistan zijn gebruikt (19). Hij baseert dat op patenten, maar die patenten vormen nog geen bewijs dat die typen worden geproduceerd, laat staan dat ze worden gebruikt. Hiervoor is nooit bewijs geleverd. Het wordt door het Amerikaanse leger ontkend (20). Voor zover bekend wordt DU militair alleen toegepast in pantserdoordringende kogels of antitankgranaten van klein tot groot kaliber en in de bepantsering van tanks.

Op het International Criminal Tribunal for Afghanistan in Tokio (2003) (21) en het World Tribunal on Iraq in Istanbul (2005) (22) kregen Leuren Moret en de haren alle ruimte om te vertellen over de ‘nucleaire holocaust’ die in Afghanistan en Irak met duizenden tonnen uranium door de VS is aangericht (23). Ikzelf zou niet verder durven gaan dan het vermoeden uitspreken dat het gebruik van uraniumwapens epidemieën van geboorteafwijkingen en chronische en dodelijke ziektes heeft veroorzaakt.

 

Bovendien is het nog maar de vraag of er überhaupt wapensystemen met verarmd uranium in Afghanistan zijn gebruikt. Je kunt hooguit zeggen dat er sprake is van circumstantial evidence. In het UMRC-rapport (2003) wordt ook gesuggereerd dat er in Operation Enduring Freedom op grote schaal non-depleted of natuurlijk uranium (NU) zou zijn gebruikt in plaats van DU. Ook hiervoor is nooit bewijs geleverd.

 

Chris Busby

Een recent voorbeeld van een ander pseudo-wetenschappelijk rapport is dat van Chris Busby en Saoirse Morgan (24). Busby is één van de oprichters van de Low-Level Radiation Campaign (LLRC) in Wales en een drijvende kracht achter de European Committee on Radation Risks (ECRR) (25). Eind februari 2006 heeft hij en zijn collega het rapport Did the use of Uranium weapons in Gulf War 2 result in contamination of Europe? (24) aangeboden voor publicatie in European Biology and Bio-electromagnetics. Door vernietigende kritieken staat nu al vast dat het de peer reviewtoets niet zal doorstaan (26). De auteurs beweren dat ze ‘natuurlijk uranium’, afkomstig van afgevuurde uraniummunitie tijdens de Irak-oorlog van 2003, hebben gevonden in luchtfilters vlakbij het Britse kernwapencomplex in Aldermaston. Busby wordt in de media geciteerd als dat er bewijs zou zijn dat de uraniumwapens die in Irak zijn gebruikt niet alleen de lokale bevolking hebben blootgesteld aan uraniumstofdeeltjes, maar ook hele populaties mensen op honderden tot duizenden kilometers afstand van de bron. Wederom wordt in dit rapport gesteld dat het Amerikaanse leger naast verarmd uranium gebruik zou maken van ‘natuurlijk’ uranium (NU) in uraniumwapens, waartoe deze auteurs ook grote bommen (bunker busters) rekenen. Voor het gebruik van NU, laat staan in grote bommen, is, zoals eerder gesteld, geen enkel bewijs. Verder geven de auteurs onvoldoende duidelijkheid hoe het uraniumstof van Irak in Engeland terecht zou zijn gekomen. De wind in Irak waaide ten tijde van de oorlog in 2003 naar het oosten en het zuiden. Verder beschouwen ze geen alternatieve mogelijkheden hoe het natuurlijk uranium in de luchtfilters terecht kan zijn gekomen. Ook geven ze geen uitleg waarom er geen DU, waarvan in elk geval bewezen is dat het gebruikt werd, in de filters is gevonden. Kortom hun verhaal lijkt uit de duim gezogen.

 

ICBUW

Eind oktober 2003 vond er in Hamburg een grote conferentie plaats tegen uraniumwapens, georganiseerd door Gewaltfreie Aktion Atomwaffen Abschaffen en Nuclear Energy Informa-tion Service (27). Op die conferentie waren de meeste fantasten en charlatans die sinds 2001 de anti-uraniumwapenbeweging domineren present. In de hoop de goede krachten in de beweging te bundelen werd ik medeoprichter van een coalitie van organisaties die twee weken voor deze conferentie bijeenkwam voor haar eerste vergadering (28). Gaandeweg kwam ik tot het besef dat ik me vooraf te weinig heb verdiept in de motieven van de deelnemende organisaties. Helaas bleken de meeste organisaties binnen de coalitie wel degelijk vatbaar voor de irrationele denkbeelden die de anti-uraniumwapenbeweging hebben vergiftigd. Zo bleef een deelnemende Japanse organisatie de boodschap van Durakovic, Rokke en Moret verspreiden en hen als adviseur aanhalen. Juist bij een campagne tegen uraniumwapens is het van groot belang om onbevooroordeelde wetenschappers als adviseurs te hebben. Het is bijzonder jammer dat niet alleen aan de kant van de betrokken autoriteiten, maar ook aan de kant van de anti-uraniumwapenbeweging de wetenschap het slachtoffer is geworden. Woordvoerders van het Pentagon laten in hun uitleg belangrijke informatie weg, zodat het lijkt alsof de gezondheidseffecten reuze meevallen. De charlatans van de anti-uraniumwapenbeweging doen precies het tegenovergestelde door de mogelijke effecten van DU enorm te overdrijven.

 

De Stichting Laka blijft campagne voeren tegen uraniumwapens, maar dan wel stoelend op een solide wetenschappelijke basis. Het is jammer dat de campagne zich niet hoeft te beperken tot het analyseren en weerleggen van de propaganda van militaire en politieke autoriteiten, maar dat het realiteit is geworden dat de strijd tegen de kletspraatjes en onzin die activisten en fake-wetenschappers verspreiden er inmiddels ook bijhoren. Jack Cohen-Joppa van de Nuke Resisters (Tucson, Arizona) en Dan Fahey van onder meer Veterans for Common Sense, die deel uitmaken van de Military Toxics Project, hebben die rol jarenlang met verve vervuld. Door het ‘kritiekloze’ deel van de anti-uraniumwapenbeweging worden ze uitgekotst, maar ze hebben de wetenschappelijke waarheid (ja, ik besef dat de westerse wetenschap reductionistisch is, maar er is geen alternatief - hvdk) aan hun zijde. Het lijkt alsof de tijd is gekomen dat Asaf Durakovic, Leuren Moret en Doug Rokke door hun leugens worden ingehaald en de anti-anti-uraniumbeweging haar momentum heeft verloren.

 

 

 

De risico’s van het gebruik van verarmd uranium (DU) in antitank-munitie schuilen in de verspreiding van stofwolken met zeer fijne deeltjes uraniumoxiden die ontstaan na inslag van deze munitie op een hard doel. Deze deeltjes kunnen in het lichaam terechtkomen via de longen, het maag-darmkanaal of via open wonden. Ten ontrechte worden deze stofdeeltjes vaak vergeleken met het uraniumstof dat bij uraniummijnbouw ontstaat of met uraniummineralen die van nature overal om ons heen voorkomen. Dat komt neer op appels met peren vergelijken. 

Er bestaan geen analoge verbindingen van DU-oxiden in de natuur. De DU-oxiden die ontstaan zijn overwegend slecht oplosbaar. Dat betekent dat de stofdeeltjes die in de longen terechtkomen veel langer in het lichaam blijven dan met de oplosbare vormen van uraniumoxiden het geval is. Een groot deel van de fractie die via de slokdarm binnenkomt verlaat het lichaam na enkele dagen via de ontlasting, de rest wordt door het bloed  geabsobeerd en verlaat het lichaam na een week via de urine. Het deel dat in het lichaam achterblijft hoopt zich op in de botten en andere organen, vooral de nieren.

 De Amerikaanse waakhond van de kern-industrie NRC denkt dat inademing van 10 mg DU gezondheidsproblemen kan veroorzaken en automatisch moet leiden tot testen. Het Verenigd Koninkrijk zegt dat 8 mg schadelijk is voor werknemers in de kernindustrie, en dat meer dan 2 mg onaanvaardbaar is voor het algemene publiek. De WHO acht een dagelijkse inname van 0,6 microgram per kg lichaamsgewicht aanvaardbaar voor ingeslikt uranium (een persoon van 68 kg heeft dus een dagelijkse limiet van 40 microgram). Ter vergelijking: een 120 mm DU antitankgranaat creëert na inslag op een hard doel gemiddeld 950 gram DU-oxide stofdeeltjes, en bij een 30 mm granaat van een A-10 is dat 960 gram. De giftigheid van DU wordt vooral in verband gebracht met aantasting van de nieren. Maar dat is gebaseerd op onderzoek naar de effecten van oplosbare vormen van uraniumoxiden, terwijl de onoplosbare vormen, zoals de stofdeeltjes die hier besproken worden, vooral een gevaar opleveren voor de longen. De giftigheid van DU-oxiden kan ook andere organen dan de nieren aantasten, en de combinatie van de giftige en radiologische effecten zijn nog nauwelijks onderzocht. Empirische onderzoekers, zoals dr. Alexandra Miller, vermoedt dat deze twee effecten elkaar versterken. 

 Onderzoek bij proefdieren en veteranen heeft uitgewezen dat DU carcinogeen is, schade aan het DNA veroorzaakt en leidt tot de vorming van tumoren. Het blijft achter in de lymfeknopen en de testes, en het is aangetoond dat het de placenta kan passeren en daardoor de foetus kan bereiken en eventueel kan leiden tot geboortafwijkingen. Vrij recent is ook vastgesteld dat het de bloedhersenbarričre kan passeren en zich afzet in de hersenen. Deze route is nog niet verdisconteerd in het huidige biokinetische model van de Internationale Commissie voor Stralings-bescherming (ICRP). Wetenschappers van het Lovelace Respiratory Research Institute vermoeden dat bij Golfoorlogveteranen door een combinatie van factoren de neus/hersenbarričre is aangetast waardoor hun centrale zenuwstelsel is aangetast, waardoor bijvoorbeeld gedragsverandering kan optreden.