Twee Tsjernobyl-herdenkingscongressen in Kiev. Een impressie.

 

The continuing story of Chornobyl

 

Door: Christien Mudde

Van 23 tot 25 april vond in Kiev de internationale conferentie Chornobyl 20, Remembrance for the Future plaats, georganiseerd door een aantal NGO’s waaronder IPPNW. Op een steenworp afstand werd op 24 en 25 april 2006 het ‘officiële’ herdenkingscongres van de Oekraïense regering gehouden, met officials uit vele landen en afgevaardigden van tal van organisaties, zoals ook van de IAEA, de WHO, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling van Oost-Europa enzovoort. Uw verslaggeefster pendelde heen en weer en proefde de sfeer.

 

Om te beginnen met het ‘officiële’ congres, dat onder strenge veiligheidsmaatregelen op maandagmiddag begon in het gebouw van de Oekraïense Staatsopera onder massale belangstelling van de pers én van een grote groep anti-kernenergiedemonstranten voor de ingang. “Schande over IAEA”. “Er bestaat geen veilige kernenergie in een onveilige wereld” waren enkele slogans die daar te lezen waren. Lokatie en tijdstip waren goed gekozen voor maximale aandacht van de pers. Binnen verzamelden zich de officials (velen zwaar behangen met sovjetmedailles) om  de herdenkingstoespraken aan te horen van grote internationale instellingen zoals de Europese Bank, IAEA en ook van de president van Oekraïne, Victor Joesjtsjenko, de eens zo bejubelde doch thans in eigen land sterk verguisde held van de Oranje-revolutie. De voornaamste boodschap: Tsjernobyl is een vreselijk ongeluk geweest (kenmerkend in dit opzicht was de benaming in de Oekraïense en andere Oost-Europese talen: catastrofe en de Engelstalige: accident), maar we moeten nu dóór, er moet geld komen voor een nieuwe veilige overkapping, de boel moet worden opgeruimd, er moeten veilige nieuwe reactoren worden gebouwd (wereldwijd ruim 200 en in Oekraïne zelf 20) om in de energiebehoefte te voorzien en last but not least: de gedupeerden moeten zichzelf niet langer zien als slachtoffers, maar als overlevenden, die met nieuwe energie de toekomst aangaan, daarbij geholpen door een beter economisch klimaat, lees: banen onder andere in de nieuw te creëren kernenergie-sector. Het congres begon trouwens met een slechts enkele minuten durend filmpje van de ramp, waarin vooral de heldenrol van de brandweerlieden werd benadrukt en de omvang van de grootscheepse hulp aan de bevolking. Geen woord over de schuldvraag en het willens en wetens blootstellen aan hoge doses radioactieve straling van bijna een miljoen schoonmakers uit alle delen van de Sovjet-Unie zonder behoorlijke bescherming. Geen woord over het sussen van het publiek met valse geruststelling. Geen woord over de 1 mei-parade op de Krestsjatik onder de ‘stralende’ zon om vooral geen paniek te zaaien (de kinderen van de bonzen zaten al aan de Zwarte Zeekust).

 

Na de pauze kwam toch een (zeer) kritisch geluid op het alom gewraakte rapport van de International Atomic Energy Agency/World Health Organi-sation (IAEA/WHO) bij monde van dr. Zenon Matkiwsky, president en oprichter van het Hulp- en Ontwikkelingsfonds van Tsjernobylkinderen. Maar toen was de pers al bijna voltallig verdwenen. Van enige discussie was trouwens geen sprake, ook niet op de dinsdagmiddag, toen de medische kant van de ramp werd belicht: korte presentaties voornamelijk over ‘onschuldige’, dat wil zeggen buiten kijf staande en bovendien behandelbare ziektes, zoals met name thyroïdcarcinomen. Een collega van IPPNW Zweden, die daar was uitgenodigd om zijn onderzoek over stijgende carcinoomgevallen aan de Zweedse Oostkust in de 20 jaar na Tsjernobyl te presenteren werd samen met presentatoren van andere mogelijk ‘minder gewenste’ gevolgen verwezen naar de posterpresentaties, de ‘twee-de garnituur’. Hen was een mondelinge presentatie toegezegd, maar ter plekke werd anders beslist. Toch vond ook daar in de officiële sessie heftige kritiek op het IAEA-rapport plaats van Oekraïense en Russische medische kant. Met één van hen, prof. Yablokov uit Moskou, lid van de Russische Academie van Wetenschappen, die veel wetenschappelijk onderzoek gedaan heeft naar de gezondheidstoestand van de schoonmakers zat ik de volgende dag in de bus naar Tsjernobyl zelf en uit de eerste hand kreeg ik dus ook zijn mening te horen. Het lijkt erop, dat het IAEA-rapport tot stand is gekomen met een sterk overwicht van westerse zijde, waarbij tal van Oekraïense, Witrussische en Russische onderzoeksgegevens buiten de berekeningen zijn gehouden.

 

Een feit is, dat er alom van de zijde van de artsen in de meest getroffen landen een gevoel bestaat, dat tal van falsificaties en bagatellisering van de werkelijkheid in het IAEA-rapport hebben plaatsgevonden en dat deze artsen de werkelijkheid, die zich aan hen in hun dagelijkse praktijk voordeed daarin niet herkenden. Met een groep van al deze afgevaardigden was ik dus nog in de gelegenheid om de plaats van de reactor en omgeving te bezoeken, een redelijk absurde ervaring onder de heerlijke voorjaarszon en in de ontluikende natuur. Het viel trouwens op, hoe weinig van al deze officials van deze gelegenheid gebruik maakten (ca. 20 van ca. 1500!). Tot zover mijn indrukken van dit congres.

 

Op zondagmiddag was zoals gezegd het NGO-congres al begonnen. Allereerst was de sfeer daar totaal anders: open, veel discussie, veel materiaal, zowel van wetenschappelijke als van humane kant: twee fototentoonstellingen, de première van een aangrijpend requiem in Russisch Orthodoxe stijl, veel schriftelijk materiaal. Ik moet zeggen, dat de omvang van de ramp in Tsjernobyl pas daar en toen enigszins in zijn volle omvang tot mij doorgedrongen is voor zover dat überhaupt mogelijk is. Maar wantrouwend was ik ook: zou ik me niet laten meeslepen door de anti-kernenergie-lobby? Hoe valide zijn de argumenten? Ik besloot me sowieso te beperken tot de medische invalshoek. Het belangrijkste rapport dat daar werd gepresenteerd heet: TORCH: The Other Report on Chornobyl. An Independent Scientific Evaluation of Health and Environmental Effects 20 Years after the Nuclear Disaster Providing Critical Analysis of a Recent Report by the International Atomic Energy Agency (IAEA) and the World Health Organisation. Op overtuigende wijze presenteerde dr. Ian Fairlie dit rapport (by the way: de Engelse benaming voor het gebeurde was hier: disaster, you see what‘s in a name), waarvan de voornaamste strekking was, dat er naar verwachting 30.000-60.000 doden zijn te verwachten, ca. 7-15 maal meer dan de 4000-9000 waarover het IAEA/WHO rapport spreekt, dat het niet alleen om gevallen van schildklierkanker gaat, maar dat ook andere solide kankers (met name borstkanker) en niet carcinogene ziektes zijn toe te schrijven aan de straling door Tsjernobyl. TORCH is gebaseerd op de belangrijkste wetenschappelijke publicaties over de gezondheidseffecten (de ecologische en socio-economische effecten zijn niet meegenomen) die op internet te vinden waren, uit erkende internationale researchinstituten afkomstig waren en waarbij het onderwerp kritisch-wetenschappelijk was benaderd. Helaas konden bijdragen in de (Wit-)Russische of Oekraïense taal ook niet altijd worden meegenomen wegens gebrek aan gekwalificeerde vertalers.

 

De voornaamste kritiek op het IAEA-rapport bestond uit een aantal punten:

Ten eerste beperkt het IAEA-rapport zich tot de cijfers van slachtoffers uitsluitend in het meest getroffen gebied: Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland, terwijl véél meer straling in de rest van de wereld is terechtgekomen: 40% van de oppervlakte van Europa en het hele Noordelijk halfrond heeft immers ca. 2/3 van de uitgestoten radioactiviteit over zich heen gekregen. In tal van landen zijn nog steeds beperkingen van kracht ten aanzien van het nuttigen van bepaald voedsel en is de natuur (paddestoelen, bessen, vis in wild water, maar ook vlees van schapenfokkerijen in bijvoorbeeld Engeland) nog steeds sterk radioactief vervuild.

 

De Europese Commissie erkent dat aan deze situatie voorlopig nog geen einde zal komen. Ten tweede is er onenigheid over de toe te passen criteria voor wat betreft de dosis radioactiviteit: het verschil tussen individuele dosis en collectieve (de som van de individuele dosissen voor alle inwoners van een getroffen gebied of een groep mensen als totaal). Collectieve dosissen zijn vooral van belang als het gaat om grote bevolkingsaantallen in gebieden met relatief lage stralingsdosissen over een langere tijd. Van daaruit kan men voorspellingen doen over te verwachten gezondheidsschade op termijn. Deze gegevens zijn in het IAEA-rapport buiten beschouwing gebleven. Ten derde houdt het IAEA-rapport geen of onvoldoende rekening met het feit dat de latente periode voor het ontstaan van veel maligne aandoeningen nog lang niet voorbij is, zelfs niet na

20 jaar .Ten vierde worden tal van aandoeningen niet als een gevolg van ‘Tsjernobyl’ erkend, dan wel gezien als een gevolg van psychische stress mede ten gevolge van de economische malaise (waarbij men zich moet realiseren, dat die economische malaise mede een gevolg is van de enorme last die de ramp op de samenleving en het nationale budget van Oekraïne heeft gelegd). Het IAEA erkent wel de enorme psychosociale problematiek die ‘Tsjernobyl’ heeft teweeggebracht, (zoals depressies, suicides, alcoholisme, sociaal isolement) maar ziet die meer als gevolg van victimization door onvoldoende voorlichting en de oplossing in het bieden van nieuwe perspectieven. Op de slachtoffers komt dit echter eerder over als een niet erkennen van hun ellende en het uit willen komen onder financiële genoegdoening (revictimization of the victims). Uit wetenschappelijk valide onderzoek is wel degelijk gebleken dat cardiovasculaire aandoeningen, cataract op zeer jeugdige leeftijd, stoornissen in het immuunsysteem en psychiatrische ziekten, met name schizofrenie een significant hogere prevalentie vertonen dan in de normale populatie.

 

TORCH verdient serieuze bestudering en aandacht, met name ook in het Europese parlement, waar immers politieke beslissingen worden genomen over de toekomst van kernenergie, de hulp aan Oekraïne, verdere humanitaire hulp aan de slachtoffers etc.

Ook heb ik me de vraag gesteld waarom de WHO zijn handtekening onder dit rapport heeft gezet. De WHO dient immers onafhankelijk te zijn, terwijl de IAEA natuurlijk toch een kernenergie-club is. Die wil weliswaar de proliferatie van militaire nucleaire technologie tegengaan met als argument ‘geen verdere verspreiding van kernwapens’, maar houdt dit binnen de atoomstaten geenszins tegen. De WHO heeft in 1959 een verdrag ondertekend met de IAEA, waarin is bepaald dat de eerste slechts wetenschappelijk werk over de gezondheidseffecten van nucleaire effecten mag doen met toestemming van de IAEA, en dat de uitkomsten daarvan vertrouwelijk tussen WHO en IAEA blijven. Dit beperkt dus zeer de vrijheid en onafhankelijkheid van de WHO op dit gebied. Tevens heeft de IAEA zijn eigen normen voor wat betreft de eventuele schadelijkheid van radioactiviteit vastgesteld.

Dan rest nog de vraag, die ook onder ons al tot heftige discussies heeft geleid: is kernenergie een onderwerp van studie, discussie, debat en eventueel het innemen van een standpunt binnen de IPPNW, enger gezien:

binnen de NVMP/AVV? Volgens de IPPNW Duitsland wel degelijk en ook andere IPPNW affiliates (Zwitserland, Rusland e.a.) hebben dit opgenomen in hun programma.

 

Mijn mening is dat het niet houdbaar is om ‘vreedzaam’ gebruik van kernenergie te scheiden van de gevaren, die hieraan onlosmakelijk verbonden zijn: de gevaren van opwerking tot kernwapens (nu bovendien beperkt tot de kernwapenstaten en hun bondgenoten!), de gevaren van terroristisch misbruik van gestolen of via corruptie verkregen radioactieve stoffen, de gevaren voor de menselijke gezondheid van allerlei radioactief afval dat op tal van plaatsen in de wereld rondslingert en de nooit totaal uit te sluiten gevaren van nieuwe ongelukken met kernreactoren (laten we niet vergeten dat Tsjernobyl niet het enige of eerste ongeluk is geweest al is het verreweg het ergste). Mijn voorstel is om binnen de NVMP/-AVV een werkgroep te vormen om deze vraagstukken te bestuderen met vóór- en tegenstanders en twijfelaars en vandaaruit onze verenigingen te adviseren. We lopen op dit punt achter en het wordt tijd deze achterstand in te lopen.