Iran - een nieuwe crisis

Het Iraanse nucleaire

Programma

 

Een belangrijk onderdeel van de mislukking van de millennium- top in New York in september was het ontbreken van elke verwijzing naar de noodzaak voor nucleaire ontwapening en het tegengaan van nucleaire proliferatie. Secretaris generaal Kofi Annan zei hierover: ďOnze grootse uitdaging en onze grootste mislukking betreft nucleaire non-proliferatie en ontwapeningĒ.

 

Dat was beslist geen overbodige observatie, omdat er intussen alweer een nieuwe crisis rondom kernbewapening is geboren, die zich deze keer toespitst op Iran. De Board of Governors van het IAEA, het internationale atoomagentschap, dat toeziet op het vreedzame gebruik van nucleaire technologie, komt op

19 september bij elkaar om Iran te bespreken. Dit gebeurt naar aanleiding van een rapport dat begin september naar de Board werd toegestuurd door de onderzoekers van het IAEA, die zich baseerden op rapporten van inspecteurs in Iran.

 

Delen van dat rapport of de informatie waarop het is gebaseerd lekten eind augustus uit via de Washington Post. Daar werd geschreven dat de Iraanse ultracentrifuges waarop sporen van hoogverrijkt uranium werden aangetroffen in feite afkomstig waren van het kernbomprogramma van Pakistan, zoals ook door de Iraanse autoriteiten eerder was verklaard. De bevindingen van het rapport zijn dubbelzinnig: op sommige cruciale punten wordt de Iraanse regering in het gelijk gesteld, op andere blijven een aantal vragen liggen. Het is deze ambivalente situatie die de mogelijkheid van een confrontatie creŽert.

De Board moet besluiten of het akkoord gaat met een voorstel van de VS en de EU om de zaak te verwijzen naar de Veiligheidsraad van de VN. Omdat een deel van de leden van de Board daartegen bezwaar maakt, wordt er door VS diplomaten druk uitgeoefend om hun positie te veranderen. De Board kan formeel een meerderheidsbesluit nemen, maar werkt traditioneel op basis van consensus (ledenlijst onderaan artikel).

 

De berichtgeving in Nederland en elders over de ontwikkelingen rondom het Iraanse nucleaire programma vertoont de laatste maanden ernstige fouten en verdraaiingen. Hierdoor wordt het Iran-debat binnen zeer nauw omschreven grenzen gehouden - hoe snel kan Iran kernwapens bouwen - in plaats van de kwestie of er bewijzen zijn voor zo een programma. Dit wordt dan ook het raamwerk voor het verhaal dat straks wordt verteld rondom een eventuele confrontatie tussen Iran en de VS en IsraŽl.

 

De EU speelt hierin een belangrijke legitimerende rol voor de VS. De belangrijkste onderdelen van dat verhaal worden hieronder opgesomd.

 

Iran heeft een kernwapenprogramma

In de berichtgeving wordt gesuggereerd of zelfs expliciet beweerd dat Iran een kernwapenprogramma heeft. Daarbij worden als bron alleen Westerse - meestal Britse of Amerikaanse - anonieme regeringswoordvoerders aangehaald, of Iraanse ballingen die net als tijdens de aanloop naar de

Irak-oorlog alle redenen hebben om een confrontatie uit te lokken. In feite is er geen enkel bewijs dat Iran kernwapens ontwikkelt. Iran zelf ontkent dit ook. Alles wat Iran verklaart wordt in de media stelselmatig afgedaan als een Ďbeweringí, beschrijvingen door westerse woordvoerders krijgen steeds de schijn van neutraliteit. Door herhaling wekken de Nederlandse media daarmee de schijn van betrouwbare berichtgeving.

 

Iran is zijn internationale verdragsverplichtingen niet nagekomen

Iran heeft een bilaterale overeenkomst met de ĎEU3í - Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, plus een vertegenwoordiger voor de rest van de EU - opgezegd, omdat het zich niet kon vinden in het aanbod van de EU3. Cruciaal was de eis dat Iran delen van het uraniumverrijkingsproces zou opgeven. Dit weigert Iran omdat het door haar ondertekende Non-Proliferatieverdrag dit expliciet toelaat (ook dit wordt in de media steeds omschreven als een Iraanse Ďbeweringí - het is echter een feit dat makkelijk te controleren is door het verdrag te raadplegen). Iran was wel bereid om tijdens de onderhandelingen het verrijkingsproces stil te leggen. Daar is ze nu voor een voorfase van het verrijkingsproces van afgestapt. De onderhandelingen betroffen dus afspraken over inspectie van het Iraanse kernenergieprogramma die verder gingen dan de afspraken vastgelegd in de zogenaamde full-scope Safeguards Agreements met het Internationaal Atoomagent-schap, het inspectieorgaan voor nucleaire aangelegenheden van de VN (IAEA). Deze laatste overeenkomsten, die voortvloeien uit het lidmaatschap van het Non-Proliferatie- verdrag en die inspectie van de

nucleaire installaties in Iran regelen, worden strikt nagekomen. De IAEA- inspecteurs hebben volledige toegang tot de meeste nucleaire faciliteiten, inclusief de zojuist weer opgestarte voorfase van het verrijkingsproces.

 

Wel bestaan er nog steeds een aantal vragen over bepaalde faciliteiten. Het gaat daarbij om onderdelen van het Iraanse nucleaire programma die tot 2003 geheim werden gehouden. Hoewel er geen verplichting was om alles over dit programma aan het IAEA bekend te maken, heeft deze geheimhouding enig wantrouwen opgewekt. Verzoeken van de IAEA zijn incompleet of niet beantwoord door de Iraanse regering (deze worden opgesomd in het meest recente rapport aan de Board). Een aantal keren werd de gevraagde documentatie pas gegeven nadat er langs andere weg bewijzen waren gevonden. Zo bestaan er nog steeds vragen over mogelijke leveranties van nucleaire verrijkingstechnologie door onderdelen van het Khan- netwerk in de negentiger jaren. Iraanse vertegenwoordigers hebben verklaard dat deze geheimhouding te maken had met de sancties die aan Iran waren opgelegd i.v.m. het nucleaire programma, en het bewaken van militaire geheimen. Openbaarheid geeft immers de militaire planners van de Amerikaanse dan wel de IsraŽlische luchtmacht ook informatie die van nut is voor het voorbereiden van bombardementen. In de VN- inspectieteams in Irak waren destijds inlichtingenofficieren geÔnfiltreerd. Over toegang tot deze geheime installaties wordt door IAEA-inspecteurs met de Iraanse autoriteiten onderhandeld.

 

Uranium verrijking impliceert productie van een kernbom

Dit is een mogelijke toepassing van het product van het verrijkingsproces. De andere is voor de opwekking van elektriciteit in een kerncentrale. Alleen als het uranium tot een hoge graad verrijkt wordt, is het geschikt voor een atoomwapen. Iran heeft aangeboden aan de IAEA om het verrijkingsproces te controleren, om eventueel militair gebruik van het verrijkte uranium te verhinderen. Iran beroept zich op het NPV, dat elke ondertekenaar volledige toegang tot de technologie en kennis voor het opwekken van kernenergie garandeert, inclusief opwerking en verwerkingsprocessen (art. IV van het verdrag). Dat was de reden waarom het EU-aanbod om nucleair materiaal te leveren in augustus werd afgewezen: Iran wil zelf volledige controle over de nucleaire productiecyclus.

 

Uiteraard is het heel goed mogelijk dat Iran de optie om in de toekomst een kernwapen te bouwen wil openhouden. Dat kan binnen de grenzen van het NPV en de capaciteit om dit te doen staat ook ter beschikking van een groot aantal andere ondertekenaars, zoals bijvoorbeeld BraziliŽ, Japan, Zuid-Afrika, Duitsland of Nederland. Het gaat dus om een politieke interpretatie van de lange-

termijndoelen van de Iraanse regering. Maar daar kan geen enkel verdrag of controlemechanisme op ge-

baseerd worden.

 

Het is wel zo dat er door het IAEA voor gepleit wordt om grenzen te stellen aan deze volledige toegang tot de nucleaire cyclus (omdat daardoor de kennis en grondstoffen voor het maken van kernwapens te makkelijk verspreid worden). Het is echter moeilijk om daarover internationale overeenstemming te krijgen zolang de kernwapenstaten en hun bondgenoten vasthouden aan unilaterale controle over hun eigen nucleaire infrastructuur. Een groot aantal landen hebben delen van de infrastructuur voor de productie van kernenergie en dus kernwapens in handen, inclusief Nederland. Het gaat hier om het Urenco bedrijf waar de Pakistaanse atoomspion Khan met passieve medewerking van de staat belangrijke informatie vergaarde over het verrijkingsproces.

 

De internationale gemeenschap is tegen de Iraanse positie

Dit is een dubieuze formulering die herhaaldelijk gebruikt wordt om de indruk te wekken dat Iran geÔsoleerd is. In feite is er brede internationale steun voor Iran, omdat:

- het zijn Non-Proliferatieverdrag verplichtingen nakomt;

- BraziliŽ, Zuid Afrika en andere niet-gebonden landen het niet eens zijn met de westerse aanpak van Iran, omdat zij in principe in dezelfde positie verkeren (bezit van opwerking- en verrijkingsinstallaties);

- andere kernwapenstaten (IsraŽl, India, Pakistan) gedoogd worden en er sprake is van dubbele maatstaven;

- de kernwapenstaten en hun bondgenoten zelf geen serieuze stappen naar nucleaire ontwapening ondernemen;

- de recente oorlog tegen Irak werd voorafgegaan door een mediacampagne bestaande uit leugens, geruchten en verdraaiingen die de indruk moesten wekken dat dat land massavernietigingswapens bezat. De huidige campagne tegen Iran is deels gebaseerd op vergelijkbare geruchtenstromen die wederom kritiekloos worden overgenomen door opiniemakers.

 

De Board of Governors van het Internationale Atoomagentschap nam op 11 augustus een resolutie aan waarin er bij Iran werd aangedrongen op het alsnog stilleggen van het pre-verrijkingsproces. In die resolutie wordt niet beweerd dat Iranís optreden illegaal is. Eenderde van de leden van de Board, vooral leden van de niet-gebonden landen, hebben zich verzet tegen een verwijzing naar de Veiligheidsraad of zelfs een dreiging daarmee, zoals gewenst door de VS.

 

Amerikaanse doelen

Voormalig inspecteur Blix heeft verklaard dat een voorwaarde voor een overeenkomst een niet-aanvalsverklaring van de VS is. Daarmee raakte hij de politieke kern van het probleem.

De grote vraag is immers of de regering van de VS blijft aansturen op een confrontatie. Het neoconservatieve, revolutionaire deel van de Amerikaanse regering wil zeker een nieuwe confrontatie, al was het maar omdat de toenemende binnenlandse oppositie in de VS tegen de buitenlandse avonturen een vlucht naar voren aantrekkelijk maakt. De mogelijkheden van de VS tegen Iran zijn niet zo beperkt als vaak in de media gesuggereerd wordt. Veel opiniemakers stellen dat het grootste deel van het leger vastzit in Irak en dat de nucleaire infrastructuur van Iran niet vernietigd kan worden vanuit de lucht. Dat is een nogal enge militaire denkwijze. Het is immers ook mogelijk dat de Amerikaanse strategen mikken op een politieke transformatie teweeggebracht door een combinatie van luchtaanvallen en opstanden in delen van Iran, geholpen door infiltraties van speciale Amerikaanse eenheden. Als dat zo is, dan is een grote landinvasie niet nodig. Men kan volstaan met een regeringswisseling waarbij de vooronderstelling is dat het nieuwe bewind pro-Amerikaans zal zijn.

Twee vragen blijven dan staan:

- Klopt de vooronderstelling dat de Iraanse regering zal vallen en er een politieke omwenteling wordt geÔnitieerd?

- Hebben de neoconservatieve leiders in de Amerikaanse regering genoeg macht om dit beleid door te drukken?

 

Het huidige EU beleid, dat in feite de Amerikaanse politiek steunt, werkt de neoconservatieve confrontatielijn in de hand. SubstantiŽle delen van de Amerikaanse politiek zijn het er niet mee eens, maar hun positie wordt ondermijnd door de EU lijn.

(zie verder de documentatiebundel Facts & Reports 42, op www.eurobomb.nl onder Ďrecentí).

 

NOOT: Leden van de Board of Governors van de IAEA 2004-2005:

Algerije, ArgentiniŽ, AustraliŽ, BelgiŽ, BraziliŽ, Canada, China, Duitsland, Ecuador, Frankrijk, Ghana, Hongarije, India, ItaliŽ, Japan, Jemen, Mexico, Nederland, Nigeria, Pakistan, Peru, Polen, Portugal, Rusland, Singapore,

Slowakije, Sri Lanka, TunesiŽ, Zuid Afrika, Zuid Korea, Venezuela, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Vietnam, Zweden.