Interview met Regina Birchem, de nieuwe voorzitter van Women’s International League for Peace and Freedom (WILPF)

 

Vrij weergegeven.

 

Zorgeloze jeugd. Oorspronkelijk had ik niets met vredesstrijd. Ik groeide op in de staat Pennsylvania, VS in een landelijke omgeving, in een liefdevol gezin en geïsoleerd van het wereldrumoer. Sociale verandering had wel mijn aandacht. Ik gaf onderwijs, eerst aan de lagere school en na mijn afstuderen ook aan high schoolleerlingen. In de vrouwengroep van de Franciscaanse gemeenschap waar- binnen ik werkte werd alles gedeeld, alle verdiensten kwamen ten goede aan die gemeenschap. De besteding van ons ‘salaris’ was niet onze zaak. Zodoende stond ik daar niet bij stil. Het was een heerlijke, zorgeloze tijd.

 

Geld voor wapens. Door veranderingen in het persoonlijke vlak kreeg ik te maken met betaald werk. Dat deed me beseffen dat een deel van mijn salaris naar (kern)wapens ging. Het shockeerde me, om Reagan te horen zeggen dat een kernoorlog te winnen is en ik dacht: van mij krijg je geen rooie cent! In het besef dat er iets gedaan moest worden tegen deze ontwikkeling werd ik lid van een vredesgroep. Ik realiseerde me tegelijkertijd dat de regering zijn defensiegeld toch wel binnen haalt.

 

Persoonlijke geweldservaring.

Een ander bepalend moment was een schokkende persoonlijke ervaring. Onderweg naar een diner parkeerde ik mijn auto langs de weg omdat ik wat vroeg was en nog iets wilde kopen. Opeens kwam een figuur op me af die me bedreigde met een mes.

Hij wilde me terugdwingen in mijn auto, maar dat zou iets verschrikkelijks betekenen. Ik bood weerstand. Hij werkte me tegen de grond, zette het mes op mijn keel, later tegen mijn rug. Ik kwam er af met wat pijnlijke plekken, maar hield er nachtmerries aan over. Hetzelfde voorval kwam steeds terug in mijn droom. Ik werd dan schreeuwend wakker. Een vriend raadde me aan, bij wijze van therapie, me militant op te stellen door me aan te sluiten bij een actiegroep. Dit werd WILPF. Hierna zijn de nachtmerries niet meer teruggekomen.

 

Bestuursfuncties. Ik werd meteen actief in WILPF, eerst in het hoofdbestuur van de VS in 1986, daarna internationaal als vice-president, na het vertrek van Edith Ballantyne. Toen ze me na één jaar vroegen voor het presidentschap zag ik daar erg tegen op en weigerde. Maar toen in de zomer van 2004 Aristide van Haïti werd ontvoerd, maakte me dat zo woedend dat ik besloot in het diepe te springen en ja te zeggen. Wat me deprimeert is de situatie in de VS.

De verkiezing van Bush voor nog eens vier jaar was een schok, maar daar mogen we juist niet bij neerzitten. Het is een reden temeer om samen met gemotiveerde bondgenoten aan de slag te gaan. En zo verbond ik me in augustus 2004 voor een driejarige periode als internationaal president van Women’s International League for Peace and Freedom.

 

Privé. Deze baan eist veel. We hebben geen kinderen, maar iedere dag gaan mijn gedachten uit naar mijn echtgenoot en anderen die thuis de zaken behartigen.

 

Gezondheidszorg. WILPF telt een niet onaanzienlijk percentage gezondheidswerkers. Ook werken we samen met de PSR, kinderartsen en Nurses for Peace. Bij de viering in Baltimore van 90 jaar WILPF waren nogal wat artsen aanwezig.

 

Westers gedachtegoed, postmodernisme. Onder andere door het westerse postmodernistische klimaat stuiten we soms op weerstand in ons werk. De mensen zijn cynisch, ze geloven niet dat het helpt om actief te zijn. Ik heb trouwens problemen met het begrip ‘postmodernisme’, het is moeilijk te definiëren.

 

Jongeren. Die staan wat veraf van de WILPF. Ze doen dingen anders. Onder andere door allerlei digitale technieken hebben ze een andere logica ontwikkeld. Dit wordt bevestigd door psychologen. Ouderen voelen zich hierbij soms ongemakkelijk. Jonge mensen willen zich niet binden, doen meer ad hoc. Maar ze doen veel, vooral ook op het gebied van milieu en vluchtelingen. Ook stellen ze ons vragen en zijn ze actief geïnteresseerd in wat wij doen en deden. Geef ze vooral de ruimte.

 

Religie. De spirituele dimensie in WILPF is sterk, zeker ook bij niet-kerkgebonden leden. Er is veel aandacht voor het niet-materiële, voor de filosofie. WILPF omvat diverse godsdiensten: christendom, jodendom, islam en een aantal andere. Naast positieve invloeden zien we sterk negatieve tendensen (fundamentalisme). Onderling begrip is cruciaal. WILPF is er niet specifiek mee bezig, heeft wel contacten.

 

Kunst als middel tot het uitdragen van WILPF-gedachtegoed. Hier zouden we meer mee moeten doen. Een lid uit Libanon wil graag een bijdrage leveren in de vorm van poëzie en muziek. Zoiets kan soms meer bewerkstelligen dan een doorwrochte lezing.

 

Geweld door overheden. In principe nee, met als enige uitzondering extreem onrecht.

 

Top 5 voor de toekomst van de WILPF. 

1. Meer bezig zijn met het milieu. Voor individu en gemeenschap is milieu-veiligheid minstens zo vitaal als militaire veiligheid. Waterbeheer is essentieel.

2. Dynamisch, praktisch leiderschap.

3. Aandacht voor en werken aan de financiële positie. Door de teruglopende economie is er minder geld.

4. Aandacht voor de ’biologische voetafdruk’. Die is veel te groot in westerse landen. 

5. Open staan, leren van jongeren en anderen.

 

Tot slot kort en krachtig: hou vol, kijk vooruit. Regina overhandigde me het boekje: Generations of Courage (WILPF, binnenkomend uit de 20ste eeuw in een nieuw millennium).