Het welzijn van de bevolking

 

Verdrongen perceptie

 

Vandaag zijn onze politici in toenemende mate bezorgd om het welzijn van de bevolking. Eigenlijk een vrij recent verschijnsel.  Waar zij pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog echt aandacht begonnen te schenken aan de zware bedreigingen die een zich snel ontwikkelende industriële maatschappij voor mens en milieu meebrachten, duurde het nog een hele tijd vooraleer effectieve maatregelen consequent werden toegepast.

 

Ik herinner me nog goed hoe ik in 1943, na mijn middelbare studies, tijdens de Duitse bezetting, een jaar arbeidsdienst moest verrichten vooraleer ik aan de universiteit mocht beginnen. Ik bood me aan in een fabriek van kunstzijde, een viscose bedrijf. De omstandigheden waarin men toen moest werken waren ongelooflijk. Het werk gebeurde in smerige, totaal afgesloten lokalen waarvan een aantal een vochtigheidsgraad had van 100%. Zware arbeidsongevallen waren legio en werden als normaal beschouwd. Maar veel erger was de blootstelling in de productieafdelingen aan het giftige koolstofdisulfide (CS2). In de sulfuratieafdeling, waar in roterende trommels cellulose met koolstofdisulfide werd vermengd, zag je regelmatig arbeiders bij het uitkeren van de gevormde viscose dronken naar buiten lopen om even wat frisse lucht te happen, om dan na enkele minuten weer voort te gaan werken. Later, toen ik in mijn praktijk een aantal arbeiders kon volgen, stelde ik vast dat ze allemaal vanaf hun veertig jaar impotent waren en dat niemand ouder werd dan 65 jaar. Het duurde nog tot 1950 eer deze chronische koolstofdisulfidevergiftiging als beroepsziekte werd erkend en de slachtoffers een uitkering kregen.

 

Vandaag is het helemaal anders geworden. Meer en meer tracht men door preventieve maatregelen oorzaken van ziekte en vroegtijdige dood op te sporen en uit te schakelen. De bevolking wordt gewezen op de gevaren van luchtvervuiling, ongezonde werkomstandigheden, gevaarlijke producten in water en voedsel. Onderzoek naar producten die de gezondheid kunnen schaden groeit met de dag. Een aantal hiervan wordt bij wet verboden. Het gebruik van andere, zoals tabak, tracht men zoveel mogelijk af te raden en te onderdrukken. Bouwmaterialen en huishoudtoestellen moeten aan bijzondere voorwaarden voldoen om onze veiligheid en gezondheid te waarborgen. En als je ziet hoeveel geld tegenwoordig wordt besteed om het verkeer veiliger te maken door het opsporen en aanpassen van ‘zwarte punten’, tot welke inspanningen de constructeurs van auto’s worden aangespoord of verplicht, dan moet je vaststellen dat onze maatschappij en onze politici vandaag zeer sterk begaan zijn met de gezondheid en het welzijn van de burger.

 

Die evolutie stellen we als artsen ook vast in ons beroep. Inzake medicatie eist men veel meer onderzoek vooraleer een geneesmiddel goed te keuren en bijkomend onderzoek als bij het op de markt komen twijfel ontstaat in verband met de veiligheid. Waar voorheen enkel de echt obsolete producten en behandelingen afgevoerd worden, is men vandaag uiterst streng geworden voor alle negatieve nevenwerkingen, ook al komen ze niet zo frequent voor. Onze moderne maatschappij is op al die terreinen zeer begaan met onze veiligheid en gezondheid. Dit is een zeer positieve ontwikkeling.

 

Op één terrein schiet onze overheid echter te kort, schromelijk tekort.  Die bezorgdheid voor onze gezondheid bestaat niet meer als het gaat om militaire beslissingen, in de eerste plaats in verband met nucleaire bewapening. Zeker als je het wat van op afstand bekijkt wordt die zorg voor ons welzijn een lachertje. Kernwapens blijven nog altijd een groot gevaar voor iedereen en kunnen bij ongevallen, misbruik of door een verdere evolutie naar ‘bruikbare’ wapens de hele inzet voor meer veiligheid van de bevolking teniet doen. 

 

* Het reduceren van de kernwapens stropt. Er blijven nog altijd een ongelooflijk aantal kernkoppen in voorraad, waarvan meer dan de helft binnen enkele uren bruikbaar. Duikboten doorkruisen nog altijd de oceanen, elk met een vernietigingspotentieel van meer dan duizend Hiroshima’s. Enkel Rusland houdt ze in de eigen havens om financiële redenen. Een kernduikboot blijft een groot potentieel gevaar omdat de bemanning autonoom kan handelen. De kans is klein dat de twee of drie bemanningsleden die samen het starten moeten initiëren dit ooit zonder bevel effectief zouden doen, maar ze bestaat.

 

* Nog altijd zijn kernwapens gericht op vele steden over de hele wereld, ook op onze steden. Is dat geen bedreiging van onze veiligheid?

 

* De grootmachten op kernwapengebied zijn verschrikkelijk schijnheilig als zij hun voorraden wensen te behouden, maar andere landen verbieden kernwapens te produceren of te bezitten. Als de huidige situatie voortduurt komt er zeker verdere proliferatie. Elk nieuw land met kernwapens kan een kernoorlog beginnen, waarvan men nooit het einde kent.

 

* Al even hypocriet is de verklaring van de kernmachten dat die wapens in hun handen veilig zijn en dat het uiteindelijk geen gebruiks- maar afschrikkingstuigen zijn. In de eerste plaats zijn ze al gebruikt; bovendien is er nog nooit enig bewijs of aanduiding geweest dat ze echt afschrikken; tenslotte willen de kernmachten niet uitdrukkelijk verklaren dat ze kernwapens niet als eerste zullen gebruiken.

 

* Nog schijnheiliger zijn de pogingen om kernwapens te miniaturiseren en zo tot echt bruikbare wapens om te bouwen. Waar ligt dan de grens? Dit betekent uiteindelijk gebruik en geleidelijke opstap in de toegelaten kracht.

Waarom blijft men de wereld bedreigen met die enorme vernietigingskracht? Dat men ons eens een scenario voorstelt waaruit blijkt dat dit aantal verantwoord is! Met de beste wil ter wereld, ik kan me er geen indenken.

 

Het is goed dat de vredesbewegingen dit jaar (onder andere Vlaamse Vredesweek, Kernwapens de wereld uit,  23 september tot 2 oktober 2005) weer de nadruk leggen op de kernwapens. Men tracht immers op alle manieren de perceptie van het nucleaire wapengevaar te verdringen.  Daarom moeten we zwaar aandringen bij onze politici en vragen dat ze zich inzetten voor de reductie van de kernwapens. Binnen de NAVO moeten zij de verwijdering eisen van alle kernkoppen op ons grondgebied. Door die nutteloze wapens, die niet van ons zijn en waarover we geen zeggingsmacht hebben, kunnen we ons land niet tot kernwapenvrij gebied uitroepen.