De Toetsingsconferentie van het Non-proliferatie Verdrag

 

Patstelling in New York

 

In mei vond in New York de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag plaats. De bedoeling was om te evalueren wat er de afgelopen vijf jaar terechtgekomen was van de afspraken die bij de vorige Toetsingsconferentie in 2000 waren gemaakt. De conferentie is, niet onverwacht, mislukt.

 

Wat waren de redenen daarvoor?

Zoals bekend zijn er in het NPV afspraken gemaakt door de ondertekenaars, dit is de hele wereld behalve de kernwapenstaten India, Pakistan en Israël. Deze afspraken handelden over de niet-verspreiding van kernwapentechnologie en kernwapens en ook over nucleaire ontwapening. Tegelijkertijd geeft het verdrag aan elke ondertekenaar volledige toegang tot alle nucleaire technologie noodzakelijk voor vreedzaam gebruik. Recentelijk hebben een aantal lidstaten echter misbruik gemaakt van hun lidmaatschap, door met die technologie de basis te leggen voor kernwapenproductie. Vanaf het in werking treden van het verdrag werd deze dubbelzinnigheid als het ware ingebouwd. De technologie voor het vreedzame gebruik van kernenergie en de constructie van kernwapens is immers grotendeels dezelfde.

 

Voor de kernwapenstaten, de VS voorop, is het tegenhouden van de proliferatie van kernwapens van het allergrootste belang. Voor de andere landen is de belofte om nucleair te ontwapenen, die door de vijf officiële kernwapenstaten (VS, Rusland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en China) is gemaakt, van even groot belang. Deze tweedeling ligt aan de basis van de grote meningsverschillen over de agenda van de conferentie en wat er verder moet worden afgesproken. Dit meningsverschil had tot gevolg dat er pas op 11 mei een agenda werd vastgelegd. De Amerikaanse diplomaten streefden ernaar om elke verwijzing naar afspraken die in het verleden waren gemaakt te weren uit de documenten en verslagen. Zo zijn er bijvoorbeeld de ‘13 stappen naar nucleaire ontwapening’, een deel van het slotdocument van de toetsingsconferentie van 2000. De VS wilde dat alleen de potentiële gevaren van nieuwe kernwapenstaten, zoals Noord Korea en Iran, zouden besproken worden en wilde tevens afspraken om de verspreiding van nucleaire technologie tegen te gaan.

 

Aan de andere kant speelde het samenwerkingsverband van de Beweging van Niet-gebonden Landen een belangrijke rol: deze wilde, conform eerder gemaakte afspraken, een werkgroep over het Midden-Oosten, waarbij vooral de kernwapenstatus van Israël aan de orde moest komen. Bovendien vond Egypte dat er een expliciete verwijzing naar de ‘13 stappen’ in de agenda moest worden opgenomen. Na anderhalve week geruzie, trok de VS aan het langste eind: alleen een vage verwijzing naar de ‘13 stappen’ en geen Midden-Oosten werkgroep. Dat onderwerp werd verwezen naar een werkgroep over regionale vraagstukken.

 

De NAVO-kernwapens

Een belangrijk punt dat meespeelde op de achtergrond in New York was de nucleaire strategie en bijbehorende nucleaire bewapening van de NAVO. Dit punt werd meegenomen tijdens debatten in een aantal parlementen in Europa, waar de NPV-conferentie van tevoren werd besproken. In de Belgische Senaat werd op 21 april 2005 een motie over nucleaire ontwapening aangenomen met kamerbrede steun (zie hierover het artikel in de vorige nieuwsbrief). In Nederland vond op 27 april een debat in  de Kamer plaats, waar er bij de regering op aangedrongen werd om positieve stappen te ondernemen, bijvoorbeeld in de richting van de Nieuwe Agenda Coalitie. De VN-resoluties die door dit samenwerkingsverband van landen zijn aangeboden, zorgden de afgelopen jaren voor enige druk op de kernwapenstaten om tot serieuze nucleaire ontwapening te komen.  Minister Bot van Buitenlandse Zaken vertelde de parlementariërs echter dat Nederland liever koerste op een gezamenlijk standpunt van de EU. Dat betekende dus verregaande compromissen met de kernwapenstaten Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Het voor Nederland meest praktische punt, dat van de nog altijd aanwezige kernwapens op Volkel, werd in de Kamer ook weer aan de orde gesteld. Het is immers op zijn minst merkwaardig dat een aantal zogenaamde ‘niet-kernwapenstaten’ (België, Nederland, Duitsland, Turkije en Italië) piloten opleiden om met hun vliegtuigen kernwapens af te werpen in tijd van oorlog. Dat zijn de beruchte Amerikaanse kernwapens in Europa, waarvan er volgens de laatste telling 480 in de bovengenoemde Europese landen plus het Verenigd Koninkrijk zijn opgeslagen. Een deel van deze ’vrije val bommen’ is ook bedoeld voor gebruik door in Europa gestationeerde Amerikaanse aanvalsvliegtuigen. Minister Bot van Buitenlandse Zaken gaf in het debat van 27 april echter geen krimp op dit punt. Toch gebeurde er iets nieuws: een door kamerleden Karimi, Koenders en van Velzen op 29 april ingediende motie werd niet alleen door de éénmans fractie van Lazrak ondersteund, maar ook door de regeringspartij D66. Deze ontwikkeling was des te interessanter, omdat inmiddels (op 13 april) in Duitsland ook een resolutie was ingediend voor verwijdering van de NAVO-kernwapens, ditmaal door de oppositionele liberalen, de FDP. Daarmee kwamen de Grünen en SPD, momenteel aan de macht, voor een lelijke keuze te staan. Op regeringsadvies hebben ze de motie niet gesteund. Een door Der Spiegel gepubliceerde opiniepeiling wees echter begin mei uit dat de meerderheid van de bevolking verwijdering van de kernwapens steunde.

 

Demonstraties in New York

Er was in Europa dus wel sprake van enige politieke druk op politiek en diplomatie om tot zaken te komen over de kernwapens. Die druk werd verder opgevoerd tijdens de NPV- conferentie, door een aantal evenementen georganiseerd door de Amerikaanse vredesbeweging en de internationale organisatie Mayors for Peace (Burgemeesters voor Vrede). In de straten van New York en Central Park vond op 1 mei een grote vredesdemonstratie plaats waar ongeveer 40.000 mensen aan deelnamen. De bijeenkomst werd toegesproken door burgemeester Akiba van Hiroshima, tevens president van ‘Burgemeesters voor Vrede’, door een overlevende van de atoomaanval op Hiroshima en door vele anti-oorlogsdeskundigen en buitenlandse activisten. Deze demonstratie, georganiseerd door een samenwerkingsverband van de anti-oorlogsorganisaties van de VS en de anti-kernwapenbeweging, kreeg uitgebreide aandacht in de Amerikaanse pers.

 

Enkele dagen later vond een reeks bijeenkomsten van de ‘Burgemeesters voor Vrede’ plaats, waar diplomaten, activisten, burgemeesters van over de hele wereld en deskundigen elkaar troffen om de huidige en toekomstige campagnes te bespreken. Burgemeester Iccho Ito van Nagasaki sprak de openingssessie van de NPV-conferentie toe, evenals activisten van de niet-gouvernementele organisaties. Op 11 mei volgde een reeks presentaties van de NGO-gemeenschap voor de diplomaten, die alle thema’s behandelde die met nucleaire bewapening te maken hebben. 

 

Of deze immense inspanning van de civil society invloed heeft gehad op de gebeurtenissen is onduidelijk. Uiteindelijk is de toetsingsconferentie ondubbelzinnig mislukt. Burgemeester Akiba schreef een afsluitende brief aan de voorzitter, ambassadeur Duarte, waarin hij zijn teleurstelling tot uiting bracht. “Door gebruik te maken van de vergaderregels, kunnen een paar landen de wensen van de overgrote meerderheid blokkeren”, schreef hij. Maar in dezelfde brief kondigde hij ook aan dat er een nieuwe inspanning van Burgemeesters voor Vrede zou worden gelanceerd.  In Hiroshima en Nagasaki worden begin augustus de nucleaire bombardementen van 1945 op die steden herdacht. De verwachting is dat behalve de duizenden anti-kernwapenactivisten van over de hele wereld, ook honderden burgemeesters aanwezig zullen zijn. Dat zal het sein zijn voor het begin van de nieuwe campagne van de anti-kernwapenbeweging, meer noodzakelijk dan ooit.