Er moet alles aan gedaan worden om gewapende conflicten te voorkomen

 

Voorkomen is goedkoper dan genezen

 

Coby Meyboom

Op zaterdag 12 maart 2005 is in  Utrecht een manifestatie gehouden in het kader van het Decennium voor een Cultuur van vrede en Geweldloosheid voor de kinderen van de wereld. 

 

De jongste wereldconflictkaart laat zien dat er momenteel wereldwijd 200 gewapende conflicten, weliswaar verschillend in intensiteit, gaande zijn. Juist het aantal conflicten binnen landen neemt toe. Waren vroeger de slachtoffers voornamelijk militairen, nu zijn dat voor 90% burgers, waarvan weer 70% vrouwen en kinderen.

Toch zijn er wereldwijd allerlei initiatieven om te werken aan een andere wereld. Een voorbeeld is het VN Decennium voor een Cultuur van Vrede en Geweldloosheid voor de Kinderen van de Wereld (2001-2010), in het kader waarvan deze ontmoetingsdag is georganiseerd. De aanname van de VN Veiligheidsraad Resolutie 1325 (zie www.peacewomen.org), waarin vrouwen beter beschermd worden en een actieve rol krijgen toebedeeld in het voorkomen en duurzaam oplossen van deze conflicten, is een ander voorbeeld.

 

In de internationale politiek groeit steeds meer het besef dat er alles aan gedaan moet worden om gewapende conflicten te voorkomen, ook al omdat het veel goedkoper is dan ze te moeten oplossen. Bovenal kan mensen veel verdriet en ellende worden bespaard. Een ruwe schatting levert op dat militaire uitgaven jaarlijks ruim 780 miljard US dollar bedragen. Dat geld zou beter kunnen worden besteed aan ‘echte’ ontwikkeling, aan het werken aan mogelijkheden waardoor mensen wereldwijd een menswaardig bestaan kunnen leiden. Voor 13 miljard dollar zou ieder mens kunnen beschikken over het broodnodige voedsel en primaire gezondheidszorg.

 

Alhoewel ieder gewapend conflict anders is, zijn er een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Oorzaken van deze conflicten worden toegeschreven aan: maatschappelijke tegenstellingen (rijk/arm, politieke inbreng), het bewustzijn van superioriteit van de ene etnische/religieuze groep ten opzichte van de andere,

etnische, religieuze en raciale scheidslijnen, schendingen van mensenrechten en andere. Vaak is het zo dat bij de verdere escalatie van een gewapend conflict oorzaken en gevolgen in elkaar overgaan en inwerken op de geweldspiraal.

 

Bij een gewapend conflict zijn globaal vier fasen te onderscheiden:

1. De voorfase: een bestaand conflict dreigt een gewapend conflict te worden;

2. Het uitbreken van een gewapend conflict;

3. De fase, waarin begonnen wordt met vredesonderhandelingen en er een vredesakkoord kan worden gesloten;

4. De wederopbouw van de samenleving.

 

Oplossen en voorkomen

Bij het sluiten van een vredesakkoord is het van belang dat dit op zo’n manier gebeurt dat er alle voorwaarden zijn voor een duurzame vrede. Van belang is dat de geweldspiraal wordt doorbroken en dat oorzaken van het conflict worden aangepakt, zoals: bepaalde groepen niet tot zondebok maken van economische tegenstellingen, ontwapening en herstel van de rechtsorde. Daarnaast is het mogelijk, en dat gebeurt op zowel lokaal als internationaal niveau steeds meer, om per fase waarin een conflict zich bevindt, de juiste maatregelen te nemen. Daarbij geldt dat hoe eerder er wordt ingegrepen, hoe meer menselijke ellende en economische destructie beperkt kunnen blijven.

 

Mogelijke maatregelen:

1. Voorfase: het hanteren van een early warning system, een lijst met criteria om te herkennen wanneer er een gewapend conflict dreigt uit te breken. Maatregelen zouden dan kunnen zijn: bemiddelen in het conflict (multi-track diplomacy: vanuit verschillende invalshoeken bemiddelen), trainingen en financiële steun om ongelijkwaardigheid op te heffen;

2. Uitbreken van een gewapend conflict: internationaal zorg dragen dat de wapenhandel wordt gecontroleerd en in ieder geval elimineren van de illegale wapenhandel. Initiatieven om de conflicterende groepen aan de

onderhandelingstafel te krijgen;

3. Vredesonderhandelingen: werken aan win-win oplossingen en geen vernedering van bepaalde bevolkingsgroepen. Vredesonderhandelingen niet (alleen) met de krijgsheren, maar juist met degenen die een ‘positieve’ instellingen hebben: respect voor de mensenrechten, erkennen van democratische waarden. Ook vrouwen aan de onderhandelingstafel;

4. Wederopbouw: financiële hulp voor een programma tot wederopbouw. Berechting en bestraffing van de schuldigen (binnenkort gaat het Internationale Permanente Strafhof in Den Haag functioneren).

 

WILPF = Women International Leaque for Peace and Freedom