6 november 

 

Internationale dag voor preventie van aantasting milieu bij gewapende conflicten

 

In 2002 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 6 november uit tot Internationale dag voor de preventie van aantasting van het milieu bij gewapende conflicten. In het kader hiervan werd op 13 oktober 2003 in Berlaar, BelgiŽ, de internationale campagne voor het uitbannen van het gebruik van uranium in wapentuig (ICBUW) opgericht. Dit vanwege het grootschalig gebruik van verarmd uranium door de VS tijdens de Irak-oorlogen en door de NAVO in BosniŽ en ServiŽ en de toenemende verontrustende berichten hierover.Deelnemers waren onder andere onze Duitse zustervereniging, welke in Hamburg een actie- en studieconferentie belegde. In Nederland werd de actie onder andere gesteund door RISQ (Review of International Social Questions) en door LAKA (documentatie- en informatiecentrum kernenergie).

 

Op 6 november 2004 werd door het ICBUW in het Asser Instituut in Den Haag een debat georganiseerdmetals sprekers dr. Keith Baverstock (voormalig hoofd van de afdelingbescherming kernstraling van de wereldgezondheidsorganisatie) en dr. Manfred Mohr, stafofficier van het Duitse Rode Kruis en medeoprichter van IALANA, de internationale juristen voor de preventie van kernwapengeweld. Als lid van het forum waren ook aanwezig Krista van Velzen, Tweede-Kamerlid van de Socialistische Partij en mr. Wim van den Burg, voorzitter van de militaire vakbond AFMP/FNV.

 

Dr. Keith Baverstock, voormalig hoofd van de afdeling bescherming kernstraling van de wereldgezondheidsorganisatie, wijst op de inmiddels meer bekend geworden bijzondere effecten van het onder grote hitte verbranden van verarmd uranium, zoals dit gebeurt bij het huidige gebruik. Het Internationale Atoom Energie Bureau (IAEA) en de Internationale Commissie voor bescherming tegen kernstraling (ICRP) zijn de twee organisaties die verantwoordelijk zijn voor de risicoís van de milieueffecten van kernstraling. Beide organisaties stellen dat er geen sprake is van wetenschappelijk aantoonbare effecten van het gebruik van verarmd uranium.

Onderzoek naar de effecten op langere termijn op de troepen en bevolking na blootstelling aan stof, afkomstig van verbrand verarmd uranium, ontbreken. Van nature komt deze stof niet voor en vergelijkende studies naar de effecten van blootstelling aan ander uraniumstof, zoals van werkers in de uraniummijnen, zijn niet zinvol, vanwege de verschillen in chemische en stralingstoxiciteit, de grootte van de partikels en de resorptie in het lichaam tussen onverbrand en verbrand uraniumstof. Gegevens over de toxiciteit van onverbrand uraniumstof zijn overigens ook weinig voorhanden. Deze mijnen zijn veelal in ontwikkelingslanden gelegen, waarbij systematische bewaking van de gezondheid van de mijnwerkers niet gebruikelijk is. Er is verder geen twijfel dat er vanuit individuele landen, met name de Verenigde Staten en Engeland en mogelijk ook vanuit de ICRP, druk wordt uitgeoefend op de Verenigde Naties en het IAEA, om geen actief onderzoek in te stellen.

Er zijn grote economische belangen ter handhaving van het goedkope verarmde uranium in wapenkoppen, in plaats van andere zware metalen.Desondanks zijn er toenemende berichten over ziekte en klachten bij soldaten welke blootgesteld zijn aan veramd-uraniumstof.

 

Dr. Manfred Mohr en zijn collegaís van de IALANA hebben derhalve een verdragsontwerp voor het uitbannen van het gebruik van uranium in wapentuig opgesteld. Het verdrag omschrijft de bewaking van de situaties welke ontstaan bij het gebruik van verarmd uranium en de gevolgen van het gebruik van verarmd uranium. De zin hiervan is:

1. Door een verdragscode kan een algemene verhoogde waakzaamheid ontstaan, onder andere bij juristen,die bijdraagt aan een meer reŽle discussie over verarmd uranium, welke soms door ideologische of emotionele argumenten wordt gevoed. Verdachtmakingen, tegenstellingen of extreme standpunten kunnen hierdoor worden voorkomen.

2. Zolang er geen wetenschappelijke consensus is over de ernst van besmetting door verarmd uranium is een verdrag over de beperking van de toepassing ervan de belangrijkste voorzorgsmaatregel.

3. Het verdrag is de basis voor het gesprek met regeringsleiders, politici en wapenexperts over de toelaatbaarheid van toepassing van verarmd uranium.

4. Vergeleken met kernwapens is het probleem van verarmd uranium van andere orde, hetgeen een reden is om hier een apart verdrag voor op te stellen.

 

Implementatie van het verdrag

De subcommissie voor mensenrechten van de Verenigde Naties heeft het onderwerp verarmd uranium op haar agenda geplaatst, echter, ook al is aantasting van mensenrechten een van de aspecten van verarmd uranium, daarmee is de commissie niet de meest aangewezene. Het Eerste Comitť van de Verenigde Naties is dat wel. Het Eerste Comitť gaat over ontwapeningskwesties en twee ontwerpresoluties over het verbod op de toepassing van verarmd uranium in wapentuig zijn ingediend in 2001 en 2002. Beide zijn verworpen.

 

In de Europese Unie zijn door het Europees Parlement in 2001 en 2003 wel een tweetal moratoriumresoluties aangenomen ten aanzien van het gebruik van verarmd uranium in wapens. In januari 2001 nam de Raad voor Europa op voorspraak van het Europarlement een resolutie aan om te komen tot afschaffing van wapens waarin uranium gebruikt werd. Momenteel is een discussie gaande op comitťniveau, maar hiervoor is weinig publieke belangstelling.

 

Bij de internationale campagne voor het uitbannen van het gebruik van uranium in wapentuig leeft de vrees dat een internationaal verdrag over het gebruik van verarmd uranium in wapens zelfs contraproductief kan werken, aangezien de grootmachten een dergelijk verdrag nooit zouden tekenen of ratificeren. Echter, dan zou het verdrag over het Internationale Strafhof en het Ottawa-proces ook geen zin gehad hebben. We kunnen nu zeggen dat een dergelijk verdrag tenminste helpt om de weerstanden bespreekbaar te maken en de grootmachten er rijp voor te maken. Intussen zijn in Engeland en ItaliŽ door een aantal veteranen processen gevoerd, teneinde een financiŽle schadevergoeding te krijgen voor de risicoís waaraan zij zijn blootgesteld. Momenteel loopt bij het Hooggerechtshof in Engeland een zaak van een burger, welke werkzaam was met uranium, hetgeen vanuit oogpunt van wetgeving een belangwekkende zaak is.

 

Een ander aspect is confrontatie van de grootmachten met de werkelijke kosten van het gebruik van verarmd uranium bij gewapende conflicten.

In de komende jaren worden steeds meer claims verwacht van uitgezonden soldaten die van hun regering schadevergoeding eisen op grond van de onzorgvuldigheid waarmee zij zijn blootgesteld aan verarmd Uranium . Daarbij zijn de onbekende kosten van de mogelijke gevolgen op lange termijn nog niet eens opgeteld.

 

Mr. Wim van den Burg, voorzitter van de militaire vakbond AFMP/FNV, benadrukte dat het Europese platform van militaire vakbonden (EUROMIL) twee fundamentele uitgangspunten hanteert, werkgelegenheid en inkomen, en dat de arbeidsomstandigheden hier een wezenlijk onderdeel van uitmaken. Op grond hiervan is een discussie gaande over het militaire gebruik van verarmd uranium.

 

Sinds 1996 worden leden van de bond geconfronteerd met mysterieuze ziektegevallen, met een hoogtepunt na het optreden van troepen in de Balkan in 2000. Er zijn alleen al sindsdien in Nederland 6 doden be-kend als gevolg van diverse vormen van kanker. In 2001 werd door de NAVO in een rapport een verband tussen kanker en het gebruik van verarmd uranium expliciet afgewezen. Dit heeft allerminst geleid tot afname van de ongerustheid, integendeel, het standpunt van de NAVO en het ICRP wordt als tenminste prematuur bestempeld. Nederlandse soldaten worden steeds vaker geplaatst in gebieden waar verarmd uranium is gebruikt, zoals in JoegoslaviŽ of Afghanistan. Het wordt gezien als bedreigend dat zij van hun bondgenoten, de Amerikanen en Engelsen, die wapens met verarmd uranium gebruiken, niet de benodigde informatie kunnen krijgen over de plaatsen waar verarmd uranium is gebruikt, zoals in Al Muthanna in Irak.

 

Krista van Velzen, Tweede-Kamerlid van de Socialistische Partij, ziet een geleidelijke verandering van het standpunt van de regering optreden sinds de afgelopen vijf jaar in de richting van een oproep tot een moratorium. Desondanks is er een contrast tussen de inmiddels, onder andere door Baverstock boven tafel gebrachte wetenschappelijke bewijzen en de reacties hierop van de kant van regeringen.

 

Naschrift redactie Nieuwsbrief

In BelgiŽ heeft KBC als eerste bankgroep besloten niet meer te investeren in producenten van uraniumwapens. Dit op basis van aanhoudende protesten vanuit de beweging ĎMijn geld goed gewetení. Andere banken zijn doende een beleid op te stellen ten aanzien van investeringen in de wapenindustrie.