Desinformatie en propaganda - oude wapens in een moderne oorlog

 

Wintersymposium AVV-NVMP

 

 

Op 11 december 2004 ging in het Vlaams parlement een druk bijgewoond symposium door onder de titel ‘Desinformatie en propaganda - oude wapens in een moderne oorlog’. Als eerste spreker had de politicoloog prof. Rik Coolsaet het over de al dan niet reële dreiging van Al Qaeda.  Naast het beweerde bezit van massavernietigingswapens door Irak werd de internationale terroristische bedreiging door een machtige Al Qaeda-organisatie als een van de hoofdredenen aangewend om dat land binnen te vallen. Als tweede spreker belichtte dr. Mark Lamotte, cardioloog, gezondheidseconoom en Cuba-kenner, de propaganda-oorlog en economische boycot tegen Cuba door de Verenigde Staten.

 

Al Qaeda, hét grote gevaar voor de democratische landen?

De bedreiging van de westerse wereld door Al Qaeda noemde Rik Coolsaet een mythe. Een mythe niet zozeer gebaseerd op desinformatie, maar op het dagelijks uitvergroten en beklemtonen van bepaalde gebeurtenissen in kranten en nieuwsuitzendingen en het permanent onderhouden van de angst door insinuaties van mensen als Bush. Rond het probleem van Al Qaeda en van het internationale terrorisme bestaan verschillende mythes.

 

Een eerste mythe is de bewering als zou het terrorisme een totaal nieuwe bedreiging zijn. Terrorisme is zo oud als de geschiedenis. Een exacte definitie van ‘terrorisme’ is moeilijk te geven, maar een grafische voorstelling van het terrorisme in de loop van de tijden laat geen toename, maar eerder een daling zien van het aantal terroristische acties. Er zijn nooit zo weinig aanslagen geweest als vandaag. Wel zijn er meer slachtoffers per aanslag, maar dat heeft veeleer te maken met de toegenomen technische mogelijkheden. Een tweede mythe beweert dat terrorisme de ernstigste bedreiging is van de mensheid. Ook dat klopt niet. In 2002 werden over de hele wereld 199 terroristische aanslagen geregistreerd, het laagste aantal sinds 1987, toen er nog meer dan 600 werden geteld. Ze veroorzaakten 2800 slachtoffers, waarvan 35 Amerikanen. Dit is honderd keer minder dan in gewapende conflicten, waarbij in het jongste decennium meer dan 2 miljoen kinderen het leven lieten.

 

Wie over vermijdbare slachtoffers wil spreken moet dat cijfer van 2800 slachtoffers vergelijken met de

11 miljoen kinderen die elk jaar sterven tengevolge van behandelbare ziekten, de 3 miljoen doden door aids, de 70.000 slachtoffers van de burgeroorlog in Darfour. Of met de 26.000 doden door vuurwapens de jongste tien jaar in de Verenigde Staten. Dit wil niet zeggen dat terrorisme geen bedreiging is, maar als men nog maar een deel van de enorme inspanningen, die vandaag door de Verenigde Staten in de strijd tegen het terrorisme geleverd worden, zou besteden aan de preventie van de vele andere bedreigingen waaraan mensen blootstaan, zou men veel meer dood en vernieling kunnen vermijden. Het is erg dat men in verhouding zoveel energie besteedt aan de bestrijding van het terrorisme. 

 

Een derde mythe wil ons doen geloven dat het vandaag gaat om een strijd van de islam tegen het Westen, zoals het politieke discours in de media insinueert. Dit is een complete vertekening van de werkelijkheid.  Veruit het grootste aantal slachtoffers van terroristische aanslagen hebben niets te maken met tegenstellingen tussen de islam en het Westen.

 

Een vierde mythe laat ons Al Qaeda zien als een gestructureerd internationaal terreurnetwerk. Dit centrale netwerk bestaat niet meer. Het is uiteengevallen als de kwikdruppeltjes van een gebroken thermometer.

De jongste aanslagen in Madrid, Casablanca, de moord op van Gogh, het zijn alle lokale gebeurtenissen zonder instructies van boven.

 

Mythe vijf dringt eropaan dat we de totale oorlog moeten verklaren aan het internationaal terrorisme. Het is een veel gebruikte slogan, een politiek handig middel, in de Verenigde Staten opportunistisch gebruikt als wapen tegen de democratische partij.

 

Wat is terrorisme?

Een duidelijke bepaling geven van terrorisme is moeilijk. Terrorisme is een politieke zaak, niet een criminele.  Het woord is afgeleid van het latijnse ‘terror’ dat vrees, schrik betekent.  Elf september 2001 is ontegensprekelijk een terroristische aanslag, bestemd om schrik aan te jagen, om te intimideren.

 

Was de de atoomaanval op Hiroshima ook een terroristische aanslag?  Militair had die geen zin. De aanval greep plaats op een dichtbevolkte stad. Alle slachtoffers waren burgers.  Naast het uittesten van het kernwapen kon dit vreselijk bombardement alleen tot doel hebben de Japanse bevolking psychologisch te intimideren, een soort terreur uit te oefenen. In elk geval vind je hier heel wat elementen die beantwoorden aan de definitie van een terroristische aanslag. In hoever is de vernietiging van de huizen van Palestijnen een terroristische daad? De Palestijnen noemen het in elk geval staatsterrorisme. Anderzijds noemt Israël de Palestijnse acties, vooral de zelfmoordacties, daden van terrorisme. 

 

Het terrorisme is van alle tijden

Vandaag zijn de symbolen Osama bin Laden, Abou Nidal. In de 19de en 20ste eeuw waren het geheime revolutionaire genootschappen zoals de Carbonari, een liberale sekte die vooral in Italië opereerde en een internationaal netwerk uitbouwde om hun tegenstanders te vermoorden, of anarchisten zoals Kropotkin, Bakoenin, Malatesta, Ravachol. In de vroege Middeleeuwen het geheime genootschap van de Assassijnen,  naast zoveel andere met min of meer succes opererende terroristische groeperingen. Alle zijn ze verdwenen, uiteengevallen in diverse strekkingen, opgepakt of gewoon uitgestorven.

Als specifieke kenmerken van het huidige terrorisme gelden:

* zijn internationaal karakter met gelijktijdige acties in verschillende landen en continenten;

* de indruk van ongrijpbaarheid, zelfs als er verschillende aanhoudingen gebeuren;

* de wil tot revolutie met omkering van maatschappelijke structuren. 

 

Doorheen de geschiedenis bemerken we minstens drie gelijkaardige periodes:

* het anarchistisch terrorisme in de 19de en het begin van de 20ste eeuw;

* het extreem rechts terrorisme tussen 1920 en 1940, dat resulteert in het fascisme;

* het islamitisch terrorisme vanaf 1990.

Hoewel ze in verschillende tijdperken plaatsgrijpen hebben ze alle drie gelijklopende grondoorzaken. Het terrorisme komt op in periodes van snelle wijzigingen in een kleiner wordende wereld, waarin zich een beginnende mondialisering ontwikkelt. Grote groepen mensen voelen zich gemarginaliseerd. In het eerste geval is het de arbeidersklasse, in het tweede zijn het de middenstanders na de beurscrash met toenemende instabiliteit en verslechtende economische situatie. In het derde geval gaat het om de moslims die het gevoel hebben dat de rest van de wereld de islam de oorlog heeft aangezegd.

 

Dergelijke situaties scheppen bij de gemarginaliseerden een gevoel van solidariteit, van lotsverbondenheid.  Extremistische splintergroepen ontstaan en vormen de voorhoede, die volgens peilingen de mentale steun krijgt van de hele gemarginaliseerde groep. Polarisatie en onbegrip treden op. De rest van de bevolking wil niet horen van de onderliggende oorzaken maar heeft het over de dreiging door ‘het kwade’, door de ‘slechten’.

 

Strategie om deze situatie te ontmijnen

In de eerste plaats dient de internationale samenwerking onverkort voortgezet te worden. Lokaal moeten we trachten het samenleven te verbeteren door de oorzaken van de misverstanden weg te nemen. Al Qaeda beschouwen als de gemeenschappelijke, te bevechten vijand, levert niets op. Zelfs als je de kweekvijver drooglegt, Al Qaeda verslaat en het gewelddadig netwerk opruimt ben je nog nergens.

 

We moeten trachten een politiek beleidsinstrument te vinden dat zowel op nationaal als op internationaal vlak het probleem van de multiculturaliteit en de integratie geleidelijk oplost. Een beleidsintrument dat het subjectieve, maar ook voor een deel het objectieve gevoel van afwijzing en discriminatie, van mislukte integratie bij de moslims wegneemt. Vooral de intellectuele moslims en een aantal imams moeten af van hun slachtofferrol door hen een perspectief te geven op bevredigende integratie.

Ook internationaal, ondermeer door onze opstelling tegenover de problemen in het Midden-Oosten, moeten we begrip tonen voor de moslims.  We moeten er vooral voor zorgen dat de politieke conflicten niet verschuiven naar een religieuze strijd, een strijd tussen joden, christenen en moslims. Religieuze conflicten zijn immers nog veel moeilijker op te lossen dan politieke. Van beide kanten moeten we dit gevaar erkennen. In de eerste plaats is het noodzakelijk een einde te maken aan het prevaleren van ons veiligheidsprobleem boven het zoeken naar veilgheid door vrede. 

Mark Lamotte, de tweede spreker had het over de desinformatie in verband met Cuba. Bij een eerste kort bezoek aan Cuba had hij een eerder negatieve indruk over dit land. Toen hij wat later terugkwam en meer contact had met de bevolking, kreeg hij een hele andere kijk op de Cubaanse samenleving. Hij werd lid van de vereniging ‘Vrienden van Cuba’, bezocht regelmatig het land en is nu voorzitter van de Vrienden van Cuba. Wat hem niet belet er zich kritisch tegenover op te stellen. Positief vindt hij het schoolsysteem en het gezondheidsbeleid. Negatief is de één partijdictatuur, de beperking van vrije meningsuiting, het miskennen van een aantal mensenrechten, wat ondermeer leidde tot de opsluiting van een aantal journalisten, en de extreem linkse opstelling van het beleid.

 

Hij beschrijft uitgebreid de geschiedenis van het land, dat na lange tijd door de Amerikanen uitgebuit te zijn, na een tweede onafhankelijkheidsoorlog er in slaagt de pro-Amerikaanse regering te verjagen en zijn onafhankelijkheid uitroept. Gesteund door het Oostblok slaagt het erin de economische boycot door Amerika te overleven. Die Oost-Europese steun valt weg in 1991 bij het einde van de Koude Oorlog, waardoor het land het zeer moeilijk krijgt om te overleven.

 

Recent werd het beleg van Cuba door de Amerikanen nog verscherpt. De naar de Verenigde Staten uitgeweken Cubanen mogen slechts eenmaal per jaar voor 14 dagen terug naar hun geboorteland en mogen per dag slechts 50 dollar besteden. Dit legt een belangrijke dollarbron van Cuba droog.

De Amerikaanse regering stelt 25 miljoen dollar beschikbaar voor anti-Cubaanse propaganda over de hele wereld. De publieke opinie wordt voorbereid op een invasie van Cuba.  “Het land behoort tot de as van het kwaad. Het zou chemische wapens produceren (bijvoorbeeld Irak). Het weigert de ETA en andere terroristische groepen te veroordelen. Het gebruikt schurkenstreken. Het schendt zwaar de mensenrechten. Het is een gevaar voor de veiligheid van de Verenigde Staten.”

 

Terrorisme is echter in de eerste plaats tegen Cuba aangewend.  Ontelbare aanslagen zijn gepleegd op Fidel Castro die er als bij wonder telkens is aan ontsnapt. Deze en heel wat andere acties worden gefinancierd door rijke Amerikaanse organisaties. Cuba tracht zich te verdedigen tegen deze aantijgingen. Chemische wapens zijn er niet. De beperking van de mensenrechten is niet algemeen, maar heeft te maken met maatregelen die elk land zou nemen dat zo bedreigd wordt dat het zich in staat van oorlog voelt. De doodstraf werd niet meer uitgevoerd sinds april 2003, toen drie kapers van een boot werden geëxecuteerd. Sindsdien is er een moratorium op het uitvoeren ervan en er wordt gepraat  over het afschaffen van de doodstraf.

 

Een aantal Cubanen tracht het land te ontvluchten. Het gaat in hoofdzaak om economische, niet om politieke vluchtelingen, mensen die betere toekomstmogelijkheden zoeken.  Tegenwoordig zijn het er jaarlijks tussen de 10.000 en 15.000; ooit waren het er 400.000. Met de Verenigde Staten werd een afspraak gemaakt dat jaarlijks maximaal 20.000 visa zouden worden uitgereikt.

 

Cuba kun je geen democratie noemen. Er bestaat maar één partij, de communistische (PCC). Andere partijen zijn niet toegelaten. Het kiesstelsel gaat uit van een evenredige vertegenwoordiging over het hele grondgebied. De 600 parlementsleden,

1 per 20.000 inwoners, worden niet verkozen uit burgers die zich kandidaat stellen, maar voorgedragen door bestaande instanties. De helft door de gemeenteraadsleden en de andere helft door massaorganisaties, zoals de vakbonden, vrouwen- en jongerenbewegingen. Er zijn evenveel kandidaten als beschikbare plaatsen. De bevolking heeft dus geen rechtstreekse keuze, maar gaat toch stemmen. Als een kandidaat minder dan 50% van de stemmen haalt moet een andere kandidaat worden voorgedragen.

 

Wegens het overschrijden van de beschikbare tijd moest de spreker hier stoppen. Het tweede gedeelte zou hij het gehad hebben over het leven in Cuba vandaag en over de realisaties van het Cubaanse volk, maar dit kwam niet meer aan bod.

 

Een schoolvoorbeeld van desinformatie

 

Gewoonlijk worden op onze symposia geen journalisten uitgenodigd omdat hierbij meestal

geen eigen standpunten ingenomen worden. Een radiojournalist, Mark Van Glabbeek, had echter

een paar dagen voor het symposium gevraagd of hij aanwezig mocht zijn, wat we vanzelfsprekend

hebben toegestaan. De dag na onze samenkomst hoorden we op het radiocommentaar een zeer

negatieve reactie op een paar cijfers die Mark Lamotte had gegeven in verband met Cuba.

Over de bijdrage van Rik Coolsaet geen woord. Evenmin over de essentie van Mark Lamotte’s voordracht.  Een frappante illustratie van grove desinformatie.

 

                                                                       Jef de Loof