Aan de defensie- en buitenlandwoordvoerders van de Tweede Kamer

 

 

24 februari 2005

 

 

Geachte heer, mevrouw,

 

Ondergetekenden schrijven u namens het Kernwapenoverleg. Met het oog op drie verschillende sets kamervragen (van respectievelijk, PvdA, GroenLinks en SP) en een mogelijk kamerdebat naar aanleiding van het rapport van de Amerikaanse Natural Resources Defence Council (NRDC) en de komende toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) van 2 tot 27 mei in New York, willen

wij u nog eens wijzen op het (bijgevoegde) anti-kernwapenmanifest dat door een groot deel van de Nederlandse vredesbeweging werd aangeboden aan de commissievergadering Buitenlandse Zaken op 21 februari 2001.

 

De afgelopen tijd is voor ons extra duidelijk geworden hoe noodzakelijk het is dat er een extra inspanning gepleegd wordt om te komen tot kernontwapening en te voorkomen dat de toetsingsconferentie van het NPV mislukt en het verdrag zijn waarde verliest; in de laatste defensiebegroting van de VS is $17,8 miljoen opgenomen voor de ontwikkeling van nieuwe kernwapens; op 10 februari maakte Noord-Korea bekend over kernwapens te beschikken; van verschillende kanten wordt Iran beschuldigd bezig te zijn met de ontwikkeling van kernwapens; ondanks diplomatieke inspanningen daartoe hebben de kernwapenstaten India, Pakistan en Israël het NPV niet ondertekend.

 

Het uitgekomen rapport van de NRDC biedt ook voor de Nederlandse regering en het parlement een politiek ‘momentum’ om een positieve bijdrage te leveren. Het rapport onthult dat er nog steeds 480 Amerikaanse kernwapens op Europese bodem zijn opgeslagen, waarvan 20 op de Nederlandse vliegbasis Volkel. Dit is toch aanzienlijk meer dan eigenlijk al als ‘publiek geheim’ geldt, dat Nederlandse piloten worden opgeleid voor de inzet van kernwapens. Wanneer de kernwapens op Volkel ingezet worden, wordt Nederland dan ook de facto een kernwapenstaat, terwijl dat volgens artikel 2 van het door Nederland ondertekende NPV ongeoorloofd is (de ondertekenaars beloven geen overdracht of ontvangst van nucleaire wapens te accepteren).

 

Ook willen wij u nog eens nadrukkelijk wijzen op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 8 juli 1996 inzake de rechtmatigheid van de bedreiging met of het gebruik van kernwapens (Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons, Advisory Opinion, International Court of Justice).

In paragraaf 102 wijst het Internationaal Gerechtshof op het beginsel van de goede trouw, het meest fundamentele beginsel van het volkenrecht, en zegt dat de verplichting van artikel VI van het NPV in overeenstemming met de goede trouw dient te worden uitgevoerd. Op basis daarvan concludeert het Internationaal Gerechtshof in paragraaf 105, tweede deel, conclusie F: “er bestaat een verplichting om te goeder trouw onderhandelingen te voeren en tot een einde te brengen welke leiden tot nucleaire ontwapening in al zijn aspecten onder strenge en doeltreffende controle.” Op basis hiervan kan niet anders geconcludeerd worden dan dat Nederland dient te onderhandelen over de beeindiging van de opslag van kernwapens op haar grondgebied en over de beëindiging van de kernwapentaken voor haar strijdkrachten (alsmede haar steun aan het NAVO nucleaire beleid.)

 

In België wordt in het parlement binnenkort een resolutie in stemming gebracht om de Amerikaanse kernwapens die op de vliegbasis Kleine Brogel zijn opgeslagen te verwijderen. Met het oog op de verdragsverplichtingen van het Non-Proliferatie Verdrag en de conclusie van het Internationaal Gerechtshof zou een dergelijke motie, bij gebrek aan handelen door de regering, ook in het Nederlandse parlement in stemming gebracht en aangenomen dienen te worden. Wij willen u er daarbij wel op wijzen dat enkel de verwijdering van

Amerikaanse kernwapens uit Nederland nog geen afscheid is van het nucleaire beleid van de NAVO, waarin de (eerste) inzet van kernwapens een serieuze optie blijft. Toch zal verwijdering een positieve stap betekenen met het oog op de toetsingsconferentie van het NPV. Anders is slechts de conclusie mogelijk dat de pleidooien tegen een mogelijk Iraans of Noord-Koreaans kernwapen hypocriet zijn. Dergelijke landen kunnen mede op grond van de Nederlandse positie een legitimatie vinden voor hun kernwapenpolitiek.

 

Hoogachtend,

 

M. Akkerman, R. Boogert

Namens het Kernwapenoverleg