480 bommen opgeslagen op acht vliegbases in zes NAVO-landen

 

Meer kernwapens in België en Nederland dan gedacht!

 

 

Politiek werd er lange tijd geheimzinnig gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van Amerikaanse kernwapens in Nederland (Volkel) en België (Kleine Brogel). Vanuit veiligheidsoverwegingen werd er weinig losgelaten over de begin jaren ’60 opgeslagen ‘afwerpbommen’. Amerikaans onderzoek heeft nu echter aangetoond dat er veel méér bommen liggen dan aanvankelijk werd gedacht.

 

Op grond van bewijzen afkomstig uit diverse bronnen heeft de Natural Resources Defense Council (NRDC) vastgesteld dat de Verenigde Staten nog steeds 480 kernwapens in Europa hebben gestationeerd. Tot nu toe gingen de meeste onderzoekers ervan uit dat er niet meer dan de helft van dit aantal aanwezig waren. Gedeclassificeerde documenten, verkregen onder de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur (FOIA), militaire literatuur, de media, NGO’s en andere bronnen laten zien dat de 480 bommen opgeslagen liggen op acht vliegbases in zes NAVO-landen, een arsenaal groter dan het hele Chinese nucleaire arsenaal.

 

Einde van de Koude Oorlog herroept traditionele rechtvaardiging voor kernwapens

Oorspronkelijk stationeerden de VS kernwapens in Europa tegen de dreiging van een Sovet-invasie tijdens de Koude Oorlog. Deze dreiging eindigde meer dan een decennium geleden. In de jaren ’90 moderniseerden de VS hun planningssysteem voor een kernoorlog, door een verbetering van de bekwaamheid om snel nucleaire aanvalsplannen te ontwerpen en uit te voeren. Wapens die in de VS gestationeerd zijn kunnen alle potentiële doelwitten bereiken die de bommen in Europa kunnen bereiken en NAVO-officials hebben publiekelijk gezegd dat ze het aantal en de rol van de kernwapens in Europa gereduceerd hebben. Ondanks deze feiten blijven de VS van hun troepen in Europa eisen dat ze vasthouden aan nucleaire aanvalsplannen.

 

De nucleaire samenwerking met de VS werd wettelijk geregeld in een reeks verdragen. Cruciale delen van die verdragen zijn nog steeds geheim.

Internationaal hebben Nederland en België de status van een niet-kernwapenstaat en hebben daartoe ook het NonProliferatieVerdrag (NPV) ondertekend (evenals bijna alle landen ter wereld). Daarin staat onder andere dat geen enkele ondertekenaar nucleaire wapentechnologie mag leveren of ontvangen. De bovengenoemde afspraken met de VS houden echter in dat in vredestijd onze piloten worden opgeleid om in onze vliegtuigen kernwapens af te werpen. Als voorbeeld: F-16’s van de vliegbasis Volkel. In vredestijd worden de Amerikaanse kernbommen die bedoeld zijn voor de Nederlandse vliegtuigen bewaard in gepantserde kelders onder de hangars van de F-16 bommenwerpers. Daar worden ze bewaakt door speciale Amerikaanse bewakingseenheden (de zogenaamde MUNSS squadrons). In oorlogstijd worden de kernwapens overgedragen aan de Nederlandse piloten: daarmee wordt Nederland in oorlogstijd een kernwapenstaat. Dat is strijdig met het NonProliferatie Verdrag.

 

Een initiatief in het Belgisch federaal parlement

‘Kernwapens vormen één van de ernstigste bedreigingen van de mensheid. Om dit gevaar te bezweren werd getracht met het NPV de situatie te bevriezen om vervolgens door stapsgewijze ontwapening te komen tot een  kernwapenvrije wereld. De indieners van deze resolutie zijn van mening dat ook een klein land als België een diplomatieke rol hierbij kan spelen, zoals reeds werd bewezen bij het landmijnenverdrag.’

Met deze woorden begint de toelichting bij een wetsvoorstel ingediend op 12 januari 2005 door zeven Belgische kamerleden van zes verschillende partijen. Aan de komende herzieningsconferentie van het NPV moet een nieuwe impuls gegeven worden. Daarom roepen de parlementariërs de Belgische regering op om het voortouw te nemen en initiatieven te ontplooien die de wereld veiliger moeten maken. In de toelichting verwijzen de kamerleden naar India, Pakistan en Israël, kernwapenstaten die het NPV niet hebben ondertekend, naar Noord-Korea dat uit het NPV is gestapt en kernwapens heeft ontwikkeld, naar de nucleaire ambities van Iran en naar de illegale handel in nucleaire materialen. Tevens wordt het trage tempo van de ontwapening betreurd, een proces waartoe de kernwapenstaten zich nochtans uitdrukkelijk hebben verbonden. Hoewel de kerngrootmachten niet met naam worden genoemd krijgen ze zo toch een veeg uit de pan. De initiatiefnemers pleiten voor een coherente politiek gericht op nucleaire ontwapening en non-proliferatie, op alle niveaus en in alle fora, dus ook in NAVO-verband en binnen de EU.

 

De moedige indieners van het wetsvoorstel: zeven namen om te onthouden!

De Kamer van Volksvertegenwoordigers: Dirk van der Maelen (sp.a-spirit), Patrick Moriau (PS), Koen T’sijen (sp.a-spirit), Melchior Wathelet (CDH), Muriel Gerkens (ECOLO), Nathalie Muylle (CD&V), Hilde Vautmans (VLD) vraagt de federale regering:

1. alle inspanningen te doen om het NonProliferatieVerdrag te behouden en de naleving te verzekeren in al haar aspecten;

2. op de toetsingsconferentie van het nonproliferatieverdrag (NPV Review Conference) in 2005 te komen tot een striktere ontwapeningsagenda en concrete afspraken te maken voor de komende vijf jaar;

3. een beleidsplan op te stellen voor nucleaire ontwapening en non-proliferatie met betrekking tot de inspanningen in de diverse internationale fora;

4. erop toe te zien dat initiatieven voor non-proliferatie ook een duidelijke ontwapeningscomponent bevatten;

5. ervoor te zorgen dat binnen de NAVO, conform de afspraken op de toetsingsconferentie van het NPV van 2000, praktische stappen worden overwogen voor nucleaire ontwapening;

6. bij de NAVO initiatieven ter sprake te brengen in verband met:

- a. de herziening van strategische doctrines;

- b. de graduele terugtrekking van de Amerikaanse tactische kernwapens uit Europa met het oog op het realiseren van artikel 6 van het NPV;

- c. het toepassen van het onomkeerbaarheidsbeginsel via het juridisch bindend maken van de niet-aanwezigheid van kernwapens in de nieuwe lidstaten van de NAVO;

- d. het opzetten van een kernwapenvrije zone, bestaande uit alle niet-kernwapenstaten in Europa;

- e. een verdergaande transparantie dan de huidige praktijk;

7. binnen de EU:

- a. in het kader van het beleid ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens dit beleid te ondersteunen, dit actief mee te ontwikkelen ondermeer door nucleaire ontwapening en de in Europa aanwezige massavernietigingswapens ter sprake te brengen, en de voorgestelde maatregelen inzake handel in nucleair materiaal en mogelijke dragers van kernwapens zo snel mogelijk uit te voeren;

- b. in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid initiatieven te nemen om elke rol van kernwapens in dit beleid uit te sluiten;

8. om op en in de voorbereiding van de toetsingsconferentie van het NPV van 2005 initiatieven te ondersteunen in verband met:

- a. de versterking van het verdrag over het verbod op kernproeven (Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT)) en de ratificatie ervan;

- b. het onderhandelen van een verdrag dat de verdere productie verbiedt van splijtstof voor kernwapens;

- c. de herziening van strategische doctrines;

- d. interim-maatregelen om accidenteel afvuren van kernwapens te voorkomen;

- e. verificatie, transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen;

- f. het opzetten van kernwapenvrije zones;

- g. het opnemen van de negatieve veiligheidsgaranties in een bindend juridisch instrument;

- h. de bestrijding van illegale handel in nucleair materiaal;

9. om in andere multilaterale organisaties initiatieven gericht op non-proliferatie en nucleaire ontwapening te ondersteunen en te nemen.