Deel III: stationering van kernwapens in Nederland, plan voor algehele

ontwapening, Amerikaanse plannen voor samenwerking met Europa en einde van de Nederlandse beweging

 

De Nederlandse Vredesraad (1949-1969) als

onderdeel wereldvredesbeweging

 

Vanaf 1949 trad een 10-jarige periode in, waarin via de NAVO (opgericht 04-04-1949) militaire samenwerking tussen de Verenigde Staten en West Europa werd geregeld. Daarbij werd er vanaf 1953 ook over de eventuele plaatsing van kernwapens gesproken.

 

Stationering kernwapens

Op 12 januari 1954 sprak de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Dulles over een nieuwe strategie voor ‘massale vergelding’, waarbij moderne (bedoeld was kern-) wapens gebruikt zouden worden. In datzelfde jaar werd dit uitgangspunt door de andere NAVO-landen aanvaard. In Nederland geschiedde dat in april ’55 toen een ontwerptekst over atomaire informatie in de Tweede Kamer zonder enige discussie werd aanvaard. Op 22 juni 1955 werd inderdaad een verdrag met Amerika gesloten. Daarbij bleek uit de tekst van het verdrag dat informatie aan de bevolking over het ontwerp en de productie van kernwapens uitgesloten werd. Al die jaren was er in West- Europa verzet tegen genoemde plannen. Zo schreef de Nederlandse Vredesraad op 22 augustus 1957 een brief aan minister-president Drees, waarbij er op aangedrongen werd aan de Amerikaanse regering geen toestemming te verlenen om raketten met atoomlading op Nederlands grondgebied te stationeren.

 

In december 1957 aanvaardt de Nederlandse regering op een vergadering van de Navo-raad de opslag van (tactische) kernwapens. Sinds 1958 of ’59 zouden deze kernwapens in Volkel zijn opgeslagen. Dit werd echter niet door de Nederlandse regering toegegeven totdat minister Aartsen niet lang geleden op een desbetreffende vraag van een Tweede Kamerlid antwoordde dat die wapens niet op ‘scherp’ stonden. In die plaats zou ook een squadron van F-84’s van de tactische NAVO-luchtmacht worden gestationeerd. In 1959 besloot de Nederlandse regering tot de aankoop van een straaljager, die net als de Honest-John raket en de F-84 atoomtaken zou kunnen vervullen.

 

Ontwapeningsvoorstellen

Begin jaren 1960 waren de president van de VS en de ministerraad van de SU het met elkaar eens dat bij de crisis omtrent de plaatsing van een Sovjet-raketinstallatie in Cuba wel gebleken was hoe gevaarlijk die kernbewapening was. (De gehele wereldbevolking had dit in bange verwachting meebeleefd). De toenmalige

president van de Sovjet Unie  Chroetsjow legde de Verenigde Naties daarna een plan tot ‘stapsgewijze algemene en totale ontwapening’ voor en stuurde dit plan ook naar alle parlementen. Dit voorstel werd door 900 bekende Nederlanders, waaronder hoogleraren uit de Pugwash-beweging ondersteund. In het blad ‘Vrede’ gebruikte men het woord ‘Dooi’ als titel van een artikel over deze materie. De regeringsleiders zouden hierover in Parijs begin 1960 vergaderen, hetgeen echter niet doorging omdat de leiders van de SU verontwaardigd waren over de spionagevluchten van een Amerikaans vliegtuig boven de SU. Hoe negatief de protesten van de bevolking door de regerende autoriteiten ontvangen werden bleek uit het feit dat burgemeester Van Hall van Amsterdam in 1961 bij een daar te houden demonstratie de leuzen ‘Géén kernwapens in Nederland’ en ‘Vóór opheffing van vliegbases in Nederland’ verbood! In 1961 werd door de Nederlandse Vredesraad weer geprotesteerd tegen het opslaan van kernwapens in ons land. Jongeren organiseerden een anti-atoom-fietstocht naar Volkel, waar sinds 1958 kernbommen zouden zijn opgeslagen, maar fietsten ook langs Soesterberg, waar men ook kernbommem zou willen plaatsen (hetgeen niet is doorgegaan). Deze fietstochten zijn jarenlang voortgezet, later als de bekende Paasmarsen.

 

Strijd in Vietnam

Vanaf het begin van de jaren ’60 werden de Verenigde Staten hoe langer hoe meer betrokken bij de strijd in Vietnam (de Fransen hadden zich na ruim 7 jaar strijd in 1954 neergelegd bij de volledige zelfstandigheid). Ook ten aanzien van de oorlog in Vietnam heeft de Nederlandse Vredesraad zich verzet, waarbij vooral jongeren, mensen uit bedrijven, vakbeweging en buurten zich weerden.

 

Multilateral Force

In 1965 werd in Nederland actie gevoerd tegen de plannen voor een  Multilateral Force (MLF), een met atoomwapens voorziene strijdmacht waaraan Engeland, Frankrijk en ook  de Bondsrepubliek Duitsland deel zouden nemen. Er zou een Europese atoomvloot moeten komen, waarvoor Duitsland bereid was 40% van de kosten te dragen. Bij deze plannen speelde het idee om zich als Europese kernmacht af te kunnen zetten tegen de Amerikaanse hegemonie ook een rol. Er is tegen deze plannen in Amsterdam een breed opgezette demonstratie gehouden op 9 januari 1965 waarbij er samengewerkt werd  door PSP, PvdA, CPN, partijlozen en de vredesbeweging. Bekende tegenstanders van dit verdrag waren de professoren Delfgaauw, de Graaf en Manning, evenals de schrijver Theun de Vries. Zij vormden met anderen een aanbevelingscomité. De plannen voor een MLF zijn uiteindelijk niet doorgegaan, onder andere omdat het aan de Bondsrepubliek niet toegestaan was over kernwapens te beschikken. 

 

Samenwerking met andere organisaties

Was al in de actie tegen de Duitse herbewapening samengewerkt met ‘Dat nooit weer’, een groepering die vanaf 1953 tot 1955 actief was en mee protestvergaderingen en handtekeningacties organiseerde, later werd dus ook met politieke partijen samengewerkt. In latere jaren werd met vrijwel dezelfde deelnemende organisaties het ‘Komité tegen de verspreiding van kernwapens’ opgericht, dat goed bezochte protestvergaderingen hield, waar ook weer bekende Nederlanders het woord voerden. Uiteindelijk zou deze alom gestelde doelstelling in de late jaren zeventig leiden tot het ‘Non Proliferatie Verdrag’ dat in 1970 in werking trad.

 

Ultracentrifuge-project

In 1969 werd het in Enschede mogelijk om uranium te verrijken door middel van de zogenaamde ultracentrifuge methode. Ook toen doken weer plannen op om, nu Europa over deze techniek beschikte, waarmee H-bommen gemaakt konden worden, een Europese kernmacht te gaan vormen. Ook dit keer kreeg de samenwerking in breder verband, namelijk met de NAVO, de voorrang. 

 

Einde Nederlandse Vredesraad

In 1969 is besloten de Nederlandse Vredesraad op te heffen. Het aantal aanhangers was de laatste jaren duidelijk afgenomen. Er waren in de Vredesraad tegenstellingen en er werd zelfs gezegd dat deze Raad niet meer nodig was, omdat andere organisaties  het vredeswerk overnamen. Dit laatste is een onderschatting van de kracht van het internationale netwerk van de vredesbeweging, wat misschien het beste kan worden weergegeven door een citaat uit het boek ‘Kernwapens en Politiek’ van Henri Kissinger, in die jaren minister van buitenlandse zaken van de VS.

 

Sedert de Wereldvredesbeweging in 1950 startte met het appèl van Stockholm voor de vrede, waaronder 500 miljoen handtekeningen over de gehele wereld werden verzameld, heeft ze een goed georganiseerde campagne gevoerd om massale protesten en massa-acties tegen het gebruik van kernwapens te ontketenen. De Wereldvredesraad en de verschillende nationale vredesraden, die in talrijke landen aan deze en gene zijde van het ijzeren gordijn bestaan, hebben een voortdurende stroom van argumenten verbreid, die de aandacht vestigen op de gruwelen van de atoomoorlog en de noodzakelijkheid deze buiten de wet te stellen.

 

Het vrij abrupte einde van de Nederlandse tak van de internationale vredesbeweging verandert niets aan het feit dat deze ruim 20 jaar grote invloed heeft gehad doordat ze gesteund werd door mensen uit alle bevolkingslagen. Het was een democratische beweging, wat verleden betreft  duidelijk verbonden met de strijd tegen fascisme en oorlog. In de leiding speelden mensen met een communistische levensovertuiging een grote rol (geschat is dat het ging om 20% van de aanhangers), wat eveneens bij de deelnemende landen het geval was. De wijze waarop de strijd georganiseerd was met vredesraden op velerlei niveau, waarbij de namen van bekende mensen als aanbeveling dienden, verschilt van huidige strijdmethoden.

 

Naschrift

De Internationale Vredesraad zette haar strijd voort, zij het dat ook in andere landen de aanhang geleidelijk verminderde en eveneens landelijke vredesraden werden opgeheven. In West-Europa bestaan, voor zover bekend, thans nog vredesraden in België, Frankrijk, Spanje, Portugal en Griekenland, waar het World Peace Center (WPC) gevestigd is. In latere jaren is men meer aandacht gaan besteden aan solidariteit ten opzichte van de ontwikkelingslanden. Er werd, volgens de eigen websiteberichten, in de volgende  jaren verder actie gevoerd tegen de oorlog in Vietnam. Later verzette men zich tegen de neutronenbom, waartegen men een wereldwijde campagne organiseerde, tegen het installeren van Pershing en Cruise raketten door de Navo en werd gepleit voor atoomvrije zones, terwijl ook Reagans plannen voor Star Wars werden afgewezen.

 

Op het dit jaar in mei in Athene gehouden congres waren 62 organisaties vertegenwoordigd uit 47 landen met 134 afgevaardigden. In de slotverklaring staat onder andere dat de mensheid nog nooit zo bedreigd is geweest als door de huidige ontwikkelingen. Echter, dat er ook nog nimmer zoveel wereldwijd protest is geweest. Men veroordeelt het terrorisme, maar voegt er aan toe dat de aanval op de Twin Towers door de VS gebruikt is als excuus voor de oorlog in Afghanistan en Irak. Vele brandhaarden in de wereld worden uitvoerig beschreven en becommentarieerd, waarbij in het algemeen de kant van de ontwikkelingslanden wordt gekozen. Over de situatie Tsjetsjenië-Rusland geeft men geen commentaar. Er wordt verder op gewezen dat het in 2005 zestig jaar geleden is dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki werden afgeworpen en dat in datzelfde jaar in New York de review-conferentie van het Non-Proliferatieverdrag wordt gehouden, hetgeen een keerpunt voor de afschaffing van de kernbewapening genoemd wordt. Aan het eind  van bovenstaande de verklaring die bij deze 55ste verjaardag van de Wereldvredesraad uitgebracht wordt, roept men tenslotte op een wereld  van vrede, gelijkheid, recht en solidariteit tot stand te brengen.

 

Literatuur 

De jaargangen van het blad Vrede, die in het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis opgeslagen liggen. Gegevens over WPC: Internet <http://www.wpc-in.org>

 

Met dank aan Elske de Smit, Didi en Guido van Suchtelen, die hulp boden bij de samenstelling van de drie artikelen.