Deel II: de verdere ontwikkeling.

De oprichting van de wereldvredesraad, de Koreaanse oorlog, de strijd tegen Duitse herbewapening en het kernstopverdrag

 

Geschiedenis Nederlandse Vredesraad als onderdeel wereldvredesbeweging (1949-1969)

 

In de eerste aflevering vertelde ik over het ontstaan, de eerste ontwikkelingen van de Wereld-vredesbeweging en over haar eerste actie, namelijk de oproep van Stockholm tegen de atoombom.  Kenmerkend was het internationale karakter en het feit dat de deelnemers uit verschillende groeperingen kwamen waaronder bekende mensen uit wetenschappelijke en kunstenaarskringen. Deze waren ook bereid hun naam aan deze nieuwe beweging te verbinden.

 

In een beweging waarvan het internationale karakter een belangrijk kenmerk is, worden uiteraard vele bijeenkomsten gehouden. Echter deze samenkomsten, als bijvoorbeeld congressen, moesten vaak ondanks veel tegenwerking van diverse regeringen georganiseerd worden. Zo zou een congres in 1950 eerst in Genua, daarna in Sheffield worden gehouden, maar bij beiden was de overheid niet bereid medewerking te verlenen, o.a. door weigering een visum aan een deel van de gedelegeerden te verstrekken. Het Tweede Wereldvredescongres vond tenslotte in november 1950 te Warschau plaats met 1756 gedelegeerden uit 81 landen. In totaal waren er 2065 mensen, waaronder 72 geestelijken en verder waren er veel beroepen vertegenwoordigd (zoals in Parijs).

 

De Nederlandse overheid trad de acties van deze vredesbeweging soms  zeer hardhandig tegemoet. De havenarbeiders, die in 1950 in actie kwamen tegen het lossen van Amerikaanse wapens werden met ‘blanke sabel’ uit elkaar geslagen en een aantal demonstranten werden gearresteerd. De leider van de Franse havenarbeiders, die de Rotterdamse vergadering bezocht, werd ons land uitgezet.*

 

Er waren inmiddels grote internationale conflicten. Zo was in juni 1950 een oorlog in Korea uitgebroken. Bij de in Potsdam bereikte overeenstemming tussen de Grote Drie was afgesproken dat Korea door de Sovjet-troepen bevrijd zou worden van de sinds 1910 bestaande Japanse bezetting. Deze bevrijding geschiedde in augustus 1945. De Russen vertrokken eind 1948. Amerika besliste na de capitulatie van Japan dat Korea in twee bezettingszones zou worden verdeeld. Hierbij zou Amerika het land beneden de 38ste breedtegraad bezet houden, de Sovjet Unie het land boven diezelfde breedtegraad. Om de eenheid en onafhankelijkheid te herstellen, wat de uitdrukkelijke wens zou zijn van de bevolking van geheel Korea (in het gehele land waren er nationale comité’s) viel Noord Korea op 30 juni 1950 Zuid Korea binnen. Hierna bonden de Westelijke landen (voornamelijk Amerika) de strijd tegen de Noord Koreaanse troepen aan, daartoe in staat gesteld door een besluit van de VN (De Sovjet Unie boycotte deze vergadering omdat de VN communistisch China niet erkende). De Chinezen, die inmiddels in 1949 de Chinese Volks-

republiek gesticht hadden, kwamen daarna de Noord Koreanen te hulp. Tenslotte eindigde de zeer bloedige strijd, waarbij bacteriologische strijdmiddelen** gebruikt werden, in 1953. Als grens werd de 38ste breedtegraad vastgesteld.***

 

Op het congres in Warschau in 1950 werd in een resolutie voor de Verenigde Naties op het volgende aangedrongen:

1. vreedzame regeling van de Koreaanse kwestie;

2. verbod van herbewapening van Duitsland en Japan;

3. onvoorwaardelijk verbod van de atoombom, evenals van andere voor massavernietiging bedoelde wapens, zoals chemische, radiologische en biologische systemen;

4. afschaffing van de koloniale uitbuiting;

5. bevordering van vredeseconomie.                                                                                                   

 

Op dit congres werd de Wereldvredesraad ingesteld. Zij had 140 leden. Voorzitter was weer professor Joliot Curie. Ook werd besloten de Wereldvredesdag (2 oktober) jaarlijks te vieren. De republiek China nam voor het eerst aan deze bijeenkomst te Warschau deel.

 

De beweging voor vrede, die zich in de aangesloten landen ontwikkelde was met zijn vele aktiviteiten (vergaderingen, acties en ook met handtekeningenlijsten) dicht bij de mensen. Vredesraden waren zowel op landelijk, provinciaal als plaatselijk niveau actief in bedrijf, buurt of ander soort verband. Men verspreidde ijverig de ideeën om medestanders te vinden. De leiding van de Nederlandse Vredesraad berustte bij o.a. mevrouw Minnaert-Coelingh, mevrouw E. de Smit-Kruyt en de heren Haakon Stotijn, Guido van Suchtelen en Gerard Maas. Marcus Bakker, die lid van de Wereldvredesraad was verrichtte ook een tijdlang veel werk voor de Nederlandse Vredesraad, terwijl dominee Hugo van Dalen een bekend spreker was. Opvallend was het feit dat mensen via hun beroepsgroep acties voerden, o.a. richtten kunstenaars in 1952 een ‘Nederlands kunstenaars-comité voor vrede’ op en organiseerden mensen uit het onderwijs (van hoog tot laag) in 1949 een conferentie over ‘Onderwijs en Vrede’.                                                                         

 

De Nederlandse Vredesraad gaf sinds 1950 een weekblad uit: ‘Vrede’ geheten, waarin acties in Nederland, maar ook van daar ver buiten werden toegelicht, terwijl opvallend veel foto's, tekeningen, (onder andere spotprenten) en gedichten werden toegevoegd. Daarnaast schreven deskundigen artikelen op hun gebied, zoals professor Minnaert, lid van de Nederlandse Vredesraad, over Copernicus en de dirigent Peter van Anrooy over Dvorak. De oplage bedroeg in 1954 24.000 bladen. In latere jaren werd het blad maandelijks uitgegegeven.

 

De Wereld Vredesraad deed op 25 februari 1951 in een zitting te Berlijn een oproep voor het sluiten van een Vredespact tussen de Vijf Grote Mogendheden. Hiervoor werd een omvangrijke handtekeningenactie opgezet. De oproep was zowel aan de Algemene Vergadering van de VN gericht als aan de publieke opinie en aan de volkeren van de gehele wereld. Het doel was: het oplossen van conflicten in de wereld en die op lokaal niveau zoveel mogelijk bespoedigen. De situatie was namelijk zeer bedreigend, omdat de oorlog in Korea nog voortduurde, het fascisme zowel in Duitsland als in Japan herleefde en er geweld gebruikt werd tegen onafhankelijke naties. In november van datzelfde jaar bleek bij een volgende zitting van dit orgaan in Wenen dat er al 562 miljoen handtekeningen waren bijeengebracht in 64 landen!

 

Op de bijeenkomst in Wenen werd ook een Internationale Culturele Commissie benoemd om de uitwisseling op velerlei gebied tussen de verschillende volkeren te bevorderen. Zo werd aanbevolen om geboortedata van bekende mensen uit het verleden te herdenken. Hierbij werden genoemd: Avicenna (980), Leonardo da Vinci (1452), Victor Hugo (1802) en Gogol (1809). Ook stelde men voor de uitwisseling van vakanties te organiseren, zodat mensen uit Oost en West meer contact met elkaar zouden hebben en zich niet zouden laten meeslepen in haatcampagnes. De Nederlandse Vredesraad organiseerde nadien groepsreizen naar Tsecho-Slowakije, Hongarije en de Harz en Thüringen in Oost Duitsland. Er kwamen ook meer orkesten en volksdansgroepen naar Nederland en er werden wederzijds tentoonstellingen van volkskunst georganiseerd. Wat de internationale toestand betreft: reeds in de jaren 50 ontstonden er plannen om een geïntegreerde Europese Defensie Gemeenschap (EDG) op te richten. Gezien de vereiste zware militaire inspanningen die voor de strijd in Korea nodig waren drongen vooral de Amerikaanse leiders erop aan dat ook Duitsland deel zou nemen. Op vele plaatsen in Europa stuitte dat op grote weerstand (wat te verwachten was) zodat de EDG een belangrijk actiepunt werd van de vredesbeweging. Ook in Nederland was er veel verzet tegen deze toetreding. In deze periode werd samengewerkt met een van 1953 tot ’56 actieve groepering ‘Dat nooit weer’. De oproep voor een Volkerencongres voor de Vrede, op 5 december 1952, in Wenen te houden, werd dan ook in Nederland door vele intellectuelen en kunstenaars gesteund. In een oproep werd gepleit voor het verenigen van allen, die ‘de geest van onderhandelen willen doen zegevieren over oplossingen door geweld’. Tot de ondertekenaars behoorden mevrouw Henriëtte Roland Holst, prof dr W.F.Wertheim en W.Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum te Amsterdam en vele anderen. Op dit Congres pleitte professor Joliot Curie voor:

* vreedzame regeling van het Duitse vraagstuk;

* het sluiten van een vredesverdrag met Japan;

* einde aan de Koreaanse oorlog;

* een streng gecontroleerd beleid voor vermindering van alle soort bewapening;

* afschaffing van atoom-, chemische en biologische wapens;

* afsluiting van een vredespact tussen de vijf grote mogendheden (Verenigde Staten, Engeland, China, Sovjet-Unie en Frankrijk).

 

De EDG is tenslotte, zoals bekend, wél tot stand gekomen, waarbij alleen Frankrijk er buiten bleef. In de Nederlandse Tweede Kamer was er ondanks fel verzet van de kleine rechtse partijen en de CPN toch een meerderheid voor. Deze strijd duurde van 1952 tot 1955. West Duitsland werd later in de NAVO opgenomen, maar kreeg niet de beschikking over atoomwapens.

Op genoemd Wereldvredescongres te Wenen kwam men evenwel tot een andere conclusie, namelijk dat er een neutraal en herenigd Duitsland moest komen met verkiezingen, die onder toezicht van de Grote Vijf zouden moeten plaatsvinden. Het was ook in die periode dat de Amerikanen kernproeven verrichtten op het eiland Bikini in de Stille Oceaan. Een vissersvaartuig werd door een radioactieve wolk bedekt. Éen van de daarbij aanwezige vissers overleed later aan de gevolgen (1954). Na die tijd is men meer aandacht gaan schenken aan het stopzetten van kernproeven. Er kwamen hiervoor weer grote acties. Bekend is bijvoorbeeld dat meer dan 1100 geleerden, waarvan 36 winnaars van een Nobelprijs uit 44 landen, onder leiding van Linus Pauling, hoogleraar kernfysica waarschuwden tegen het gevaar van atoomwapens en aandrongen op stopzetting van proeven (1958). Meer dan 500 Nederlandse artsen hadden er al in 1956 bij de leden van de Tweede Kamer op aangedrongen eenzelfde verzoek bij de Verenigde Naties in te dienen (zie het bericht in het NVMP-blad van 2004, nr. 1).

 

Tenslotte is na vele acties, waaronder ook een grote manifestatie in Amsterdam, bereikt dat atoomproeven niet in de ruimte, in de dampkring en onder water, dus alleen ondergronds mogen plaats vinden (het zogenaamde Kernstopverdrag uit 1963, waartoe door de Verenigde Staten, Engeland en de Sovjet-Unie op een vergadering in Moskou werd besloten). Vele landen hebben zich bij dit verdrag aangesloten. In 1963 verklaarden sommige landen zich atoomvrij. Deze actie ging uit  van de Scandinavische landen, waarbij de Finse president Kekkonen het initiatief nam. Tal van andere landen wilden dit voorbeeld volgen, maar stootten op verzet, bijvoorbeeld in Italië, waar Amerika onderzeeërs met polarisraketten wilde plaatsen. Zoals bekend zijn er grote gebieden, voornamelijk in het Zuidelijk halfrond gelegen, kernwapenvrij gebleven.

 

* Deze stakingen vonden in veel West-Europese havens plaats. In Frankrijk was het doel te beletten dat er wapenleveranties voor de strijd in Indo-china zouden plaatsvinden. In Nice werden de wapens zelfs in zee gegooid.

 

** In 1952 verrichtte een internationaal Comité van Juristen een onderzoek naar het gebruik van bacteriologische wapens in de Koreaanse oorlog. Hierbij bleek dat inderdaad per vliegtuig allerlei soorten besmette insecten in kleine pakketjes boven Korea waren uitgeworpen, waarbij pestbacillen 60 mensen hadden gedood (pest was in geen jaren daar voorgekomen).

 

*** De hier beschreven situatie van Korea is ontleend aan gegevens uit ‘Vrede’ van 1950. In het geraadpleegde leerboek: A History of the Modern World van R.R.Palmer en Joel Colton  staat vermeld dat de preciese drijfveer voor de invasie niet duidelijk is en dat de Sovjet Unie zich buiten de strijd hield. Maar ongetwijfeld speelden bij deze oorlog strijd om invloedssferen een grote rol (angst voor te grote invloed van Amerika in Azië enerzijds en anderzijds verzet tegen de verbreiding van het gehate communisme).