Kijkje in de keuken van het IND

 

Verdonkís dossiers rammelen

 

Door: Carla Rus, psychiater/traumatoloog

 

Niet Ďslechtsí casuÔstiek

(voorwoord door Akke Botzen)

 

Met nadruk dient gezegd dat de aangrijpende geschiedenis van de vrouw uit Azerbeidzjan over wie Carla Rus rapporteert, niet gezien moet worden als Ďslechtsí casuÔstiek. In de jaren í90 maakte ook ik rapporten op voor de Medische Onderzoeksgroep (MOG) van Amnesty: interviews van vaak uren (soms met de noodzaak de cliŽnt nog eens terug te laten komen omdat de emoties te groot waren), lichamelijk en psychiatrisch onderzoek. Het nader gehoor door de ambtenaar, dat werd bijgestuurd, was nogal eens lacunair, soms op punten onjuist. Afwijzing geschiedde in eerste instantie reflectoir en volautomatisch met een standaardformulering, ook al was dit, gezien het vluchtverhaal, totaal oninvoelbaar.

Er werd uiteraard door de cliŽnt (advocaat) ook reflectoir en volautomatisch beroep aangetekend. Door onze rapporten konden we een aantal cliŽnten in Nederland houden. Ik neem niet aan dat de situatie onder minister Verdonk is verbeterd.

 

Minister Verdonk van vreemdelingenzaken heeft haar uitzetbeleid van uitgeprocedeerde asielzoekers vrij gemakkelijk door de Kamer kunnen loodsen. Zij moest alleen beloven een open oog te houden voor Ďschrijnende gevallení. Maar wat verstaat mevrouw Verdonk onder schrijnende gevallen? Is dat natte vingerwerk of heeft ze hier een nauwkeurige definitie voor? In ieder geval zegt ze voor haar vaststelling een beroep te doen op de Ďdegelijkeí achtergrond-informatie van het IND.Als psychiater die ten behoeve van Amnesty International een medische rapportage heeft geschreven over een bij het IND uitgeprocedeerde asielzoeker, heb ik in de keuken mogen kijken van het IND en bij het lezen van hun verhoren rezen mij de haren te berge.

 

Mijn onderzoek dat uit twee gesprekken van anderhalf uur heeft bestaan in twee weken tijd, heb ik uitgevoerd voordat ik het dossier van het IND onder ogen kreeg. Het betreft hier een jonge, ernstig getraumatiseerde vrouw, kind uit een gemengd huwelijk tussen een Armeense vader en een Azerbeidzjaanse moeder, die tot haar vlucht in í98 naar Nederland woonachtig was in de Nagorno Karabakh (NK), een Armeense enclave in Azerbeidzjan. Bij de opheffing van de USSR in 1991 laaide er een heftig conflict met vele dodelijke slachtoffers op tussen de in NK woonachtige ArmeniŽrs en Azeri's over het recht op dit gebied. Mijn patiŽnt heeft in 1992 samen met haar ouders door die onlusten haar huis verloren (in brand gestoken, waarbij ook alle papieren zijn verbrand), waarna ze gevlucht zijn naar een ander dorp in NK, waar bijna uitsluitend ArmeniŽrs wonen. In dat dorp is haar vader in 1996 overleden, waarna de Azeri moeder met haar dochter achterbleven. Er was verder geen familie, want zowel vader als moeder waren wees en mijn patiŽnt was enig kind.

 

Direct na het overlijden van haar vader begonnen de bedreigingen van de Armeense dorpsgenoten, ondanks het feit dat in 1994 officieel een staakt het vuren was afgekondigd. Zij werden echter beschermd door een Armeense buurman en zijn gezin, vriend van de overleden vader. Op een dag is deze vriend onder valse voorwendselen weggelokt en is haar moeder door haar eigen dorpsgenoten of op instigatie van hen in het bos vermoord. Mijn patiŽnt durfde niet meer terug naar haar eigen huis, omdat ook zij ernstig werd bedreigd. Ze is een week of zes in shock ondergedoken geweest bij de bevriende buren en in die tijd heeft de buurman, met gevaar voor eigen leven, haar vlucht naar Nederland via GeorgiŽ en Turkije geregeld. Hij is ook degene die alle papierzaken voor haar heeft afgehandeld. Achteraf blijkt dat niet zo handig geweest te zijn, maar m'n patiŽnt was overbeschermd opgevoed en niet zo zelfstandig. Daarbij kwam, dat ze nog steeds in shock was en tot weinig in staat. Vlak voor haar nachtelijke vertrek heeft hij nog de plek laten zien waar haar moeder door de moordenaars onder de grond is gestopt. Vanuit die hel in NK weggevlucht, kwam ze, nu weer ruim vijf jaar geleden, in een voor haar onbekend Nederland en vroeg asiel aan. Haar procedure duurde viereneenhalf jaar. Nadat ik een duidelijk beeld van haar verhaal en haar persoonlijkheid had gekregen, ben ik het IND dossier ingedoken.

 

Het verhaal dat ik daar te lezen kreeg over haar wŠs helemaal geen verhaal. Het was een magere, incoherente verzameling van soms belangrijke en soms onbenullige feiten, die bij elk verhoor opnieuw gecheckt werden. Zo werd er in verschillende verhoren gevraagd wat voor soort dieren het gezin had gehouden om in hun onderhoud te voorzien en werd er telkens teruggekomen op het feit dat ze nauwelijks een woord had gewisseld met de Russische vrouw die samen met haar de reis naar Nederland maakte. Wezenlijke informatie die ik in de twee gesprekken met haar en via Vluchtelingenwerk over haar had gekregen, ontbrak, zoals de achternaam van de buurman die haar heeft geholpen. Ook bleek uit hun manier van vragen, dat zij van veel feiten niet op de hoogte waren, zoals het gegeven dat wanneer een Azeri vrouw met een ArmeniŽr trouwt, zij niet automatisch de Armeense nationaliteit kan krijgen. De attitude van de onderzoekers was zodanig, dat ze er primair vanuit leken te gaan dat mevrouw loog en zij het tegendeel maar moest bewijzen. Het werd mij al snel duidelijk, dat de rechtspositie van de asielzoeker hier minder is dan van de eerste de beste Nederlandse crimineel. Immers, wanneer die aangeklaagd wordt, moet de officier van justitie met bewijzen komen, wil de rechter tot rechtsvervolging over kunnen gaan. Maar een vluchteling die hier asiel aanvraagt, kan van de ergste leugens beticht worden, zonder dat de IND-medewerkers met bewijzen hoeven te komen. De bewijslast van het tegendeel ligt volledig bij de vluchteling. Maar hoe kan die bijvoorbeeld weten, dat ze op haar vlucht de overlijdensakte's van haar ouders mee had moeten nemen? En hoe kan zij op afstand bewijzen, dat haar moeder werkelijk is vermoord? Ook haar vluchtroute via GeorgiŽ en Turkije kon ze niet bewijzen. Hun conclusie is, dat ze haar verhaal niet voor waar aannemen. Het IND staat op het standpunt dat sinds het vredesbestand in 1994 er geen Azeri's meer zijn vermoord, dus dat het verhaal over haar moeder op onwaarheid berust. Ook gaan ze ervan uit dat de door haar beschreven vluchtroute onmogelijk is, omdat de grens tussen ArmeniŽ en Turkije dicht zit.

 

Ondertussen heb ik van een waarnemer van het IKV daar ter plekke begrepen, dat ondanks het feit dat de grenzen tussen ArmeniŽ en Turkije officieel dicht zijn, het voor ArmeniŽrs mogelijk is om via GeorgiŽ te reizen en dat dat ook regelmatig gebeurd. Waarom heeft het IND deze kennis niet? En waarom heeft het IND geen kennis van de ook na 1994 nog steeds oplaaiende conflicten tussen Azeri's en ArmeniŽrs in NK? Het is nog maar een paar maanden geleden dat ons eigen Nederlandse journaal gewag maakte van een spoedbezoek van de heer De Hoop Scheffer, op dat moment nog voorzitter van het OVSE, toen er weer heftige conflicten oplaaiden tussen de twee bevolkingsgroepen aldaar. Veel mensen met een vergelijkbare achtergrond als mijn patiŽnt zijn afgewezen op basis van het mogelijke vestigingsalternatief in ArmeniŽ. De UNHCR raadt echter ten strengste af om asielaanvragen van gemengd gehuwden (Armeens-Azeri) of mensen van gemengde afkomst uit Azerbeidzjan af te wijzen op basis van dit vestigingsalternatief. Hoe kan het dat de IND dit niet weet?

 

In 1999 beweert het ministerie van Buitenlandse Zaken in een ambtsbericht dat een Azeri vrouw, gehuwd met een Armeense man, automatisch de Armeense nationaliteit kan krijgen, en noemt de UNHCR als bron. In een notitie schrijft de UNHCR echter, dat het ministerie dit door een Ďmisverstandí verkeerd heeft begrepen.

Onlangs (november 2003) heeft de afdeling bestuursrecht van de Raad van State in hoger beroep van drie afgewezen asielzoekers de minister voor Vreemdelingenzaken in het ongelijk gesteld, wat betreft het afwijzen van Azeri's met een Armeense achtergrond. Hun conclusie is, dat gezien de politieke situatie, zij in ArmeniŽ niet welkom zijn en er voor hen geen laissez-passer mogelijk is. Deze informatie heeft de Raad van State verkregen via de ambassade van Azerbeidzjan in Berlijn. Waarom is het IND hier niet van op de hoogte? Of hebben ze het misschien door een Ďmisverstandí niet helemaal begrepen? In het laatste bulletin van Human Right Watchers staat, dat op dit moment de schending van mensenrechten in NK ernstiger is dan ooit eerder in de afgelopen tien jaar. Zou het IND wel aan nascholing doen?

 

Volgens mevrouw Verdonk is mijn patiŽnt niet schrijnend genoeg. Maar ik zie bij m'n onderzoek een vaalwitte, magere vrouw met een schichtige blik, die nu alweer vijf jaar lang ondanks de antidepressiva en slaapmiddelen maar een paar uur per nacht slaapt, die geteisterd wordt door nachtmerries en overdag geplaagd wordt door flashbacks waarin zij gillende stemmen hoort van mensen waaronder haar overleden ouders, die de helft van haar leven als een opgejaagd dier van de ene plaats naar de andere heeft moeten vluchten of gedwongen is verkast, die geen enkele familie heeft en die haar ouders verschrikkelijk mist. Ik ben ervan overtuigd, dat als er ook maar de geringste kans zou zijn dat haar moeder nog leeft, zij linia recta terug zou gaan naar haar geboorteland, zodat het hele probleem zou zijn opgelost. Maar zij weet heel zeker dat dat niet het geval is. Door haar hierin niet te geloven, is haar leed alleen nog maar versterkt.

Mijn patiŽnt is onterecht afgewezen, omdat het IND kennelijk niet goed op de hoogte is van de werkelijke situatie in NK en zij zich in die viereneenhalf jaar niet echt in deze mens hebben verdiept. Mevrouw Verdonk baseert zich, althans in dit geval, op een rammelend, zeer incompleet dossier.