Uitdaging voor wetenschap, bedrijfsleven en politiek

“Organiseren van de vrede”

 

Piet Terhal

Op 23 september 2003 sprak de secretaris-generaal van de Verenigde-Naties, Kofi Annan, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Hij herinnerde aan de gedeelde visie van mondiale solidariteit en collectieve veiligheid, welke drie jaar geleden door de regeringsleiders in de Millennium-Verklaring tot uitdrukking werd gebracht.

 

Hij stelde vast dat recente gebeurtenissen twijfel hebben doen rijzen over die eensgezindheid. Er zijn, aldus de secretaris-generaal, nieuwe vormen van terrorisme, nieuwe bedreigingen door massavernietigingswapens. Maar terwijl sommigen dit alles met vanzelfsprekendheid als de grootste bedreigingen van de wereldvrede zien, voelen anderen zich directer bedreigd door massale toepassing van ‘kleine wapens’ in burgeroorlogen, of door de zogenaamde ‘zachte’ bedreigingen als extreme armoede, groeiende ongelijkheid, besmettelijke ziekten, klimaatsverandering en milieuontwrichting.

 

De Verenigde Naties heeft niet te kiezen welke bedreigingen zij wel serieus neemt, welke niet. Zij moet zowel de nieuwe als de oude, zowel de harde als de zachte bedreigingen onder ogen zien. Kofi Annan herinnert vervolgens aan de strijd voor ontwikkeling en vermindering van armoede, te beginnen met het bereiken van de Millennium Doelstellingen; de gemeenschappelijke strijd om ons gemeenschappelijk milieu te beschermen; de strijd voor mensenrechten, democratie en goed bestuur. Deze rede van Annan tot de Algemene Vergadering is een actueel appèl dat verder reikt dan de VN. De visie van mondiale solidariteit en collectieve veiligheid waar hij naar verwijst, raakt allen. Deze visie te realiseren is de grootste uitdaging van de 21ste eeuw. Alle positieve krachten dienen daartoe gemobiliseerd te worden. In het onderstaande wordt dit appèl geconcretiseerd en toegespitst op de wetenschap, maar dan wel gezien in nauwe verbinding met de politiek en het bedrijfsleven, welke zich van hun eigen verantwoordelijkheid bewust zijn.

 

In de tweede helft van de vorige eeuw was er een impuls, ook in Nederland, om wetenschapsbeoefening direct in dienst te stellen van de bevordering van vrede. “Het meest nodige is nu het organiseren van de vrede”,  zei Jan Tinbergen, toen hij in 1967 de Erasmus Prijs ontving. Hij kende daarbij aan de economie een belangrijke rol toe en gaf in heel zijn werk daar vorm aan. Tezelfdertijd bepleitte en realiseerde B.V.A. Röling de polemologie als wetenschap van oorlog en vrede ter bevordering van vrede.

 

De tijden zijn veranderd, de Koude Oorlog is voorbij, maar de laatste jaren hebben op dramatische wijze duidelijk gemaakt, hoe gigantisch de uitdagingen zijn, ook voor de wetenschap. Aan Nederlandse universiteiten lijkt het besef daarvan te weinig aanwezig. Vredesonderzoek en onderwijs in Nederland zijn te zeer gefragmenteerd. Onvoldoende wordt beseft hoe belangrijk de krachtige stem kan zijn van onderzoekers, die met elkaar vanuit diverse disciplines samenwerken. De signalen thans zijn verbrokkeld: vanuit iedere discipline wordt een ander aspect belicht, een andere voorwaarde voor vrede benadrukt. Het ontbreekt teveel aan algehele visie, aan overtuigingskracht en wijsheid om die te vertalen in actie.

 

De Stichting Leerstoelen Vredesopbouw en de Vereniging voor Economie en Vrede hebben besloten samen een hernieuwde impuls te geven tot interdisciplinaire wetenschapsbeoefening gericht op wat Tinbergen en Röling voor ogen stond: het scheppen van de voorwaarden voor vrede, in onderlinge samenhang. Zij willen daartoe tezamen een nieuwe stichting in het leven roepen die voorlopig de naam ‘Stichting Vredesvraagstukken in oprichting’ draagt, maar waar zij hopen de naam van Dag Hammarskjöld aan te mogen verbinden. De nieuwe Stichting heeft als doel de bevordering van interdisciplinaire wetenschappelijke samenwerking, in onderwijs en onderzoek, aan Nederlandse instellingen van hoger onderwijs, expliciet gericht op het scheppen van voorwaarden voor vrede. Een daarvoor in aanmerking komend middel is instelling van bijzondere leerstoelen inzake vredesvraagstukken. Men hoopt op den duur te komen tot een netwerk van met elkaar samenwerkende leerstoelen, die tezamen, vanuit de universitaire wereld, een krachtiger maatschappelijk appèl tot vredesopbouw, een meer geloofwaardige, bredere vredespedagogie  en duidelijker richtingbepaling  geven.

 

De nieuwe stichting zal haar activiteiten beginnen met het instellen van een tweetal leerstoelen, een ten aanzien van ‘vredeseducatie’ of ‘cultuur van vrede’ en de ander ten aanzien van ‘economie en vrede’, beide in eerste instantie voor een periode van vijf jaar. Daartoe worden door de initiatiefnemers reeds oriënterende gesprekken gevoerd, onder andere  met de Universiteit van Utrecht en het Institute of Social Studies te Den Haag. De uitkomst hiervan is mede afhankelijk van externe middelen die kunnen worden verkregen.