Een inspirerend, boeiend en leerzaam weekend

IPPNW European Students Meeting in Ierland

 

Carla Verbaas

Om als nieuwe national officer on refugees and peace bij de IFMSA wat buitenlandervaring op te doen, en om de IPPNW wat beter te leren kennen, had ik het wilde plan opgevat om naar de IPPNW European Students Meeting in Ierland te gaan. En dat heb ik geweten!

 

‘And if you like to walk around with a toothbrush in your mouth, bring a toothbrush.’ ‘The excitement of your imminent arrivals is whipping us to feverish excitement.’

Dit was nog maar een voorproefje uit de e-mails ter voorbereiding. Zo leek de meeting nog ver weg, zo zat ik in het vliegtuig. Na een middagje Grafton Street en St. Stephen’s Green (winkelstraat en park in Dublin) was het tijd voor de conferentie. Eerst eten en uitvinden met wie ik de komende drie dagen zou doorbrengen: ik was de enige uit Nederland en kende niemand, dus veel mensen ontmoeten was de enige optie. Daar begon ik dan ook maar mee en dit zou het hele weekend doorgaan: er was nauwelijks een moment dat ik niet met weer een nieuw iemand aan het praten was. Het is verbazingwekkend waar studenten zich allemaal mee

bezighouden en wat we allemaal bereiken. De praatjes van Neil Arya (Politics is nothing more than medicine in the big picture) en Molly Goggin (die zich wereldwijd met IPPNW-studenten bezighoudt), en de paneldiscussie over inequalities of access to healthcare zetten alvast de toon voor de rest van het weekend.

 

Wat volgde was een rollercoaster ride van drie dagen. En dan heb ik het niet alleen over de busreis, omhoog slingerend door smalle bergweggetjes, waarbij de stenen muren langs de kant steeds op miraculeuze wijze gemist werden en die ons bracht naar wat een van de mooiste plekjes op aarde moet zijn: het Glencree Centre for Reconciliation, waar de partijen van het Noord-Ierse conflict bij elkaar komen, leren over de gevolgen van geweld en non-violence en tot bezinning moeten komen. Toepasselijker kan het haast niet voor een IPPNW-meeting.

 

Nee, de grootste rollercoaster was het programma: bij elke workshop, lezing, training die ik bijwoonde, wist ik dat ik er twee of drie even interessante aan het missen was. Want er waren steeds parallelsessies. Voor bijna alle lezingen waren er gastsprekers gevraagd, van zowel binnen als buiten Ierland.

 

Maar… waar bestond de rollercoaster ride uit? Ik maakte mijn gordel vast bij een training van Amnesty International over facilitation skills: het geven van een training of lezing.

Wat komt er allemaal bij kijken, hoe betrek je je deelnemers en een hoop kennismakings- en samenwerkingsspellen. Blijkbaar was samenwerking niet ons sterkste punt, we konden niet eens een knoop van onze eigen handen ontwarren! (Voor wie het spel niet kent: het zou altijd moeten lukken.)

 

Na de lunch: Alan Connolly, een eigenzinnige psychiater uit Canada en voorzitter van Physicians for Global Survival-Canada, begon aan een van zijn sessies. Officieel ging het over Doctors in revitalizing peace, maar hoe goed deze man zich ook probeert te houden aan het voorbereide verhaaltje waarvoor hij gevraagd is, hij begint te vertellen en komt er als zijn tijd op is achter, dat hij niet is toegekomen aan het onderwerp van de lezing. Maar hij is zo’n goed verteller, dat je het hem gelijk vergeeft.

 

Ook inner peace en balans was een van de onderwerpen van de conferentie. In het kader daarvan kwam de boeddhistische psychiater Brian Sweeney vertellen over innerlijke balans. Aantekeningen die ik van zijn verhaal gemaakt heb: Journey and arrival. Inner peace = world peace, world peace = inner peace. Creating space for yourself in order to be able to create space for others. Amen.

 

Dokter Patrick O’Sullivan werkt met slachtoffers van martelpraktijken en vertelde waar hij zoal mee te maken heeft. Erg interessant, omdat ook IFMSA in samenwerking met Amnesty International een workshop heeft over marteling. Ook kwam in zijn praatje een bredere discussie over het verhardende klimaat tegen vluchtelingen op gang.

 

Terwijl de Afrikaanse trommelaars zich aan het klaarmaken waren, vertelden studenten uit een aantal landen waar ze mee bezig zijn. Ik was verbaasd hoeveel dingen die de IFMSA in Nederland doet en die heel ver van de NVMP lijken af te staan, in andere landen door IPPNW-studenten zijn opgepakt. Voorbeelden zijn het geven van seksuele voorlichting op middelbare scholen of het Teddy Bear Hospital. Percussie en zang van de Afrikaanse band leidde de eerste feestavond in, waarbij ook de hymn voor het weekend ontstond (een Afrikaans liedje, volgens de muzikanten een liefdesliedje geloof ik, het klonk wel peaceful en we hebben het het hele weekend gezongen). Aan zoveel ritme kon de coverband later op de avond niet tippen, maar ook die wisten een goed feestje te bouwen.

Zaterdag moesten er al vroeg serieuze zaken gedaan worden. Als Syrië nam ik plaats in de VN-Veiligheidsraad. Een dag lang discussiëren over een resolutie, die het ingrijpen in failing countries mogelijk zou maken. Heel officieel, met moties, stemmingen, diplomatieke conflicten, oorlogsdreigingen… You voted against my motion? I’ll bomb you! best moeilijk om in je rol te blijven. Uiteindelijk werd onze resolutie na acht uur discussiëren en pietlutten gevetood door Groot-Brittannië. Lijkt frustrerend, maar volgens Alex (IPPNW Euro-pean student representative, voorzitter van de ‘vergadering’) is dit erg realistisch en de manier waarop de wereld de Koude Oorlog overleefd heeft: door vooral geen beslissingen te nemen als gevolg van het vetorecht van beide tegenstanders en zo de

status quo te behouden. Ook na deze dag kon ik het niet laten de avond ook vol te stoppen: Cohaime Butterly vertelde over haar werk in het Palestijnse vluchtelingenkamp in Jenin. Dankzij de muziek die zij bij zich had en het grote aantal Ierse studenten van Arabische afkomst bouwden we die avond een Arabisch feestje.

 

De zondagochtend bood een dilemma: er zou een grote wandeling zijn door de bergen, die ik graag wilde doen, maar ik besloot toch na een uurtje yoga voor het ontbijt (inner peace, weet je wel) naar de lezing van Brian Woods, regisseur van de zeer aangrijpende documentaire dying for drugs (die we de vorige avond ook nog bekeken hadden) te gaan.

In deze documentaire worden enkele minder ethisch verantwoorde acties van de farmaceutische industrie getoond, die nog veel meer misstanden doen vermoeden. Voorbeelden: het toedienen van ongeteste medicijnen in Nigeria, zonder te vertellen dat het een testmedicijn betrof (zonder enige informatie) en zonder de test af te breken als het niet goed ging: onderzoeksresultaten zijn uiteraard veel belangrijker dan het leven van een kindje meer of minder? Of het verdonkeremanen van ongunstige onderzoeksresultaten, met mogelijk dodelijke gevolgen. Of wat denk je van het verkopen van merkmedicijnen in ontwikkelingslanden voor tot wel 100 keer de kostprijs? Nee, het vertrouwen in onze pillenmakers is er niet groter op geworden.

 

Ceppie Merry is een Ierse arts gespecialiseerd in HIV. Ze vertelde over haar bijzondere carrièrmoves, waardoor ze nu, in de dertig, al afdelingshoofd is en een AIDS-kliniek in Botswana heeft helpen oprichten. Ook is ze betrokken bij een programma om Botswaanse studenten in Ierland op te leiden, die vervolgens in hun thuisland gaan werken. Ze pendelt heen en weer tussen Afrika en Europa en vertelde over werken in deze twee totaal verschillende werelden. Een verhaal van haar dat ik graag door wil vertellen: de brassband. Een groep Amerikaanse vrouwen van een liefdadigheidsinstelling ging naar een dorpje en inventariseerde in overleg met de vrouwen in het dorp wat er allemaal nodig was: schoon water, schoolspullen, medicijnen… the usual stuff. Maar toen de Amerikaansen weggingen waren de dorpelingen verdrietig. “Waarom zijn jullie zo somber, we komen al deze spullen die jullie nodig hebben, binnenkort brengen?” “We willen al die spullen eigenlijk helemaal niet, het enige wat we willen is een brassband.” “Een brassband?” “Een brassband ja, nu gaan al onze jongeren naar het dorp verderop om naar de brassband te luisteren, en we weten dat ze daar seks hebben en we zijn bang dat ze AIDS oplopen. Als we hier onze eigen brassband hebben, blijven de jongeren hier en hebben ze minder kans op besmetting. Dat is onze grootste zorg.”

 

Of de brassband er uiteindelijk gekomen is, vertelt het verhaal niet, maar de moraal van het verhaal: het gaat niet om wat je zelf denkt te moeten brengen, maar om wat de mensen aangeven nodig te hebben.

 

Het meer waar ik zondagavond toch even heen ben gelopen (en waar mensen gingen zwemmen, vroeg in april in de bergen…helden!) was ook absoluut goed voor de inner peace. Hier kwam de rollercoaster weer een beetje tot stilstand.

 

Twee kunstenaars, geholpen door congresdeelnemers, waren het hele weekend in de weer geweest met gekleurde schelpjes, steentjes, stukjes hout en zand. Het resultaat: een mandala, symbool van evenwicht en losse deeltjes die een geheel vormen. Boven deze mandala werd het weekend afgesloten. Hier voelde ik me helemaal klaar om aan het werk te beginnen en alle opgedane indrukken om te zetten in actie!

 

Helaas, wat nog restte was een avond Ierse dansles en een dagje shoppen in Dublin en verder een heleboel inspiratie, ontmoetingen en nieuwe inzichten om mee naar huis te nemen…

 

een heel geslaagd weekend!